+ Meer informatie

EVEN „HALT"

en dan ander ó „voorwaartó"

4 minuten leestijd

en dan ander ó „voorwaartó"

Het is een kleine moeite om op oude-a jaarsavond sentimenteel te doen, mee-s warig te zien naar de tijd, die als een z touw door onze handen is gegleden; O zelfs „vroom" te zingen van de uren, l dagen, maanden, die als een schaduw z voorbij glijden. En toch, op oudejaars-h avond voelen we ons anders dan ge-a woon: we willen er niet aan, clat alweer w een jaar voorbij is gegaan met alle mo-W gelijkheden en kansen, clie het bieden k kon. Hebben we die kansen benut? Heb-g ben we gewoekerd met de uren, met de k minuten? Of rekenden we met weken t en maanden?

„Een jaar is niets", wordt gezegd, met het air, van „wij weten wel hoe het leven is"; „ons behoef je niets meer wijs te maken." Datzelfde horen we ook bij oudere mensen: „t Zal niet zo lang meer duren; 't zal hier haast zijn gedaan!" Maar dan is meteen de huiver voor het ongewisse van de grote toekomst, als 't hier gedaan zal zijn.

We behoeven elkander niet op oudejaarsavond te vertellen, clat cle tijd zo vlug voorbij snelt, als jachtschepen, zoals Job het heeft uitgedrukt. Dat ondervindt ieder. Maar wat doen we met die wetenschap? Worden we er beter door? Wij hebben zo'n vooruitziende blik, dat we met jaren durven gaan rekenen. Met jaren, ja, en dan te weten, clat ons leven een handbreed is gesteld; dat er maar één schrede is tussen ons en cle dood. We bouwen luchtkastelen en zijn al jaren ver in cle toekomst, die toch gesluierd vóór ons ligt. En dan durven we zeggen, dat cle tijd zo vlug gaat.

Onze kinderen, die nu nog in cle wieg liggen, zien we al op de schoolbanken zitten; we maken ons druk erover, dat het kind zal blijven zitten in de een of andere klas: „weer een jaar verspeeld, " wordt er dan gezegd.

We stellen cle dood zo ver in de toekomst, clat we eigenlijk met de dood geen rekening houden. Toch gaan elke keer cle rouwklagers door de straten om; toch lezen en horen we van geheel plotselinge sterfgevallen, maar (heimelijk) 't was een ander; ons zal dat niet overkomen.

Op oudejaarsavond worden we even stil gezet. De trein stopt een ogenblik. Ja, een ogenblik slechts, want als clie „feestdagen" achter cle rug zijn, wordt de zaak weer op de ouclevoet voortgezet. We hebben even het blad omgeslagen Ö O en houden het een poosje vast eer we verder durven te lezen.

Even moeten we toch het gewichtvolle tot ons door laten dringen en elkander eens aanzien, vanwege het ernstvolle, nietwaar?

Maar als het blad dan is omgeslagen, clan gaat het weer vooruit. Er ligt weer een nieuw jaar vóór ons; we hebben overvloed van tijd. Er komen goede voornemens, maar clie waren er ook, toen het oude jaar zijn loop begon. En wat is er van die voornemens terecht gekomen? Als zieke mensen beter zijn geworden, dan liggen de beloften nog ziek te bed, sprak eenmaal de oude Smytegeit.

Zullen we het nieuwe jaar weer voortzetten zoals we het deden in het oude? Op Nieuwjaarsdag is geen vuiltje aan de lucht, maar ach arme, zo gauw zijn er enkele dagen voorbij, of er is die zelfde levenswijze weer: elkander verbijten en verwijten; elk gieren voor zijn eigen huis; we durven weer lasteren, weer liegen en bedriegen, weer slapen in de kerk, of clit allemaal geen zonde is. We kammen elkander af om pietlutterigheden en zien niet ónze grote mankementen.

Als we werkelijk vinden, dat de tijd zo snel verloopt, zouden we dan niet anders leven? Zouden we dan het korte poosje niet proberen iets voor elkander te zijn?

Wie vindt, dat de jaren voorbij snellen, zal elke stonde van leven benutten tot het goede. Dan hebben we genoeg met ons zelf te stellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.