+ Meer informatie

Autisme, ADHD, geloof en kerk: frustratie of combinatie?

11 minuten leestijd

Bart heeft Asperger, een vorm van autisme. Vrienden heeft hij weinig; sociale interactie vindt hij moeilijk. Bart weet dat God bestaat, maar heeft moeite met het woord ‘geloof’.

Als hij iets niet kan beredeneren, kan hij er weinig mee. In de kerk voelt hij echter weinig ruimte om vragen te stellen omdat zijn drang naar bewijs al snel geïnterpreteerd wordt als ongeloof. Bart is trouw in zijn gebed maar wat een relatie met God inhoudt, weet hij niet goed. En juist daarom lijkt het in de kerk te gaan. Over de kerk gesproken: hij komt vaak te laat en raakt in paniek bij verandering van de liturgie. De preek is ingewikkeld want veel begrippen in de kerk zijn te abstract voor hem. Luisteren zonder afgeleid te worden, is een hele opgave. Dat geldt ook voor Barts zusje Anne. Zij heeft ADHD. Concentreren lukt niet en regelmatig moet ze de kerk uit omdat ze onmogelijk langer kan stilzitten. Met tegenzin bezoekt ze de kinderclub. Iedereen heeft commentaar op haar. Ze voelt zich onbegrepen.

Ongeveer 1 procent van de Nederlanders heeft autisme, syndroom van Asperger of PDD-NOS, die samen de autisme-spectrum-stoornissen (ASS) vormen. Hierbij is de informatieverwerking in de hersenen verstoord waardoor men binnenkomende zintuiglijke prikkels moeilijk kan verwerken tot een samenhangend geheel. Dit heeft gevolgen voor de manier van denken en waarnemen (cognitief-psychologische processen) en voor het gedrag, alsook voor de manier waarop kinderen, jongeren en volwassenen met ASS geloven en deel uitmaken van de gemeente. Een andere veel voorkomende ontwikkelingsstoornis die doorwerkt in het geloofs- en gemeenteleven is de Aandachtstekort- en Hyperactiviteitstoornis (ADHD). Waarom vormen deze ontwikkelingsstoornissen vaak een ingewikkelde combinatie met geloven en wat betekent dit voor kerk en theologie?

ASS en samenhangend denken

Het eerste psychologische proces waarmee mensen met ASS vaak moeite hebben, is samenhangend denken. Ze nemen losse details waar, waardoor het ‘totaalplaatje’ onduidelijk is. Al die losse details worden als even belangrijk ervaren. Dit maakt het moeilijk overeenkomsten of verschillen tussen situaties te ontdekken. Ze kunnen hierdoor overgeneraliseren (‘Waarom moet ik wel bidden voor mijn brood en niet voor een koekje?’) of ondergeneraliseren (‘Ik weet dat ik niet mag praten in de kerk, maar ik boerde alleen’).

Wanneer elk veranderend detail een compleet nieuwe situatie betekent, wordt de wereld verwarrend en onvoorspelbaar. Daarom hecht men aan vaste patronen en duidelijkheid. Dit kan zich uiten in rigide gedrag, een beperkte verbeelding en weerstand tegen veranderingen. Een gewijzigde liturgie kan hen bijvoorbeeld angstig maken.

Door de moeite met samenhangend denken kan het moeilijk zijn om Gods woord te verbinden met je eigen leven. Het is dan onduidelijk wat bijvoorbeeld Abrahams geschiedenis te maken heeft met ons, omdat er denkwerk gevraagd wordt dat generaliseren vereist. (‘Zoals God trouw was aan Zijn belofte aan Abraham, zo zal Hij ook in mijn leven doen wat Hij belooft, want Hij is onveranderlijk.’)

Taal en communicatie is sowieso problematisch, want ook voor taalbegrip is samenhang en het leggen van verbindingen nodig. Mensen met ASS nemen taal vaak letterlijk en concreet. Abstracte taal en symbooltaal is lastig te begrijpen en juist in de kerk wordt deze taal vaak gebruikt. Denk hierbij aan begrippen als wedergeboorte, verzoening, barmhartigheid of advent, maar ook aan een uitspraak als ‘Jezus zegt: Ik ben de Weg’. (Barts conclusie: ‘Dus over Jezus kun je lopen’.)

Inlevingsvermogen

Zich inleven in anderen is het tweede proces dat verstoord is bij ASS, met gevolgen op verschillende levensterreinen. Relaties met mensen zijn per definitie onvoorspelbaar waardoor sociale interactie ingewikkeld is. Moeite met inleven versterkt dit probleem. Op gedragsniveau uit dit verstoorde proces zich regelmatig in eenrichtingverkeer, gebrek aan wederkerigheid in relaties en niet aanvoelen wat andere mensen denken, voelen of willen, ook omdat men non-verbale communicatie slecht kan ‘lezen’. Verbinding krijgen binnen een kerkelijke gemeente is dan niet gemakkelijk.

Ook op geloofsgebied werkt dit verstoorde proces door. Zonder je bij Bijbellezen te kunnen verplaatsen in de beschreven personen, is het moeilijk te begrijpen hoe Jozefs jaloerse broers zich voelden of te beseffen waarom Christus voor ons wilde sterven. En wat te denken van de affectieve kant van het geloof? Liefde of genegenheid van mensen beantwoorden is al moeilijk, laat staan als het gaat over God. Andermans verwachtingen niet kunnen inschatten, kan leiden tot angst om ook niet te kunnen voldoen aan wat God van hen verwacht. Ook ervaren mensen met ASS afstand tussen God en hun leven omdat ze Hem niet goed tastbaar kunnen maken en de Bijbelse boodschap moeilijk kunnen betrekken op zichzelf. Het geloof (of de Bijbel) is voor hen ‘een bak vol feiten’.

Moeite met plannen en organiseren

Het derde vaak moeizaam verlopende proces, is dat van plannen en organiseren. Dit beïnvloedt hun dagelijks leven en dus ook de praktische uitvoering van geloven. Eenvoudige dingen als op tijd in de kerk komen, worden ingewikkeld omdat men blijft steken in de voorafgaande handelingen, zoals nadenken over de kledingkeuze. Dit probleem komt ook voor bij ADHD, doordat men snel is afgeleid en het overzicht mist.

ADHD

Bij ADHD is er sprake van hyperactiviteit, aandachttekort en impulsiviteit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een overwegend onoplettend beeld en een overwegend hyperactief-impulsief beeld, maar ook een gecombineerd beeld komt voor. Bij ADHD lijken de executieve functies, mentale processen die een controlerende rol hebben bij denken en gedrag, te zijn verstoord. Deze verstoorde regelfuncties hebben gevolgen voor verschillende gedrags- en denkniveaus zoals planning, organisatie, aandacht, werkgeheugen en gedragsregulatie. Het opstarten, uitvoeren en volbrengen van dagelijkse (complexe) handelingen vormt dan een probleem. Vaak krijgen kinderen of mensen met ADHD te maken met correctie of veroordeling vanwege hun drukke gedrag. Gevolg is vaak een laag zelfbeeld en een mislukt gevoel.

Hyperactief in de kerk

Binnen de eredienst, waar stilte een grote plaats inneemt, kan hyperactiviteit problemen veroorzaken. Kinderen met ADHD worden binnen het gemeentewerk vaak als ‘lastig’ bestempeld omdat ze moeite hebben op hun beurt te wachten, druk kunnen zijn en voor onrust zorgen door hun concentratietekort en hyperactiviteit. Stilzitten is moeilijk en impulsiviteit leidt soms tot ongewenste situaties. Moeilijk kunnen luisteren naar anderen en uitstelgedrag worden vaak niet gewaardeerd. Deze gevolgen op gedragsniveau bemoeilijken het aansluiting vinden bij anderen. Daarnaast kan het vaak gecorrigeerd worden vanwege je gedrag gevoelens van afwijzing opleveren. Zoals Anne zegt: ‘mam, ik wíl wel anders, maar ik kán het niet!’ Het gevoel te moeten veranderen omdat je nu niet goed genoeg bent, kan zich doorvertalen in relatie tot God. Ervaringen uit het dagelijks leven resulteren dan in de overtuiging: God zal ook wel boos op me zijn.

Onaandachtig luisteren

Ook bij ADHD is het lastig hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Opgaan in details of concentratieproblemen maken deelname aan een Bijbelstudie of de lijn van de prediking vasthouden, niet eenvoudig. Het je eigen maken van de boodschap vormt een probleem wanneer je onvoldoende overzicht kunt houden om het gehoorde toe te passen op je eigen leven.

Leren van ASS en ADHD

Mensen met ASS hebben ook sterke persoonskenmerken waar mensen zonder ASS van kunnen leren. Het hechten aan vaste patronen en duidelijkheid heeft positieve kanten die doorwerken in hun geloofsleven. Door hun regelmaat komt stille tijd niet in het gedrang. Geloofsregels volgen kost weinig moeite omdat ze structuur geven en verklaarbaar zijn. Rechtvaardigheid en trouw zijn een hoog goed, waardoor ze puur en eerlijk zijn en geen dubbele agenda hebben.

Ook kenmerken van ADHD kunnen positief ingezet worden. Men is vaak creatief, enthousiast, oplossingsgericht en origineel. Deze andere kanten van ‘chaotisch’ en ‘impulsief’ kunnen binnen de kerk verfrissend en baanbrekend zijn, bijvoorbeeld bij het opzetten van activiteiten. Naast aandachtstekort komt ook de andere kant voor, namelijk het niet kunnen stoppen van de aandacht en overdreven precies zijn. Deze zogenaamde hyperfocus kan naast een last ook een kwaliteit zijn. Ook deze gevolgen voor het geloofs- en gemeenteleven, mogen benoemd worden.

Tegelijk moet bedacht worden dat ook mensen met een ontwikkelingsstoornis uniek zijn en er verschillen bestaan in mogelijkheden en beperkingen.

Theologische visie

Het is goed om te beseffen dat we als mensen buiten het paradijs leven; gebrokenheid kenmerkt ons mens-zijn en geldt ook de gemeente van Christus. Dat neemt niet weg dat het belangrijk is om te bedenken hoe we binnen de kerk elkaar, ook de ander met ASS of ADHD, recht kunnen doen op Bijbelse gronden. Hoe zien we hen niet als een probleem, maar als iemand die iets te bieden heeft? Bart is bijvoorbeeld enorm toegewijd aan het gemeentewerk en vraagt met een nietsontziende logica door over geloofsovertuigingen. Van sommige zonden (bijvoorbeeld jaloezie) heeft hij weinig last.

Een andere belangrijke vraag is hoe de boodschap van het Evangelie zo verwoord kan worden dat persoonskenmerken van mensen met autisme hen zo min mogelijk belemmeren in het verstaan van de kernen van het christelijk geloof. Let wel, het gaat hierbij niet om het ‘aanpassen’ van deze boodschap, maar om aanpassingen in de manier van verwoorden. Dit is in lijn met Calvijns accommodatiegedachte dat God zich aanpast in Zijn openbaring aan het begripsvermogen van mensen.

Mensen met autisme hebben veelal een eigen logica, vaak gericht op functionaliteit: ze ‘plussen en minnen’. Bepaalde kernen uit het christelijk geloof en het gereformeerd belijden zijn daardoor moeilijk voor hen. Begrippen als erfzonde en uitverkiezing kunnen bijvoorbeeld als oneerlijk worden ervaren. Tegelijkertijd zijn er ook kernen die juist vruchtbaar zijn en meer kunnen aansluiten bij hun sterke rechtvaardigheidsgevoel en (hang naar) betrouwbaarheid. Verzoening door voldoening is een sluitende redenering die past bij het denken van iemand met ASS (‘dat is eerlijk’). Net als het verbond, wanneer verbond verwoord wordt als een kader met regels en afspraken, wat structuur biedt. Dergelijke Bijbelse noties zouden in de omgang met of het onderwijs aan mensen met ASS meer benadrukt kunnen worden.

Concretisering

Het bieden van structuur helpt mensen met ASS en ADHD wat godsbeeld en geloofsleven betreft. Dit impliceert ook dat voor hen concreet gemaakt wordt Wie God is en voor hen wil zijn. In die zin zouden we nog een slag moeten, kunnen en willen maken richting medemensen met ASS, in prediking, catechese en gemeenteleven. Deze slag mag ook gemaakt worden om leden met ADHD een plek te geven binnen de gemeente zonder dat men ‘moet veranderen’. Aanpassingen vóór hen in plaats van dóór hen en het inzetten van hun sterke kanten, doorbreekt wellicht de eenzaamheid en druk die zij binnen de kerk kunnen ervaren.

Bij aanpassingen binnen het gemeenteleven kun je denken aan het vereenvoudigen van de kerkgang, bijvoorbeeld door het regelen van een vaste plek met de mogelijkheid om er even uit te gaan bij overprikkeling of hyperactiviteit. Het kan rust geven als er iemand beschikbaar is voor vragen, bij verlies van overzicht of die een gemeentelid met ASS voorbereidt bij een liturgische wijziging.

Daarnaast is taal in de kerk voor ASS een gebied waarop voor de prediking en catechese iets te winnen valt. Deelnemers aan onderzoek over autisme in de kerk deelden de behoefte aan duidelijke, concrete taal. Zou het mogelijk zijn abstracte begrippen anders te formuleren, zodat iemand met ASS zich er een beeld bij kan vormen en God voor hem of haar dichterbij komt? Kunnen we moeilijke begrippen soms even parkeren op de theologische agenda, en de voor hen beter bruikbare kernen uit het christelijk belijden juist inzetten? Is er in dat kader ook een alternatieve formulering te vinden over wat geloof in de kern is? Een definitie die aansluit bij de belevingswereld van iemand met ASS, zodat men op grond van bijvoorbeeld een sluitende redenering, kan concluderen dat God liefde is? Met nieuwe woorden en anders omschreven begrippen kunnen we mensen met ASS handreikingen doen, waardoor liefde zou kunnen ontstaan als conclusie en gedrag in plaats van ervaring en gevoel.

Roeping

De gemeente is het lichaam van Christus; iedereen heeft hierin een plaats. Inclusief gemeentezijn vraagt om een gesprek waarin mensen met en zonder ontwikkelingsstoornis elkaar ontmoeten en doordenken over genoemde thema’s. De gemeente is geroepen niet alleen te ‘dealen met’ de ander met ASS of ADHD, maar hem of haar als beelddrager van God en mede-onderdeel van het gebroken lichaam van Christus, principieel recht te doen. God komt ons in liefde tegemoet. Zouden we elkaar dan niet tegemoetkomen zodat ook mensen als Bart en Anne meer van Gods liefde begrijpen, zich minder eenzaam voelen en met hun sterke kanten de gemeente kunnen aanvullen? Een uitdaging die kansen biedt.

Mw. Schaap-Jonker (op foto links) is psycholoog en theoloog en werkt als rector van het Kennisinstituut christelijke ggz (KICG), een gezamenlijk initiatief van Eleos en De Hoop GGZ.

Mw. Van den Berg is eveneens verbonden aan het KICG.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.