+ Meer informatie

„We zijn in 1940 ook al in de steek gelaten en daar lijkt het nu weer op"

Symposium van Nederlands Helsinki Comité over het benarde Balticum

7 minuten leestijd

UTRECHT — „Het voordeel van onze tijd is dat de burgers van Nederland nu tenminste weten waar Estland, Letland en Litouwen liggen. Zei je vroeger: „Ik kom uit Letland", dan keken ze je even verbaasd aan en reageerden met: „Oh, uit Lapland". En kwam je bij voorbeeld uit Estland dan klonk het: „Oh, IJsland". Met jenige gelatenheid nam mevrouw Irena Ahlers-Brutan vrijdagavond in Utrecht deel aan een symposium over het streven naar onafhankelijkheid van de Baltische republieken: „We zijn in 1940 in de steek gelaten en daar lijkt het momenteel weer op".

De organisatoren van de bijeenkomst —het Nederlands Helsinki Comité en het Europa Instituut van de RU Utrecht- hadden vier invalshoeken gekozen voor het thema: de historische (spreker dr. M. P. van den Heuvel), de volkenrechtelijke (spreker dr. H. Post), de internationaal politieke (voorzitter mr. M. van der Stoel) en het slachtoffer/de insider (mevrouw Ahlers-Brutan, van Letse origine).


Dr. Van den Heuvel betoogde dat door een aantal politieke wonderen de Baltische staten na de Eerste Wereldoorlog onafhankelijk zijn geworden. Dank ki] de ineenstorting van zowel het Russische als het Duitse keizerrijk konden Esten, Letten en Litouwers profiteren van het grote ideaal van de Amerikaanse president Woodrow Wilson: het zelfbeschikkingsrecht der volken.


De basis voor het verlies van deze status werd in feite gelegd in geheime bepalingen van het beruchte Molotov-Ribbentroppact van zomer 1939.


Stilletjes uit sluipen
„Tot op de dag van vandaag hanteert de Sowjet-Unie een wrange uitleg van deze overeenkomst en haar verstrekkende gevolgen: het pact verdient weliswaar geen schoonheidsprijs, maar in 1940 hebben de parlementen van de drie Baltische repu. blieken zélf ingestemd met toetreding tot de USSR. Een radicale hervormer als de zojuist uit de partij gestapte historicus Joeri Afanasjev verwerpt deze officiële Sotyjetinterpretatie. Terecht benadrukt hij het gedwongen karakter van de aansluiting", aldus dr. Van den Heuvel.


De Sowjetbezetters maakten zich in korte tijd zo ongeliefd bij de Baltische volken dat de Duitse bezetters aanvankelijk met gejuich werden ingehaald. Na de oorlog duurde vooral in Litouwen het verzet tegen de teruggekeerde 'bevrijders' uit het Oosten lange tijd hardnekkig voort.


„Toen en nu koesterde men in de Baltische republieken te grote hoop op hulp uit het Westen", constateerde de Nederlandse Ruslandkenner. Zelf heeft Van den Heuvel tijdens een recent bezoek aan het Balticum dit optimisme enigszins trachten te temperen. „Ik hield hen voor dat de politieke trend in het Westen juist het toegroeien naar grotere economische eenheden is. Bovendien bestaat tussen de Baltische republieken en de rest van de Sowjet-Unie een enorme economische band. Nationalistische gevoelens hadden echter de overhand. Meer rationale afwegingen zag men over het hoofd. Dat valt goed te begrijpen na het verschrikkelijke terreurregime van Stalin".


„De Baltische verbittering over het Sowjetsysteem werd na Stalins dood extra gevoed door het russificatiebeleid. In het kader van een bewust gestimuleerde industrialisering van het Balticum stroomden Russische en Oekraïense migranten de Oostzeerepublieken binnen. Was voor de oorlog 91 procent van de Estse bevolking van nationale komaf, nu is dat gedaald tot 60 procent. Nog in 1987 trokken 18.000 Russen naar Letland. Meer dan in de jaren daarvoor! Geen wonder dat de Balten niet zo enthousiast waren gestemd over Gorbatsjovs perestrojka".


Vanzelfsprekend heeft de hervormingskoers van de Sowjetpresident ook het nationalisme van Esten, Letten en Litouwers in belangrijke mate gestimuleerd. De opkomst van de lokale volksfronten vormt daar het bewijs van. De aanvankelijke dankbare geluiden die Moskou uit het Balticum tegenklonken, werden echter al gauw overstemd door radicale onafhankelijkheidseisen. Aan deze ontwikkeling draagt Gorbatsjov zelf schuld. Dr. Van den Heuvel: „Hij heeft de problemen steeds voor zich uitgeschoven. Gorbatsjov heeft niet serieus gewerkt aan een echte federatieve oplossing voor de nationaliteitenkwestie in de USSR. Ook de communistische leiders van het Balticum (de Litouwer Brazauskas bij voorbeeld) zijn door Moskou voor de mal gehouden of in ouderwetse tsaristische stijl geducht de oren gewassen. Logisch dat een man als Brazauskas dan qua politieke opstelling radicaliseert".


Met zijn hart staat dr. Van den Heuvel „natuurlijk" aan de kant van de kleine Baltische volken. Gorbatsjovs harde economische maatregelen tegen Litouwen komen niet sympathiek over. „Laat je je evenwel niet alleen leiden door je gevoelens, dan rijst ook de vraag of de handelwijze van de Litouwse regering wel zo handig was. Het zou verstandiger zijn geweest als zij zo veel mogelijk voordeel had proberen te trekken van het huidige turbulente politieke getij. En als de USSR ten slotte ineenstort, kun je er altijd nog stilletjes uit sluipen".


Staats- en volkenrecht


Op heldere wijze zette dr. H. Post de Litouwse onafhankelijkheidsverklaring van 11 maart in staatsrechtelijk en volkenrechtelijk perspectief. Volgens het staatsrecht van die dagen kunnen de aansluitingsresoluties van de Baltische parlementen van zomer 1940 in elk geval niet door de beugel. Het volkenrecht daarentegen gaat vooral uit van de verdragstrouw. Dit recht laat staten weinig ruimte voor eenzijdige stappen. Alleen „manifeste schending van het staatsrecht" biedt uitzicht.


De in 1939 tussen de Sowjet-Unie en de Baltische regeringen gesloten verdragen van wederzijdse bijstand zijn onmiskenbaar onder Sowjetdwang tot stand gekomen. Juist deze akkoorden legden het fundament voor de Sowjetisering van het Balticum. Zijn deze verdragen volkenrechtelijk nietig? „Inderdaad", zo stelde dr. Post resoluut waarbij hij teruggreep op het Weense verdragenverdrag dat rechtsongeldigheid stipuleert in geval van de aanwending van "geweld". „Onder "geweld" verstond men na een discussie overigens slechts militair geweld. Was daar toen sprake van in het Balticum? De notulen van de ministerraad van Estland laten daar geen twijfel over bestaan. Aan Sowjetzijde staat deze vraag nog open".


Ook het Briand-Kelloggpact van 1928 -mede-ondertekend door de Sowjet-Unie, Estland, Letland en Litouwen- met zijn bepaling dat staten zouden afzien van geweld of dreiging met geweld ondermijnt de omstreden aansluitngsprocedure van 1940. Moskou geeft daartoe trouwens ook zelf aanleiding door haar post-revolutionaire idee om „ongelijke verdragen" tussen sterke en zwakke staten als ongeldig te beschouwen. Tegenwoordig zwijgt de Sowjet-Unie liever over deze juridische uitweg...


Op de VS na hebben de meeste westerse naties zich al spoedig de facto neergelegd bij de annexatie van Estland, Letland en Litouwen (handel). Dr. Post: „Amerikaanse rechters wezen Baltische schepen bij voorbeeld niet toe aan de Sowjets. Een Nederlandse rechter daarentegen erkende in een conflict de facto de Socialistische Sowjetrepubliek Letland. Voor ons ministerie van buitenlandse zaken was het Sowjetverzoek om de betrekkingen met de Baltische staten te beëindigen indertijd geen punt van serieuze discussie. Van de strijd aldaar tegen de Sowjetbezetting trok men zich in het Westen weinig aan'.


Wat zegt het volkenrecht nu? Is er sprake van een 'uitwissing' van de onrechtmatigheid van de Sowjetannexatie van het Balticum? De Utrechtse volkenrechtgeleerde kan in zijn vakliteratuur geen eenduidig antwoord op deze klemmende vraag vinden. „Als staten in meerderheid hun erkenning de facto hebben gegeven, dient de status quo te worden geëerbiedigd.


Politieke druk
Interpreteren we de Litouwse onafhankelijkheidsverklaring als een afscheiding, dan vindt zij geen enthousiast onthaal bij het volkenrecht. Niet dat het volkenrecht afscheiding verbiedt, maar het ontmoedigt zulke drastische stappen wel. Eigenlijk zegt het: „Je moet je afscheiding maar met de wapens voor elkaar zien te krijgen". Algemene internationale erkenning van Litouwens onafhankelijkheid zou Moskou pas in een lastig parket brengen. In volkenrechtelijke termen is de reactie van de buitenwereld erg belangrijk. Overigens pleit ik voor de belangen van de Balten. We moeten ons niet blind staren op de positie van Gorbatsjov".


Symposiumvoorzitter mr. Van der Stoel achtte het niet gewenst dat het Westen passief toeziet bij het Litouwse conflict. „Op z'n minst lijkt het mij gewenst, politieke druk uit te oefenen op Moskou om nu eens precies aan te geven hoe het is gesteld met de afscheidingsmogelijkheden van de Sowjetvolken. Wat houdt bij voorbeeld een speciale status voor Estland, Letland en Litouwen in? Het Westen moet van Gorbatsjov duidelijkheid verlangen. Als Moskou Litouwen economisch nog meer de duimschroeven aandraait, dan lijkt een tijdelijke opschorting van de handelsvoordelen voor de hand te liggen. Maar het zwaartepunt van de westerse reactie moet politieke druk op Gorbatsjov zijn. Hij moet zelf overgaan tot zinvolle onderhandelingen met de Litouwers. Ondertussen mag onze inbreng niet leiden tot een stagnatie in de toenadering tussen Oost en West".


„Er bestaat een samenhang tussen het lot van Litouwen en dat van Gorbatsjov. Leidt de Litouwse kwestie tot zijn val door rechtse krachten in de Sowjet-Unie, dan werkt dat zeker niet in het voordeel van de Esten, Letten en Litouwers".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.