+ Meer informatie

Ouderen - ouderenzorg en zorg voor elkaar

13 minuten leestijd

Men behoeft geen vakliteratuur of ambtelijke nota’s te hebben gelezen om te weten dat de ouderen in onze samenleving vandaag, en niet alleen voor de overheid, de zorgen voor morgen inhouden. Er gaat dan ook geen dag meer voorbij, of wij worden daarvan via het geschreven of gesproken woord in kennis gesteld.

Het gecompliceerde proces van het ouder worden.

De levensloop van de gemiddelde Nederlander is, ten opzichte van zo’n eeuw geleden, ingrijpend veranderd. De levensduur is bijna verdubbeld. Tegelijkertijd hebben maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen er toe geleid dat er een ”nieuwe levensfase” is bijgekomen. Naast jeugd en volwassenheid is nu de ouderdom een levensfase, die de meeste Nederlanders zullen gaan doormaken.

Oud worden is een geleidelijk proces. Wel een gecompliceerd proces, dat zich bij elk individu verschillend voltrekt. Het brengt allerlei nieuwe verschijnselen met zich mee en wie méér inzicht in het gedrag en de problemen wil krijgen, zal wat elementaire kennis dienen te hebben om een en ander beter te onderkennen.

Cees Tempelman noemt in zijn boekje: ”Identiteit en identiteitsproblemen bij ouder wordende mensen” onder andere de volgende problemen die zich in de aanloop tot de derde levensfase en daarin kunnen voordoen:

- lichamelijke veranderingen.

Te denken valt hierbij aan processen als: verlangzaming, verminderde reactiesnelheid, verminderd gezichts- en gehoorvermogen, verminderd inprentingsvermogen (geheugen), verminderde mobiliteit, optreden van duizeligheid, grijs of kaal worden. Het rekenschap geven van het verouderingsproces dat zich aan het lichaam voltrekt is dikwijls moeilijk voor mensen en niet eenvoudig te erkennen.

- het probleem dat men niet kan accepteren dat men werkloos wordt of is, terwijl men nog volop prestaties kan leveren.

Problemen van deze aard komen voor bij oudere werknemers die buiten hun schuld hun werk zijn kwijt geraakt.

- het probleem dat men niet kan verkroppen gedwongen uitgeschakeld te worden uit het arbeidsproces op het moment van pensionering.

Dit probleem vertoont wel véél overeenkomst met het voortijdig werkloos worden, maar er is toch een belangrijk verschil. De ”officiële” pensionering heeft namelijk een definitief karakter. Het schadelijke is, dat men beseft dat men je niet meer nodig heeft.

- het probleem dat men niet meer tot bepaalde prestaties in staat wordt geacht omdat men een bepaalde leeftijd heeft bereikt.

Vooral in onze westerse samenleving is hierdoor een volkomen vertekend beeld gegroeid van de oudere mens.

- het probleem dat ontstaat doordat de kinderen het huis uitgaan.

De moederrol of vaderrol valt dan op een bepaalde manier weg. In een aantal gevallen kunnen de ouders de kinderen helemaal niet afstaan, waardoor men een soort afstands-opvoedings-situatie krijgt. Dit zal in vele gevallen tot conflicten leiden.

Problemen van dit type zullen we het meest bij vrouwen aantreffen.

- het als probleem ervaren dat men financieel afhankelijk is geworden.

Dit soort individuele problemen kan ontstaan als oudere mensen, of weduwen/weduwnaars na het overlijden van de huwelijkspartner, voor hun levensonderhoud een beroep moeten doen op de algemene bijstandswet of op andere sociale wetten. Het kan een diepe bres slaan in de zelfwaardering van juist die mensen, die vroeger opgevoed zijn met waarden als: arbeid adelt, van de bedeling leven is minderwaardig. Met name de huidige generatie hoogbejaarden gevoelen dit nog sterk.

- het probleem wanneer men moet ervaren in bepaalde opzichten hulpbehoevend te worden.

In dit opzicht is het niet verwonderlijk dat een chronische toestand van hulpbehoevendheid, zoals die in verzorgingstehuizen of verpleeghuizen wordt aangetroffen, leidt tot depressiviteit, apathie, gebrek aan interesse voor de omgeving, gevoel van machteloosheid, verbittering, onzekerheid en een gering zelfvertrouwen.

- problemen voortvloeiende uit de confrontatie met de eindigheid.

De zekerheid of bij anderen de onzekerheid m.b.t. de vraag naar een leven na de dood hangt ook samen met talloze andere fundamentele vragen over de zin van het leven en het doel van ons bestaan.

Kerkleden en gelovigen zullen vanuit hun geloofsovertuiging tot een persoonlijke stellingname komen, er zijn echter ook mensen die de confrontatie met de eindigheid negeren, ontwijken, ontvluchten of zelfs ontkennen.

- het probleem wanneer de huwelijkspartner is weggevallen.

Het wegvallen van de huwelijkspartner is zonder twijfel één van de meest ingrijpende problemen die zich bij oudere mensen kunnen voordoen.

Bij diepe, langdurige relaties gaan de huwelijkspartners een deel van de andere opnemen in hun zelfbeeld. Wanneer dan de ander komt te overlijden is men zichzelf niet meer, omdat een deel van hem/haarzelf mee-begraven is, hetgeen tot een diepe graad van ontreddering en ontwrichting kan leiden.

- het probleem dat men, door factoren buiten schuld, gedwongen wordt van woonomgeving te veranderen.

Dit zal in vele gevallen ontstaan wanneer ouderen hun vertrouwde omgeving moeten verwisselen voor een vertrek in een verzorgingstehuis of verpleeghuis. De ontwortelingsreacties die hierbij kunnen optreden, gevoegd bij de aanpassingsproblemen daarna, zijn van dien aard dat we hier wel zeker van een apart soort identiteitsproblemen kunnen spreken.

- het als probleem ervaren dat allerlei generatiegenoten , met wie men zich verbonden voelde, wegvallen.

Dit probleem houdt in dat de mens altijd een produkt is van zijn tijd en de cultuur waarin hij gevormd is.

Niet alleen een individueel persoon, maar ook de hele generatie waartoe hij behoort, heeft het stempel gekregen van de gebeurtenissen die zich tijdens een bepaalde

tijdsperiode hebben voltrokken.

Dit geeft in zekere mate een wederzijdse verbondenheid en is ook de reden waarom veel ouderen liever met generatiegenoten dan met jongeren omgaan. Als mensen van de betreffende generatie overlijden, dan kan dit beleefd worden alsof telkens een

stukje van hemzelf méé-overlijdt.

Deze (combinatie van) factoren zijn mede de oorzaak van de achterstandssituatie waarin ouderen kunnen verkeren ten opzichte van andere groepen van de bevolking. Hierbij moet overigens worden opgetekend dat niet voor ALLE ouderen geldt.

Oud, bejaard en hoogbejaard

De genoemde overgangsmomenten in het proces van het ouder worden behoeven niet altijd samen te hangen met een bepaalde leeftijd.

In navolging van de ministeriële richtlijnen is de groep ”ouderen” thans omschreven als: ”een ieder die 55 jaar of ouder is” (Nota Bouwstenen voor ouderenbeleid). We spreken van ”bejaarden” bij een ieder die ouder is dan 65 jaar. Een ieder die ouder is dan 80 jaar noemen we ”hoogbejaard”.

Een ouderenbeleid is mede bepalend voor de wijze waarop in de toekomst een oudere tegemoet wordt getreden.

Ouderenbeleid is tegenwoordig ook een financieel beleid.

Toekomst verwachting

Waarom is de belangstelling voor de zorg voor ouderen zo groot? De laatste decennia is onder andere door verbetering van hygiëne, voeding en gezondheidszorg de gemiddelde leeftijd sterk toegenomen. Of, zoals de Minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur het formuleert: ”Ouderen en jongeren in onze samenleving mogen zich verheugen in een toenemende levenverwachting”.

In snel tempo neemt het aantal ouderen, bejaarden en hoogbejaarden toe. Over ongeveer 50 jaar zal plusminus 33% van onze bevolking ouder zijn dan 65 jaar. Anders gezegd: in het jaar 2035 is één op de drie Nederlanders bejaard.

Binnen die grote groep van ouderen zullen naar verwachting veel meer vrouwen worden aangetroffen dan mannen. Er zullen ook veel meer alleenstaanden onder zijn en veel hoogbejaarden.

In het vakjargon wordt dit ”de dubbele vergrijzing” genoemd. Hierdoor zal er een steeds grotere behoefte ontstaan aan zorg en derhalve zal het beroep op de zorgvoorziening sterk toenemen.

Mede daardoor kan en mag de samenleving niet voorbij gaan aan de zorg voor ouderen. Deze zorg is niet alleen de zorg van NU, maar vooral zorg voor de TOEKOMST.

Zorgbeeld

Het is gelukkig niet zo, dat iedere oudere (het woord bejaarde gebruik ik niet graag) afhankelijk is van de professionele zorg of het vrijwilligerswerk. De meeste ouderen, kunnen, letterlij ken figuurlijk, nog goed uit de voeten. Maar toch is de behoefte aan hulp de laatste jaren al sterk gegroeid.

Wél is het zo, dat het maatschappelijk beeld van ouderen in het algemeen wordt afgeleid van de groep zorg- en hulpbehoevende ouderen. Dit is ongeveer 15 a 20%.

Wie in de ouderenzorg werkzaam is, hoort en kent geen andere begrippen als: zelfzorg, mantelzorg, zorg op maat, zorg voor psychogeriatrische (dementerenden), intramurale zorg (verzorgingstehuizen en verpleeghuizen), extramurale zorg (eerstelijnszorg zoals kruisverenigingen, gezinszorg, maatschappelijk werk, bejaardenhulp), flankerend ouderenbeleid (alarmeringsondersteuning in thuissituaties, maaltijdvoorziening, tijdelijke verzorging binnen het bejaardentehuis, dagverzorging, nachtopvang), burenhulp, vrijwilligers en om deze opsomming toch maar te besluiten: woonvoorzieningen voor ouderen.

In het kader van dit artikel zou het uitdiepen van al dit soort voorzieningen, welke in meer of mindere mate aan de ouderen van nu worden aangeboden, een bijdrage op zichzelf kunnen zijn.

In meer of mindere mate, want een en ander is sterk afhankelijk van de gelden die de overheid: provincie en gemeente beschikbaar stellen en daarin kunnen per gemeente nogal verschillen optreden, omdat dit mede afhankelijk is van de activiteiten, die per gemeente ondernomen worden.

Toekomstig ouderenbeleid

Er wordt doorgaans zeer generaliserend en negatief over ouderen gesproken. Het maatschappelijk beeld wordt afgeleid van de eerder vermelde 15 a 20%. Door de sterke aandacht voor en de groei van bovenstaande voorzieningen is het beeld ontstaan dat er alleen maar gebrekkige ouderen zijn. Toch heeft ieder van u voldoende contacten met ouderen om vast te stellen dat het heel merkwaardig is dat we zo generaliserend spreken over deze groep.

De vroegere generatie en een tegenwoordig deel daarvan waren nauwelijks voorbereid op haar pensioen.

Het is een erg tevreden generatie. Men refereert meestal aan de oudere van vroeger en men komt dan tot de conclusie dat zij beter af zijn dan hun ouders. Zij hebben op een andere manier leren aanvaarden.

Maar hoe zit het nu met de toekomstige generatie ouderen en, ook al, met de huidige ”jogere-oudere”

Er is de laatste jaren een grote diversiteit van levensstijlen onder ouderen ontstaan.

Eén van de eerste opvallende kenmerken van de nieuwe generatie ouderen is, dat zij als jonge bejaarden hun levensstijl van de periode daarvóór voortzetten.

Deze wordt gekenmerkt door behoud van zelfstandigheid en een actievere betrokkenheid bij allerlei ontwikkelingen.

Vanwege deze betrokkenheid ontvangen zij vaak waardering voor wat zij doen. Dit geeft weer een positieve uitwerking op de gezondheid. De toekomstige generatie ouderen zou wel eens een gezondere generatie kunnen zijn.

De grootste verandering zou kunnen zijn, dat er zoeits groeit als eenouderen-cultuur en dat de nieuwe generatie zal laten zien wie zij is. Heel duidelijk dient zich dat al aan bij de huisvesting, het ontwikkelen van eigentijdse voorzieningen en eigen zorgsystemen, met accenten op steunpunten en aanleunwoningen. Juist de categorie tracht te komen tot betere afstemming of bundeling voor betere thuiszorg en zorg op maat, ter voorkoming dat het hele hulpverleningssysteem en -arsenaal op ieders hoofd wordt uitgestort.

Wellicht zal de grote scheidslijn straks niet lopen tussen ouderen en jongeren, maar tussen gezonden en niet-gezonden, tussen actief betrokkenen en degenen die hebben afgehaakt, tussen diegenen die waardering hebben ondervonden en degenen die echt hebben afgedaan.

Daarmee samenhangend zal het beeld en de realiteit van die 20% steeds slechter worden.

En als de zorgzame samenleving ergens tot bloei kan komen, dan is het bij deze categorie, die intensieve zorg nodig zal hebben.

Hendreiking van de kerk

Welke handreiking kan de KERK, lees de kerkelijke gemeenschap, de oudere bieden? Bedoeld wordt de sociale gemeenschap op kerkelijk terrein en de beleving daarvan door ouderen.

De zin van de kerk is geloofsgemeenschap zijn. Kan men daarnaast van een ”ociale” gemeenschap spreken?

Hij/zij die lid is van een kerk, mag daarvan ook enige gemeenschap verwachten. Ook dat die kerk hem/haar niet zal vergeten als hij vereenzaamt. In hoeverre komt de kerk hem dan tegemoet om vereenzaming te voorkomen? De grootte van de kerkgemeenschap is voor het contact tussen de leden belangrijk. Het omzien naar ouderen binnen de gemeenschap is belangrijk en waardevol, niet omdat ze ”ielig” ijn, maar omdat ze broeders en zusters zijn. Kwaliteitvan de gemeente is mede af te lezen aan de aandacht die men aan elkaar en specifiek aan ouderen schenkt.

Belangrijk daarin is dat men de kerk niet alléén ziet als ontmoetingsplaats voor Woord en Gebed op zondag, maar dat men zich met elkaar verbonden weet als gelovigen, die een taak hebben zowel naar binnen als naar buiten. Te denken valt hierbij ook aan ouderen die in de wijk waar de kerk gesitueerd is, wonen, of aan een in die wijk gelegen bejaarden-, verzorgings- of verpleeghuis.

Jongeren en ouderen hebben daar hun eigen plaats in. Niet los van elkaar, maar waar mogelijk zich richtend naar en op elkaar. Hierbij staat het persoonlijk contact centraal en wel op basis van gelijkwaardigheid. Juist voor kerkeraadsleden ligt hier een opdracht: om te trachten de gemeente te stimuleren, te ondersteunen, op nieuwe mogelijkheden te wijzen en impulsen te geven voor het bevorderen van de gemeenschap onder de gelovigen.

Voorbeeld

Het dagelijks leven van ouderen is veelal een aaneenschakeling van juist kleine dingen waar men geen raad mee weet die mede bepalend zijn voor de kwaliteit van het dagelijks leven.

Heel praktisch bijvoorbeeld is juist ouderen zélf in te schakelen voor het bezoeken van ouderen. Door juist hén in te schakelen, versterkt men het zelfrespect en in de gemeente van Christus moeten oudere gemeenteleden zeker meetellen.

En wie zou de oudere beter kunnen begrijpen dan juist die oudere zelf?

Van iedere gemeente mag gevraagd worden een actieve contactcommissie samen te stellen, die met grote regelmaat zelfstandig wonende ouderen bezoekt, (mee) naar ziekenhuizen gaat en contacten onderhoud met in het verzorgingstehuis of verpleeghuis wonende gemeenteleden.

Naast andere, praktische zaken zoals we die allemaal wel kennen, valt te denken aan:

- het halen en brengen naar een kerkelijke ouderensoos,

- het mogelijk maken dat men kan deelnemen aan een gesprekskring, waar o.l.v. de predikant gesproken wordt over een bijbels onderwerp, in afwisseling met een algemeen onderwerp, wel of niet samenhangend met de leeftijd,

- het verrichten van administratief werk. Veel hoogbejaarden hebben daar grote moeilijkheden mee,

- gemeenteleden kunnen net zoals dit gebeurt bij jonge kinderen, ook een oudere binnen of buiten de gemeente ”adopteren”.

Is dat het enige wat we kunnen doen?

Bovenstaande zou ook nog gedaan kunnen worden door anderen dan gemeenteleden. Maar juist de kerk heeft nog andere, specifieke taken.

Te denken valt hierbij aan:

- hulp en bijstand rond de terminale fase.

Stervensbegeleiding, hoe moeilijk ook, hangt niet alléén af van wetenschappelijke kennis of professie, maar méér nog van mensen meteen in voel vermogen, een harten twee beschermende armen. Iemand die een hand vasthoudt of even over het hoofd strijkt. Die, zoals in het verhaal van de barmhartig Samaritaan, zich er niet met een fraaie theorie van afmaakt, of met een grote boog omheen loopt, maar écht helpt.

Maar barmhartigheid kost moed. Als we maar durven stoppen wanneer we iemand zien liggen. Vanaf dat punt krijgt men ook hulp toegevoegd, hoeft men niet alleen te gaan.

- samen eens een bekende psalm of gezang zingen.

Dementerende ouderen zingen bijvoorbeeld graag bekende liederen zoals: ”Daar ruist langs de wolken”, ”De Heer is mijn Herder” en de ”oude” psalmen. Een reden om de teksten niet te vergeten.

Geestelijkeachteruitgang grijpt diep in iemands leven in. Dat geldt niet alleen voorde betrokkene, maar ook, in niet mindere mate voor de familie. Betrokkenheid en steun ervaren van broeders en zusters uit de gemeente is dan onmisbaar. Praten met anderen over de problemen van zowel praktische als ook emotionele aard, gaat in onze "open" samenleving tot op de dag van vandaag moeizaam.

- wanneer een oudere slechtziende is en daar behoefte aan heeft: samen uit de Bijbel lezen.

- geloofservaringen uitwisselen. Veelal wordt hierdoor niet alléén de bezochte oudere gesterkt.

- samen bidden, alles de Here opdragen. We komen immers namens de Kerk?

Wanneer we uitgaan van deze gedachte en opdracht: "God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf” om zo bezig te moge zijn met de ouderen binnen onze gemeente en daarbuiten, dan zal God het gebrekkig werk door ons verricht aan hen die onze hulp behoeven, zeker ook tot zegen doen zijn van onze naaste én ons zelf.

Geraadpleegde literatuur:

Tijdschrift voor verzorgings- en bejaardentehuis; Senior; Nota Ouderenbeleid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.