+ Meer informatie

Huurverhoging in centen in plaats van procenten

Plan directeur Nationale woningraad:

4 minuten leestijd

AMSTERDAM — De suggestie om de jaarlijkse huurverhoging niet langer in procenten maar in centen vast te stellen, is onderdeel van een plan om de overheidsgelden die in de sector volkshuisvesting worden gestoken beter te gebruiken. Tegelijkertijd betekent een verhoging in centen een tegemoetkoming aan de mensen met de laagste inkomens.

Dit plan heeft drs. B. G. A. Kem- joen gulden. „Dat zet over een reeks pen, algemeen directeur van de Nationale woningraad, naar voren gebracht in de Raad voor de volkshuisvesting, een adviesorgaan van het ministerie van Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening.

Het plan bestaat uit drie delen: huurverhoging in centen, een goed toegepast woningwaarderingsstelsel en gedifferentieerde huurverhogingen. Volgens Kempen zou dit plan voor de volkshuisvesting jaarlijks een besparing opleveren van globaal 150 mil

Ifaor:

te koop te huur

gevraagd aangeboden

woningruii enz. een

in iiet
van jaren toch wel zoveel zoden aan de dijk, dat het de moeite loont eens in die richting te denken", aldus Kempen.

De Nationale woningraad is een vereniging van woningcorporaties en gemeenten, die samen ongeveer 900.000 huurwoningen exploiteren in de sociale sfeer. Kern van Kempens betoog is dat de komende jaren zeer veel werk te verrichten zal zijn om dat woningbestand op peil te houden, zowel door onderhoud, van bestaande woningen als door nieuwbouw.

Dat betekent dat voor de arbeidsintensieve .bedrijfstak jbouw veel geld beschikbaar zal moeten komen, geld dat de woningcorporaties niet in re' serve hebben. Er zal dus een beroep op de belastingbetaler moeten worden gedaan, langs de weg van rijkssubsidies. Maar volgens Kempen is hier ook weinig ruimte,' omdat de begroting van Volkshuisvesting op een structureel lager niveau zit dan bijvoorbeeld in de jaren 1973-1975.

Kempen wijst erop dat de rijksbegroting voor 1980 tien miljard gulden opzij heeft gezet voor volkshuisvesting. Volgens hem zou dit bedrag anderhalf miljard hoger zijn uitgekomen, als het niveau van 1973-1975 zou zijn gehandhaafd. Hij is het dan ook oneens met de bewindslieden van Huisvesting, die zich volgens Kempen op de borst slaan vanwege het cijfer tien miljard.

Deze situatie in de volkshuisvesting dwingt er wel toe, aldus Kempen, te zoeken naar wegen het geld dat er is, zo doelmatig mogelijk te besteden. Er is behoefte aan twintig procent meer nieuwbouwwoningen, terwijl ook het onderhoud van de bestaande woningen de komende jaren fors zal stijgen, mede omdat in de jaren vijftig en zestig in de nieuwbouw geen optimale kwaliteit is geleverd.

Deze ontwikkelingen zetten de huren van de nabije toekomst onder druk. Er zijn geen loonsverhogingen •van. enig belang te verwachten, zo meent Kempen, en dat betekent dat mensen met lagere inkomens vlugger in de knel komen te zitten. De huren van nieuwe woningen dreigen ondanks subsidies voor gewone mensen onbetaalbaar te worden.

Huursubsidie

De NWR staat op het standpunt dat mensen met een modaal inkomen de huur moeten kunnen opbrengen van een nieuw gebouwde woningwetwoning, zonder op huursubsidie een beroep te hoeven doen. Dit met een maximum huurquote van zeventien procent van het belastbaar inkomen (dit is de zg. volkshuisvestingsprijs). Kempen vindt het onjuist dat nu subsidies terecht komen bij mensen die het niet werkelijk nodig hebben, omdat zij best wat meer voor hun woning zouden kunnen betalen.

De huurverhoging zou volgens Kempen gekoppeld kunnen worden aan de stijging van het modale inkomen, in guldens, niet in procenten van de huur.

Dit betekent dat als op basis van de ontwikkeling van het modale inkomen de volkshuisvestingsprijs (niet: de dynamische kostprijshuur) met zes procent of ongeveer twintig gulden per maand — voor nieuwe woningen — verhoogd zou kunnen worden, dat dan de huren van alle vergelijkbare woningen ook met zes procent, maar in ieder geval met een minimum van twintig gulden verhoogd zouden moeten worden. Gebeurt dat niet, dan wordt de afstand tussen goedkope oudere woningen en nieuwe duurdere woningen steeds groter, terwijl er vaak mensen in wonen die op hetzelfde inkomstenniveau zitten.

De volkshuisvestingsprijs is niet de werkelijke huur. Deze wordt vastgesteld door de overheid, waarbij ook rekening wordt gehouden met zaken als rente, onderhoud, beheer, e.d. De huur die nodig is om de exploitatiekosten te dekken wordt dynamische kostprijshuur genoemd.

Dit systeem moet behouden blijven, aldus Kempen, bij dezelfde woningkwaliteit. Dat^ kost de gemeenschap dan wel steeds meer geld, omdat de stichtingsprijzen voor huizen steeds meer gaan stijgen, terwijl Jan Modaal in de toekomst op weinig extra's hoeft te rekenen. Vandaar Kempens voorstel de huurverhogingen voor nieuwe woningen te koppelen aan het modale inkomen, maar met de bepaling dat ook de goedkopere woningen met dat peil meestijgen. Dat zou de inkomsten uit de volkswoningsector doen stijgen op aanvaardbare wijze.

Dit moet dan gekoppeld worden aan een systeem om woningen te waarderen, zodat huurhuizen die volledig ongelijk zijn, maar wel vergelijkbaar wooncomfort bieden, ook ongeveer dezelfde huur krijgen.

Voorbeeld

Kempen illustreert de werking van zijn plan met een voorbeeld. Jan en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.