+ Meer informatie

EEN NIEUW DIACONAAL DEPUTAATSCHAP EEN JAAR ONDERWEG

8 minuten leestijd

EVEN VOORSTELLEN: DEPUTATEN DIACONAAT

Als u aan diaconaat denkt, komen bij u misschien de namen boven van ADMA en hulpverlening in binnen- en buitenland. De generale synode 2004 heeft besloten om die beide deputaatschappen te laten opgaan in één nieuw deputaatschap: diaconaat. Waarom is dat gedaan, hoe werkt het en wat kan men verwachten van dit deputaatschap? Op die vragen volgt hieronder een antwoord.

WAAROM ÉÉN DEPUTAATSCHAP?

De beide deputaatschappen werkten voor de fusie reeds samen. Beide beseften immers dat zij zich inzetten voor verschillende terreinen van het diaconaat, waarbij ADMA zich vooral richtte op het diaconaat in eigen gemeente en in eigen land, terwijl deputaten hulpverlening in binnen- en buitenland zich vooral richtte op diaconale hulpverlening in het buitenland. Beide werkten al op één diaconaal bureau. De aansturing gebeurde vanuit beide deputaatschappen. Regelmatig vergaderden de moderamina daarvan samen voor overleg. Steeds meer ontstond het besef dat beide deputaatschappen bijeen horen. Het hulpverleningsdeputaatschap richtte zich niet alleen op het buitenland en gebieden ver weg. Ook Oost-Europa en Nederland kwamen in beeld. De scheiding tussen de deputaatschappen bleek nogal kunstmatig. Zoals woord en daad in de bijbel bij elkaar horen, zo ook in het diaconaat. Allereerst is de eenwording van de deputaatschappen dan ook een principiële zaak.

Ook praktisch was het wenselijk samen te gaan. Door de opzet van beide deputaatschappen apart en het overleg samen was er een veelheid aan vergaderingen, met nogal wat zaken ter behandeling. Daarbij was voelbaar dat diaconaal ingestelde mensen vaak liever met de uitvoer van het werk bezig zijn, dan met allerlei besluitvormingsprocessen. Bij een fusie zou een nieuwe structuur gewenst zijn, waarin er een bestuurlijk orgaan zou zijn met daaronder een aantal werkgroepen voor het uitvoerende werk. In het nieuwe deputaatschap is deze nieuwe structuur doorgevoerd. Er zijn nu minder vergaderingen per persoon en de werkgroepleden behoeven zich niet meer druk te maken om allerlei beleidszaken.

HOE WERKT HET IN DE PRAKTIJK?

Hoe gaat het nu in de praktijk, na ongeveer een jaar? Functioneert alles zoals het is bedacht? De nieuwe situatie blijkt een enorme verbetering. De logge structuur van besluitvorming is verdwenen, omdat de verantwoordelijkheden duidelijk zijn en de lijnen tot besluitvorming kort. Het deputaatschap bewaakt de algemene lijn. De werkgroepen kunnen zelf aan het werk binnen het aangereikte kader. Het deputaatschap houdt zich nadrukkelijk bezig met bezinning op het terrein van het diaconaat. Zo zijn we ons aan het bezinnen op de vraag wat de kerken van ons in de toekomst mogen verwachten, op het gebied van het leren verstaan en uitvoeren van haar diaconale roeping. Daarom is er nu een werkgroep publiciteit die als opdracht heeft te zorgen dat via allerlei middelen informatie en instructie naar de kerken en kerkleden komt.

Ook via toerusting in het land door de diaconaal toeruster dhr. A. Heystek, en de diaconaal secretaris ds. G. Drayer, willen we via de CDC diakenen en diaconaal werkenden toerusten in het vervullen van de opdracht van Christus om te zien naar de naaste in nood. Daarbij zijn we ons ervan bewust dat we een kleine kerk zijn met beperkte middelen. Maar evenzeer zijn we ons bewust van de mogelijkheden die nieuwe media als internet bieden op dit terrein: een goede website, via de CGK-website. Het moet zo worden dat iedere ambtsdrager bij een vraag over het diaconaat automatisch de website bezoekt en daar in veel gevallen ook het antwoord vindt op zijn vraag. Het persoonlijk contact is in het land van de toeruster echter onmisbaar. Daarom gaan we dit jaar voor het eerst op vier plaatsen in het land de ontmoeting aan met de CDC’s. (voorheen twee).

Een gevaar van de nieuwe structuur is dat de werkgroepleden het contact missen met het deputaatschap. Voorlopig, zo is gebleken, vinden zij het voldoende dat de deputaat in de werkgroep verslag uitbrengt. Een ander gevaar is dat men als werkgroep het contact mist met de andere werkgroepen (je komt ‘op een eiland’). Daarom willen we jaarlijks een bijeenkomst beleggen met alle werkgroepleden en deputaten. Daarmee zijn we begin 2005 begonnen ter kennismaking en als start op het werk. We willen zo ieder jaar elkaar ontmoeten en een bezinningspunt aan de orde stellen dat waarde heeft voor alle werkgroepen. Op zo’n bijeenkomst ervaar je ook dat je samen bezig bent met het ene doel: de gemeenten en ambtsdragers helpen hun diaconale werk te doen.

Nu we één deputaatschap zijn, willen we ons bezinnen op de vraag wat nu van ons diaconaal deputaatschap gevraagd mag worden en hoe het diaconaal bureau daar goed op kan inspelen. Zo kan de vraag bovenkomen of wij wel aan concrete hulpverlening moeten doen: zoveel organisaties doen dat al… Diaconaat is een opdracht van de kerken. De Here roept ons in zijn Woord immers op om bewogen te zijn met de medemens in nood. Diaconaat hoort dan ook bij de kerk. Daarom is onze slogan: Kerken helpen kerken hun diaconale roeping te verstaan. Dat betekent dat we voor de hulp die we bieden niet alleen contact hebben met en werken via en namens onze kerken hier, maar ook via de kerken in het buitenland waar we als kerken contact mee hebben. Soms ziet men daar immers wel nood, maar zijn er geen middelen om iets daaraan te doen. Denk als voorbeeld maar aan de wereldwijde ramp die zich voltrekt als gevolg van aids. De kerken in Afrika zijn zich bewust van hun roeping, maar missen dikwijls de financiële mogelijkheden om het uit te voeren. Wij kunnen hen dan daarbij helpen. Door zo te werken zijn de kosten die gemaakt worden (‘de strijkstok’) ook beheersbaar.

Bezinning heeft ook plaats op de diaconale roeping in het binnenland. Er komen actuele vragen naar ons toe; te denken valt aan de WMO, maar ook aan het diaconale werk onder asielzoekers en bewustwording van de diaconale taak van kerken in stedelijke gebieden. Steeds meer is er immers de noodzaak als kerk present te zijn in een omgeving waar men nauwelijks meer leeft bij het Woord van God. Hier merken we ook hoe het diaconaat raakt aan het terrein van zending en evangelisatie. We zijn daarom blij dat we een diaconaal secretaris hebben die ook werkt voor de zending.

Bezinning blijft ook voortdurend nodig op de plaats en de taak van de diaken. Veranderende tijden vragen vaak ook een andere aanpak van de diakenen; denk opnieuw aan de WMO. Met steeds wisselende diakenen blijft het zaak de betekenis van het diaconaat en de diaken steeds onder de aandacht te brengen. Immers, zij zijn het die de gemeente dienen te instrueren en te motiveren om diaconale gemeente van Christus te zijn.

Een belangrijke vraag is hoe de toerusting het beste kan plaatsvinden. CDC- avonden worden nogal slecht bezocht, net als andere kerkelijke bijeenkomsten. Daarom denken we na over vragen als: komen we wel met de informatie waar men behoeft aan heeft en verder mee kan? Zo blijken de cursusavonden waarin nieuw aangetreden diakenen worden toegerust, in een behoefte te voorzien.

Bij toerusting en informatieverstrekking is ook de vormgeving niet onbelangrijk. Zo hadden we in 2004 een toerustingsdag voor diakenen in “de Herberg” in Oosterbeek. Naast inhoudelijke bezinning kon men tegelijk kennismaken met de functie van deze instelling. Er was grote belangstelling. Ook de conferentie rond het vertrek van diaconaal toeruster H. H. van Well werd druk bezocht. De actuele vraag of een terugtredende overheid een uitdaging voor de kerk is, kwam daar aan de orde. Diverse sprekers, waaronder minister de Geus, leverden een bijdrage.

WAT MAG U VAN ONS VERWACHTEN?

De laatste vraag die ik u wilde beantwoorden is de vraag wat u van ons mag verwachten. Wel:

1. een website die steeds meer wordt uitgebouwd en veel waardevolle informatie bevat over het diaconaat en over de hulpverleningsprojecten;

2. regelmatige verschijning van het blad voor diakenen: Diacoon;

3. diaconale artikelen in het blad Doorgeven;

4. regelmatige toezending per email van de diaconale nieuwsbrief (als u zich tenminste hiervoor hebt aangemeld);

5. Een diaconaal bureau waar u terecht kunt met uw vragen; medewerkers die daar antwoord op geven of u de weg voor dat antwoord wijzen;

6. diaconale toerusting voor de diakenen en diaconaal betrokken gemeenteleden;

7. snelle actie als er reden is om een collecte voor noodhulp te houden.

WAAR KIJKEN WE NAAR UIT?

Het deputaatschap diaconaat is er ten dienste van de kerken. Daarom nodigen we uit om met uw vragen op diaconaal vlak in contact te treden met ons bureau en deputaatschap. Dat geeft ons inzicht in de behoeften en daarop kunnen we dan met bezinning en toerusting inspelen. Via de website en ons kerkelijk jaarboek vindt u de adresgegevens. Nodigt u gerust eens de diaconale toeruster uit om in uw diaconie, kerkenraad of gemeente een diaconale avond te verzorgen.

TENSLOTTE

Ambtelijk Contact wordt niet alleen door diakenen gelezen. We vinden het van belang dat ook predikanten en ouderlingen zich bezighouden met het diaconaat. Het is geen uitzondering dat de diaconie weinig betrokkenheid ervaart van ouderlingen of predikant(en). Dat moet, kan en gaat gelukkig ook wel anders. Een ouderling die was meegekomen naar de toerustingdag in Oosterbeek, zei: ‘Nu begrijp ik pas goed wat een moeilijke, belangrijke en verantwoordelijke taak de diakenen hebben’.

Ds. Middelkoop (1965) is predikant van de gemeente van Rijnsburg (binnenkort van Urk-Icht- hus); hij is voorzitter van het deputaatschap diaconaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.