+ Meer informatie

OPGRAVINGEN

6 minuten leestijd

Schriftvondsten in Israël. 2.

In dit tweede artikel over schriftvondsten in Israël willen we enkele gevonden inscripties bespreken.

In het vorige artikel hebben we geconstateerd, dat er weinig schriftvondsten in Palestina gedaan zijn. Maar dat weinige, dat gevonden is, is nog te* veel om allemaal in „Daniël" te behandelen. Daarvoor is de armoede van dit land zelfs nog te rijk. Bovendien zijn verschillende inschriften in de vorige artikelen reeds terloops ter sprake gekomen en we willen liever niet in herhaling treden. We zullen thans enige schriftvondsten behandelen, die in rechtstreeks verband staan met de Heilige Schrift en de rest buiten beschouwing laten.

1. De steen van Mesa.

In de Bijbel lezen we in 2 Koningen 3, dat Mesa koning was van de Moabieten, die na de dood van Achab weigerde, de opgelegde schatting, bestaande uit lammeren, rammen en wol, te betalen. Nu is het interessante, dat de geschiedenis, zoals die op de steen staat, prachtig aansluit bij het Bijbelverhaal en dit hier en daar aanvult, zodat helder wordt, wat tot nog toe duister was. Weer een mooi voorbeeld, om het nut van opgravingen aan te tonen.

In 1868 werd de Mesa-steen ontdekt door de zendeling Klein in Dibon. Deze ontdekking wekte echter in hoge mate de argwaan op van de Arabieren, die dachten, dat er goud in verborgen was, omdat de Europeanen er zo'n grote belangstelling voor hadden. Zij besloten daarom, zich de schat tijdig toe te eigenen en verhitten de steen met vuur, waarna zij koud water neerplonsten op het gloeiende basalt, dat uit elkaar sprong. Goud kwam er echter niet te voorschijn en men slaagde er in de brokstukken te redden uit de handen der ontgoochelde Arabieren. Zorgvuldig aan elkaar geplakt vormen de stukken nu weer ongeveer de hele steen, die in het Louvre te Parijs te zien is.

Boven werd reeds opgemerkt, dat Mesa na de dood van Achab tegen Israël opstond en zelfs Juda binnenviel. Uit de Bijbel is niet af te leiden of Moab later weer onderworpen werd, hoewel dit verondersteld wordt door het feit, dat Hazaël, de koning van Damascus, later het gebied boven de Arnon afnam van Jehu.

De voorgeschiedenis van deze verwikkelingen, waarover de Bijbel niets vermeldt, wordt door de Mesa-steen aangevuld op een wijze, die ons de stichter der stad Samaria, Omri, doet kennen als een machtig strijder. Mesa verhaalt ons op de steen, dat het Omri geweest is, die zyn land had onderworpen aan Israël en schatplichtig had gemaakt.

Op de steen staat o.m. het volgende: , .Ik ben Mesa, de zoon van Kamos, koning van Moab, uit Dibon. Mijn vader was koning over Moab dertig jaren en ik werd koning na mijn vader Omri was koning over Israël en had Moab vernederd vele dagen, want Kamos was vergramd op zijn land. Zijn zoon (Achab) volgde hem op en ook hij zeide: Ik wil Moab vernederen. In mijn dagen sprak hij aldus, maar ik kreeg de overhand over hem en zijn huis en Israël is voor altijd te gronde gegaan.

Omri had het land van Madeba overweldigd en (Israël), woonde daarin tijdens zijn regering en de helft van de regering van zijn zonen, veertig jaren, maar onder mijn regering woonde Kamos daarin."

Verder gaat Mesa voort met de opsomming van de hervormingen, die hij tot stand bracht, de steden, die hij versterkte, de wegen, die hij aanlegde en van alles wat hij deed voor de bloei van het heroverde land.

Zoals men ziet, geven Bijbel en Mesa-steen samen een volledig en harmonisch beeld van de geschiedenis. Slechts hierin heeft Mesa zich schromelijk vergist, dat hij na Achabs verscheiden Israël „voor altijd te gronde" verklaarde. Zijn nakomelingen zouden ondervinden, dat hij te vroeg victorie had gekraaid.

2. De Siloam-inscriptie.

We hebben hier te doen met een treffende illustratie van het Bijbelverhaal.

„Het overige nu der geschiedenissen van Hiskia, en al zijn macht, en hoe hy de vijver en de watergang gemaakt heeft, en water in de stad gebracht heeft, zijn die niet geschreven in het boek der Kronieken, der Koningen van Juda? " (2 Kon. 20 : 20)

We moeten speciaal letten op het vetgedrukte gedeelte uit deze tekst. We zouden kunnen zeggen: Hiskia heeft een waterleiding aangelegd. Buiten het oude Jeruzalem lag n.1. de Gihon-bron, die de stad van water voorzag. In oorlogstijd was deze watervoorziening echter zeer kwetsbaar en Hiskia heeft nu het water van deze bron door een speciaal daarvoor uitgehouwen rotstunnel binnen de stad gebracht.

In 1880 ontdekten enkele badende knapen in de tunnel, die de z.g. Mariabron verbindt met de huidige vijver van Siloam, in de rotswand het inschrift.

Voor de mannen van Hiskia is het uithakken van deze tunnel zeven eeuwen voor Chr. een moeilijk karwei geweest, wat blijkt uit de grillige loop van het kanaal en uit het inschrift, dat de voltooiing bekroonde. Aan beide zijden werd begonnen en men trachtte al hakkende in de harde rots elkaar te naderen, zonder wiskundige zekerheid. Tastend en luisterend ging men vooruit, totdat het doffe geluid der houwelen eindelijk van de ene zijde tot de andere doordrong en het slagen der onderneming verzekerd was. Dit ogenblik der voltooiing beschrijft de tekst, die toen in de rotswand werd uitgehouwen om de gebeurtenis te „vereeuwigen."

De vertaling luidt aldus:

„(Voltooid is) de doorboring. En dit was de geschiedenis der doorboring: Toen de werklieden nog het houweel ophieven, de een in de richting van de ander, en toen nog drie ellen moesten w r orden doorboord, hoorde men, hoe de een de ander toeriep, dat een opening in de rots was ontstaan En op de dag der doorboring sloegen de tunnelgravers de een naar de ander, houweel tegen houweel. Toen stroomde het water uit de bron in de vijver, 1200 ellen ver en 100 ellen was de hoogte van de rots boven het hoofd der tunnelgravers."

In meters uitgedrukt is deze tunnel 525 m lang, y2 m hoog en 66 cm breed. Dan heeft men enig idee over de omvang van het werk met primitieve werktuigen.

Wanneer we nu Jeruzalem bezoeken vinden we de

Siloamvijver aan de uitgang van de tunnel. Deze vijver is 16 m lang en bijna 5 m breed. Er omheen staan muren van 5 m hoogte en de bodem is voor een deel bedekt met blauw marmeren platen. Oostelijk van deze thans bestaande vijver liggen onder meterdikke puinhopen de resten van de oude vijver, die in het boek Nehemia des Konings vijver genoemd wordt. , , En ik ging voort naar de Fonteinpoort en naar des Konings vijver; doch daar was geen plaats voor het dier, om onder mij voort te gaan." (Neh. 2 : 14) Het was deze vijver, die getuige is geweest van Jezus' wondermacht, toen de blindgeborene zich hier ging wassen en ziende terugkeerde: , En zeide tot hem: a heen, was u in het badwater Siloam, (hetwelk overgezet wordt: itgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende." (Joh. 9:7)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.