+ Meer informatie

Guillaume Farel dwong Calvijn leiding te geven aan de reformatie in de stad Genève

Oprechte vroomheid ideaal van emotionele hervormer

12 minuten leestijd

Iedereen kent Calvijn en Luther. Velen weten daarnaast ook nog wel iets van Zwingli in Zwitserland, of van John Knox in Engeland. Maar wie was Farel eigenlijk? Guillaume Farel? Was dat niet...? De meeste mensen herinneren zich hoogstens zijn naam uit de geschiedenisboekjes. Toch was hij een kleurrijke figuur in de tijd van de Reformatie. Ter gelegenheid van zijn vijfhonderdste geboortedag bezochten wij de streek waar hij een groot deel van zijn leven heeft gewoond en gewerkt.

Hlet stadje Gap ligt in de Franse Alpen. Het is bijna even onbekend als Guillaume Farel, die er in 1489 geboren werd. Geen wonder. Het heeft de toerist weinig opvallends te bieden: een kathedraal uit de vorige eeuw, een streekmuseum, een 18e-eeuws stadhuis, een paar gezellige winkelstraten, een fraai stadspark en een handvol kerken. Het aardigste punt in het centrum is ongetwijfeld het plein dat genoemd is naar Jean Marcellin, een plaatselijke kunstenaar. Ook de stadsfontein draagt zijn naam. Maar het plein had met evenveel recht p/ace Guillaume Farel kunnen heten, want aan de overkant staat Farels geboortehuis. Er is nu een boekhandel gevestigd. Het ziet er natuurlijk niet meer uit zoals vijfhonderd jaar geleden. Maar wel heeft men aan de voorgevel een zwart marmeren gedenkplaat aangebracht met de beeltenis van de reformator die hier geboren is. Het is heel verleidelijk op zo'n historisch plekje een beetje te gaan zitten mijmeren over vroeger tijden. In gedachten zie je dan al gauw de kleine Guillaume hier met zijn kornuiten over het plein rennen. Toch moetje daarmee uitkijken, want vóór je het weet heeft hedendaagse fantasie de plaats ingenomen van de historische werkelijkheid. Zo ook hier. In de vijftiende eeuw was hier namelijk helemaal nog geen plein. Er stond toen nog een oude, bouwvallige kerk op deze plaats, de St.-Etienne.

Bijgeloof
De St. -Etienne was de kerk die door het gezin Farel trouw werd bezocht. We hebben het nu dus over de tijd vóór de Reformatie, toen de grenzen tussen geloof en bijgeloof nog wel eens erg moeilijk waren te trekken.,,Mijn vaderen moeder geloofden alles'', schrijft Guillaume Farel later. En als voorbeeld van die lichtgelovigheid vertelt hij dan het verhaal van de eerste bedevaart waaraan hij als kind heeft deelgenomen: ,,De eerste belangrijke afgodendienstdie ik mij herinner, was een bedevaart naar het heilige kruis dat op de berg Tallard stond. Men zei dat het gemaakt was van het hout van het kruis waaraan Jezus Christus heeft gehangen. Het hout, dat asgrauw van kleur was, was heel erg ruw, niet geschaafd, en leek niets op het kruis van Christus dat ik later heb aanbeden en gekust in de Heilige Kapel te Parijs. De priester vertelde ons dat het kruis soms helemaal stond te trillen, terwijl het toch geen slecht weer was. En dat gebeurde vooral met het beeldje dat aan het kruis hing. Dat ging, zoals de priester beweerde, soms zo tekeer, dat het leek alsof het van het kruis af wilde komen om de duivel te verjagen. En verder zei de priester, datervuurvonken van het kruisbeeld spatten en als dat niet meer gebeurde, zou erop aarde niets overblijven wat niet verwoest zou worden.'' Tegen dit soort bijgeloof zou Guillaume Farel later in zijn leven fel van leer trekken, omdat hij er voor zichzelf van overtuigd was dat de kerkelijke leiders vaak willens en wetens bezig waren de gelovigen een rad voor ogen te draaien.

Familie
De Farels behoorden tot de vooraanstaande families f> van het stadje Gap. Ze stamden uit een boerengeslacht, dat vanouds gewoond had in het naburige plaatsje Les Fareaux. In 1458 had een van de voorouders van Guillaume Farcl zich als notaris in Gap gevestigd. Dit beroep ging over van vader op zoon. En zo was de vader van Guillaume onder andere als notaris verbonden aan het bisschoppelijk paleis. Zijn moeder, Anastasia d'Orcières, kwam uiteen adellijk geslacht, dat belangrijke geestelijken onder zijn leden telde. Er waren zeven kinderen; zesjongens en een meisje. Ze hebben ongetwijfeld allemaal een vrome, dooren-door roomse opvoeding gekregen. De drie oudste jongens zijn geestelijke geworden, terwijl de twee jongere broers van Guillaume in vaders voetsporen traden. Het zusje, Philippine, zal wel thuis gebleven zijn tot ze trouwde. En Guillaume zelf? Voor een functie in de kerk voelde hij zich niet geschikt. En een studiebol was hij niet. Het notarisambt was dus ook niet voor hem weggelegd. Dan maar in militaire dienst, zei zijn vader.

Naar Parijs
Toen Guillaume op een goede dag te kennen gaf dat hij in Parijs wilde gaan studeren, sloeg dat in als een bom in huize Farel. Zijn ouders stelden alles in het werk om hem dat malle idee uit het hoofd te praten. Guillaume en studeren! Dat kun je net denken! Met dat kleine beetje lagere-schoolkennis dat hij in zijn achterhoofd heeft zeker! Daar komt toch nooit iets van terecht? En dan nog wel in Parijs! Weet hij wel wat er in zo' n grote stad allemaal te koop is? En wat kost dat niet allemaal? Maar Guillaume zou Guillaume niet geweest zijn, als hij zijn zin niet had weten door te zetten. In 1509 (hij was toen al een jaar of twintig) reisde hij naar Parijs en begon aan een moeizame studie. Maar belangrijker dan het studentenleven was voor hem het contact dat hij daar kreeg met een opmerkelijke persoonlijkheid uit het vóórreformatorische Frankrijk: Jacques Fèvre d'Etaples (1455-1536), meestal kortweg Le Fèvre genoemd. 1 Deze was leraar geweest en j na zijn loopbaan had hij

zich teruggetrokken in de ! abdij van Saint-Germainj des-Prés, waar hij een kring van vrienden en leerlingen om zich heen had verzameld. Het was een kleine, onooglijke, verlegen en bescheiden oude man. 'i Maar in hem brandde een vuur van geestdrift voor de rijkdom van de Bijbel. Hij ' had een commentaar op de 'i Psalmen geschreven, waar

van Luther later nog geI bruik zou maken, en een j geschrift over de brieven I van Paulus. Deze werken zouden later een eerste aanzet vormen tot de bekende Franse bijbelvertaling van 1528.

Richtsnoer
Het waren twee totaal verschillende mensen: Farel, de jonge, onstuimige zuideriing, en Le Fèvre, bedachtzame man uit het noorden. Wat was het dat hen in elkaar zo aantrok? Was het dat intense verlangen naar oprechte vroomheid dat in hen beiden leefde? Was het het visioen van een nieuwe, een betere, een rechtvaardiger wereld, dat hen beiden bezielde? In ieder geval waren ze er beiden van overtuigd dat het een wereld zou moeten worden waarin Gods Woord het richtsnoer van alle denken en van alle handelen zou zijn. Op welke manier dat ideaal verwezenlijkt zou kunnen worden, daarover dachten ze heel verschillend. Le Fèvre wilde vasthouden aan de bestaande structuren. Hij wilde de kerk veranderen van binnenuit. En daartoe probeerde hij een beweging op gang te brengen waarin de kerkelijke overheden zelf de Roomse kerk zouden moeten hervormen. Farel daarentegen kwam steeds meer tot de overtuiging dat dit een doodlopende weg was. Hij geloofde niet dat de paus en de overige geestelijken ooit vrijwillig afstand zouden doen van hun machtspositie om zich te buigen voor de eisen van het Evangelie. Hij verwachtte alleen maar resultaat van een vernieuwingsbeweging buiten de officiële kerkelijke instanties om. Ondanks dit principiële verschil van inzicht is Farel, zo lang hij leefde, een diepe verering blijven koesteren voor zijn leermeester. In een van zijn geschriften vertelt hij hoe de oude man op een keer zijn hand vastpakte en zei: ,,Guillaume, de wereld moet veranderd worden. En jij zult nog meemaken dat het gebeurt."

Ommekeer
Meemaken dat het gebeurt, .. ? Maar daar is Farel niet tevreden mee. De wereld moet veranderd worden, en hij daarop gaan zitten wachten? Dat nooit! Daar wil hij nü aan beginnen. Daar wil hij zich helemaal voor inzetten. Daar heeft hij alles voor over, zelfs zijn leven als 't moet. Farel vertelt later zelf, dat hij niet van de ene dag op de andere tot die overtuiging is gekomen: meer dan drie jaar heeft hij gebeden of God hem de rechte weg wilde wijzen. Op zijn knieën heeft hij het Nieuwe Testament gelezen en herlezen. Hij heeft geprobeerd de Latijnse vertaling te vergelijken met de Griekse tekst om duidelijkheid te krijgen met betrekking tot de tegenstrijdige meningen die op hem afkwamen. In Frankrijk haalde de Roomse kerk in die dagen fel uit tegen de reformatorische ideeën die overal de kop opstaken. De leer van Luther werd door de Parijse universiteit veroordeeld en de overheid trad streng op tegen iedereen die "de nieuwe leer" wilde verkondigen, dus ook tegen Guillaume Farel. In 1523 werd de grond hem in Parijs te heet onder de voeten. Hij nam de wijk naar het zuidwesten van Frankrijk om daar het Evangelie te gaan verkondigen. Maar ook vandaar moest hij vluchten en hij kwam terecht in Bazel. In deze Zwitserse stad, die bekend stond als een bolwerk van vrijheid en vooruitgang, probeerde hij zijn werk voort te zetten.

Zere plekken
„Moordenaars! Dieven! Tuig! Schurken! Leugenaars!..." Als hij dan in de kerk niet mag preken, zal hij het ze op straat wel aanzeggen. ,,Verdoemden! Hondsdolle wolven! Misdadigers, erger dan Sodom en Gomorra!..." Zijn zware stem buldert door de straten, galmt over de pleinen, weerkaatst tegen de huizen. Dat blijft natuuriijk niet onopgemerkt. Ramen en deuren gaan wijd open. Mensen komen naar buiten. Wat is er aan de hand? Wie is die man? Wat wil hij eigenlijk? Daar moeten ze meer van weten. Guillaume Farel heeft niet zo veel moeite om mensen te trekken. Hij heeft ook geen moeite om de vinger te leggen op de zere plekken van de kerk. Nee, het is niet tegen de eenvoudige gelovigen dat hij zo tekeer gaat. Het is tegen de kerkelijke leiders, tegen de bisschoppen, de monniken, de priesters, de pastoors. En vooral tegen de paus. Een deel van het volk gniffelt en gnuift bij het aanhoren van de donderpreken van Farel. Zij weten best waar die man op doelt. Wordt er niet hardop gefluisterd dat de bisschop er een bordeel op nahoudt en daar veel geld uit slaat? En is het niet allang bekend dat het hun afgetroggelde geld in verkeerde zakken terechtkomt? En iedereen weet toch dat bij de laatste pauskeuze de kardinalen met veel geld zijn omgekocht? De vrienden van Farel waarschuwen hem meermalen dat hij te ver gaat in zijn "evangelieprediking", dat hij zich moet beheersen in zijn taalgebruik en dat men soms meer vliegen vangt met stroop dan met azijn. Farel probeert ook wel naar hen te luisteren, maar dikwijls is de natuur toch weer sterker dan de leer. Dan vergeet hij alle goede raad, dan vergeet hij zichzelf en de macht van zijn tegenstanders. Dan denkt hij alleen nog maar aan zijn ideaal: een wereld van waarheid en recht, gegrondvest op de Bijbel. Dat kan! Dat móet! Dat zal!

Zoeken
Wie uit dit alles concludeert dat Guillaume Farel niets anders deed dan als prediker van de Reformatie het land doortrekken, heeft het mis. In het Franssprekende deel van Zwitserland, en een enkele keer ook daarbuiten, heeft hij dikwijls hard gewerkt om de verspreide aanhangers van de nieuwe leer te organiseren tot volwaardige, goed functionerende gemeenten. Dat was moeilijk. Het afschaffen van mis, biecht en heiligenverering was een eerste stap. Maar hoe moest het dan verder? Wie was er verantwoordelijk voor de gang van zaken? Wie leidde alles in goede banen? Wie zorgde ervoor dat er geen nieuwe dwalingen ontstonden? Hoe moest zo' n " nieuwe" kerkdienst eruit zien? Hoe moest het Avondmaal gevierd worden? En wie bediende de Doop? En hoe? Men moest zoeken naar nieuwe wegen, in overeenstemming met de Bijbel. Voor Guillaume Farel was dat niet gemakkelijk. Hij was geen organisator. Hij miste het gevoel voor politiek als er kwesties met de overheid geregeld moesten worden. Hij was ook geen denker, geen theoloog. Hij was een doener, een prediker, een vechter.

Genève
In 1536 was Farel in Genève. Al sinds 1527 had hij zich ingezet voor de reformatie van deze belangrijke stad. Maar soms dreigden de problemen hem boven het hoofd te groeien. Dan, op een warme juliavond, komt er een jonge reiziger in de stad aan. Hij is op doorreis van Lyon naar Straatsburg en neemt zijn intrek in een van de stadsherbergen. Het is maar voor één nacht. De volgende morgen moet hij weer verder. Zijn naam: Johannes Calvijn. Zijn beroemde boek "Institutie (of onderwijzing) in de christelijke godsdienst" is dan nog maar net verschenen. Toch heeft het de 25-jarige Fransman tot ver over de grenzen bekendheid gegeven. Zijn komst in Genève blijft dan ook niet onopgemerkt. Als Farel hoort dat Calvijn in de stad is, aarzelt hij geen ogenblik. Hij zoekt de reiziger op in de herberg en vertelt hem uitvoerig hoe de zaak van de Reformatie erin Genève voorstaat. Hij wijst hem op de mogelijkheden die deze stad biedt voor de verbreiding van het Evangelie in Frankrijk, Italië en Zwitserland. Hij legt hem ook de enorme problemen voor waarmee men op dit moment te worstelen heeft. Daar móet een oplossing voor komen. En daarom doet hij een dringend beroep op Calvijn om de leiding van de Reformatie in Genève van hem over te nemen.

Emotioneel
Calvijn weigert heel beslist. Hij legt Farel uit dat hij heel andere plannen heeft. Hij wil zich wijden aan de bestudering van een aantal belangrijke onderwerpen en hij wil alle tijd nemen om in rust en vrijheid daaraan te kunnen werken. En hoe Farel ook praat en aandringt, Calvijn blijft bij zijn voornemen de volgende ochtend zijn reis te vervolgen. Dan ineens rijst Farel op. Hij recht zijn rug en roept uit:,, Vervloekt zij de vrijheid en de rust die u zoekt voor uw studie, terwijl u hulp en bijstand weigert in zo grote nood!" Calvijn, die dit gebeuren later zelf vertelt, wordt door dit emotionele optreden van Farel zo getroffen, dat hij besluit om dan toch maar in Genève te blijven. Volgens verschillende historici behoort het tot de grote verdiensten van Guillaume Farel dat hij zich sindsdien in de schaduw van Calvijn heeft opgesteld, omdat hij in deze zijn meerdere zag. Dat betekende echter niet dat er voor hem nu een periode van rust aanbrak. Tot op hoge ouderdom heeft hij, vooral als predikant van de stad NeuchStel, zijn krachten gegeven voor zijn ideaal. Voor hem was een leven met God een leven met de Bijbel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.