+ Meer informatie

Rumoer om ons Psalmboek

3 minuten leestijd

(Maassluis, vervolg.)

Ondertussen was de bediening van het H. Avondmaal op handen en daarom beloofden twee voorstanders van de oude zangwijze Robbert van Nijn en Leendert Verschoor dat het tot zo lang rustig zou blijven, 't Zou evenwel niet zo mogen zijn, want men stelde een smeekschrift op om de oude zangwijze te behouden. Dit smeekschrift hield men aan een ieder voor die de Waag passeerde. Men kwam tot 41 handtekeningen. Afschriften van dit smeekschrift werden verzonden aan

1 Anna Arnoldina van Boetzelaar, als Vrouwe van Maasland en Maaslandsluis.

2 Aan de stadsregering.

3 Aan de Kerkeraad.

't Zou wel weer niets baten. Wat willen deze amechtige Joden?

Toen 's Woensdags daarop de repetitie van de nieuwe zangwijze begon, liepen enige jonge vissers pas uit zee gekomen, naar de Nieuwstraat, gevolgd door een hele schare om het huis ondersteboven te halen en Ouboter in het water te smijten. Maar de schilder Kornelis Langerak, die daar in de buurt woonde, wist hën echter door zijn rustige houding en een bedaarde toespraak van hun voornemen af te brengen.

Twee dagen later hield Ds v. Sprang zijn voorberei-dingspreek voor het Avondmaal. Onder de voorzang stoven wat vissers, jongens en vrouwen, de laatsten aangevoerd door Kaat Persoons, de kerk in. Men schreeuwt de schampere verwijten tegen de predikant en men dreigde, dat men indien er tegen a.s. Zondag geen verandering kwam, het orgel omver zou halen en er de pijpen uit zou breken. Ds van Sprang vroeg om een glas water. Zonder succes bleven de dreigementen echter niet, want voortaan zong men de oude zangwijze weer tot Juli 1776.

In deze rustige maanden deed men pogingen tot verzoening. De metselaar Arie Luyendijk, de horlogemaker Pieter van der Stolk en Maarten van Bommel met één zijner knechts verschenen voor de kerkeraad met het verzoek, om de korte zingtrant weer in te voeren. Bij een weigerend antwoord namen zij geen verantwoording voor de gevolgen, want dan konden hun aanhangers wel eens doen wat tot nog toe de andere partij gedaan had. De kerkeraad zou het voorstel in overweging nemen. Deze zond Ds v. Sprang, ouderling Alexander van Iperen en diaken Dirk de Leeuw naar de schout om die er kennis van te geven. Deze deed er op zijn beurt verslag van aan de raad met het gevolg, dat burgemeester Cornelis Swanenburg en een raadslid gemachtigd werden, hierover met de afgevaardigden uit de kerkeraad in onderhandeling te treden.

Op het gerucht hiervan vervoegden zich Robbert van Nijn en Leendert Verschoor met wat volk bij de kerkeraad om de oude zangwijze te vorderen zoals beloofd was.

Luyendijk en v. d. Stolk voor de nieuwe en van Nijn en Verschoor voor de oude zangwijze werden nu op het gemeentehuis uitgenodigd om een middenweg te zoeken om vrede en eensgezindheid te bevorderen. Luyendijk en v. d. Stolk wilden wel schikken, maar Nijn en Verschoor bleven door alles heen vasthouden aan de oude zingtrant, alleen toestemmende, dat men achter iedere regel wat rusten zou. Van de zijde van het gemeentebestuur werd hun tenslotte aangezegd, dat vier weken lang een middelmatige zangtoon gezongen zou worden, niet te kort afgebroken en niet te lang uitgerekt. In dien tijd had men van weerskanten gelegenheid zijn bezwaren in te dienen. Van Nijn liep morrende van het raadhuis, voor de saamgestroomde menigte uitroepende: „We zijn de oude toon kwijt, " waarop de menigte onder aanvoering' van Cornelis Arentz van der Hoeve, een stoeldraaier, de trappen opstoof om nogmaals de oude zangwijze te eisen. Het besluit werd echter iniet meer veranderd en de proefzang begon, hoezeer sommigen ook met overschreeuwen en bedreigingen alles in de war trachten te brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.