+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

7 minuten leestijd

6.

Er is zoveel van buitenaf en van binnenuit dat ons zoekt af te trekken van de Heere. Wij hebben met ernst te letten op het rechte spoor der gehoorzaamheid, want dat is tot heil en zaligheid van onze onsterfelijke zielen.

In het huidige verkeer met al zijn gevaren worden wij, en terecht, van alle kanten opgeroepen tot voorzichtigheid. Uit liefde tot onze naaste hebben wij zoveel als in ons vermogen is te waken voor zijn veiligheid.

Maar de lichtzinnigheid en onvoorzichtigheid omtrent de geestelijke en eeuwige belangen van de mens overtreft die van het natuurlijke leven heel ver. Velen leven in het vertrouwen dat zij kinderen Gods zijn net zo rustig voort, alsof het niet mogelijk is zichzelf te bedriegen voor de eeuwigheid. De Schrift leert het ons toch dat de dwaze maagden vanaf de poorten des hemels verwezen zijn naar de buitenste duisternis.

Wie heeft zich niet te verfoeien vanwege zijn lichtzinnigheid en onvoorzichtigheid omtrent zijn geestelijke en eeuwige belangen.

Al sprekende over de vreugde van het hemelleven heeft de Pelgrim te weinig gedacht aan de ernst van de waarachtige bekering. Had hij er met meer ernst aan gedacht, dan zou hij de weg daarheen meer biddende betreden hebben.

Getrokken uit de poel staat hij wel op de stenen van Gods beloften, maar dan is het nog de vraag of men daar waar men staat, wel gelovig staat, dus biddende staat.

De Pelgrim wordt nog gekweld door de modder van het ongeloof, die hem aankleeft. Hij is de schrik van het vallen in de poel bij lange na nog niet te boven. Het was voor hem een geweldige terugslag, tot grote schade van zijn innerlijk leven. Bittere teleurstellingen is men gewoonlijk zo maar niet ineens te boven. Op die bange worsteling door de poel Moedeloosheid, had hij in ’t geheel niet gerekend. En bij dat alles is hij ook nog in zijn reisgenoten teleurgesteld. Wat was het zijn verlangen dat zij met hem de reis zouden maken door met hem de dienst des Heeren te kiezen. Dan hadden zij gedurig van hart tot hart kunnen spreken van de wegen des Heeren tot verbinding aan Hem en aan elkaar. Maar helaas, van dat alles is niets terecht gekomen. De Pelgrim staat met al zijn zorg en kommer weer alleen op de vlakte. Bij de zware last op zijn schouders zucht hij nu ook nog onder de druk van een bittere teleurstelling. En daar hij dat alles niet weet te verwerken in de Heere, vervult het hem met allerlei redeneringen, tot grote schade van zijn innerlijk leven.

Het boek dat hem zo bijzonder tot zegen is geweest, daar hij bij het lezen er gedurig door gedreven werd tot de troon der genade, heeft hij nog in zijn hand. Dat is in de poel gelukig nog behouden gebleven. Hij weet wat het is door het Goddelijk spreken vanuit Zijn ontfermende liefde bemoedigd en versterkt te worden.

Maar al heeft hij het Woord in zijn hand, dan is hij vanuit het Woord nog niet vruchtbaar werkzaam met zijn hart aan de troon des Heeren. U merkt hier niet dat de Pelgrim er in leest. In deze moeilijke en donkere situatie van zijn innerlijk leven had hij zeker met ernst naar onderwijzing moeten zoeken in het Boek des Heeren. Door niet te lezen in zijn Boek blijft hij verward in zijn denken en verlamd in zijn bidden. En toch had hij in de stilte der eenzaamheid voor dat alles de schoonste gelegenheid, die hij in zijn eerste tijd produktief wist te maken.

Het ziet er met de Pelgrim maar bedenkelijk uit. Hij heeft betere tijden gekend en daarvan weet de vijand gebruik te maken. Wie zou die man, die nu vanuit de verte op de Pelgrim aan komt lopen, toch wel zijn? Het is nog niet duidelijk, maar een echt geestelijk bezoek tot onderwijzing heeft hij hard nodig. Wat kunnen wij soms in ons innerlijk leven teruggeslagen en neergeslagen zijn.

Bij het kruispunt van de wegen werd het een ontmoeten van elkander en als vanzelf een spreken met elkaar. Vriendelijk en welwillend trad de onbekende heer de Pelgrim tegemoet. Belangstellend vroeg hij naar het doel van , zijn reis en naar de last op zijn schouders. Dat deed hem weldadig aan.

Uit het openhartig spreken tot deze vreemdeling over zijn vrouw en kinderen is op te maken dat de Pelgrim al enig vertrouwen in hem begon te stellen.

Werkelijk, eer de arme man er erg in had, had mijnheer Wereldwijs zijn hart al ingenomen met wat lievigheid. Daarvan was bij Evangelist en Helper geen sprake. Zij zochten niet de gunst, maar het wezenlijk en geestelijk belang van de Pelgrim.

Voor Wereldwijs was de Pelgrim geen onbekende, zij waren in dezelfde stad geboren. Maar toen hij godsdienstig werd, vestigde hij zich in een naburige plaats. Daarom werd het dan ook door hem veroordeeld dat de Pelgrim hier gast en vreemdeling was geworden. De man nam het veel te zwaar op. Dat zuchten en tobben om door een Ander gezaligd te worden was heel niet nodig. Naar zijn overtuiging is de mens best in staat het met zichzelf en door zichzelf in orde te brengen.

Wereldwijs begint te spreken van een weg die beter en korter is tot bevrijding van het oordeel en tot verkrijging van het eeuwige leven. Daarmee werd de weg naar de enge poort veroordeeld. Hij had zich alleen maar te vestigen in het dorp Zedelijkheid en alles kwam wel in orde.

Wat een radicale verandering. Maar een weg die beter en korter is hebt u toch te kiezen in uw eigen belang. Dan is het toch verkeerd een ziel nodeloos te kwellen en eindeloos te bezwaren?

Ja, wat door Wereldwijs gezegd wordt, is zeer aantrekkelijk, daar heeft vlees noch bloed iets op tegen. Dat is een evangelie naar de mens.

Maar hier spreekt de profeet der valsheid, het is de leer van satan. Dat zou door de Pelgrim niet overgenomen zijn, zo het door hem getoetst was aan de proefsteen van Gods Woord. Satan heeft de weg, die naar zijn oordeel beter en korter is, uitgedacht en gebaand. De vorst der duisternis wilde zelf god zijn, want dat was naar zijn gedachte beter dan het dienen van God. Daarom was het niet bewaren van het beginsel der gehoorzaamheid voor hem de kortste weg naar het door hem begeerde doel. Maar zie, satan heeft zichzelf met het uitdenken van deze weg bedrogen, het was voor hem de kortste weg naar de eeuwige rampzaligheid. En toch sprak hij tot ons inhet paradijs van de weg door hem uitgedacht.

Zeker, als de mens God bleef gehoorzamen dan zou hij uiteindelijk deelgenoot worden van de eeuwige heerlijkheid. Maar dan was God toch nog zijn Meerdere en hij de mindere. En hoelang zou de beproeving in deze gehoorzaamheid wel kunnen duren?

Als God worden, zelf uitmaken wat goed en wat kwaad is, is toch veel beter. En deze weg is ook veel korter, want u hebt slechts één vrucht van deze boom te eten en het voorgestelde doel is bereikt. En zie, wij hebben gegeten, wij hebben ons los gescheurd van de God des levens en wij liggen onder het oordeel des doods en der verdoemenis.

In dienst van de vorst der duisternis komt de heer Wereldwijs nu met zijn evangelie tot de Pelgrim. Het is een weg die beter is dan de weg der waarachtige bekering. Het is toch geen kleinigheid, met Christus gekruist, gedood en begraven te worden, en dat tot het einde toe. Het is een weg die korter is, want in het dorp Zedelijkheid is men in de loop van enkele dagen van al zijn kwalen genezen. Dat is het dorp van het juichend christendom. Maar ach, daar is het voor de derde maal de kortste weg naar de hel. En in die helse leerschool is de Pelgrim nu opgenomen. Wie had dat kunnen denken? Daarom hebben wij de Heere met ernst te smeken om Zijn bewaring voor die dwaasheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.