+ Meer informatie

Baltische staten willen associatie met EG

Brussel zegt economische steun toe

3 minuten leestijd

BRUSSEL — „De Tweede Wereldoorlog is vandaag werkelijk afgelopen", aldus een stralende Lennart Meri, Estlands minister van buitenlandse zaken, gistermiddag na een twee uur durend gesprek met z'n EG-collega's. Zijn opmerking was een reactie op de mededeling uit Moskou, dat het overgangsregime onder leiding van president Michail Gorbatsjov de onafhankelijkheid van de drie Baltische staten diezelfde morgen had erkend.

Enkele uren later pleitten minister Lennart Meri en zijn collega's uit Letland en Litouwen voor een "geassocieerd lidmaatschap" van de EG tijdens besprekingen met hun EGcollega's. Een dergelijk lidmaatschap kent de EG niet. Er bestaan wel "associatieverdragen", waarover bij voorbeeld momenteel wordt onderhandeld met Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije.

Letlands minister Janis Jurkans zei, dat de drie Baltische staten de „enorme kloof tussen onze staten en de Europese Gemeenschap" niet kunnen overbruggen zonder financiële hulp van het Westen. EG-commissie-voorzitter Jacques Delors was voorzichtig in zijn reactie. „Wij zijn ons ervan bewust dat wij onze Baltische vrienden een duidelijk politiek signaal moeten geven, maar waar het de economie betreft moeten wij de realiteiten niet uit het oog verliezen", aldus Delors.

Verwijt

Als voorzitter van de EG-ministerraad wees minister Van den Broek het verwijt van de hand dat de EG veel te schoorvoetend onderhandelt met de nieuwe Middeneuropese democratieën over een grotere toegankelijkheid op de Westeuropese markt voor produkten uit Midden-Europa.

Maar behoedzaam als de EG-bewindslieden zijn, willen zij voor wat betreft steun aan de Baltische staten eerst de bevindingen afwachten van EG-commissaris Andriessen, die verantwoordelijk is voor het buitenlandse beleid van de Gemeenschap. Andriessen vliegt morgen naar Tallinn voor besprekingen met vertegenwoordigers van de drie Baltische republieken.

Zijn reis is bedoeld om een inventarisatie op te maken van de economische noden van de drie landen. Z'n rapportage aan de EG-commissie en aan de lidstaten zal zeer bepalend zijn voor de omvang, de aard en het tempo van de hulp die de Gemeenschap aan de drie nieuwe democratieën zal leveren.

Economische afspraken
De bereidheid tot het maken van economische afspraken met de Baltische landen, was overigens zeer algemeen. Westerse twijfels aan de economische levensvatbaarheid van de drie kleine landen werden door de Baltische bewindslieden weggewuifd. „Wij zijn niet zo zwak als veel Europeanen wel denken. Vergelijk dat ook maar eens met de levensvatbaarheid van andere kleine Europese staten", aldus minister Lennart Meri.

Er bestaat algemene bereidheid bij EG-commissie en EG-lidstaten om de Baltische landen eventueel te betrekken bij het zogeheten Phare-hulpprogramma, dat wordt gefinancierd door de 24 OESO-landen (G24). Dit hulpprogramma wordt gecoördineerd door de Europese Gemeenschap. Er is ook al een lidmaatschap gesuggereerd van de onlangs opgerichte Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (BERD). Maar hiervan kunnen de drie Baltische staten niet zomaar lid worden. Daarvoor zou een verandering nodig zijn van de statuten van de bank, waarin de vijftien republieken van de (vroegere) Sowjet-Unie namelijk worden beschouwd als één gesloten gebied.

Hulpprojecten voor de Baltische staten zouden dientengevolge vallen onder Sowjet-hulpprojecten. Er is nog geen formeel voorstel voor zo'n wijziging gedaan, waardoor de Baltische staten ook van dit nieuwe hulpmiddel voor de nieuwe Midden- en Oosteuropese democratieën zouden kunnen profiteren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.