+ Meer informatie

Minder en beter vissen

Slinkende visbestanden vormen wereldwijd probleem

11 minuten leestijd

Jagen op vis is een vak apart. Zeker nu er steeds minder vissen in de wereldzeeën zwemmen. Om de snel slinkende visbestanden te verbeteren, willen verschillende landen de vissersvloot nog meer aan banden leggen. De vissers spartelen echter tegen. De komst van nieuwe, spectaculaire vangsttechnieken biedt wellicht perspectieven.

De slinkende visbestanden vormen een wereldwijd probleem. In het recente rapport "State of the World Fisheries" van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, staat vermeld dat maar liefst 70 procent van alle vissoorten in de wereld wordt bedreigd.

De FAO schrijft in het rapport dat van de vijftien belangrijkste visgronden in de wereld er dertien over het hoogtepunt van hun produktie heen zijn. Van alle oceanen is de Atlantische Oceaan er het slechtst aan toe, getuige de opbrengsthoeveelheden in de afgelopen twintig jaar: die namen af met gemiddeld meer dan 30 procent.

Nederland

In de Noordzee staan vooral de bestanden van schol, kabeljauw en haring onder druk. De Nederlandse kottervloot, die bestaat uit 474 schepen, kan dat duidelijk merken. De quota voor schol en kabeljauw worden de laatste jaren lang niet volgevist.

Voor de Nederlandse vissers is het een extra tegenslag dat ze met name voor schol en kabeljauw lagere prijzen krijgen. Dit is het gevolg van toenemende importen uit de voormalige Oostblok-landen en valuta-perikelen in belangrijke exportlanden zoals Spanje en Italië, stelt voorzitter drs. D. J. Langstraat van het produktschap voor vis en visprodukten.

Door de slechtere vangsten en de lagere prijzen daalde de besomming van de kottervloot gestaag. Na een opbrengst van 744 miljoen gulden in het topjaar 1991 liep de gezamenlijke besomming van de 474 schepen terug tot 611 miljoen gulden in 1993. Het gemiddelde loon per opvarende daalde hierdoor in deze periode van 110.000 gulden naar 83.000 gulden.

Vissersplaatsen

De cijfers over 1994 zijn nog niet bekend, maar duidelijk is wel dat de resultaten verder zijn teruggelopen. Ook de eerste helft van dit jaar biedt door vooral de vangstproblemen met schol weinig perspectieven.

Voorzitter K. Kramer van de Nederlandse Federatie van Visserijverenigingen is dan ook niet zo optimistisch gestemd. ,,In vergelijking met begin jaren tachtig zijn de inkomsten ongeveer gelijk gebleven, terwijl de kosten enorm zijn gestegen. Hierdoor zijn de toekomstperspectieven niet gunstig. Verschillende vissers zitten al in financiële problemen".

De vangstperikelen hebben ook ingrijpende gevolgen voor de vissersplaatsen. Door de afnemende inkomsten hebben de vissers minder te besteden, waardoor met name luxere uitgaven zoals voor auto's onder druk staan. Ook de visindustrie wordt getroffen door de dalende aanvoer. Verschillende bedrijven hebben hierdoor onvoldoende werk voor hun personeel. Om hun verwerkingscapaciteit toch zoveel mogelijk te benutten, voeren de ondernemingen vis in.

Overbevissing

Over de oorzaken van de slinkende visbestanden lopen de meningen uiteen. De FAO wijst met name op de overbevissing. Sinds 1950 is de visvangst wereldwijd zelfs met een viervoud toegenomen. De overbevissing wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de enorme toename van het aantal schepen. Tussen 1970 en 1992 steeg het aantal kleinere en grotere vaartuigen in de wereld van 2,1 miljoen naar 3,4 miljoen.

Bij de overbevissing spelen verder ook de verbeterde vangsttechnieken een belangrijke rol, zegt ir. F. Veenstra van het Rijksinstituut voor Visserij Onderzoek (RIVO-DLO) in IJmuiden. ,,Juist vanwege die afnemende vangsten heeft de visserij-technologie zich de laatste tientallen jaren enorm ontwikkeld".

Zo zijn de systemen voor navigatie en plaatsbepaling de laatste jaren verfijnd dankzij de introductie van bijvoorbeeld DGPS (Global Positioning System). Dit in de militaire sector ontwikkelde systeem biedt een visser de mogelijkheid om met behulp van een aantal satellieten nauwkeurig te navigeren. DGPS is van groot belang voor de platvis-vissers omdat zij hun netten over de vaak vol met rommel bezaaide zeebodem laten slepen.

Twintig jaar geleden ging plaatsbepaling nog met een Deccaplotter die had een onnauwkeurigheidsmarge van 50 tot 100 meter- terwijl met DGPS een visser zijn plaats tot op een paar meter nauwkeurig kan bepalen. Dat betekent dat de schepen op meer visgronden kunnen komen, omdat de kans op schade aan de netten kleiner is geworden. Nu kan er wel ,,in de stenen worden gevist", zoals dat heet".

Een andere belangrijk hulpmiddel is de sonar. Deze is van groot belang voor trawlers bij het opsporen van scholen vis. De zogenaamde "multibeam sonar" zendt verschillende bundels geluidsgolven uit in allerlei richtingen, waardoor vrijwel niets de visser meer ontgaat. Kleurveranderingen op een beeldscherm in de stuurhut geven aan of het een kleine of grote school is. ,,Op grond van ervaring ziet een visser zelfs om welke soort vis het gaat", zegt Veenstra.

Stoutste jongetje

Dat de toename van het aantal schepen en de verbeterde vangsttechnieken hebben bijgedragen aan de vermindering van de visbestanden wil voorzitter Langstraat van het produktschap niet ontkennen, maar hij stelt nadrukkelijk dat er meer redenen zijn. ,,Ook de enorm toegenomen milieuverontreiniging, waardoor allerlei vervuilende stoffen in zee terechtkwamen, is van grote invloed geweest".

,,Bovendien blijkt uit voorlopig onderzoek dat maatregelen om de waterverontreiniging te verminderen ook negatief kunnen uitwerken. Zo heeft de terugdringing van de fosfaatuitstoot in de Noordzee geleid tot een vermindering van het voedselgehalte, met alle gevolgen van dien voor met name de scholstand".

Als een andere belangrijke oorzaak van de slinkende visbestanden wijst Langstraat op veranderingen van het klimaat. ,,Een stijgende watertemperatuur en een wijziging van waterstromen hebben bijvoorbeeld ook een grote invloed".

Dat desondanks de vissers toch de schuld krijgen van de problemen met de visbestanden, stoort de voorzitter van het produktschap. Te meer daar in sommige gebieden al maatregelen zijn genomen. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn de invoering van vangstquota voor verschillende vissoorten in de Noordzee. Bovendien heeft Nederland door de introductie van het Biesheuvel-systeem, waarbij vissers in groepen zijn georganiseerd, de vangstcontroles verbeterd om ontduiking van de quota te voorkomen. ,,Vissers nemen hiermee een duidelijke verantwoordelijkheid voor een goed beheer van de visbestanden. Nederland is hierdoor in Europa niet langer het stoutste jongetje van de klas, maar begint het schoolvoorbeeld van verantwoord beheren te worden", aldus Langstraat.

Ontwikkelingslanden

In vooral de ontwikkelingslanden is van een streven naar een zorgvuldig beheer van de visbestanden nauwelijks sprake. Dat komt omdat de miljoenen ambachtelijke vissers in hun eigen wateren moeten opboksen tegen de grootschalige trawlervisserij uit met name Spanje, Frankrijk, Japan en Taiwan.

Een belangrijk deel van de Europese trawlervisserij in deze regio's is door de Europese Unie geregeld in speciale "visserijafspraken" met de zogenaamde ACP-landen, landen uit Afrika, de Caraïben en de Pacific. Als hun voormalige kolonisator onderhouden de Europese landen een speciale band met deze ACP's, vooral door het verlenen van allerlei handelsvoordelen. Maar met de visserij-akkoorden heeft Brussel de belangen van zijn eigen onderdanen op het oog: daarmee heeft het namelijk de toegang geregeld van Europese trawlervloten die van Spanje en Frankrijk voorop- tot bijvoorbeeld de Afrikaanse wateren. Kwaliteitsvis als octopus, zeebaars en zeebrasem zijn hier de belangrijkste jachtobjecten.

Omdat het in de ontwikkelingslanden vaak de allerarmsten zijn die vissen, komt de concurrentie uit Europa hier extra hard aan. Maar de marges voor verandering zijn klein, omdat hun eigen regeringen maar wat graag lucratieve akkoorden sluiten met het Westen. Bovendien willen de Europese landen de trawlervisserij in de wateren op het Zuidelijk halfrond niet opgeven, aangezien naar schatting zo'n 30.000 vissers en rond de 200.000 industrie-arbeiders in Europa voor hun inkomen hiervan afhankelijk zijn. Bijna 60 procent van de vis die door Europeanen wordt gevangen komt zelfs uit de wateren buiten Europa.

Verspilling

De belangenconflicten tussen vissers in ontwikkelingslanden wordt overigens niet altijd veroorzaakt door buitenlandse trawlers. Ook plaatselijke beoefenaars van de industriële visserij zijn vaak een plaag voor de kleine ambachtelijke vissers.

Neem Kakinada, aan de oostkust van India. M. van der Knaap, verbonden aan de afdeling "visserij en aquacultuur" van de Landbouw Universiteit Wageningen, was enkele jaren nauw betrokken bij de visserijproblemen in deze stad, veroorzaakt door wat in de volksmond "babytrawlers" zijn gaan heten. Boten van tien, elf meter lang die met hun fijnmazige netten de kustwateren leegvissen.

,,Duizenden varen er voor de Indiase oostkust heen en weer", zegt Van der Knaap, ,,met netten waarvan de maas-openingen nauwelijks nog het water doorlaten". Hij mat maaswijdtes van elf tot zestien millimeter, waarmee alles wat in zee leeft werd opgeschept. Vooral de garnalenvissers maken zich schuldig aan een grandioze verspilling: Van der Knaap zag als uitschieter een vangst van 3 kilo garnalen, met een bijvangst van 700 kilo vis.

Gedragscode

Om de visbestanden te beschermen, hebben de FAO-landen besloten om afspraken te gaan maken om minder en beter te gaan vissen. Hiertoe wordt dit jaar een gedragscode opgesteld, die een groot aantal maatregelen bevat om overbevissing te voorkomen.

De code moet ervoor zorgen dat het consumeren van vis op lange termijn mogelijk blijft. Als er geen maatregelen worden genomen, voorspelt de FAO dat de zeven miljard mensen in de wereld de komende vijftien jaar minder vis moeten gaan eten. De visconsumptie wordt geschat op ongeveer dertien kilo per hoofd van de bevolking per jaar. Om aan de te verwachten vraag in 2010 te kunnen voldoen, moet de aanvoer daarom stijgen van de huidige 72 miljoen ton naar 90 miljoen ton.

Een aanzienlijk deel van de extra visproduktie moet van viskwekerijen komen. Zij leveren nu 14 miljoen ton, maar dat moet volgens de FAO verdubbeld worden tot 28 miljoen ton. De organisatie meent dat dit mogelijk moet zijn, aangezien de produktie in de viskwekerijen tussen 1982 en 1992 ook met 100 procent toenam.

Satelliet

Een andere manier om zuiniger met de visbestanden om te gaan, is door selectiever te vissen. De FAO heeft berekend dat jaarlijks van de 101 miljoen ton gevangen vis bijna 30 miljoen ton als economisch niet interessant overboord wordt gegooid. Het overgrote deel van deze bijvangst overleeft dit niet. Vooral bij vissen die van grote diepte wordt gehaald, klapt zodra ze uit het water zijn de zwemblaas.

Door beter te gaan vissen wil de FAO de bijvangsten terugdringen. Hierbij kan volgens RIVO-DLO onderzoeker Veenstra gebruik worden gemaakt van satellietbeelden. ,,Een visser die een school vis met zijn sonar heeft ontdekt, kan met behulp van zo'n satelliet ervan bovenaf op kijken. Dat levert een combinatie van gegevens op waarmee een ervaren visser kan zeggen: ,,Kijk, dat is precies de soort vis die ik moet hebben". Zijn de vissen te jong of te klein, dan laat hij ze rustig tot volgend jaar zwemmen"

Voorlopig is het gebruik van satellietbeelden echter nog toekomstmuziek: de kosten zijn op dit moment te hoog om het in de praktijk toe te passen. Hetzelfde bezwaar geldt voor een verdere verfijning van de sonar. Daarmee moet in de toekomst ook de omvang van elke vis afzonderlijk te meten zijn, zodat op grote afstand al iets blijkt over de leeftijd van de vis.

Discovissen

Een spectaculaire methode waardoor selectiever kan worden gevist, maar waarmee nog volop wordt geëxperimenteerd, is wat in de volksmond "disco-vissen" is gaan heten. Voor milieubewuste platvis-vissers lijkt het dé oplossing om nutteloze bijvangsten tegen te gaan. Nu gebruiken de boomkorvissers nog kettingen die als 'wekkers' de vis uit het zand naar boven jagen, zodat ze vervolgens in het net komen.

Veenstra: ,,Het is bekend dat elke vissoort, maar ook een jonge en oude vis, anders reageert op geluid, licht, en trillingen. Als je nu in plaats van die kettingen andere wekkers zoals lichtflitsen gaat gebruiken, waardoor je vis die je niet wil vangen eerst verjaagt, dan is dat winst".

Visafval

Om de overbevissing af te remmen, pleit de FAO niet alleen voor een verfijning van de vangstechnieken, maar ook voor een verdere opwaardering van het visprodukt. Bij de visverwerking is nog vaak onnodig veel afval.

Veenstra wijst bijvoorbeeld vanuit zijn kantoor in IJmuiden naar een aangrenzend bedrijf dat haringen verwerkt. Uit een muur steekt een afvoerpijp. ,,Zie je die vieze slurf daar? Daaruit worden dagelijks vrachtwagens vol visafval afgevoerd, dat is bestemd voor bijvoorbeeld de vismeelindustrie. Weet je dat van gefileerde schol maar 30 procent wordt gebruikt? 70 procent is afval! Dat is toch jammer".

Het RIVO-DLO is bezig met onderzoek naar de mogelijkheden om het afval beter te benutten. Veenstra: ,,Wat wij nu doen, is kijken of je uit de visresten niet een aantrekkelijke snack kunt maken. Je hebt bami-schijven, nasi-schijven en waarom zou je niet ook visschijven maken? Daar krijg je een betere prijs voor en dat levert ook een bijdrage aan de duurzaamheid van de Nederlandse visserij. Op dat punt valt heel wat van de Japanners te leren: met hun vaak fraai ogende visprodukten doen die al heel veel aan het opwaarderen van visresten. Kortom, om overbevissing tegen te gaan, gaat het niet alleen om selectiever vissen bij de start, maar ook om een beter produkt aan het eind".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.