+ Meer informatie

Therapeut moet in leider gehele groep meekrijgen

Rabbijn Friedman (VS) op congres klinisch pastoraat:

4 minuten leestijd

NOORDWIJKERHOUT - Wanneer de psychotherapeut de leider van een familie of gemeente bereikt, zal dat een genezend effect hebben op de gehele groep. De leider niet als een heerszuchtig tiran, maar als iemand die een voorbeeldfunctie vervult voor het geheel. Een leider is hij die zich onderscheidt van de groep en er toch nauw mee verbonden is, iemand die de zaken „profetisch" juist ziet en werkelijk voor zijn zaak staat. Dat advies gaf de Amerikaanse rabbijn en 'gezinstherapeut' dr. Edwin H. Friedman mee aan de ongeveer 350 werkers op het (grens)gebied van psychotherapie en pastoraat die deze week in Noordwijkerhout bijeen zijn tijdens een internationale conferentie over pastorale zorg en training (counselling).

Volgens rabbijn Friedman moet de hedendaagse psychotherapie zich laten inspireren door „het profetische element". De lijn van de „bijbelse profetie" is zijn inziens volkomen verwaarloosd in de —vooral in Amerika populaire— "pastoral counselling", zo bewees een onderzoek naar de talloze boeken en artikelen over dit thema. Richt de priester zich op het troosten, de profeet werkt op een confronterende wijze naar de mens toe. De profeet staat voor zijn positie, zo hartstochtelijk zelfs, dat hij steeds door mensen gesaboteerd wil worden.

Specialismen

De huidige psychotherapie heeft te lijden aan talloze specialismen en een ondoorzichtig bos van allerlei technische en analytische methoden. Met deze theoretische methoden lost men emotionele stoornissen nooit op, zo vond Friedman. Daartoe is zijns inziens het profetische element nodig, het soms hard de waarheid (moeten) zeggen, om de cliënt weer verder te helpen. Daarbij is het succes van de therapie afhankelijk van de instemming en de wil van de cliënt. Is deze laatste er niet, dan zal elke oplossing stranden.

Friedman zei dat hij zich in zijn therapiepraktijk niet richt op het troosten, maar op het verhogen van de weerstandsdrempel in de cliënt, zodat deze laatste de problemen meer aankan. Door de verhoging van de weerstand heeft de mens minder pijn en verdwijnen de stoornissen. „Hoe meer mensen gemotiveerd zijn in hun leven, des te minder pijn". Het appelleren aan de leider van een organisme of organisatie is dan ook een probaat middel om zijn "family therapy" succesvol te doen verlopen.

Desgevraagd zegt Friedman moeilijk aan te kunnen geven waar zijn joodse inspiratiebron precies doorwerkt. Ook de functie van godsdienst in het algemeen is zijns inziens moeilijk een plaats te geven in de psychotherapeutische praktijk. „Voor sommigen kan geloof een heilzaam effect hebben, maar voor anderen niet". Anderzijds keerde Friedman zich tegen een overdreven kijk op de psychotherapie als religie, zoals dat in Amerika wel eens voorkomt. Daartegenover bepleit hij een realistische kijk, waarbij psychotherapie niet meer dan een hulpmiddel is om opgetreden stoornissen te verhelpen.

Jaren zestig

De ongeveer 350 vertegenwoordigers uit bijna vijftig landen bezinnen zich deze week op het grensgebied van psychologie en pastoraat. Deze bezinning is met name sinds de jaren zestig, met de opkomst van de menswetenschappen, op gang gekomen. De Tilburgse hoogleraar dr. H. Faber en later dr. W. Zijlstra hebben deze vooral in Amerika in zwang zijnde pastoral counselling in Nederland geïntroduceerd. Dit jaar precies twintig jaar geleden is de Raad voor Klinische Pastorale Vorming (KPV) opgericht, waarvan dr. Maarten Blom voorzitter is. Dr. Blom is ook voorzitter van het congres in Noordwijkerhout en werkt als hoofdlegerpredikant bij de inrichtingen van Justitie.

Laten uitpraten

Volgens ds. Blom is Met gevaar van vermenging van psychologie en psychotherapie enerzijds en geloof en pastoraat anderzijds niet denkbeeldig. Maar wel vindt hij het van belang om kennis bij te brengen van de psychiatrische problemen en scheefgroei in de mens. Hij wil niet direct van een „meerwaarde" van de pastor spreken, maar wel heeft de pastor althans het voordeel dat hij een groter actieradius heeft dan de psycholoog. De pastor kan namelijk zelf initiatieven ontplooien en zien waar in de gemeente problemen zijn.

In de pastorale gesprekken mag men volgens dr. Blom niet te gauw over zonde en over verlossing spreken. De mens moet men met al zijn problemen eerst laten uitpraten. „Ons gesproken woord mag niet opgelegd worden, maar moet kloppen met de situatie. Het gaat er om wanneer en ook hoe je iets zegt". Dat de rechterflank van de kerken niet staat te trappelen om mee te doen met het werk in het klinisch pastoraat of binnen het verband van de Raad voor KPV, is zijns inziens wel verklaarbaar. Men vreest immers een te grote invloed van de psychotherapie en een verkeerde theologische leer die achter dit alles zit. Voor Blom blijft het een uitdaging om van de psychologie te leren hoe de mens in elkaar steekt.

Momenteel worden in vier plaatsen basiscursussen klinisch pastoraat gegeven, te weten in Huize Voorburg in Vught, in het Radboudziekenhuis in Nijmegen, in het psychiatrisch centrum Zon en Schild te Amersfoort en aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Door zo'n 1000 pastores en priesters in Nederland worden deze cursussen bezocht. De raad van de KPV zelf is oecumenisch van opzet, „het zijn vakbroeders die elkaar ontmoeten", aldus dr. Blom.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.