+ Meer informatie

VRAGEN

DE TWAALF ARTIKELEN DES GELOOFS

6 minuten leestijd

B. vraagt toelichting op hetgeen Justus Vermeer schrijft in diens Catechismus-verklaring Zond. 16 over het art. „Nedergedaald ter helle”. Vermeer toch schrijft:

„Dit geloofs-Artikel wordt niet gevonden in de oudste geloofs-Belijdenis van de Oostersche en Westersche kerken, noch in de verklaring van sommige oudvaderen; daar wordt geoordeeld, dat omtrent het einde van de vierde eeuw dit artikel bij de andere artikelen gesteld is, hoewel toenmaals met uitlating van Jesus’ begrafenis, waaruit schijnt, gelijk ook uit veel oude afdruksels blijkbaar is, dat de eerste apostelen van onze geloofsbelijdenis daardoor de begrafenis verstaan hebben.

Voor de vierde eeuw worden toch deze twee artiken tegelijk in de Belijdenis niet gevonden; in de geloofsbelijdenis van Nicea Ao. 325 staat alleen, dat Hij is begraven; en in die van Athanasius Ao. 333, staat alleen dat Hij is nedergedaald ter helle”.

Nu vraagt B. waarom „ de Dordtsche Synode niet de belijdens van Nicea gevolgd heeft”. Wel, omdat de belijdenis gegroeid is. Zij is gesproten uit den wortel van het doopsbevel. Daarop is de belijdenis gegrond: Ik geloof in God den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest. Door de ketterijen tegen te gaan, werden voortdurend korte formules toegevoegd. Waarschijnlijk is kort na de dagen der Apostelen omstreeks 100 of 120 de belijdenis ontstaan. Het is dus niet een belijdenis waarvan elke Apostel een artikel heeft opgesteld. Dat is een Roomsch verzinsel. Maar zij is wel op de leer der Apostelen gegrond. In dien uitbouw van de belijdenis werd ook opgenomen de formule van Aquileja „nedergedaald ter helle” en „algemeen” bij kerk. Zoo ook werd toegevoegd: de „gemeenschap der heiligen”; „eeuwig leven” en nog enkele woorden. Omstreeks 500 treft men de belijdenis in den vorm voor het eerst aan. En in dien vorm heeft de geheele Christelijke kerk het aanvaard, als gegrond op Gods getuigenis. Het ging dus voor de Dordtsche Synode niet aan, om in deze Twaalf Artikelen des geloofs, veranderingen te brengen. Er was ook niet de minste reden voor. Zij stemmen geheel overeen met de leer der Apostelen, dat is met Gods Woord.

Nog een tweede vraag werd gesteld over deze belijdenis en wel over het artikel van de nederdaling ter hel.

X. te O. vroeg of antw. 50 van den Westminster Catechismus niet in strijd is met wat Hellen-broek leert.

De vrager had ook kunnen verwijzen naar den Heidelbergschen Catech. Zond. 16.

De Westminster Catech. spreekt als volgt:

Vraag. Waarin bestaat Christus vernedering na Zijn dood?

Antw. Christus vernedering na Zijn dood bestaat daarin, dat Hij is begraven 1 Cor. 15 : 3 en 4 en gebleven is in den staat des doods, onder de macht des doods, tot den derden dag, hetwelk anderszins ook wordt uitgedrukt met deze woorden: Hij is nedergedaald ter helle.

De Westminster Catechismus verstaat onder nedergedaald ter helle, dus het verblijven van Christus in den staat des doods. Deze Catechismus gaat dus volstrekt niet mede met de Room-sche dwaalleer, dat Christus na Zijn dood ter helle zou zijn nedergedaald, om de gevangen geloovigen van daar te verlossen. Zulk een nederdaling ter hel is in flagranten strijd met het woord dat Christus tot den moordenaar aan het kruis sprak: „Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn”. Toen de Heere Jezus stierf, was Zijn ziel oogen-blikkelijk in den hemel en Zijn lichaam werd in het graf gelegd. Christus is in de hel niet geweest. Ook waren daar, noch in een voorportaal der hel (dat niet bestaat) de geloovigen. Zoowel onder het Oud- als onder het Nieuw Verbond worden de uitverkorenen van stonden aan bij hun dood naar de ziel opgenomen in den hemel. Dat beleed ook de Engelsche kerk der Reformatie. Maar zij verstond het artikel van de nederdaling ter hel, als een vertoeven van Christus, gedurende die dagen in den staat des doods.

Nu is over de beteekenis van dit artikel dat in den loop der eerste eeuwen, gelijk ik in mijn antwoord op de voorgaande vraag reeds opmerkte, dit artikel ingevoegd. Het werd ook verwisseld met „begraven”. Daarna werden beide artikelen opgenomen. Ten rechte merkt Justus Vermeer op (Cat. Zondag 16):

Het is niet zeer nuttig zich veel te bekommeren welke de meening der opstellers geweest zij en of het begraven beteekent, dat het naar de heilige Schriftuur ook gevoegelijk beteekenen kan, maar ons staat meer te onderzoeken (vermits wij in onze Belijdenis die beide woorden vinden) wat behoorende is tot een volledige korte geloofsbelijdenis. Dit moet ons liever doen denken dat de opstellers geen eene zaak met twee woorden zullen hebben uitgedrukt, derhalve dat zij door nderdaling ter hel iets anders dan begraven zullen hebben gemeend”.

De Westminster Catechismus verstaat door ne-derdaling ter hel het vertoeven in den staat des doods gedurende drie dagen. De Heidelb. Catechismus ziet het onderscheid tusschen begraven en nederdaling ter hel anders en begrijpt de neder-daling ter hel als het helsche lijden van Christus voor Zijn sterven. Welnu dat is ook naar de Schriften. Christus heeft voor Zijn sterven geleden wat Zijn volk eeuwig in de hel had moeten lijden. Hij heeft den vollen toorn Gods tegen de zonde van het gansche menschelijke geslacht gedragen. Dit deed Hem uitroepen aan het kruis: „Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Al keuren wij de Westminster Catechismus geenszins af, toch gevoelen wij meer voor hetgeen de Heidelberger leert. Maar dan moeten twee zaken wel bedacht:

1e. Dat de nederdaling ter hel niet beteekent dat Christus naar de hel geweest is, doch dat Hij de helsche pijn geleden heeft; en

2e. dat die nederdaling ter hel geschied is voor Zijn sterven.

In de Twaalf Artikelen wordt van deze nederdaling ter hel gesproken na de belijdenis van de begrafenis, om nog eens het volle licht te werpen op hetgeen in het lijden en sterven van Christus was . Daarin was meer dan iemand pijlen kan. In dat lijden was het dragen der helsche smarten: de nederdaling ter hel.

En dat voor doemwaardige zondaren, om vijanden met God te verzoenen. O, mochten wij er door het geloof iets van verstaan. Die wonden zijn Hem geslagen in het huis van Zijn liefhebbers.

K.


o Pelgrim in dit vreemde land!
De Heere houdt u bij Zijn hand,
Behoedt u voor bezwijken:
Bezwijkt uw vleesch en hart er bij.
Nogtans de Heer staat aan uw zij,
En zal Zijn hulp toereiken!
En nu die God zij u genoeg,
Die zoo veel jaren u reeds droeg,
En Die niet moê zal worden.
Om u te dragen door de zee.
Aan eene zoete veil’ge ree:
Daar zal u rust geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.