+ Meer informatie

De Schotse predikant van Woubrugge

Alexander Comrie 1706-1774

7 minuten leestijd

Een van de grootste theologen van de achttiende eeuw was Alexander Comrie. We rekenen hem ook tot de Nadere Reformatie. Het verschil met de andere vertegenwoordigers is zijn Schotse afkomst. Hij werd geboren in 7 706 in het plaatsje Perth. Vader Patrick stamde uit een oud en aanzienlijk geslacht. Z'n moeder was een kleindochter van de jonggestorven, maar beroemde predikant Andrew Gray (1622-1658). Meer dan eens kom je in de geschriften van Comrie tegen 'mijn nu zaligen overgrootvader'.

We weten ook uit mededelingen van Comrie zelf, dat hij de gebroeders Erskine van dichtbij heeft gekend en hen vaak heeft horen preken. Hun onderwijs op catechisatie was Comries voorbereiding op de belijdenis van het geloof. Over Ralph Erskine schreef hij later: „Mijn getrouwe vriend, welke God tot besturing in mijn jeugd gebruikt heeft".

Vooropleiding en studie

Welke vooropleiding Comrie genoten heeft, is wat onduidelijk. In Schotland is hij niet alleen in de Latijnse taal maar ook in de grondtalen onderwezen. „Hadden zijn ouders hem al vroeg voor de dienst des Woords bestemd? " Toch zou Comrie niet de Schotse, maar de Hollandse kerk gaan dienen. De reden van de overtocht uit Schotland naar Nederland in 1 726 (op 20-jarige leeftijd) is niet met zekerheid te zeggen.

Hij werkte enige tijd in Rotterdam op het kantoor van koopman Adriaan van Willigen. Aan deze koopman dankt Comrie zijn vervolgstudie. Van Willigen zorgde er ook voor dat Comrie in kontakt kwam met Arnoldus de Sterke, ambachtsheer van Woubrugge. Samen met diens zwager, ds. Tarrée, heeft hij de studie van Comrie bekostigd. In 1 726 laat hij zich als student inschrijven in Groningen, waar hij onder andere les ontving van Driessen, Van Velzen en Voget.

Zes jaar later, in 1 733 vervolgde hij z'n studie te Leiden, niet alleen theologie, maar ook filosofie. Z'n promotie bij de beroemde professor 's-Gravenzande was op een filosofisch onderwerp.

Predikant te Woubrugge

Comrie ontving een beroep van de gemeente Woubrugge, bij Leiden. Daar woonde immers De Sterke, die zijn studie had gefinancierd. Hij nam het beroep aan en op 1 mei 1 735 werd Comrie bevestigd door de konsulent van Woubrugge ds. Nicolaus Holtiusvan Koudekerk. De tekst was voor hem wel bijzonder op z'n plaats: En die van verre zijn zullen komen en zullen bouwen in de tempel des Heeren " (Zacharia 6:1S) Wat was Woubrugge voor een gemeente? Tijdens Comries voorganger, Carolus Blom, heeft er een opwekking plaatsgevonden. Meerdere personen, onder wie de voorganger zelf, kwamen tot bekering.

Op het tijdstip dat Comrie zijn ambtswerk begint, zijn er van die opwekkingsbewegingen nog duidelijke sporen te bemerken.

Voorbereiding en studie van de preek

We mogen Comrie met recht een dienaar van het Goddelijke Woord noemen (v.d.m.), want hij besteedde veel zorg aan de voorbereiding van zijn preken. Het is misschien daaruit te verklaren, dat hij niet alleen veel mensen trok uit Woubrugge, maar ook uit omliggende gemeenten. Bekend is, dat hij niet zo veel als pastor de gemeente doorging, maar hij was pastoraal op de preekstoel. Zo bereikte hij, naar zijn zeggen, meer mensen tegelijk.

Onbekeerlijkheid

Moesten meerdere predikanten van de Nadere Reformatie in het bijzonder preken tegen de heersende volkszonden en dergelijke, in Woubrugge was dit een uitzondering. In z'n preken klaagt Comrie weinig over openbare goddeloosheid, maar juist veel over de onbekeerlijkheid van zijn hoorders. Bleef zijn prediking dan zonder vrucht?

We laten Comrie zelf maar aan het woord: „ Hoewel wij over velen reden hebben tot klagen, dat zij onze prediking niet hebben geloofd, zo moeten wij tot roem van Gods genade bekennen dat onze arbeid niet geheel ijdel is

geweest, maar dat de Heere enige tijd geleden de harten van sommigen hier, en ook die van elders waren opgekomen, heeft geopend".

Levenseinde

De kleine gemeente heeft het voorrecht gehad om deze begenadigde prediker 38 jaar in haar midden te mogen hebben. Hij kreeg zeven keer een beroep, maar evenzo vele malen bedankte hij voor het beroep. Steeds sterker werden gemeente en prediker aan elkaar verbonden.

Z'n gezondheid liet in 't laatst veel te wensen over. Het viel Comrie erg zwaar om emeritaat aan te moeten vragen. Op 4 april 1773 heeft hij nog een korte afscheidspreek kunnen houden over de tekst: Hetgeen gij van de beginne gehoord hebt, dat blijve in u..."(1 joh. 2:24).

Wanneer je eens een bezoek brengt aan Woubrugge, zul je zowel op het gemeentehuis als in de kerk portretten aantreffen van Alexander Comrie. De kade waar pastorie en kerk zijn gelegen heet de Comriekade.

De laatste tijd van zijn leven heeft hij in Gouda gewoond aan de Westhaven. In de St. janskerk is hij begraven. Z'n derde vrouw heeft hem nog lange tijd overleefd.

Zijn werken (geschriften)

In totaal heeft Comrie 23 werken nagelaten van verschillende omvang, ook enkele uit het Engels vertaalde werken en andere geschriften in samenwerking met zijn vriend en bevestiger Nicolaus Holtius van Koudekerk, 't Meest bekend is 'Het A.B.C. des geloofs'(1739). Enkele andere werken zijn:

* Verhandelingen van enige eigenschappen des geloofs (1 744). * Verzameling van leerredenen (1 750).

* Stellige en Praktikale verhandeling van de Heidelbergse Catechismus (1 753). * De Brief over de Rechtvaardigmaking.

* Missive over de Rechtvaardigmaking.

Het meest bekende boek, dat hij samen met Holtius schreef, is het Examen van Tolerantie (1 753-1759).

Het verscheen anoniem en was nog maar een deel van een serie, maar de Staten van Holland verboden de verdere uitgave. Wie dit moeilijke werk wil lezen, kan het best de artikelen in de Saambinder van ds. Golverdingen erbij nemen, 't Is vrij pittig, maar wel lezenswaardig.

Over Comrie zelf is een boek geschreven voor jongeren door J. H. R. Verboom, getiteld 'Dr. Alexander Comrie'. En niet te vergeten de waardevolle biografie van dr. A. G. Honig, met als titel 'Alexander Comrie'. Wie de dogmatiek van ds. Kersten leest, komt vele malen aanhalingen tegen van deze predikant te Woubrugge, vooral bij de onderwerpen over geloof en rechtvaardigmaking.

Geloof

In de geschriften van Comrie neemt het geloof, de aard en funktie daarvan een centrale plaats in. Hoe komt dat? Omdat nog steeds roomse opvatting de ronde deden in reformatorische kringen. Juist in het rechte zicht op het geloof komt de breuk tussen Rome en de Reformatie heel duidelijk aan het licht. Hoe ziet de Reformatie het geloof? In het geloof gaat het om de persoonlijke verhouding tot God, Die in Zijn Woord Zijn genadige goedertierenheid in Christus openbaart in de vergeving der zonden. Deze vergeving is niet een gevolg van ons geloven, maar is geheel en al door Christus verdiend en wordt door de Heilige Geest toegepast. Slechts door het geloof is het mogelijk deze weldaden aan te nemen en te omhelzen. Het geloof is de hand waarmee de gave Gods wordt aangenomen. In het geloof zelf is niets verdienstelijks. Het geloof werkt niet iets, het ontvangt slechts, 't Is een gave Gods!

Kennis en vertrouwen

De reformatoren onderscheiden in het geloof meestal twee zaken: kennis en vertrouwen. Luther sprak meer over het vertrouwen des geloofs, Calvijn benadrukte meer de kennis van het geloof. Toch is hierin geen tegenspraak, want Luthers 'vertrouwen' heeft 'de kennis' in zich, Calvijns 'kennis' toont juist zijn kracht in het zich verlaten (vertrouwen) op Gods beloften.

Habitus

(vermogen=hebbeliikheid) en actus (dadelijkheid)

Onder ons zijn in de loop der kerkgeschiedenis een paar moeilijke woorden in gebruik geraakt, wanneer het over het geloof gaat: hebbelijkheid en daad (dadelijkheid). Wat had Comrie met deze woorden voor? Comrie was bang, dat men aan de daad van het geloof zo'n waarde toekende, dat het 'een rechtvaardigende kracht' had. Dit kwam in zijn tijd voor en stichtte veel verwarring.

In zondag 7 van zijn verklaring van de Heidelbergse Catechismus zegt hij nadrukkelijk: „Wanneer de daad van het geloof ons rechtvaardigt, dan is de rechtvaardiging uit de werken! Dan is het geen genade meer, waardoor we gerechtvaardigd worden". Comrie gaat terug van de daad (actus) van het geloof naar de hebbelijkheid (habitus) of het vermogen (potentia).

Vermogen en daad

Met een voorbeeld wordt dit misschien wat duidelijker. Ons zien bijvoorbeeld. Het vermogen om te kunnen zien, moet je onderscheiden van het zien als daad. Als je geen 'gezichtsvermogen' hebt, zul je nooit de daad van het zien kunnen beoefenen. Dat geldt voor je reukvermogen, gehoor enzovoort. Comrie noemt het 'vermogen' de 'habitus' en de oefeningen die daar uit voortvloeien de 'actus'. Een geestelijk dode mist het vermogen om te geloven (habitus). Het geloof als een gave van God wordt ingeplant in de wedergeboorte. Het geloven, de daden van het geloof, de werkzaamheden zijn alleen dan mogelijk als het geloof aanwezig is. De Heilige Geest werkt door het Woord. Zo worden de geloofswerkzaamheden beoefend. Men heeft tegen deze indeling van Comrie wel eens bezwaar gemaakt, maar het was hem alleen te doen om de handhaving van de soevereiniteit van de genade Gods. Dit is voluit schriftuurlijk. Onderzoek ook zelf de geschriften van deze prediker van de Nadere Reformatie, 't Is de moeite waard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.