+ Meer informatie

Opgemerkt

3 minuten leestijd

Bont (VI)
Waarom zijn er toch zoveel (?) men sen tegen het dragen van bont? Is het een vorm van jaloezie omdat zij zelf geen bontjas kunnen betalen of is men bang dat het welzijn van de pelsdieren wordt geschaad? In het eerste geval is er, denk ik, weinig tegen in te brengen, in het tweede geval is er zeer veel over te zeggen.
in de eerste plaats worden pelsdieren optimaal verzorgd, want een
mooie grote pels bereik je alleen door een goede verzorging. Wat betreft de ruimte die bijvoorbeeld een nerts tot zijn beschikking heeft, zou dat in verhouding minder zijn dan een hond in een kennel, een goudvis in een viskom, een kanarie in een kooitje, dan een koe op stal, dan een papegaai aan een ketting in een dierentuin?
Over dierentuin gesproken, gezellig elk jaar met het gezin naar de dierentuin.
Wat dacht je van dat grote nijlpaard dat zich in zijn bad laat zakken
(of is het erwtensoep? Of de olifant die van pure „interesse" de gehele dag met zijn kop en slurf staat te slingeren om vervolgens een „ommetje" te gaan maken van ruim 20 passen? Zo zijn er nog wel 1001 dingen aan te dragen.
Mensen die een bontjas hebben en hem hebben durven dragen, zullen

daar best van genoten hebben de afgelopen winters die naar onze

begrippen extreem koud waren. Mevrouw Merel-Scholten schrijft in „Bont
(IV)" dat we kleren dragen voor de zonden en niet om ons mooi te maken.

We hebben toch ook onze zondagse kleren, waarin we zo netjes zijn? Ons
haar verzorgen wij toch ook? Dit geheel behoort bij onze verzorging.
De een kan een Jaguar auto rijden, de ander een Daf 33. Mevrouw

Merel-Scholten zal ongetwijfeld ook tegen mensen in een Jaguar zijn.

Over hetgeen de Bijbel zegt, werd door dhr. Noordermeer uit Hekelingen

al voldoende geschreven, waar ik mij volledig bij aansluit.

Melissant  - J. Goedegebuur

Indië
Uw commentaar over de herdenking van de oprichting van de 7-december-divisie geeft mij aanleiding te reageren. Met name de zin „dat vastgesteld moet worden dat het veelal niet besten waren die naar de koloniën gingen", trof mij. Dat waren, zoals schrijft, veelal dienstplichtigen. Waar haalt u de moed vandaan om deze mensen zo te be- en veroordelen, Welk een hoogmoed spreekt uit commentaar.
Wij zijn allen zondaren. U kent toch ook de gelijkenis van splinter en de balk?
Ermelo -  J. Pap.

De gewraakte alinea had geen betrekking op de Nederlandse soldaten
die na de oorlog in Indic dienst deden (daar gaat de volgende alinea over) maar op de Nederlanders die voor 1940 naar Indic gingen, hetzij in overheidsdienst, hetzij in dienst van particuliere ondernemingen.
Hoofdredactie RD


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.