+ Meer informatie

TER OVERWEGING

8 minuten leestijd

Eric Jas & Peter de Groot, De Leidse koorboeken. Een ongekende schat. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2011, 88 blz., € 19,90.

In het maartnummer van Ambtelijk Contact tipte ik de welwillende lezer over de vondst van de zogenaamde Leidse Koorboeken uit de 16e eeuw (blz. 779). En ik noemde dat ‘wonder-mooie muziek’. Misschien hebt u er inmiddels van geproefd: net als ik de eerste dubbel-CD aangeschaft of op ‘Musica Religiosa’ op zondagavond om 18.00 uur via de radio er kennis van genomen (zang van het Egidiuskwartet). Wanneer dat zo is, is een aanbeveling voor het nu verschenen boek overbodig; en als u dit allemaal onbekend voorkomt, zij het mij vergund u opnieuw te tippen: zes koorboeken die op miraculeuze wijze de Beeldenstorm overleefden. Deze koorboeken waren speciaal gemaakt voor het koor van de Leidse Pieterskerk, dat daar dagelijks de zeven getijden uit zong (in Zierikzee staat ons kerkgebouw in de daarnaar genoemde straat, het klooster van de Minderbroeders stond daar immers vlakbij op de hoek). Voor eeuwen verdwenen ze met de komst van de Reformatie in een kist… En in het bovengenoemde boek wordt dit verhaal verteld, compleet met schitterende illustraties!

E. Lodewijk (samenstelling), De Open Deur. Geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Gemeente te Delft. Uitg. Beheersstichting CGK in Ned. Delft, Achterom 88, 2611 PS Delft, 323 blz., € 10,- excl. Verzendkosten.

In het begin van de jaren ‘50 van de vorige eeuw was er sprake van grote spanningen in onze kerken. Het leidde op een gegeven moment tot het uittreden van enkele predikanten, en het suchten van een aantal gemeenten die de naam gingen dragen zoals in de ondertitel van het boek aangegeven. Er was veel verwantschap met de broeders die wij vandaag nog steeds aantreffen rond de Stich ting Bewaar het Pand en het boek maakt duidelijk dat met een aantal van hen ook contacten waren, zowel bij ontstaan als bij de voortduur. Zij zetten de stap echter niet die anderen wel zetten. Onder hen was ds. J.G, van Minnen, die toen voor de tweede keer de gemeente van Huizen diende, na tussendoor in Delft predikant te zijn geweest – en daarna nog voor de tweede en derde keer naar Delft kwam, maar daar uiteindelijk struikelde… De gemeente in Delft bestond voornamelijk uit afstamme-lingen van een groot gezin, de familie Langstraat. Men leest in het (boeiende!) boek veel over hun inzet – die overigens duidelijk maakt dat er veel en grote offers zijn gebracht! Twee opmerkingen blijven over na lezing: de eerste is dat bij een zo mooie uitgave het ontsierend is dat er heel veel taal- en stijlfouten in staan. Er had echt een corrector in de arm genomen moeten worden. De tweede is een vraag in grote verlegenheid, en in het boekje komt men die ook tegen: wat is nu de vrucht van dit alles geweest? Een heel klein kerkverband dat 60 jaar na ontstaan tot één gemeente is teruggebracht, waar de ambten niet meer aanwezig zijn, slechts een ‘bestuur’. De predikanten Salomons en Van Minnen – die de CGK-gemeenten dienden – zijn beiden begraven door een ehr. geref. predikant. Zou wat bij het sterven kon dan niet bij het leven kunnen… ?

Prof.dr. A. Baars e.a., Waarom dan? Vragen van jongeren. Uitg. De Banier Apeldoorn 2011, 96 blz.,€7,95.

Waarom zou je bidden als het toch niet helpt? Waarom mogen we niet samenwonen? Waarom moeten we selectief zijn in onze muziekkeuze? Waarom moet ik mijn kerk trouw blijven? Ziedaar enkele van de vele vragen waarvoor catecheten zich gesteld zien. De medewerkers aan het boek zoeken naar Bijbelse antwoorden en geven die ook. Soms is dat net iets anders dan de flap belooft: wie naar een antwoord op de vraag over het samenwonen zoekt, komt niet verder dan een uiteenzetting over de volgorde huwelijk en seksuele gemeenschap. Maar daarmee is de vraag over samenwonen toch niet echt inhoudelijk opgepakt. En het hoofdstukje over ‘nuttige regels’ geeft ook nogal wat vragen: waarom zo stellig over hoeden en rokken, maar zo voorzichtig over roken (dat is.’denk ik, – cursivering van mij, DQ – strijdig met het zesde gebod’)?

Ds. MJ. Kater, Geloof je dat nu echt? Antwoorden op kritische vragen over het christelijk geloof. Serie Weerwoord. Uitg. De Banier Apeldoorn 2011,187 blz., € 9,95.

Dr. Kater doceert apologetiek aan de TUA. Daarbij heeft hij een hart voor jongeren. En die combinatie maakt dit boek tot een heel aantrekkelijk boek. Hoeveel jongeren komen immers op werk en opleiding niet met zeer kritische vragen in aanraking, waarbij ze met de handen in het haar zitten en… niet zelden zelf ook in verwarring komen? Laten ze zich de stof van dit boek dan eigen maken! Het bestaat uit zes delen, ieder onderverdeeld in 3-5 hoofdstukjes. Ik noem ze: God en de rede, In de huid van de ander, Geloven ter discussie, God ter discussie, De Bijbel ter discussie, Jezus ter discussie. En komen vragen als: ‘hoe kan Jezus nu de enige weg tot God zijn’? of: ‘hoe kan een liefdevolle en almachtige God zo veel lijden toestaan?’ of: ‘hoe zit dat nu toch met schepping en/of evolutie?’ tot een richtinggevend antwoord.

Ds. A.A. Egas, Hoe spreekt God tot mij? Uitg. Den Hertog Houten 2011,100 blz., € 12,50.

Wanneer het Woord van God opengaat, spreekt God. Een woord uit de hemel, gericht aan zondaren. De vraag die ds. Egas stelt, is: hoe spreekt God tot mij? Samuël kreeg een hoorbare stem, Jakob kreeg in Bethel een droom… maar gebeurt dat nu nog zo? In 9 hoofdstuk – ken gaat de auteur de Schrift (h. 2), de belijdenisgeschriften (h. 3) enkele theologen (Luther, Calvijn, Brakel, h. 4), de gereformeerde leer (heilsorde, h. 5) na en daarna gaat hij over tot de vraag tot wie God spreekt (h. 6), hoe dat ervaren wordt (h. 7), en dat dit gericht is op (vrijspreken van) zondaren (h. 9 en 10). Daarbij komen o.a. de moeilijke vragen over de verhouding van roeping en wedergeboorte en van roeping en verkiezing aan de orde (blz. 45-50). Daar worden heldere Bijbelse lijnen getrokken. Het boekje zal zijn weg met name onder jongeren best vinden, al zal het onder hen ook best vragen oproepen (ik denk daarbij aan de onderscheiding tussen inwendige en uitwendige roeping, dat blijven toch lastige dingen).

Ds. W. M. den Hertog, Romeinen. Een brief vol kracht. Serie ‘Luisteroefeningen’. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2011, 85 blz., € 8,90.

De brief aan de Romeinen en het nadenken daarover… men hoort de ander denken: ‘mooie dogmatiek, maar wat moet ik ermee? Ik wil iets voelen en beleven!’ Zo zet de auteur, chr. geref. predikant te Rozenburg te verwachten reacties op zijn studie prikkelend neer. En ik vrees dat het raak gezien is. Vervolgens belooft hij dat hij gaat proberen, om al luisterend naar deze brief, aan te tonen dat de tegenstelling tussen beleving en traditie/dogmatiek voor Paulus helemaal niet bestaat (blz. 16). Wel, daar is hij bepaald in geslaagd, o.a. door de duidelijke vragen aan het begin van elk hoofdstuk (‘uit het leven gegrepen’), ook door de ‘lessen voor het leven’ aan het eind van elk hoofdstuk. Daarbij wordt ons ook een geestelijke spiegel voorgehouden, wanneer wij preken over verzoening (bijv. n.a.v. Rom. 3:21) te theoretisch vinden, beseffen we dan nog dat we alleen door geloof, door Gods vreemde gerechtigheid gerechtvaardigd kunnen worden (blz. 35)?

Ewout Klei, ‘Klein maar krachtig, dat maakt ons uniek’. Een geschiedenis van het Gereformeerd Politiek Verbond, 1948-2003. Uitg. Bert Bakker Amsterdam 2011,455 blz., € 29,95.

Het blijft altijd weer boeiend – om geen sterker woord te gebruiken – om kennis te nemen van het organisatieleven binnen de Geref. Kerken (vrijg.). Zo verscheen in de zomer het proefschrift van E. Klei over de geschiedenis van het GPV. Waarom is dat zo boeiend? Voor mij ligt het antwoord in die vraag in het aantoonbaar parallel lopen van de ontwikkelingen in de GKv enerzijds en die in het GPV anderzijds. De politieke partij is opgekomen rond de zgn. ‘doorgaande Reformatie’, die een direct gevolg was van de kerkscheuring in de GKN in 1944. Vervolgens ziet men in de jaren ‘50 en ‘60 dat het de nodige moeite kost om van getuigenis geven (dat is immers een kerkelijk-geestelijke taak!) te komen tot het bedrijven van christelijke politiek (dat is immers de roeping van een politieke partij). Het proefschrift gaat dat na. Men merkt de blijvende verwevenheid op van kerk en partij in die jaren: als het kerkelijk gaat stormen en dat uitloopt op een scheming (ontstaan van de NGK), dan stormt en scheurt het ook in het GPV. En als veel later (wel 20 jaar zo ongeveer) de GKv het verengde kerkbegrip langzaam maar zeker opgeeft, wordt datzelfde even langzaam maar even zeker zichtbaar in het GPV. En zo komt het tot het opgaan van die partij, samen met de RPF, in een nieuwe partij: de ChristenUnie. Waar men o.a. weer oud-GPV-ers tegenkomt die in de jaren ‘60 eruit waren gegaan of gezet. Het kan verkeren… Een gedegen studie, die – in tegenstelling tot veel proefschriften – leest als een trein.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.