+ Meer informatie

„Danieldag"

6 minuten leestijd

RONDKIJK

Sedert het verschijnen van ons vorige nummer zijn de medewerkers van ons blad „Daniël" in Gouda bijeen geweest. Deze „Daniëldag" wordt telkenjare in de vakantiemaand augustus gehouden, wat voor de medewerkenden het beste uitkomt, omdat zij dan niet behoeven te verletten.

Op een enkele uitzondering na waren, ze allen present en het was aangenaam elkander weer te ontmoeten en met elkaar van gedachte te wisselen. Zo'n dag staat geheel in het teken om het beste te zoeken voor onze jongelingsschap; de samenspreking is er dan op gericht om door middel van ons blad goede voorlichting en leiding te kunnen geven, gegrond op Gods dierbaar Woord en Wet. Allerlei problemen worden dan doorgesproken en de terreinen waarop de scribenten zich zullen bewegen, afgebakend.

Er zijn op zo'n dag momenten van diepe ernst, wanneer het gaat over de voortschrijdende afval en de geest dezer eeuw, die zijn vat óók heeft op de jeugd en de jongelingsschap uit onze gemeenten. Dat kan niet worden ontkend en dat wordt ook niet verbloemd of verdoezeld. Onder de medewerkers moge maar veel getrouwheid gevonden worden om af te manen van de zonde en de ij delheid des levens en anderzijds aan te sporen om de inzettingen des Heeren te betrachter*. Want in het houden van Gods geboden ligt grote loon. Ons blad „Daniël" is het voertuig om met onze jonge mensen in contact te komen; het moge worden gewaardeerd dat de schrijvers zich zoveel opoffering getroosten om, zij het met veel gebrek, telkenmale leerzame artikelen te geven. Laten wij het groot achten dat ons jongelingsblad er nog is om ons opgroeiend geslacht enige richtlijnen te geven in de zuivere leer der Waarheid, die naar de godzaligheid is.

Verslapping moge er niet zijn; niet onder hen die „Daniël" redigeren, maar ook niet onder hen die het lezen: Nodig is, dat er méér activiteit uitga van de lezers zélf, om de abonnementen te doen stijgen.

Het laatste maakte een punt van bespreking uit; er dienen in iedere van onze Geref. Gemeenten proefadressen te worden uitgezet — ook waar geen jongelingsvereniging is — welke adressen, nadat „Daniël" enige tijd ter kennismaking is gezonden, dienen te worden afgewerkt. Wie van onze jongens helpt deze actie steunen en zet zich daar nu eens voor in? Stelt U zich daarover eens in verbinding met onze administrateur de heer Hoogendoorn te Gouda. Ik hoor er dan nog wel eens wat van of ik zie in een van onze volgende nummers een lijstje van plaatsen met nieuwe aangebrachte abonné's.

Ook is besproken en goedgevonden om één pagina (de achterkant) van „Daniël" beschikbaar te stellen voor advertenties. Als een van onze jongens en meisjes zich verloofd of huwt, wordt er op gerekend, dat er een adverentie in „Daniël" komt. Of als vader en moeder 25 of 40 jaar zijn gehuwd, wordt dit ook per advertentie in „Daniël" bekend gemaakt. Dan weten we ook daardoor wat meer van elkaar af. Dergelijke familie-advertenties geven een band. Dat spreken we dus met elkaar af. Onze administrateur, de heer Hoogendoorn zal er binnenkort wel op terugkomen, ik deel het jullie alvast mee. De bijeenkomst van de medewerkers van „Daniël" te Gouda, getuigde van grote eensgezindheid. Wat is samenbinding nodig, om het goede voor elkander te zoeken.

Na afloop van de vergadering heeft eeni deel van de aanwezigen de gebrandschilderde glazen van de St. Janskerk te Gouda bezichtigd. Het was niet de eerste keer dat uw waarnemer deze machtige kerkruimte met de enorme glasschilderingen bezocht, evenwel is het altijd weer imponerend. Gouda is het centrum van oude Nederlandse glasschilderkunst; de gebroeders Dirck en Wouter Crabeth, geboortig van Gouda waren beroemde glazeniers. De meeste glazen uit het begin en medio de zestiende eeuw, zijn door hen ontworpen en gemaakt.

Deze Hervormde Kerk was vroeger rooms, vandaar de naam St. Janskerk. Daarom geven de glazen 9—16 een voorstelling van de levensgeschiedenis van Johannes de Doper patroon van de kerk. In totaal zijn er 64 glazen; te veel en te vermoeiend om in één bezoek te verwerken.

Er is een opmerkelijke overgang te bespeuren van de „roomse" naar de „protestantse" glazen; zo schonk Philips II, koning van Spanje — die ons land zoveel leed heeft berokkend — ook een van de glazen; tussen de heiligen ziet men zijn beeltenis. Na de hervorming werd een glas geschonken door de Staten van Holland voorstellend „De vrijheid van consciëntie." We zien daar een vrouwenfiguur op een zegewagen, met in haar linkerhand een opengeslagen Bijbel. De wagen overrijdt de verdreven tyrannie: „de tyrannie verdrijven, die mij mijn hert doorwondt." Rechts is de beeltenis van Prins Maurits geplaatst. Zo is er in die glazen een heel stuk geschiedenis te lezen. De St. Janskerk heeft uit een ander oogpunt ook nog betekenis. Bij het bezichtigen van deze mooie glazen schuifelt men over de grafstenen, waarvan de ingebeitelde namen merendeels zijn afgesleten en onleesbaar zijn geworden. Een van die graven bevat ook het stoffelijk overschot van dr. Alexander Comrie, die 10 dec. 1774 te Gouda overleed. Hij werd op 12 dec. 1774 begraven in de westelijke zijbeuk, zijn graf is echter niet precies bekend. Comrie wilde geen eer en vertoon, ook niet in zijn dood.

Comrie, geboren in 1706 te Perth in Schotland, was naar Nederland gekomen, om opgeleid te worden in de handel. Maar Gods wegen waren anders. Hij werd student in de theologie te Groningen en promoveerde tot doctor in de wijsbegeerte. Op 1 mei 1731 werd hij bevestigd te Woubrugge, waar hij met veel zegen heeft gearbeid, tot hij in 1772, na langdurige ongesteldheid emeritaat aanvroeg. Zijn afscheid was op 4 april 1773 met een predikatie over 1 Joh. 2 : 24: Hetgeen gijlieden van den beginne gehoord hebt, dat blijft in U" enz.

Als emeritus heeft hij nooit meer gepreekt. Hij verhuisde naar Gouda in april 1773 en vestigde zich metterwoon aan de Westhaven. Tot de Heere deze goede en getrouwe dienstknecht tot Zich riep.

Misschien liggen er in. die kerk meer van Gods kinderen begraven, we weten het niet. We hebben in die westelijke zijbeuk eens een ogenblik vertoefd en met onze gedachten bij Comrie verwijld.

Van deze majestueuze kerk met zijn mooie glazen zal niet een steen op de ander gelaten worden, maar de graven van Gods kinderen die er in zijn, zijn geheiligd. Ook van Comrie. Hij kon het in zijn leven de dichter van de berijming van de XII artikelen des geloois nazeggen: „Dat ook mijn vlees zal uit het stof verrijzen. En ik mijn God in 't eeuwig leven prijzen.

De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.