+ Meer informatie

Suriname

12 minuten leestijd

door R.R. Zeeman

In het jaar 2000 zal Suriname een paradijs zijn, zei premier Radakisinun in zijn nieuwjaarsrede. IVIaar zijn toehoorders In Paramaribo vermoedden dat hij behoorlijk dronken geweest moet zijn, toen hij dat zei. Suriname is een puinhoop geworden. Regeringstroepen voeren een bloedige strijd tegen de bosnegers In het oosten van het land. De bij de onafhankelijkheid In 1975 veel gehoorde kreet 'Wan plepel' (Een volk) Is verstomd.

Ingeklemd tussen Frans-Guyana, de basis voor de Ariane-raketten, en het vroegere Brits-Guyana lag de kleine republiek tot enkele jaren geleden in een rustige slaap verzonken. In 1975 schudde Suriname zijn koloniale status van zich af en werd na 308 jaar Nederlandse overheersing onafhankelijk. Het land, zo leek het, zou een veelbelovende toekomst tegemoet gaan: de grote bauxietvoorraden en de export van exotische vruchten beloofden de nodige deviezen voor het land te zullen opleveren. Bovendien gaven wij, Nederlanders, hun een gouden handdruk - 3, 5 miljard gulden aan ontwikkelingsgelden werden voor de komende tien jaar toegezegd.

Maar nu, elf jaar later, weten we beter: dagelijks sterven mensen in een bloedige oorlog. De bosnegers in het oosten van het land zijn onder leiding van Ronnie Brunswijk in opstand gekomen tegen de sterke man in Paramaribo, de voormalige sergeant-majoor sportinstructeur Desl Bouterse.

Etnische verdeeldheid

in feite had men in 1975 al beter kunnen weten. 'Wan plepel' was de slogan toen Suriname onafhankelijk werd. Niet iedereen stond achter de leus. Vooral onder de hindoestanen was heftige weerstand tegen de plannen het land los te koppelen van Nederland. Zij vreesden een creoolse overheersing. Ongeregeldheden op grote schaal, het gevolg van de etnische verdeeldheid, versterkten de vrees dat het land een moeilijke periode tegemoet zou gaan.

Toen we in 1975 vertrokken, lieten we allerlei instellingen achter die ervoor moesten zorgen dat het land een democratie naar westers model zou blijven. Het geheel functioneerde niet.

Velen meenden toen al dan het land niet rijp was voor een democratie. Zij verweten het de regering-Den Uyl dat die met alle kracht en geweld de onafhankelijkheid door de onvoorbereide en sociale, politiek en economisch onderontwikkelde keel van Suriname perste.

Den Uyl legde een document, uitgegeven door het Komité Nationale Onafhankelijkheid, naast zich neer. In het document werd Nederland gewaarschuwd voor de ellende die de Surinamers te wachten stond bij de onafhankelijkheid. De ellende was in alle details voorspeld, tot en met de vlucht van veertig procent van de bevolking, burgeroorlog met militaire overheersing, massagraven en verkrachting van de Grondwet.

Corruptie

De voorspellingen gedaan in het document zijn uitgekomen. Suriname kon de onafhankelijkheid niet aan. Februari 1980 schoof Desl Bouterse - toen nog gewoon sergeant-majoor - met vijftien kameraden de corrupte regering aan de kant. Bij de coup vloeide nauwelijks bloed. Bouterse genoot de sympathie van het volk. Ook Den Haag was blij. Iedereen hoopte dat de sterke man orde op zaken zou stellen.

Maar in december 1982 liet Bouterse vijftien critici van zijn bewind zonder enige vorm van proces martelen en terechtstellen. De betaling van de ontwikkelingsgelden werd stopgezet: als Suriname de 1, 5 miljard gulden die het nog tegoed had, wilde ontvangen, dan zou het land eerst de democratie moeten herstellen. Sindsdien beloofde Bouterse ieder jaar verkiezingen. De eerste moeten nog komen.

De militairen richtten het land snel te gronde. Zij verrijkten zichzelf en openden bankrekeningen in het buitenland. Toen Henk van Randwijk, een naar de groep Brunswijk overgelopen Surinaamse topmilitair, onlangs werd gevraagd hoe het met de corruptie stond, antwoordde hij: 'Ik zal kort zijn. In de militaire top zitten ze een potje te pokeren met 100.000 gulden inzet'. Het Journal of Inter American Studies schreef enige maanden geleden: 'Suriname is noch kapitalistisch, noch communistisch of socialistisch. Het is een grote puinhoop'.

Ontpersoonlijking

Juni vorig jaar kwam Ronnie Brunswijk in opstand tegen Bouterse. Brunswijk maakte deel uit van het

Surinaamse leger en was bevorderd tot hd van de lijfwacht van Bouterse. Op een gegeven moment werd hij ontslagen. Waarom Is niet helemaal duidelijk. Volgens een verhaal zou hij tevergeefs om loonsverhoging hebben gevraagd. Volgens een ander verhaal is het allemaal begonnen met een voetbalwedstrijd. Daarbij zou het woord 'domme djoeka' zijn gevallen, een scheldwoord voor bosnegers.

De degradatie van Brunswijk stond gelijk aan 'ontpersoonlijking', zowel letterlijk als figuurlijk. De bosneger Brunswijk was voor zijn gevoel dood of zou dood worden gezwegen. Wat moest hij thuis in Moengotapoe vertellen?

Bouterse moet zich onvoldoende gerealiseerd hebben wat de betekenis van dit gezichtsverlies voor Brunswijk was. De bosnegers, al zo vaak voor de gek gehouden, zeiden: 'Zie je wel, het blijft een pot nat in Paramaribo, of het nu politici zijn of militairen'.

Irritatie

Aanvankelijk waren de bosnegers niet ontevreden over de machtswisseling in Paramaribo in 1980. De eerste maatregelen vanuit de stad naar het binnenland waren positief, de bosneger kreeg erken­ ning. De strijd tegen het koloniale regime, gevoerd door marrons (gevluchte bosnegers) werd uitvoerig gedoceerd aan de universiteit en de lerarenopleiding. De bosnegergemeenschap zag dat zij een belangrijke plaats had vertolkt in de geschiedenis van Suriname. Het was een vorm van statuserkenning, die onder andere leidde tot de aanstelling van bosnegers in hoge ambtelijke bestuursfuncties: commissaris en bestuurssecretaris.

Onder vorige regeringen mocht een bosneger bli) zijn als hij opzichter werd. De strijd van de voorouders had erkenning gekregen. Ook werden bosnegers gerecruteerd voor het Nationale Leger van Bouterse. Zij mochten zelfs in de nabijheid van de bevelhebber als diens lijfwacht opereren.

Geleidelijk ontaardde de tevredenheid van de bosnegers in irritatie. Vooral de bosnegers in het Marowijnegebied moesten steeds minder van Bouterse hebben. De rivier de Marowijne, die Suriname van Frans-Guyana scheidt, ervoeren zij nauwelijks als een grens. Al ver voor de onafhankelijkheid van het land woonden er Aukaner bosnegers aan beide oevers van de rivier, die elkaar regelmatig kwamen opzoeken.

Gratis voedsel

De autoriteiten zagen met lede ogen lioe ze grote bedragen aan douanerechten misliepen. Met name het goud, dat de mensen privé wonnen, verdween vrijwel allemaal illegaal naar Frans-Guyana, zonder dat de Surinaamse fiscus er een cent wijzer van werd. De autoriteiten probeerden meer greep op de situatie te krijgen en verplichtten alle bosnegers die naar de plaats Albina kwamen, een paspoort bij zich te hebben. Ook hadden ze een vergunning nodig om per schip spullen van het stadje te vervoeren naar hun dorpen.

Dat betekende niet alleen een hoop rompslomp voor de bosnegers. Ze ervoeren het ook als een inbreuk op hun autonomie, die ze in de achttiende eeuw hadden bevochten op de Nederlanders. Een inbreuk waren ook de dorpscomité's die de autoriteiten probeerden in te stellen. De bosnegers hadden hun eigen gezagsstructuren. Bovenaan staan de kapiteins en de basja's. De dorpscomité's leken op een poging van het regime greep te krijgen op de bosnegers.

Daarbij komt nog dat de bosnegers, toen Suriname tot Nederland behoorde, altijd gratis voedsel kregen. Gevluchte negerslaven werd eind achttiende eeuw dit eten beloofd, als ze de plantages niet zouden aanvallen. Een en ander werd vastgelegd In een verdrag. Bouterse vergat deze regeling of hij had er het geld niet voor (over).

Geen tweede Bouterse

Toen Brunswijk in zijn geboortedorp als ontredderd figuur terugkeerde, vond hij daar een gemeenschap die weinig goede woorden meer over had voor Bouterse. De strijd begon. Er waren genoeg ontevredenen te vinden die zich bij hem aansloten. Zijn gemengde groep, die voor het merendeel uit bosnegers bestaat, had midden november een groot deel van het oosten van Suriname onder controle gebracht. De groep trok richting Paramaribo. 'Ik wil geen leider zijn', zo beloofde de rebel, 'ik wil geen tweede Bouterse worden'.

De Surinaamse gemeenschap in Nederland stelde zich bijna volledig achter Brunswijk op. Met giften van de Bevrijdingsraad en onder de stilzwijgende goedkeuring van de autoriteiten in Frans-Guyana lukte het de kleine steden Albina en Moengo in te nemen. Moengo is het centrum van de bauxiet-en aluminiumindustrie, die tot dusver 80 procent van de exportinkomsten voor het land opleverde. De Amerikaanse maatschappij Suraico sloot vanwege de onrust de bauxietmijnen. De vijfhonderd werknemers werden naar huis gestuurd. In de hoofdstad werden intussen de levensmiddelen schaars. Gekleed in spijkerbroeken, met een baret op het kroeshaar, gewapend met jachtgeweren of kruisboog, is de groep Brunswijk geen indrukwekkende strijdmacht. Maar de bosnegers zijn in het tropische oerwoud moeilijk te vinden. Ze kennen ieder bospad en voelen zich in de jungle als een vis in het water.

Onschuldige slachtoffers

De strijd wordt echter niet alleen in het oerwoud uitgevochten. Brunswijk zal ook Paramaribo moeten veroveren. En daarvoor heeft hij niet de juiste wapens. 'Als we maar een paar pantservoertuigen hadden', zo klaagde hij onlangs, 'dan waren we zo in Paramaribo'.

In een grootscheeps offensief wisten de regeringstroepen eind december Albina en Moengo te heroveren. Brunswijk moest zich met zijn mensen in de bush terugtrekken.

Het offensief was niet alleen gericht tegen het Jungle Commando. Ook de bosnegerbevolking in het oosten van het land moest het ontgelden. In Mooi Wana werden tussen de dertien en achttien bosnegers omgebracht dooreen legercommando. De slachtoffers waren vooral vrouwen en kinderen. Ooggetuigen verklaarden dat uit de verminkingen van de lijken bleek dat sommige slachtoffers op korte afstand waren doodgeschoten. In totaal zijn nu al meer dan 250 bosnegers door mensen van Bouterse om het leven gebracht. Oud-president Chin A Sen verklaarde in Nederland bij zijn terugkeer van een bezoek aan het oosten van Suriname: 'Wat daar gebeurt, is pure volkerenmoord'.

Wreedheden

De bosnegers sloegen massaal op de vlucht voor het wrede optreden van het Nationale Leger, dat bijna zeker gesteund wordt door een tweehonderd Libiërs. Gaddafi beschikt over een moordbrigade van zo'n achthonderd man, waarop bevriende staatshoofden die in moeilijkheden verkeren een beroep kunnen doen.

In december staken circa 5.000 bosnegers de Marowijne over om in buurland Frans-Guyana een veilig heenkomen te zoeken. Het Franse leger versterkte de grenspatrouilles langs de rivier. Constant vliegen Franse helikopters over de rivier. Zij letten erop dat Surinaamse militairen de boten met

vluchtelingen niet achtervolgen tot over de Franse kant van de rivier. In de grensplaats Saint Laurent werd een opvangkamp ingericht. Daar wachten de bosnegers nu, wachten tot Bouterse is verslagen. Maar zover is het nog niet. Bosnegers die in het verleden naar Paramaribo waren getrokken om daar werk te vinden worden intussen willekeurig opgepakt en standrechtelijk geëxecuteerd. Nederlandse journalisten die eind december een visum voor Suriname kregen, hoorden van de wreedheden.

'Geldrop, Ravenberg, Hongerbron en Kromopawiro werden op een avond, 18 oktober vorig jaar, door gemaskerde mannen opgehaald uit hun woningen, op verschillende plaatsen in Paramaribo. De vier boslandcreolen waren op de hoogte van de drugshandel door de militairen. Hun lijken werden gevonden langs de snelweg. De commandant van Fort Zeelandia, Liew Yen Tai: 'De mannen hadden een roofoverval gepleegd, wij vermoeden dat zij elkaar hebben afgemaakt bij een onderlinge vete'.

'Ewald Deel was een deserteur. Hij werd opgehaald door de militaire politie, maar weigerde mee te gaan. Een dag later werd hij onder dwang meegevoerd. Dezelfde avond was zijn lijk op de Surinaamse televisie te zien, hij zou een dode van de Brunswijkgroep zijn'.

Naderende val

Maar ook de andere bevolkingsgroepen zijn hun leven niet meer zeker. Suriname blijkt een ware politiestaat. Mensen krijgen dreigtelefoontjes. 'Je bent verkeerd bezig', is een vaste uitdrukking geworden in kringen van militairen. Als de zaak ernstiger wordt, zegt men: 'Je bent aan het destabiliseren'. Dan moet je echt uitkijken, want je leven is in gevaar. Gewone burgers worden in hun auto's achtervolgd. Of langere tijd geschaduwd. Als iets de militaire machthebbers niet bevalt, loop je de kans dat men midden in de nacht vanuit een auto met groot licht op je huis gaat schijnen.

In kringen van Surinamers in Nederland, maar ook in de Nederlandse politiek en in de media, wordt steeds nadrukkelijker rekening gehouden met een naderende val van het huidige dictatoriale regime. Men vraagt zich af wat er dan in Suriname direct moet gebeuren, want een gezagsvacuüm mag er niet ontstaan.

Oudere Nederlanders herinneren zich de jaren veertig, waarin ook steeds concreter werd nagedacht over de vraag hoe - na Duitslands nederlaag - in een overgangsregeling kon worden voorzien. De Nederlandse regering in Londen creëerde daarvoor het 'Militair Gezag', een oplossing die voor Suriname niet bruikbaar is, omdat men daar nu juist de buik vol van heeft.

Voor Suriname denkt men aan een overgangsregering waarin de oude politieke partijen - die nog een sterke aanhang in Nederland blijken te hebben - in ieder geval vertegenwoordigd zullen zijn. Over de zaken die zulk een overgangsregering ter hand moet nemen is men het in grote lijnen eens: herstel van recht en vrijheid, dat wil zeggen herstel van de Grondwet, van de onafhankelijke rechtspraak, van de openbare veiligheid, van de vrijheid van meningsuiting en van de persvrijheid.

Baby Desi

Voorts natuurlijk de voorbereiding van vrije en geheime verkiezingen, die moeten leiden tot de vorming van een regering, die kan steunen op een gekozen parlement. Tenslotte de berechting van de moordenaars, zowel van de vijftien prominenten van 8 december 1982 als van hen die na 25 februari 1980 zonder enige vorm van proces om het leven werden gebracht. Als de militairen weer zijn teruggekeerd naar de kazerne, kan de opschorting van het ontwikkelingssamenwerkingsverdrag met Nederland worden opgeheven.

In Paramaribo zijn velen pessimistisch gestemd over de mogelijkheden om de dictatuur te verdrijven. Echt verzet is er hier niet. En de geschiedenis van landen in de regio heeft aangetoond dat dictators het vaak zo'n dertig jaar kunnen volhouden. Een nogal eens in Suriname gebezigde uitdrukking spreekt boekdelen: 'Waarschijnlijk krijgen we op 25 februari in het jaar 1994 Baby Desi aan het bewind. In 2010 kunnen we ongeveer van hem af zijn'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.