+ Meer informatie

RPF wil spoor van oude ARP en CHU voortzetten

Lijsttrekker Leerling rekent op tenminste een zetel

8 minuten leestijd

HUIZEN — De RPF straks wellicht als nieuwe christelijke partij in de Tweede kamer? Een stukje versnippering? Lijsttreker M. Leerling wijst die gedachtemet kracht van de hand: „Het geluid dat wij laten horen is niet nieuw. ARP en CHU zijn opgeheven. De grootste hap is naar het CDA gegaan, een groep bijbelgetrouwe christenen heeft gewoon het oude spoor van deze twee partijen voortgezet. Dat is geen aparte partijvorming."

Voor de tweede keer neemt de Reformatorische Politieke Federatie (RPF), opgericht in 1975, deel aan verkiezingen voor het Nederlandse parlement. n Vorige keer kwam me zo'n 1800 stemmen te kort voor een kamerzetel. Ditmaal probeert men het opnieuw.

De partij heeft Meindert Leerling aangewezen als lijsttrekker. Na zijn loopbaan in de journalistiek, tot voor kort was hij werkzaam bij de E.O. is hij de politiek binnengestapt. Elke avond trekt hij samen met drs. Wagenaar, die tweede staat op de lijst het land in om de RPF bekendheid te geven bij de bevolking. Onze parlementsredacteur drs. A. A. C. de Rooij sprak met  de lijstaanvoerder.


Leerling maakt er een eenvoudig rekensommetje van. Er waren drie partijen, namelijk KVP, ARP en CHU. Nu zijn er nog twee: CDA en RPF. Men kan het ook anders bekijken. In de Nederlandse politiek opereerden vier protestant- christelijke groeperingen, te weten ARP, CHU, SGP en GPV. Momenteel zijn er slechts drie over: SGP, GPV en RPF.

Dit rekenwerk is echter niet het belangrijkst. „In ons geweten konden wij niet anders", zegt Leerling en hij is teleurgesteld in met name het CDA dat men geen begrip kan opbrengen voor de worsteling van veel christenen. De lijstaanvoerder: „Dat wordt niet erkend. Men vindt het vanzelfsprekend dat men meedoet aan het CDA, maar de geestelijke bagage waar ARP en CHU vroeger voor stonden, de oude koers, die men in de zestiger en zeventiger jaren geleidelijk aan heeft verlaten, is nergens terug te vinden in die partij. Noch in het programma, noch in het beleid zie ik dat men de bijbelse norm als absolute norm hanteert voor het maatschappelijk en persoonlijk handelen, dat de overheid geroepen is God te dienen in het openbare leven en te weren wat zijn naam lastert en bespot."

„Het CDA wil de normen aanpassen aan de ontwikkelingen in de samenleving. Dat is dus democratisch denken. Sommige CDA'ers, zoals minister De Ruiter, geven openlijk toe dat ze niet meer geloven in de oude lijn. Dat is in ieder geval eerlijk en duidelijk. De kiezer heeft trouwens toch al lang door dat het CDA op een andere weg zit dan vroeger ARP en CHU."

Leerling herinnert er verder aan dat fractieleider Lubbers onlangs heeft verklaard dat het CDA niet één is in het verstaan van de Schrift, maar dat men een zuiver programmatische partij is.

Zelfde fundament
DE RPF zet zich, zoals uit het voorgaande al wel blijkt, scherp af tegen het CDA. De strategie is erop gericht vooral uit die hoek kiezers te werven. Wat betreft de twee andere kleine christelijke partijen, SGP en GPV, wil men tot een zo maximaal mogelijk samenwerking komen. „We staan tenslotte op hetzelfde fundament", merkt de lijsttrekker van de RPF op. „Er zijn voldoende aanknopingspunten om met elkaar te werken, maar ik ga dat niet forceren."

Terugkomend op de versnippering vragen we de lijstaanvoerder waarom de betrokkenen niet naar SGP of GPV zijn overgestapt. „Wij hadden dolgraag met het GPV samengegaan", aldus Leerling, „maar bij die partij worden alleen mensen toegelaten die lid zijn van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt. Als, bij wijze van spreken, het GPV morgen zegt dat we daar terecht kunnen heffen we de RPF overmorgen op. Wat de SGP aangaat: sommigen in die kringen hebben al moeite met de lijstverbinding. De SGP heeft voldoende respect voor de eigen identiteit om geen RPF te worden. Met een totale bundeling zou het SGP-bestuur zeker niet gelukkig zijn. Ik denk dat er op dat moment direct een splitsing ontstaat."

De Reformatorische Politieke Federatie wil er in de politiek op wijzen dat het dienen van God en het luisteren naar zijn geboden voorop behoort te staan in het persoonlijk en maatschappelijk leven. Verder is naar de mening van Leerling de visie op de overheid kenmerkend voor de RPF. Hij zegt hierover: „Wij zien de overheid als dienaresse Gods, hetgeen voor ons een absolute gehoorzaamheid aan zijn Woord inhoudt. Een neutrale overheidsgedachte wijzen wij dus af."

Getuigen
Deze uitgangspunten worden uitgewerkt in het verkiezingsprogramma met de naam „om U te dienen". Het werk van de RPF, zo staat in het programma, kan immers alleen dèt als ideaal hebben. Veel aandacht wordt besteed aan de ethische vraagstukken van onze tijd. Naast het weren van abortus en euthanasie staat men op de bres voor het huwehjk en het gezin.

„We moeten vooral getuigen", merkt Leerling op. „Ik heb weinig illusies dat we op deze punten een volk meekrijgen dat zich niet bekeert. Daarmee zijn we evenwel niet klaar. Als christen moet je altijd Gods normen proclameren, ongeacht het feit of men luistert of niet. God wil dan zegenen en kan één stem gebruiken om de hele samenleving te veranderen. Wat dat betreft is het niet belangrijk met hoeveel mensen je in de Kamer zit."

We praten met de aanvoerder van lijst 18 ook uitgebreid over het sociaaleconomisch beleid. Natuurlijk is daaraan een aparte paragraaf in het verkiezingsprogramma gewijd. De RPF pleit daarin voor de versterking van de markteconomie, voor het terugdringen van de rol van de overheid op dit terrein. Leerling: „We willen het economisch verkeer niet volledig vrijlaten en maar zien wat er van terecht komt. Dat is het liberale standpunt. Dan ga je uit van een optimistische mensvisie en komen de zwaksten onder te liggen. De overheid moet aanvullen, corrigeren en desgewenst stimuleren."

Meer concreet wil de RPF onder andere prijzen en lonen beter afstemmen op vraag en aanbod en niet van bovenaf laten vastleggen. Het overleg tussen mensen en belangengroepen moet verplaatst worden van landelijk niveau naar de ondernemingen en bedrijfstakken, zodat de resultaten aansluiten bij de praktijk. Verdere inkomensnivellering wordt afgewezen en het trendbeleid voor ambtenaren moet verdwijnen. Voorts pleit de RPF voor verruiming van het begrip passende arbeid, wil men het belastingstelsel herzien in de richting van de Hofstra-voorstellen (inflatieneutrale belastingheffing) en vindt men de collectieve uitgaven zo'n 20 procent te hoog.

Op dit laatste pimt is nogal kritiek gekomen. De RPF-lijstaanvoerder daarover: „Met dit getal willen we alleen aangeven hoe ver we naar onze mening zijn ontspoord welke richting we moeten inslaan. Het is natuurlijk irreëel te veronderstellen dat wij de hiermee samenhangende bezuinigingen in de periode tot 1985 willen realiseren. We zijn al blij met een verkleining van de collectieve lasten met 5 à 6 procent in de komende jaren."

Kernwapens
Een ander belangrijk onderwerp in deze verkiezingsstrijd, de kernwapenproblematiek, houdt ook de RPF bezig. De partij werpt zich op voor een krachtige defensie en de lijsttrekker acht het, gezien de bewapening in het Oostblok, onaanvaardbaar en onverantwoord af te zien van plaatsing van de omstreden kruisraketten, hoewel naar zijn oordeel het gebruik van kernwapens de normen die de Bijbel geeft met betrekking tot oorlogvoering overschrijdt. Dus die wapens wel bezitten, maar onder geen enkele omstandigheid gebruiken? Leerling aarzelt en zegt dan: „Dat is op dit moment niet te zeggen. Het is steeds een afweging van een complex factoren en het gaat er nu om dat de overheid de taak heeft de geestelijke vrijheid in het westen te beschermen. De kernwapens vervullen daarbij een afschrikkingsfunctie. Tegelijk moeten we er alles aan doen de rol van het kernwapen te verminderen."

Hij wil in dit verband een opmerking kwijt over de Evangelische Volkspartij (EVP), die de kernwapens afwijst op grond van het gebod „gij zult niet doden". „Deze partij miskent de zwaardmacht die de overheid omwille van de zonde heeft volledig", meent hij. Leerling voegt aan zijn uiteenzetting over het kernwapenstandpunt nog iets toe: „Er vindt momenteel een enorme mentaliteitsverandering plaats in de samenleving. Ik vind het gevaar van de geestelijke decadentie groter dan de dreiging van een kernoorlog. Het communisme en de linkse partijen krijgen vooral bij jongeren steeds meer voet aan de grond, zelfs op christelijke scholen."

Minst slechte
Als het aan de RPF ligt wordt de huidige regeringscoalitie na de verkiezingen voortgezet. Het is een keuze voor het minst slechte. De lijsttrekker wijst hierbij op de dogmatische instelling van de PvdA en op het gevaar van D'66 voor confessionele partijvorming en particulier initiatief op levensbeschouwelijke basis. „D'66 wil via democratisering bijvoorbeeld het welzijnswerk en de gezinsverzorging met een protestants-christelijke signatuur volledig onderuit halen", aldus Leerling.

Ondanks zijn voorkeur voor CDA-VVD is hij allerminst tevreden over het kabinet-Van Agt. Op economisch terrein had geen enkel ander kabinet het naar zijn mening beter gedaan, hoewel hij het jammer vindt dat men de collectieve lasten verder heeft laten oplopen. Zijn grote bezwaren liggen uiteraard vooral in het ethische vlak. De abortus is het beste voorbeeld. „Van de toezeggingen die Van Agt op dit punt in het verleden heeft gedaan is geen spaan terecht gekomen", zegt de RPF-voorman. „Hij heeft zelfs nooit een verklaring gegeven en verantwoording afgelegd waarom het niet is gelukt te verwezenlijken wat hij als ideaal zag."

Vertrouwen
De RPF gaat 26 mei met veel vertrouwen tegemoet. Leerling: „Ik ben ervan overtuigd dat we er ditmaal komen." Aanwijzingen daarvoor zijn de groei van het aantal leden (bijna 7000), de grote belangstelling op vergaderingen en de publiciteit die buiten reformatorische kringen aan de RPF wordt gegeven. Een teken dat men deze partij als een serieuze gegadigde ziet voor een kamerzetel. Bovendien verwacht de aankomende politicus, gelet op de tamelijk lauwe verkiezingscampagne, een geringe opkomst naar de stembus. Ook een factor die in het voordeel werkt van een partij als de RPF met een enthousiaste aanhang.

„Ik hoop", zegt Leerling, „dat alle mensen die in onze dagen verwantschap voelen met partijen die zich normeren aan de Heilige Schrift, ondanks wellicht bezwaren op onderdelen of terughoudendheid in verband met de geringe invloed van kleine partijen, een daad stellen. Dan zou het reformatorische geluid in de politiek veel sterker doorklinken dan men ooit had gedacht."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.