+ Meer informatie

KERKREGERING XVII

5 minuten leestijd

Kan deze legende over belijdenis-afleggen en Avondmaal-vieren de wereld niet uit? 1

Van een paar zusters uit één van onze kerken kreeg ik een eigenaardig verzoek. Zij hadden horen vertellen dat de generale synode van onze kerken, gehouden in 1965—1966, een standpunt ten aanzien van belijdenis-doen en Avondmaal-vieren had ingenomen, dat eigenlijk helemaal afweek van wat als de oude en vertrouwde leer der vaderen moest worden beschouwd. De generale synode zou namelijk, zo was aan deze zusters verteld, op voorstel van de commissie, die een nieuwe uitgave van onze Kerkorde moest voorbereiden, hebben uitgesproken dat bij het afleggen van belijdenis des geloofs door de kerkeraden een levend geloof moet worden geët en dat het belijdenis-afleggen niet is een belijdenis-doen van de waarheid zonder meer maar wel ter dege belijdenis van het geloof en dat dus ook deelgenomen moet worden aan het Heilig Avondmaal. De zusters vragen nu enige opheldering.

Gaarne wil ik op dit verzoek even ingaan, al moet ik onmiddellijk zeggen dat het niet in mijn bedoeling ligt om het vraagstuk van het verband tussen belijdenis-afleggen en Avondmaal-vieren uitvoerig te behandelen. Daarvoor is deze rubriek niet geschikt. Ik mag dan wel volstaan met de geschiedenis te laten spreken, om zo te trachten allerlei legende-vorming en eventuele verdachtmakingen, die daaraan verbonden kunnen zijn, tegen te gaan en zo mogelijk de wereld uit te helpen.

We hebben inderdaad met een legende te doen zoals de geschiedenis kan aantonen.

Ter zake dan.

Wat zeiden onze raderen?

Zij hebben het afleggen van belijdenis des geloofs altijd in onlosmakelijk verband met de viering van het Avondmaal gezien en wel zo, dat men door het belijdenis-doen toegang vroeg tot de Dis des Heren. Door het afleggen van belijdenis des geloofs nam men de verplichting op zich om Avondmaal te vieren. Toch waren er die niet aan het Avondmaal deelnamen. En tegen hen trad de kerk op. Niet met hardheid, maar met onderwijzing.

Wilt u bewijzen? Ik laat hier een paar uitspraken volgen.

De synode van Dordrecht,. 1574, de eerste van meer dan provinciale betekenis op Noord-Nederlandse bodem gehouden, sprak uit:

Het is der Dienaren ende Consistorien (= kerkeraden) amt vlijtich acht te nemen wie de lidtmaten der Ghemeijnte sijn, of voormaels gheweest hebben. Item of se telcken Nachtmale communiceeren (= aan het Avondmaal deelnemen), soo niet hun int bisonder aen te spreecken of door andere bequamen laten aenspreecken, of daer achterdenken is in leer of leven, Soot niet helpt voor de Consistorie (= kerkeraad) ontbieden ende vermanen, de verachters waer-schouwen ende dreijghen met Godts gherichte, ende soo dit alles niet en helpt, met de Classis beraetslaghen. Doch datmen niet lichtveerdelicken tot der Excommunicatie (= afsnijding) en come, zie Acta art. 73.

De classis Keulen had zich op 7 juli 1572 al met deze zaak bezig gehouden en uitgesproken: Op die andere vraege der selviger (vraag van de kerkeraad van Aken, H.) broederen, hoemen sich sal houden met eenen broeder, die inde predicatie komt ende sich in allen ding der kerckenordening onderwerpt, wtge-nomen dat wanneer men het Nachtmael des Heeren houdt hy sulcx niet mede gebruycken en wilt, als deghenen die hem selven onweerdich kendt ende wt nauwicheyt des gewissens (= geweten) sich daertoe niet begheven en dervt (= niet begeven durft), is besloten datmen mit sulcken eenvoudigen ende swacken christen gedult sal hebben, maer datmen hem daerentusschen seer vlietichlijk wt Gods Woordt vermanen ende beter onderricht geven sal, Acta art. 14.

De classis van de Nederlandse vluchtelingengemeenten in Engeland (men sprak niet van dassen maar van colloquia) kreeg op 12 juli 1609 de vraag te beantwoorden:

Wat men doen sal met degene die uterlick een vroom leven leyden ende nochtans ten Avontmale niet en willen gaen. De classis antwoordt: So se sulcx nalaten ut swacheyt, men sal se met sachtmoedigheyt onderrichten; zoo ’t geschiet ut cleenachtige ofte verachtinghe des H. Sacraments, zo sal men beyde, opentlic in de Ghemeynte, den text sulcx medebrenghende, als in de heymelicke tsamen-redinghe met zodanige persoonen, met bequame redenen verthoonen de nood-wendigheyd van die christelicke oeffeninghe. Zoo ’t al te vergeefs is, zo magh men ’t eyndelick… den engelschen predicant van de parochie aendienen, op dat wij aen die zonden geen schuit en hebben.

Zo zou ik nog vele voorbeelden kunnen noemen uit de acta der oude dassen en synoden. Ook voorbeelden hoe men hen vermaande die om anderen van het

Avondmaal afbleven. De synoden keurden dit ten strengste af, evenals mannen als Willem Teellinck. Koelman. Voetius e.a.

Er zou nog veel meer uit de oude tijd aan te halen zijn, maar we laten het hierbij. Het vorenstaande moge genoeg zijn om aan te tonen, dat de kerken der reformatie in ons land het verband tussen belijdenis-doen en Avondmaal-vieren wilden handhaven en dat zij hen die om een of andere oorzaak toch geen Avondmaal vierden door geduldige onderwijzing tot de Dis des Heren probeerden te leiden. Het niet-Avondmaalvieren was voor het besef van onze vaderen / iets abnormaals. Om misverstand te voorkomen wil ik tevens opmerken dat men wel terdege ook volle nadruk wist te leggen op de heiligheid van de Dis des Verbonds, zoals, om niet meer te noemen, ons Avondmaalsformulier ons leren kan.

In een volgend artikel willen we zien dat de kerken der Afscheiding in deze lijn der vaderen gebleven zijn.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.