+ Meer informatie

De Nadere Reformatie

7 minuten leestijd

Mystiek

In onze taal is een woorden in omloop, die veelal\ naar eigen smaak en willekeur worden uitgelegd. Denk bijvoorbeeld slechts aan een woord als „democratie", waaronder men aan cle andere kant van het IJzeren Gordijn precies het omgekeerde verstaat van de betekenis, die de Westelijke wereld eraan hecht.

Ook cle theologische wetenschap heeft een aantal van die woorden, die voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn. Wat een verwarring is er al ontstaan rondom de woorden „Gereformeerd, " „Liturgie", enz. Dezer dagen kregen we nog een werkje in handen, clat in onze kringen gelezen wordt 1 ). Daarin wordt een verklaring gegeven van het woord „Piëtisme, " die eenvoudigweg nergens op lijkt. Doch over Piëtisme en Piëtisten hebben we in de vorige artikelen een en ander gezegd.

In dit artikel is het ons te doen om enige orde te scheppen in de chaos die is ontstaan rondom het woord „mystiek". Wie over Piëtisme en Nadere Reformatie spreekt, kan moeilijk zwijgen over de mystiek; maar hij dient dan wel een verklaring te geven van dat veel gebruikte, en nog meer misbruikte woord, om misverstand te voorkomen.

Koenen's „Handwoordenboek der Nederlandse Taal" geeft voor „mystiek" cle volgende betekenissen: „leer van het hogere leven der ziel in God; " ook „van het hogere gebed, van de meer innige vereniging van cle ziel met God (door contemplatie)" Onder „mysticisme" verstaat hetzelfde woordenboek: „het geloof aan cle geheimzinnige gemeenschap tussen God en de mens; verborgenheidsleer; neiging tot het wondergeloof, het bovennatuurlijke."

Het woord mystiek hangt samen met het Griekse „mysterion" clat zoveel betekent als „geheim", „verborgenheid". Het Latijnse bijvoeglijk naamwoord „mysticus" wordt clan weergegeven met „verborgen, " „geheimzinnig." Het begrip stamt dus uit de Klassieke Oudheid en als zodanig is cle oermystiek zuiver heidens, dus panthëistisch.

(Panthëisme is de leer clat het heelal God is).

Voor een dergelijk soort mystiek, de aanbidding van een natuurgod, het opgaan in het heelal, is natuurlijk in het Gereformeerd Protestantisme geen plaats.

Er is echter ook een Roomse mystiek, die vooral in cle Middeleeuwen gebloeid heeft. Men denke slechts aan Zuster Hadewyek en haar „Visioenen", aan Thomas a Kempis en zijn „De Imitatione Christi" (Over de navolging van Christus) en aan Jan van Ruusbroec's „Sieraad der Geestelijke Bruiloft. » Ook bij deze mensen ging het om een persoonlijk beleven van cle kerkleer, een persoonlijke bevinding des geloofs. Deze mystiek begeerde „een innich leven, " de meditatie over Gods openbaring, het persoonlijk genieten van Zijn tegenwoordigheid. Doch, hoeveel verwantschap deze mystici ook gehad hebben met cle mannen van de Nadere Reformatie, er is één kloof, die hen van elkander scheidt. De Middeleeuwse mystici waren in zichzelf gekeerd, ze sloten zich op tussen kloostermuren, terwijl de Reformatie krachtens haar beginsel cle gelovige in het volle, bruisende leven plaatst.

Ziende op het misverstand clat door de heidense én door cle Roomse mystiek was ontstaan, hebben verschillende Gereformeerde theologen nu maar voorgoed met het woord en het begrip „mystiek" willen afrekenen. In het Gereformeerd Protestantisme zou cle mystiek immers niet thuishoren en zo werd het kind tegelijk met het badwater weggegooid.

Wie echter zou willen ontkennen dat er ook een Gereformeerde mystiek bestaat, doet het Gereformeerd Protestantisme tekort. Trouwens, waar zouden we moeten blijven met Schriftplaatsen als Ps. 25 vers 14: „De verborgenheid des Heeren is voor degenen, die Hem vrezen" en 1 Timotheüs 3 vers 16 „De verborgenheid der Godzaligheid is groot', , (waar Paulus letterlijk het woord „mystérion" gebruikt!)?

Over cle Gereformeerde mystiek heeft ds. L. Floor }r. (Chr. Ger. predt) een lezenswaardige brochure'-) geschreven. Veel helderder lijkt ons echter cle rede, die Prof. dr. S. van der Linde bij zijn ambstaanvaarding te Utrecht heeft uitgesproken over „Het Gereformeerd Protestantisme" : i ) waarin ook de mystiek ter sprake komt. Een paar citaten uit deze lezing mogen hier volgen:

„De Gereformeerde mystiek, die met de getekende ascetiek gegeven is, is zeer bepaald geen mystiek in cle volle zin. Maar even zeker vertoont zij sterk „mystieke" trekken — Echter mystiek pleegt te gedijen, waar men met de schepping op gespannen voet leeft, getuige dopers en spiritualisten. Bij de Gereformeerden is dat bepaald niet het geval. Daaruit laat zich opmaken clat tussen cle Gereformeerde ascetiek en doperse mijding een scherper grens valt te trekken, clan wel gedaan wordt — De geaardheid van deze Gereformeerde „mystiek" behoort o.i. volledig in rekening te worden gebracht. De gevoeligste, meest kwetsbare en tevens cle meest onderscheidende trekken van de Gereformeerden liggen niet in de meer objectieve sfeer van dogmatiek of ethiek, maar in wat er voor de praktijk van het geloof uit volgt. Het werk van de Heilige Geest heeft daarom bij • Calvijn en bij de Gereformeerde piëtisten die grote en heilzame nadruk — Echte mystiek pleegt het zwijgen lief te hebben. Maar cle Gereformeerde „mystiek" heeft niet opgehouden te spreken—"

Onder Gereformeerde mystiek willen we dus niets anders verstaan dan cle gemeenschap der gelovigen met God in Christus door cle Heilige Geest. Als zodanig is ze te beschouwen als een onmisbaar element in de bevinding der heiligen. De Nadere Reformatoren, die immers zoveel aandacht schonken aan de verhouding God — mens, hebben deze mystiek beoefend en beschreven. Men denke aan „Het innige Christendom" van W. Schortinghuis, aan de „Ziels-eenzame meditatiën" van J. Eswijler, aan „De Godvruchtige Avondmaalganger"

van P. Immens, aan de vele preken van B. Smijtegelt. Maar men denke vooral aan de grote mysticus in de bloeitijd van het Gereformeerd Protestantisme. Jodocus van Lodenstein, 4 ) die in zijn preken de mystiek naar voren heeft gebracht, wiens gedichten een sterk mystieke inslag vertonen en die theoretisch zelfs over het begrip „Mystieke Theologie" heeft geschreven.

Vooral hij heeft goed begrepen, dat er aan de overname van de Roomse mystiek grote gevaren kleefden. Ook in Gereformeerde kringen kwamen toentertijd Roomse en zelfs pantheïstische uitdrukkingen voor, zoals „uitvloeien uit God, invloeien in God, sterven van de ziel, oplossen in God, opgaan in het „Al" enz. Maar dat heeft hem niet weerhouden om cle woorden en de termen van cle mystieke theologie over te nemen en ze met een nieuwe inhoud te vullen.

Tot slot van dit artikel een citaat uit Lodenstein s „Beschouwinge van Zion", waarin hij duidelijk uiteenzet, wat hij onder mystiek verstaat:

„Mystieke Theologie is de heilige waarheid der Gereformeerde leer, door Gods Geest aan 's mensen ziel geleerd. Ze is niet anders dan een beschrijving van de praktijk en de beoefening der Heilige Waarheid. Ze beschrijft de verborgen mens des harten, de gevoelens, roerselen en ervaringen van een mens, in wie Christus woont en clie geleid wordt door cle Heilige Geest — Ik heb wel tegen vele woorden en uitdrukkingen der mystieke theologie bezwaar (het gevaar der geestdrijverij dreigt) maar dat doet die theologie op zichzelf geen schade — Ik acht het verwerpen van de mystieke theologie niet anders dan een listige greep van onze geestelijke vijanden om cle belijder der heilige leer alle bevinding uit cle Geest te doen verwerpen — Iedere wetenschap en kunst heeft haar eigen vaktermen clie onkundigen niet begrijpen. Waarom zou cle theologie clan geen termen gebruiken, die niet in de Bijbel staan en clie toch nuttig zijn om een zaak te doen verstaan? "


J ) B. J. v. Wijk. „Kruisgezanten", deel II

L. Floor. „Gereformeerde Mystiek"

: ! )'Dr. S. v. d. Linde. „Het Gereformeerd Protestantisme"

') Dr. M. J. A. de Vrijer. „Uren met Lodenstein"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.