+ Meer informatie

Relatie professionele en ambtelijke hulpverlening

Goed bezocht Geref. (vrijgemaakt) congres

4 minuten leestijd

ZWOLLE — Zaterdag werd in Zwolle een congres over het thema „De relatie ambtelijk werk en professionele hulpverlening" gehouden. Het ging hier over de raakvlakken van de hulpverleners en de arbeid van de door Christus geroepen ambtsdragers. Voor dit gereformeerd (Vrijgemaakt) congres bestond grote belangstelling, vooral van de kant van de ambtsdragers.

Het congres werd georganiseerd door de Gereformeerde Studenten Vereniging te Groningen (GSVG) en „De Driehoek" (Stichting voor gereformeerde maatschappelijke dienstverlening en jeugdbescherming).

De studenten in Groningen hielden zich in de afgelopen jaren al bezig met de bestudering van het onderwerp. Ook het bestuur van De Driehoek hield zich bezig met de vragen die er leven rond het thema van dit congres. Vandaar dat men besloot om bij de discussies andere belangstellenden te betrekken. De leiding van het congres was in handen van mr. J. Schep, secretaris van de stichting De Driehoek. Drie inleiders gaven een inzet voor de discussie op deze dag met het forum.

Gevaar

De heer J. van de Dijk te Groningen sprak over „Diakonie en hulpverlening". Spreker stelde dat men zo'n dertig jaar geleden inzag dat er een extra gevaar dreigde voor kinderen in nood. Daaraan moest iets gedaan worden; toen werd dan ook de eerste professionele hulpverlener onder ons aangesteld.

Het bleek dat particulieren niet in staat waren om hulp te verlenen, ambtsdragers konden dat vaak ook niet. Het moest landelijk gebeuren, de diakenen zagen hier toen een taak om iets te organiseren.

De landelijke Centrale Diakonale Conferentie van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) heeft toen de Stichting Gereformeerde Kinderbescherming opgericht. Later werd dit de Stichting „De Driehoek".

Van de Dijk benadrukte dat de maatschappij waarin wij leven zich steeds meer van God afkeert en meer en meer revolutionair wordt. Dat gaat gepaard met een steeds indringender informatiestroom, die verwarrend werkt. Veel mensen raken daardoor ontregeld en hebben hulp nodig. „Gelukkig hebben we nu maatschappelijk werkers uit onze eigen kring die daaraan wat kunnen doen. Onze broeders en zusters worden dan op gereformeerde wijze geholpen."

Relatie

Sprekend over de relatie die hij zag tussen helpers en ambtsdragers merkte hij op, dat de professionele hulpverleners met deskundigheid trachten de oorzaken van nood op te sporen. Zij doen dit op verzoek.

Ouderlingen hebben opzicht over de gemeente, zij doen dit niet op verzoek maar in opdracht van Christus. Diakenen hebben te zorgen voor de goede voortgang van het dienstbetoon in de gemeente.

Als ieder zijn taak trouw vervult dan is het afbakenen van grenzen of van grensgebieden niet nodig. Als alle helpers doen wat ze moeten doen dan zal niemand last hebben van een medehelper.

Ds. P. van Gurp, predikant te Emmen, sprak over het ambt van ouderling en predikant en de hulpverlening. Hij stelde dat niet met een liniaal af te meten is waar de ambtsdrager of waar de maatschappelijk werker of waar ze allebei op moeten treden.

Als er persoonlijke zonden zijn, een zondige levenshouding, geen voldoende doorgang willen geven aan de verlossende macht van het Woord van God, dan ligt hier een taak voor de ambtsdragers. De zielszorg moet bediend worden door de ouderling. De maatschappelijk werker moet dan terugtreden.

Als er sprake is van een ziekte (somatisch of psychisch) dan heeft de ambtsdrager geen speciale opdracht tot genezing. Anders ligt het als die ziekte ontstaat na een zondige levenshouding. Dan zal er een behoorlijke samenwerking dienen te zijn tussen de ambtsdrager en de hulpverlener.

Zij zullen de cliënt beiden erop dienen te wijzen wat de schuld en oorzaak is van de nood waarin hij of zij verkeert. Er zal opgeroepen dienen te worden om die schuld voor God en de mensen weg te doen. Er zal onderwijs dienen te zijn in de nieuwe levensheiliging en de gemeenschap met God.

De heer IJ. van der Krieke, maatschappelijk werker in dienst van De Driehoek stond ten slotte stil bij: „Ambt en beroep: een driehoeksverhouding".

Hij stelde onder meer dat de hulpvrager niet iemand is die heimelijk wil volharden in zijn zonde. Dat is ook niet iemand die, al dan niet opzettelijk, ouderlingen passeert. Maar dat is iemand die zelf niet meer uit de problemen kan komen. Hij wil geholpen worden door een Gereformeerde hulpverlener. Het zou niet zo mogen zijn dat kerkeraden bevreesd zijn als gemeenteleden hulp bij De Driehoek vragen dat zij zich zullen onttrekken aan ambtelijke tucht en opzicht.

Als een diaken mensen met problemen tegenkomt in zijn ambtelijk werk, dan kan hij vragen om overleg met een maatschappelijk werker. Als dat contact er is zal de diaken zich zeker niet terug dienen te trekken. Een diaken kan en zal geen leden van zijn wijk aan een maatschappelijk werker overdragen. Hij zal op de hoogte willen blijven van de ontwikkelingen. Hij zal ook de zorg voor deze broeder of zuster blijven behouden.

Het forum waarin de drie inleiders zitting hadden stond onder leiding van de heer A. J. Knepper sr.. Verder namen deel de psychiater drs. P. A. Hei en prof. dr. C. Trimp.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.