+ Meer informatie

HET OOSTERSE LANDSCHAP

8 minuten leestijd

Het dal van de Jordaan. 1.

Deze stroom, de Jordaan, is het beeld van de wateren des doods, die de vreemdeling na zijn pelgrimstocht voeren in het Beloofde Land.

In het Arabisch wordt het Jordaandal genoemd El Ghor = de spleet. Het is dan ook eigenlijk een grote spleet, een grote scheur in het aardoppervlak, waardoor de Jordaan stroomt. Nergens op aarde is een dalvlakte te vinden zo diep als hier. In het noorden, waar de Jordaan door het Chetmeer (het eerste meer, waar de rivier na zijn oorsprong door stroomt) gaat, ligt hij nog 1 m boven zeeniveau, bij het meer van Galilea reeds 208 m daaronder en bij de Dode Zee is de diepte zelfs 391 m onder zeeniveau. Van de bron tot de monding is de Jordaan hemelsbreed 190 km lang en het verval over deze afstand bedraagt 907 m.

De Jordaan ontspringt op de Anti-Libanon. Al heel gauw bevinden zich dan bruisende watervallen in de rivier. Daar stond de profetische zanger van Ps. 42: „O mijn God! mijn ziel buigt zich neder in mij; daarom gedenk ik Uwer uit het land der Jordaan en Hennon, uit het klein gebergte. De afgrond roept tot de afgrond, bij het gedruis Uwer watergoten; al Uwe baren en Uwe golven zijn over mij heengegaan."

Die watervallen met hun donderend geraas jagen de man uit het dorre, waterarme Judea schrik aan. Daar is hier een bruisen en razen van neerstortend water als nergens anders in Palestina. Het landschap vervult hem niet ontzetting. Hier kan hij niet genieten van de pracht en weelde van de plantentooi, hij verlustigt zich niet in de blanke majesteit van Hermons sneeuwtop. In dit land van bruisende watervallen heeft hij heimwee naar de verschroeide stad Jeruzalem. Hij smacht van verlangen om met de schare te treden naar Gods huis. Want het gebergte van Juda mag dan kaal en rotsig zijn en arm aan water, hij blijft toch vurig hopen daar weer te zijn. En wanneer God hem uit de ballingschap terug wil leiden, dan zal hij Hem prijzen met een stem van vreugdegezang en lof: Hij is de menigvuldige Verlosser mijns aangezicht en mijn God." Na de stroomversnellingen en watervallen bij het brongebied loopt de Jordaan door een moerassige vlakte naar het Hoelemeer. Aan de noordkant hiervan treffen we een groot rietveld aan: e bevolking vindt hier de grondstof voor het mattenvlechten. Bezuiden het Hoelemeer knaagt de Jordaan een bedding uit in basaltrotsen, waarna de rivier door een delta het Meer van Galilea binnenstroomt. Voorbij dit meer tot de Dode Zee komt dan de eigenlijke dalvlakte, 104 km lang en van 4 tot 20 km breed. In deze vlakte ligt het rivierbed, links en rechts daarvan de oevervlakten (laagterras) en daarnaast het hoogterras en vervolgens de bergen in 't westen die van Judea, in 't oosten de Overjordaanse. Het laagterras is ongeveer 1 km breed. Dit gebied wordt bij hoog water overstroomt. We kunnen dit ongeveer vergelijken met de uiterwaarden bij onze rivieren, als we maar in 't oog houden, dat dijken ontbreken. De jordaan zelf is ongeveer 30 m breed; cle diepte bedraagt 3 a 4 m, maar bij Jericho 4—6 m. De oevers zijn overal omzoond door geboomte: Laat ons toch aan de Jordaan gaan en elk van daar een timmerhout halen, dat wij ons daar een plaats maken om er te wonen." (2 Kon. 6 : 2(. Daar verheft zich de bies uit het slijk en rijst het riet uit het water, dat dooide wind heen en weer bewogen wordt-„Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen? Een riet, dat van de wind ginds en weder bewogen wordt? " (Matth. 11 : 7). Lynch beschrijft dit gebied als volgt: Haar oevers zijn met altijd-durend groen omzoomd en in duizend bevallige bochten vliet zij daarheen; het gezang der vogelen en haar eigen heldere stem van ruisende muziek vervrolijkt haar voetpad; haar loop is een schitterende lijn in een vreugdeloze woestijn. Dat zij zo schoon is, is zij enkel geworden door het contrast met de ruwe, droge en verkalkte aarde, die haar omgeeft. Door geen windje beroerd, hangen wilg en tamarisk over de glinsterende wateren, de lelie buigt zich O ' O naar omlaag en bevochtige haar kelk in de kristalheldere stroom en de oleander bloeit aan de oevers. Onder het aaneengegroeide loof staan anemonen in groepen bijeen en het verwarde kreupelhout strekt de nachtegaal tot verblijf."

Als de waterstand laag is, kunnen doorwaadbare plaatsen gebruikt worden voor de overtocht, („de veren der jordaan"): Want de Gileadieten namen dc Efraïmieten cle veren der Jordaan af; en het geschiedde, als de vluchtelingen van Efraïm zeiden: aat mij overgaan; zo zeiden de mannen van Gilead tot hen: ijt gij een Efraïmiet? " enz. (Richt. 12 : 5). Eén keer is er in de Bijbel slechts sprake van een pont: Als nu de pont overvoer, om het huis des Konings over te halen, en te doen wat goecl was in zijn ogen, zo viel Simei', cle zoon van Gera, neder voor het aangezicht des Konings, als hij over de Jordaan voer." (2 Sam. 19 ; 18).

Eén van de grote wonderen, clie ons bij de Jordaan beschreven worden, is wel die van Israëls doortocht» onder Jozua op een ogenblik, dat het onmogelijk leek, want door het hoge voorjaarswater was „cle Jordaan vol aan al zijn oevers." De wateren werden toen afgesneden, zodat ze bij Adam, ongeveer 30 km noordelijk van het punt, waar de Israëlieten zijn, als een wal oprijzen. Het gevolg is, dat het water beneden Adam in zuidelijke richting wegvloeit naar de Dode Zee. Rode Zee en Jordaan zijn later cle bewijzen, dat God leeft en werkt voor Israël.

Nu zijn er tegenwoordig velen, clie voor clit wonder een natuurlijke oorzaak zoeken. Men heeft het clan b.v. over een aardbeving, welke in clie streken niet tot cle zeldzaamheid behoort en clie tot gevolg kan hebben, dat mergheuvels aan cle oever, clie daar tot 20 m hoog zijn, in cle stroom storten en deze voor enige tijd geheel afdammen. Of men spreekt over een onderspoelde heuvel, clie in de rivier was gestort. In Zeeland zou men clat een dijkval noemen. Dergelijke theorieën wijzen wij echter onvoorwaardelijk van de hand als zijnde in strijd met het geloof aan 's Heeren wondermacht. We houden het met Calvijn, clie zegt: „Velen doen naarstig onderzoek naar andere oorzaken, om alzo cle genade Gods te verdonkeren." Wij houden vast aan het: „Daar staat geschreven."

Aan cle Jordaan heeft ook Johannes gedoopt bij Bethabara: Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over cle Jordaan, waar Johannes was dopende." (Joh. 1 : 28). Dat moet gelegen hebben ten oosten van Jericho, want clie omgeving is in overeenstemming met cle beelden, welke cle Heilige Schrift ons vermeld. Daar liggen de stenen, waarvan Johannes gezegd kan hebben: ... want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken." (Matth. 3 : 9). Daar verheffen zich de bomen, aan welker wortel reeds de bijl lag. En in cle vallei zag Johannes de vu-

ren in de droge heesters, die de adderen voor zich uitdreven. Wanneer Johannes een terrein zocht, waar hij veel mensen om zich heen wilde verzamelen, had hij geen beter kunnen kiezen, want hier kruist de weg de Jordaan door middel van een veer. Toch vond hij ook in de onmiddellijke nabijheid cle stilte deieenzaamheid in cle vorm van een kaal steppengebied, een woestijn: Johannes was dopende in cle woestijn en predikende cle doop der bekering tot vergeving der zonden." (Mare. 1 : 4). Daar vond de prediker de oorden van eenzaamheid voor gebed en overpeinzing. Verder naar het noorden moet cle Godsgezant ook gepredikt hebben, want in Joh. 3 : 23 lezen we: En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar en werden gedoopt." Daar vindt men nu nog vijf bronnen.

Zijl ivieren heeft cle Jordaan alleen vanuit het oosten: Jarmoek, Krith en Jabbok.

De grootste is de Jarmoek, die meer water heeft dan cle Jordaan zelf. De naam ko nt in de Bijbel echter niet voor. Men heeft er een hvdro-elektrische centrale gebouwd, die het hele land van licht zal kunnen voorzien.

De Krith is cle beek, waaraan Elia vertoefde. De naam betekent: insnijding. Dat wijst clus op een diep ingesneden dal; een oord, uitnemend geschikt voor iemand, die onvindbaar moet blijven.

De Jabbok is bekend uit de geschiedenis van Jakob. Daar liggen cle plaatsen Mahanaïm, Pniël en Sukkoth. Vooral cle laatste plaats lag in een waterrijke vallei, waar water in overvloed voor Jakobs kudde was. De leem uit deze vallei werd in Salomo's tijd gebruikt als vormaarde voor cle koninklijke gieterijen: In cle vlakte der Jordaan goot ze de koning, in dichte aarde tussen Sukkoth en tussen Zarthan." (1 Kon. 7 : 46).

Aan de westkant heeft de Jordaan geen zijrivieren, hoogstens enkele beken, die in cle zomer geen water hebben. Eén van die beken loopt cloor het dal van Achor, waarin Achan cle doodstraf onderging. Dit dal moet clus gezocht worden in een troosteloos lancl in cle buurt van Jericho.

'k Denk aan U, o God, in 't klagen, Uit de landstreek der Jordaan; Van mijn leed doe 'k Hermon wagen; 'k Roep van 't klein gebergt' U aan. 7< Zucht daar kolk en afgrond loeit, Daar 't gedruis der waat'ren groeit. Daar Uw golven, daar Uw baren Mijn benauwde ziel vervaren. (Ps. 42 : 4)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.