+ Meer informatie

KERKGESCHIEDENIS

5 minuten leestijd

Het woord „scholastiek" is afgeleid van het woord „scola" en wijst erop, dat de scholastiek in de scholen thuis behoort. Aanvankelijk had men klooster-en kathedraal-(of dom-) scholen. Deze hadden een bijzonder doel, nl. de opleiding tot kerkdienaren.

In de 12e eeuw ontstonden echter de universiteiten, die ten doel hadden de algemene studie (het zgn. studium generale). Men bestudeerde niet alleen de geloofswaarheden (de theologie) maar ook het recht, de medicijnen. Zo was de universiteit van Parijs (de Sorbonne) vooral bekend om zijn theologische, Salerno> om de medische en Bologna om de juridische studie.

Om nu bij de theologie te blijven: wat was het doel van deze studie? En dan is het antwoord: de verschillende geloofswaarheden, die er reeds waren, te ordenen en in een bepaald systeem te plaatsen. Ieder dogmaticus doet dat op zijn eigen manier. Zo kan men beginnen met de behandeling der H.S., maar ook met die van de kennisse Gods. Vergelijk ons vraagboekje, de dogmatiek van Ds Kersten, Brakel, Mastricht, om er maar een paar te noemen.

De scholastiek deed echter nog meer: zij zocht ook de bestaande geloofswaarheden voor het dankend verstand te rechtvaardigen, zodat ook de rede bevredigd werd.

Ieder begrijpt, dat men hier geloof en weten bij elkaar kreeg (krijgt.) Ieder zal ook begrijpen, dat er in deze een gevaar dreigt, dat men gaat vragen, wie van beide de voorrang heeft en aan de menselijke rede in geloofszake een plaats geeft, die zij niet mag hebben.

Er ontstonden dan ook te dezen opzichte een paar richtingen. De ene ging uit van het geloven: de geloofswaarheden zijn waar op grond van de H.S. (later kwam ook de traditie er bij) en nu ga ik die waarheden voor ons denkend verstand rechtvaardigen d.w.z. met behulp van de rede als trachten waar aan te tonen.

Dit was de rechtzinnige richting. Zij ging uit van de spreuk: credo, ut intellegam d.i. (ik geloof, opdat ik wete.) Ik neem de geloofswaarheden als waar aan en ga nu bewijzen dat zij waar zijn.

Een andere richting was deze: zij ging uit van de twijfel aan de geloofswaarheden. Zij ontkende die niet, maar stelde zich de vraag: zijn ze waar of niet waar? Dan ging men onderzoeken met de rede, om ten slotte te komen tot de geloofswaarheid. Dit was de sceptische richting, de richting van de twgfel. Let wel men bedoelde niet echt te twijfelen, maar deze als een weg te gebruiken om de waarheid te bevstigen.

Een verschil van wijze van behandeling, van methode zal men zeggen, meer niet! Ja, maar, deze laatste richting was niet zo onschuldig voor de theologie als het wel leek; zelfs zeer gevaarlijk. En hevig is zij bekampt door de rechtzinnige richting.

De eerste richting werd vertegenwoordigd door Anselmus van Cantenbury, de tweede door Abaelard.

Mystiek. Naast deze twee scholastische kwam een derde richting op: de Mystiek.

Men heeft deze wel eens genoemd de tegenhangster der Scholastiek. Dit is niet geheel juist.

Er zijn scholastici geweest die ook mystici waren. Nu eens gingen beide richtingen samen, dan weer stonden zij tegenover elkaar. Zo stond de mysticus Bernard van Clairvaux begrijpelijkerwijs lijnrecht tegenover de zoeven genoemde Abaelard.

Wat is Mystiek? Ziedaar een der moeilijkste vragen; spoediger gedaan dan beantwoord. Vandaar de verschillende antwoorden, die men krijgt. Men zou wel het leven van verschillende mystici moeten nagaan, om vervolgens het begrip mystiek vast te stellen.

Als Dr Aalders zijn werk over de Mystiek begint, slaakt hij al dadelijk een verzuchting! Geen wonder.

Men vergeve ons dus, als wij geen scherp belijnde omschrijving van Mystiek geven, liever kunnen geven. Maar iets moeten wij er toch van zeggen.

In de Scholastiek neemt de rede een voorname plaats in, in de Mystiek het gemoed.

Doel van de eerste is het kennen Gods, dat van de tweede de inwendige gemeenschap der ziel met God, de inwendige aanschouwing (contemplatio) waarbij de ziel verzinkt in cle Godheid, 's mensen Ik in het Goddelijk Ik. Dit laatste is geen durende toestand, maar een tijdelijke; zelfs komt niet ieder tot die hoogte, slechts enkele beweldadigden,

Bij nadenken zal men begrijpen, dat dit zeer gevaarlijk in de richting van pantheïsme gaat of is? Hiermee is nog maar een klein deeltje gezegd, wij kunnen er niet dieper op ingaan.

Wij zullen nu de genoemde vertegenwoordigers nog eens nader beschouwen.

Anselmus van Canterbury. Hij werd in 1033 te Costa in Piemont geboren en stierf als aartsbisschop van Canterbury, Engeland in 1109.

Hij was philosoof maar bovenal theoloog en wordt aangemerkt als de vader der scholastiek.

Hij was een zelfstandig denker, maar sloot zich zeer nauw aan bij Augustinus.

Van hem is de reeds zoeven genoemde leus: credo, uit intellegam. Overeenkomstig Augustinus sprak hij 't uit: fides quaerit intellectum d.i. het geloof zoekt wetenschap. Het geloof in de waarheden, die in de H.S. zijn neergelegd, blijft hier bij niet staan, maar tracht, heeft de roeping deze te bewijzen d.i. te bevestigen met behulp van de menselijke rede; door nadenken te verklaren, voor de rede te verhelderen.

En als ik daartoe niet in staat zou zijn, dan zijn de Goddelijke waarheden toch waar en hangen niet van mijn begrijpen af.

Merkwaardig was in Anselmus het samengaan van mystiek en scholastiek, van gemoed en rede. Hij was een innig-vroom mens, maar had behoefte over de Goddelijke waarheden na te denken.

Zeer bekend is hij geworden door zijn bewijzen van het Gods bestaan; vooral door zijn werk: Cur Deus homo? d.i. Waarom is God mens geworden. Hij trachtte in dat werk de noodzakelijkheid van de vleeswording des Woords, van de voldoening door Christus op redelijke gronden aan te tonen.

P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.