+ Meer informatie

Het Rapport

8 minuten leestijd

I. De naam.

Op onze voorjaarsklassis werden bezwaren ingebracht tegen het begrip „kursus” uit de bovengenoemde instruktie.

De kommissie deelt deze bezwaren voorzover zij gedachtenassociaties wekken aan een ietwat schoolse opleiding. Het is niet de bedoeling, dat onze ambtsdragers weer op de schoolbanken terecht komen en een examen afleggen, maar de intentie van Kornhorn en ook van uw kommissie is echter, dat zij gevormd worden voor de praktische beoefening van hun werk in de gemeente.

Omdat wij toch aan deze gedachte een bepaalde naam willen meegeven hebben wij gedacht aan: vormingswerk voor ambtsdragers.

II. De zaak.

Van groter belang echter is de zaak, die met deze naam bedoeld wordt. En deze zaak ligt uw kommissie na aan het hart.

Met het oog hierop willen wij graag het volgende aan u doorgeven:

A. Uw kommissie is van oordeel, dat het zwaartepunt bij de opzet van dit vormingswerk nergens anders kan en mag liggen dan bij de plaatselijke kerkeraad. In dit verband herinneren wij u aan wat Dr. Velema in Ambtelijk Contact van juni 1962 over onze kerkeraadsvergaderingen schreef. Bij de uitwerking van dit punt hebben de in dat artikel genoemde gedachten ons gestimuleerd. Ook wij menen, dat de allereerste opdracht van elke kerkeraad en daarom van elk kerkeraadslid is het weiden van Gods schapen, die door de Opperherder aan onze zorgen werden toevertrouwd. Hiermee wordt dus duidelijk de geestelijke zorg voor de gemeente bedoeld.

Onze kerkeraadsvergaderingen worden nog te veel gevuld met op zichzelf genomen wel belangrijke zaken, die echter geheel buiten de kring der geestelijke verzorging liggen. Het is uiteraard niet de bedoeling, dat onze vergaderingen nu geen enkele aandacht meer moeten besteden aan de materiële zaken of zich hiervan zo gauw mogelijk afmaken — ook dit zou de gemeente Gods schaden en in strijd zijn met onze roeping! — maar toch vermoeden wij, dat velen met ons van mening zijn, dat deze vergaderingen wel wat geestelijker zouden kunnen zijn. In ieder geval betekent het al een grote winst voor ons werk ook, wanneer de verhouding tussen geestelijk en zakelijk op onze vergaderingen in evenwicht is. Uiteindelijk is de kerkeraad geen bestuur, dat allereerst de zakelijke aangelegenheden dient te regelen. Als een eerste vereiste voor het juiste evenwicht tussen deze beiden zien wij dan ook, dat de kerkeraad een team moet zijn. De kracht, de invloed van een team staat en valt met de teamgeest. Voor de kerken is dat de Geest van Christus, Die ons naar elkaar toeleidt en de christelijke liefde voor de mede-ambtsdrager verdiept.

Deze Geest breekt ons ook open voor elkaar. De verdieping van onze verhouding tot elkaar impliceert een verrijking van ons ambtswerk en resulteert in een nog betere vervulling van onze door God gegeven opdracht. Behalve dat dit bevruchtend voor persoonlijk geestelijk leven is, zal het zeker zijn betekenis hebben voor het weiden van de kudde Gods en niet minder zijn effekt in het geheel van het gemeentelijke leven. Immers, wanneer binnen de kerkeraad de christelijke gemeenschap beleefd wordt en dit door de gemeente gezien wordt — en zij zullen het merken! — zal dit zijn invloed op het gemeentelijk leven niet missen.

Daarom kunnen wij niet genoeg accentueren dat onze kerkeraden kleine gespreksgroepen dienen te zijn, die zich met elkaar regelmatig bezinnen op het leven der gemeente. Daarom moet er plaats komen ook voor het persoonlijk gesprek op de kerkeraadsvergaderingen. Wij moeten niet te ambtelijk-technisch zijn, maar ook eens in de praktijk van het geestelijke leven ons verdiepen, met inbegrip van ons persoonlijk leven.

Een zekere aangeboren of misschien aangeleerde schuwheid tegenover de geestelijke zaken, een zich-niet-zo gemakkelijk voor-de-ander-open-leggen-van-eigen-leven moet in ieder geval op onze kerkeraadsvergaderingen niet aan de orde zijn. Zal dit rapport en de bedoeling van de instruktie enige konkrete uitwerking hebben, dan moeten wij deze instelling op het werk van een kerkeraad laten varen en samen trachten een team te vormen, dat zich in alles gedragen weet door de Geest Gods.

B. De realisering van de instruktie hebben wij ons als volgt ingedacht:

1. Voor een periode van vier jaar hebben wij een schema opgemaakt. In deze vier jaren willen wij op onze vergaderingen de volgende onderwerpen behandelen:

I: geloofsleer

II: kerkrecht

III: pastoraal werk van de ambtsdragers

IV: diakonaat.

Het spreekt vanzelf, dat elk onderwerp op de praktijk van ons ambtswerk dient te zijn afgestemd.

De bedoeling is, dat van het te behandelen onderwerp een aantal schetsen gelijk aan het getal der kerkeraadsleden minstens zes weken voor de vergadering aan de kerkeraden wordt toegezonden. Deze schets dient dan op uw eigen vergadering in kerkeraadsverband behandeld te worden, eventueel met de konsulent. Uw vragen of diskussie-punten moeten drie weken voor de vergaderdatum opgezonden worden aan de referent, die daarmee in het verder uitwerken van zijn gedachten rekening kan houden.

Onze kerkeraden zijn dus de diskussie-groepen. waar eerst in een kleine kring het te behandelen onderwerp wordt doorgenomen.

Met deze opzet beogen wij. dat door een bespreking op de kerkeraad er openheid voor elkaar komt, terwijl wij op deze wijze met enige kennis van de te behandelen zaken op de algemene vergadering komen. Via de schets is de eerste onbekendheid weggenomen.

2. Wij stellen u voor elk jaar vier vergaderingen te houden, waarbij dan de huidige regionale konferenties zijn inbegrepen. Wanneer wij dan de zomermaanden van mei t/m augustus buiten beschouwing laten, blijven er 8 maanden over, die dan zo ingedeeld kunnen worden, dat u in de ene maand op uw kerkeraad het onderwerp voor de volgende maand behandelt. Een eventuele nabespreking op de kerkeraden zou ook geen kwaad kunnen.

3. Als grenzen voor de algemene vergaderingen willen wij aanhouden die van de huidige regionale konferenties. Binnen deze grenzen wordt aan één bepaalde kerkeraad de regeling van het een en ander opgedragen. Zij dient te zorgen voor uitvoering van het door de klassis vastgestelde schema, waarbij het vanzelf spreekt, dat dezelfde referent in beide regionale konferenties het onderwerp behandelt. Verder regelt deze kerkeraad de finaciering, die billijk is. wanneer alle gemaakte kosten (konsumpties, zaalhuur. vergoeding en reiskosten spreker enz.) worden omgeslagen naar het zielental.

4. De onder 1 vermelde opzet hebben wij in het volgende schema verwerkt:

I. Geloofsleer: a. Verbond en verkiezing; b. De Kerk — naar binnen: de ge meenschap der heiligen, naar buiten: haar taak in en voor de wereld: c. de kracht van de sakramenten voor het persoonlijk geestelijk leven: d. het werk van de Heilige Geest.

II. Kerkrecht: Bij de behandeling van dit onderwerp menen we er goed aan te doen eerst de inhoud van onze Kerkenorde op praktische wijze door te nemen. De verdeling wordt dan door de K.O. zelf gegeven. Elk jaar zou een hoofdstuk aan de orde moeten komen en het geheel komt er dan alsvolgt uit te zien:

a. De diensten — art. 2—28

b. De kerkelijke samenkomsten — art. 29—51

c. De leer. sakramenten en andere ceremoniën — art. 52—70.

d. De censuur en kerkelijke vermaning — art. 71—83.

III. Pastoraal:

a. Onze voorbereiding op het huisbezoek.

b. Het doel van ons huisbezoek.

c. Het ziekenbezoek.

d. De persoon van de zielzorger.

IV. Diakonaat: Hoewel wij uiteraard over diakonale onderwerpen hebben na gedacht, hebben wij als kommissie het toch als een leemte gevoeld dat er geen diaken in onze kommissie zat. Er is op dit terrein een bonte veelheid van gesprekstof. Wij denken aan het werelddiakonaat. het diakonaat en maatschappelijk werk, de verandering in de diakonale opdracht, enz.

Het leek ons echter goed deze onderwerpen te laten openstaan, zodat de diakenen ten opzichte hiervan zelf hun gedachten naar voren kunnen brengen. Op onze klassis van 2 oktober verwachten wij dan ook een stroom van voorstellen uit onze diakoniën, zodat de klassis dan haar keus kan doen.

De bedoeling is dus, dat elk jaar uit I t/m IV één onderwerp behandeld wordt en wel in de aangegeven volgorde. Zoals reeds is gezegd moet de behandeling uiterst praktisch zijn. Daarom is overleg met de referenten van groot belang. IV. Advies.

Tenslotte menen wij er goed aan te doen uw vergadering te adviseren, wanneer u dit rapport hebt aangenomen en de uitwerking ervan blijkt inderdaad in een behoefte te voorzien en vormend voor ons ambtswerk te zijn, tijdig een volgend vier-jaren plan op te zetten, opdat deze zaak voortgang hebbe. Bovendien, u hebt gemerkt, dat die uitwerking wel enige voorbereidingen en een goede organisatie vereist. Daarom adviseren wij dit winterseizoen dit schema nog niet te realiseren, maar twee kerkeraden (zie II B 2) op te dragen voorbereidingen te treffen voor het volgend seizoen, sprekers aan te schrijven, data vast te stellen, enz. en hun bevindingen neer te leggen in een rapport, dat dan op onze voorjaarsklassis 1964 d.v. dient. Zo kan er elk jaar op de voorjaars-classis een dergelijk rapport voor het komend winterseizoen aan de orde komen. Dat zal de goede organisatie bevorderen, de bedoeling van de instruktie verwezenlijken en ons ambtswerk in de gemeente ten goede komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.