+ Meer informatie

Hoe denkt men over de dood?

6 minuten leestijd

(3).

Uit het voorgaande is wel gebleken, dat naar gedachte van de meeste volkeren de dood gevoeld is als een overgang naar een andere bestaansfase. De dood is als een scherpe bocht in de weg, wat achter die bocht ligt, is nu nog voor het oog verborgen, maar het is reeds doorzichtig, dat de weg voortgaat. Dat is ook wel de reden, waarom men zo innig met de gestorven voorouders blijft omgaan. Zij worden nog gerekend tot het geheel van de stam of van het volk, ze worden nog gekend in alle moeilijkheden en bezwaren, hun raad wordt nog altijd gevraagd in ogenblikken van nood en gevaar. Ze behoren er dus nog bij, bij het grote geheel van de menselijke samenleving, ze zijn niet opgegaan in

het niet, maar ze zijn alleen overgegaan in een andere fase.

Hier en daar breekt de gedachte door, dat datgene, wat achter de dood ligt, meer werkelijk en ook meer overeenkomstig de natuur van de mens is dan het leven hier op aarde. Daarop wijst reeds het woord, dat men bij verschillende volkeren voor sterven heeft, een woord dat ongeveer betekent: „naar huis gaan." Het leven op aarde ziet men dan ook een soort vreemdelingschap, als een vondeling zijn in een vreemde en verwarde wereld, de dood is dan de terugkeer naar het land, waar men eigenlijk thuis hoort. Hier in dit leven ligt de mens onder een zekere vloek, wordt hij gevangen genomen door zinnelijke lusten en begeerten, geraakt hij verstrikt, verbijsterd, bedwelmd, eerst in de dood vallen al deze dingen van hem af en stijgt hij weer op naar zijn oorspronkelijk land. Dan wordt de mens weer wat hij in diepste wezen was en gaat hij weer in zijn werkelijkheids staat.

Tot deze gedachte neigde men temeer, wanneer men dit aardse leven ging beschouwen als een jammerlijke mislukking. De dood gaat men dan zien als het grote ontkomen. In een oud Egyptisch geschrift is sprake van een gesprek tussen een ongelukkige en zijn ziel: „De dood staat nu voor mij als de geur van lotusbloemen, zoals wanneer men op de rand van de dronkenheid zit. De dood staat nu voor mij, zoals wanneer iemand zijn huis wenst terug te zien, nadat hij vele jaren in gevangenschap heeft doorgebracht." Een Chinees denker heeft hetzelfde gezegd:

„Er bestaat een groot ontwaken. Wanneer dat geschied (namelijk in de dood), dan weet men dat dit tegenwoordige leven niets dan één lange droom geweest is." Ook in de Grieks-Romeinse wereld werd de dood menigmaal gezien als de grote bevrijder uit de onheilvolle banden aan het stof, die de ziel bekneld houden. In de Islam wordt de ziel wel vergeleken met een vogeltje, dat opgesloten zit in de kooi van het lichaam en dat in de dood eindelijk tot vrijheid komt.

Dit alles is wel genoeg om aan te tonen, dat men menigmaal de dood begroet heeft als een nieuwe geboorte. In de eerste geboorte treedt de mens binnen in deze grillige wereld en werpt zich in de maalstroom van het gebeuren. Hoe verder de mens daarin doordringt, des te vaster wordt hij beet gegrepen door de betoverende macht van de zinnen. Eerst als hij eindelijk ontwaakt uit zijn roes, gaat hij verstaan, dat heel dit zijn op aarde een zinloos spel is en dan eerst gaat hij vermoeden, dat de dood in plaats van het grote schrikbeeld, juist de grote verlosser is. Dan is de vrees voor de dood uit hem geweken.

Midden tussen al deze overleggingen en bespiegelingen doemde echter hier en daar het vermoeden op, dat het alles toch wel heel anders zou kunnen wezen en dat er niet zoveel wezenlijk verschil bestaat tussen de dood van een mens en die van een dier. Misschien is de dood maar een heel gewoon verschijnsel, net zo gewoon als het verdorren van een blad in de herfst. Moeten wij de

dood niet veel meer zien als een noodzakelijk natuurgebeuren, dat er nu eenmaal wezen moet omdat het behoort tot de wet van het leven? En zijn alle beschouwingen over onsterfelijkheid en wat dies meer zij, niet een produkt van pure fantasie?

Het is merkwaardig, dat wij deze klanken al beluisteren in heel oude tijden. Ook toen zijn er al mensen geweest, die er aan twijfelen, of het wel zin heeft te filosoferen over het leven na de dood en of men niet verstandiger deed met aan te nemen, dat de dood het einde van alles is. Door alle eeuwen heen trilt iets van twijfel aan de goden, aan het leven na dit leven en wordt de gedachte geopperd, dat de dood niets anders is dan het prijs geven van de eigenheid en het weer ingaan in de alheid. De adem keert weer naar de wind, het vlees verteert in de aarde, de lichaamsvochten gaan weer in het water, de beenderen worden met vuur verbrand. Zo nemen de vier elementen der wereld, lucht, aarde, water en vuur, de mens weer in zich op, zonder dat er iets van zijn persoonlijkheid overblijft, dan alleen de herinnering, waarmee het nageslacht hem in ere houdt.

In de laat Griekse wereld kreeg dit vermoeden hier en daar een wijsgerige uiteenzetting. Zo wordt door het Epicurisme, dat is de wijsgerige school, die de apostel Paulus ook in Athene ontmoette (Hand. 17 : 18) volgehouden, dat cle ziel zelf een lichamelijk verschijnsel is, en dat daarom de dood niets anders kan betekenen dan de vernietiging van het individuele leven. Deze gedachte leidde niet zelden tot een gevaarlijke onverschilligheid ten aanzien van de normen van het leven. Wanneer de dood vernietiging is, waarom zouden wij ons clan nog verontrusten? Laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij. Tot nu toe hebben we bij de bespreking van ons onderwerp „Hoe denkt men over de dood? " steeds stilgestaan, hoe men in zeer oude en in oude tijden over dit onderwerp heeft gedacht. Bovendien hebben we het onderwerp benaderd vanuit een heidens denken. Om het niet te lang te maken, hebben we de verschillende heidense godsdiensten maar laten rusten. Waren we daaraan begonnen, clan zou cle stof onuitputtelijk zijn geweest.

Het wordt nu echter tijd om te gaan zien, hoe men in de laatste eeuwen over de dood heeft gedacht en meer speciaal, hoe cle moderne mens er over denkt. Daarover D.V. het volgende artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.