+ Meer informatie

Tocht langs de nulmeridiaan

5 minuten leestijd

Er zijn veel mensen die zichzelf een echte reiziger of schrijver vinden, maar zoals een boer geen ex-stedeling is die een pretboerderij is gaan bewonen, zo is een reiziger niet iemand die één of twee keer per jaar een buitenlandse vakantie onderneemt.

Buiten kijf staat dat de schrijver van "De verborgen ordening. Een ontdekkingsreis langs de nulmeridiaan" zowel een rasechte schrijver als een rasechte reiziger is die voor dit reisboek wel een zeer bijzonder onderwerp heeft gekozen.

Alfred van Cleef schreef en zwierf zijn leven lang, en als je veel en wereldwijd reist, word je voortdurend geconfronteerd met tijdsverschil. De mens is er in de loop der eeuwen in geslaagd deze verschillen nauwkeurig te registreren. Het geperfectioneerde systeem waar men de tijd als het ware in gevangen heeft, helpt de mens bij het vinden van zijn weg op deze planeet.

Het uitgangspunt voor plaats- en tijdsbepaling is de internationaal geaccepteerde nulmeridiaan. Deze denkbeeldige lijn, die in principe de tijdsafspraken van zo'n 7 miljard mensen bepaalt, maakt zo'n indruk op Van Cleef dat hij besloot een reis langs deze onzichtbare lijn te maken. Althans, daar waar deze lijn over land en niet over water of ijs gaat, zoals dat in de buurt van de polen het geval is.

Het resultaat is een reisverhaal dat zich afspeelt in Engeland, Frankrijk, Spanje, Mali, Burkina Faso, Togo en Ghana. Door deze zeven landen en door Algerije loopt de nulmeridiaan. Helaas kreeg de schrijver geen toestemming om door Algerije te reizen, en daar is hij dan ook noodgedwongen overheen gevlogen.

Iemand die geen enkele belangstelling heeft voor reizen en ook niet geïnteresseerd is in de vraag hoe de mens er ooit in geslaagd is zijn plaats op deze planeet te bepalen, kan het boek beter links laten liggen. Maar voor iemand die hiervoor enige interesse heeft, zal de belangstelling voor beide fenomenen tijdens het lezen enorm toenemen.

Het boek van Van Cleef varieert van beschrijvingen van de eenvoudigste huishoudinkjes die hij op de 'nul' aantreft tot hoogdravende wetenschappelijke verslagen, die hij echter op boeiende wijze voor een groot publiek toegankelijk weet te maken. De reis op en bij de lijn wordt zeer gedetailleerd beschreven. Van Cleef probeert uit te vinden of het invloed op je leven heeft als de nul dwars door je woning blijkt te lopen of als je er vlakbij woont.

Al reizend vertelt hij over het ontstaan van het cijfer nul, de meridiaan en hoe men in de oudheid zocht naar deze denkbeeldige lijn. De zeevarende naties konden de lijn niet missen, en eeuwenlang liep deze over het Canarische eiland El Hierro. Totdat Columbus de Atlantische Oceaan overstak, was dit eiland het meest westelijke stukje land dat de mens kende.

Op een gegeven moment waren er zo'n twintig nulmeridianen. Ook Nederland had er een; deze ging dwars door de Amsterdamse Westertoren. Die van India liep door een heilige stad. En dan waren er natuurlijk nog die van Frankrijk en Engeland. Er kwam steeds meer behoefte aan een internationaal erkende lijn. In het boek wordt op boeiende wijze uitgelegd waarom het uiteindelijk de Engelse en niet de Franse werd. Dit overigens tot grote spijt van de Fransen.

Van Cleef doet geen moeite om het verhaal spannend te maken. De nullijn loopt nu eenmaal door grauwe dorpen, over smerige haventerreinen, langs eentonige landerijen en over snelwegen. Des te knapper is het om er toch zo'n boeiende vertelling vol milde humor en zelfironie van te maken. Het nulpuntritueel, dat Van Cleef iedere keer opnieuw uitvoert als hij weer eens exact op de nul is aangeland, geeft inderdaad de nodige aanleiding tot zelfspot.

Met de beschrijving van Mali wordt het boek nog interessanter. Het is nu eenmaal exotischer in een Malinees Saharadorp dan in een Spaans gehuchtje. Van Cleef vertelt hier ook minder over de nul dan tijdens het Europese deel van zijn reis, hoewel de lijn als een rode draad door het verhaal blijft lopen. De Afrikareiziger zal in het Mali/Burkinaverhaal het rauwe van het reizen in Afrika herkennen. Dit is geen Kenia of Namibië, maar op-en-top derde wereld.

Puttend uit zijn wereldwijde reiservaring weet Van Cleef het boek te doorspekken met talrijke wonderlijke anekdotes die met reizen te maken hebben, bijvoorbeeld over kapitein Morrell, die claimde in 1825 twee eilanden te hebben ontdekt die hij naar zichzelf vernoemde en die overal op wereldkaarten verschenen. Pas in 1910 ontdekte men dat de eilanden verzonnen waren. En wanneer Van Cleef uitleg geeft over de datumgrens, vertelt hij plots over de Inuit in Noordoost-Siberië.

Maar waarover hij ook schrijft, Van Cleef blijft opvallend objectief. Zelfs als hij verhaalt over een vervallen hotel waaraan niets gedaan wordt, verwijt hij niemand iets; hij vertelt gewoon. En ook wanneer het gaat over de gekste gewoontes, zoals het door middel van een ring definitief sluiten van de mond van gehuwde vrouwen bij het Lokivolk, of als hij allerlei religies bespreekt, blijft de auteur neutraal.

Op bladzijde 338 blijkt op het onverwachtst dat Van Cleef dat toch niet altijd is. Plots ventileert hij in een paar zinnen zijn mening over homoseksualiteit, seksuele moraal, atheïsme en fundamentalisme, opvattingen die Bijbelgetrouwe christenen niet zullen delen.

In de steden en ook in kleinere plaatsen waar de nul doorheen loopt, probeert Van Cleef vaak contact te leggen met de autoriteiten, bijvoorbeeld de burgemeester. Altijd weer vinden mensen het (als het nog niet bekend was) verrassend dat de beroemde Greenwich door hun woonplaats loopt. Soms nemen ze het voor kennisgeving aan, maar het kan ook heel anders uitpakken. Zoals in een Ghanese stad, waar de burgemeester met een complete delegatie meegaat naar de exacte nullijn, om daar vervolgens een monument te laten plaatsen.

Wie op zoek is naar een prachtig reisverhaal vol milde, vaak enigszins cynische humor, dat ook nog eens bijzonder leerzaam is en op zijn minst verplichte kost zou moeten zijn voor iedere aardrijkskundeleraar, komt algauw uit bij "De verborgen ordening".

De verborgen ordening, Alfred van Cleef; uitg. Cossee, Amsterdam, 2010; ISBN 978 90 5936 282 6; 397 blz.; ? 24,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.