+ Meer informatie

BURN-OUT VAN EEN PREDIKANT EN DE VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE KERKENRAAD

8 minuten leestijd

VAN BELANG VOOR DE KERKENRAAD

Op 31 augustus 2004 vond in ‘De Fontein’ in Bunschoten een door de Stichting Eleos verzorgde cursusdag plaats over het voorkómen van burn-out bij predikanten. In De Wekker van 17 september jl. stond een kort verslag van deze dag. Er is aanleiding om in Ambtelijk Contact nog eens op dit onderwerp terug te komen, toegespitst op de rol van de kerkenraad in dezen. Want als een predikant burnout raakt, is dat niet alleen iets dat hem (en zijn gezin) diep raakt, maar evenzeer een zaak waarbij de gemeente en dus ook de kerkenraad nauw betrokken is. In financiële zin: als het goed is, heeft de kerkenraad in zijn beroepsbrief de predikant in geval van ziekte zodanige hulp toegezegd dat deze zonder financiële zorg kan leven; het traktement moet worden doorbetaald en misschien moeten er ziektekosten worden betaald voor noodzakelijke behandelingen waarvoor een gangbare ziektekostenvoorziening geen dekking biedt, terwijl ze de draagkracht van de predikant redelijkerwijs te boven gaan. Maar de relatie tussen kerkenraad en predikant is natuurlijk niet louter — en zelfs niet in de eerste plaats — van financiële aard: ook het liefdesgebod eist dat wij op elkaar toezien en op het belang van onze naaste letten.

HET VERSCHIJNSEL BURN-OUT

Burn-out kan worden omschreven als een totale uitputting van lichaam en geest tengevolge van jarenlange structurele overbelasting, meestal leidend tot blijvende beschadiging. Burn-out is niet nieuw; het komt overeen met wat vroeger wel ‘managersziekte’ werd genoemd. Het is niet erg om het eens (of vaak) druk te hebben, als de periodes van drukte en spanning maar worden afgewisseld met periodes van rust en ontspanning. Echter: wie altijd maar onder spanning leeft en werkt zonder noemenswaardige rust, bevindt zich op een burn-outroute. Er zullen na kortere of langere tijd lichamelijke en psychische klachten gaan optreden, die in de loop van de tijd gaan toenemen — in hoeveelheid en duur. Hoe sterker je bent, hoe langer je het volhoudt. Niettemin, je pleegt roofbouw op je lichaam en geest. Een burn-out is het eindstadium daarvan. Vaak geeft het lichaam het opeens op, letterlijk alsof de stekker van de energietoevoer eruit getrokken wordt.

RISICOPERSOONLIJKHEDEN

Niet iedere persoonlijkheid loopt een even groot risico om burn-out te raken. Er zijn op dit punt drie met elkaar samenhangende risicofactoren te noemen: (1) Een oververantwoordelijke instelling. Dergelijke persoonlijkheden voelen zich verantwoordelijk voor elk probleem dat op hun weg komt. Als predikant springen ze bijvoorbeeld altijd bij als een ouderling het niet aankan; ze zeggen nooit ‘nee’ als er een beroep op hen wordt gedaan. Weglopen voor problemen is er niet bij; ze zetten de schouders eronder — en worden daar doorgaans zeer om gewaardeerd. (2) De eisen die men aan zichzelf stelt. Hoe hoger die eisen zijn, hoe groter het risico. (3) Een bepaalde hulpeloosheid om het probleem te onderkennen, laat staan om een uitweg daaruit te zien: men zit in een fuik en komt daar alleen niet uit.

EEN UITWEG

Op een burn-outroute is sprake van zelfverwaarlozing. De eigen behoeftes en verlangens worden stelselmatig genegeerd. Een uitweg is alleen mogelijk door de eigen situatie eerlijk onder ogen te zien. Daarbij is de hulp van anderen onmisbaar een echtgenote die je een spiegel voorhoudt, een collega die steun geeft, of een kerkenraadslid dat met wijsheid prioriteiten weet te stellen. Een volgende stap is om een zodanige stijl van leven te gaan volgen dat stress en werkdruk hanteerbaar worden: een goede dagindeling en voldoende lichaamsbeweging. Er moet een goede balans komen tussen de eigen behoeftes en de eisen van het ambt. Komt dat in mindering op het dienen van God? Nee! God wordt ook met rust gediend (Luther). God gebiedt ons onze naaste lief te hebben als onszelf — en niet meer dan onszelf. Het Oude Testament kende de sabbat, het sabbatsjaar en het jubeljaar En in Ef. 5: 29 lezen wij: ‘want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het’. Het is een bijbelse opdracht goed voor onszelf te zorgen. Wie roofbouw op zijn eigen lichaam pleegt, handelt daarmee in strijd.

‘KAN IK ER WAT AAN DOEN?

Ja, een kerkenraad kan er iets aan doen om een predikant voor een (dreigende) burn-out te behoeden. En wel op drie punten: geld, werk en steun.

Geld: de eerste factor waarop een kerkenraad kan letten, is materieel: het inkomen van de predikant. Financiële zorgen kunnen een bron van spanning zijn in predikantsgezinnen. Vooral bij de flinke predikanten die niet snel klagen, kan een te laag inkomen op de lange duur fnuikend uitwerken. Onderzoeker (representatief voor onze kerken?) hebben uitgewezen dat 40 – 60% van de predikanten financiële problemen heeft. Spreekt u hier wel eens over met uw predikant? Ook in kleiner verband, waarin openhartiger doorgesproken kan worden? En let u er daarbij ook op hoe zijn echtgenote reageert als het onderwerp aan de orde komt? Wist u dat er jonge predikanten zijn, die een forse studieschuld hebben? En dat die schuld dubbel zo groot is, als ook de echtgenote gestudeerd heeft, zodat het echtpaar vele jaren lang aan het afbetalen is? Kunt u echt met eer gerust hart verklaren, dat uw predikant — en zijn gezin — inderdaad onbezorgd van het evangelie kunnen leven?

Werk: in het ambt van predikant zitten factoren die spanningen kunnen veroorzaken en dat in de praktijk ook vaak doen:

• De eisen die aan een predikant worden gesteld, zijn vaak verre van duidelijk. Wat verwacht u concreet van uw predikant? Weet hij dat ook? Ligt dat ergens vast? En is uw gemeente daarvan op de hoogte? Zegt u wel eens, als er een beroep op uw predikant wordt gedaan, dat hij dat niet moet doen, omdat het niet tot zijn taak behoort? Profielschetsen van de taak van predikanten beschrijven soms een schaap met vijf poten, dan weer zijn ze zo algemeen dat bijna iedereen eraan voldoet. Als u ze serieus neemt, kijk daar dan eens kritisch naar.

• Er zit in het ambt een rolconflict: de kerkenraad beoordeelt het werk van de predikant, maar diezelfde predikant is lid, zelfs voorzitter, van de raad.

• De werkdruk is vrijwel altijd (zeer) hoog. Er moet (te) veel werk in (te) weinig tijd worden gedaan. Hebt u zicht op de omvang van het werk van uw predikant? Hebt u met hem afspraken gemaakt over het aantal dagdelen per week, dat hij geacht wordt aan zijn ambt te besteden? Hebt u met hem prioriteiten gesteld? Gaat u achter hem staan als hij in zijn vrije tijd — beter: rusttijd — door gemeenteleden geclaimd wordt en dan ‘nee’ zegt? Houdt u er rekening mee dat met het klimmen der jaren ieders belastbaarheid, dus ook die van een predikant, afneemt en hebt u zijn belasting daaraan aangepast?

• Iedere predikant heeft zijn sterke en zwakke punten. Niet ieder heeft immers dezelfde gaven. Houdt u hier rekening mee? Weet u welke gaven uw predikant heeft en streeft u ernaar hem daar juist in te zetten? En probeert u andere oplossingen te vinden voor de werkzaamheden die hem minder goed liggen?

• De ‘succesfactoren’ voor een predikant zijn zeer lastig vast te stellen. Succes is niet hetzelfde als zegen. Gebrek aan succes is nog geen falen.

In het bovenstaande komen veel vragen en nauwelijks antwoorden voor. Maar laat niet van uw kerkenraad gezegd worden, wat in het algemeen wel eens van kerkenraden gezegd is: “In deze kerkenraad zitten een heleboel managers, maar in de kerk managen ze niet”.

Steun is van levensbelang! Een predikant op een burn-outroute zit in een fuik, waaruit hij geen uitweg ziet. Daarom is het van belang dat een kerkenraad een bepaalde vorm van ondersteuning voor zijn predikant organiseert. Praktische steun: zorg voor mensen op wie uw predikant kan terugvallen. Emotionele steun: vertrouwen, begrip, acceptatie. Toont u wel eens waardéring voor het werk dat uw predikant doet of hoort hij alleen maar kritiek en moet het alleen maar anders en beter? U zou bijvoorbeeld kunnen overwegen om vanuit de kerkenraad een functioneringscommissie in te stellen, waarin periodiek met uw predikant gesproken wordt over zijn functioneren. U zou ook kunnen nagaan of uw predikant regelmatig contact heeft met collega-predikanten over moeilijkheden waarmee hij in zijn ambt in aanraking komt; als dat contact er niet is, zou u dit kunnen stimuleren. Op die manier zou een vorm van intervisie kunnen ontstaan.

TEN SLOTTE

De inhoud van dit artikel is een beknopte weergave, toegespitst op de rol van de kerkenraad, van wat op de studiedag aan de orde is gekomen. Het laatste woord is hiermee zeker niet gezegd; het denken over het verschijnsel burn-out ontwikkelt zich nog steeds. Ons doel is aandacht te vragen voor een belangrijk aspect van het ambt van onze predikanten en kerkenraden op dit punt bewuster te maken van een problematiek die er ook bij hun predikant mogelijk is. Wij hopen en bidden, dat wij daarin geslaagd zijn.

secretaris.

De heer Weijenberg (lid van de gemeente van Rotterdam-Alexanderpolder) is secretaris van de Stichting ter behartiging van sociale belangen van Christelijke Gereformeerde predikanten e.a. in Nederland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.