+ Meer informatie

Enkele gedachten over het diaconaat in de gemeenten

7 minuten leestijd

De lijst van punten die men kan ge bruiken voor een diaconaal huisbezoek, geplaatst in het november-nummer van ons blad, was nog niet af.

Dit huisbezoek zal ook moeten worden verricht aan bejaarden.

Met opzet gebruik ik hier het woord „moeten”. Bij deze gemeenteleden kun nen de omstandigheden zich bijzonder snel wijzigen, zodat een regelmatig be zoek tot de noodzakelijke werkzaamhe den behoort.

Men kan bij deze leden informeren of men

— nog kan verstellen, wassen en ko ken (zo niet, nagaan hoe hierin wordt voorzien);

— geholpen is met periodiek te ver strekken warme maaltijden;

— tevreden is met de huidige huisves ting (indien niet, nagaan of er aan vragen lopen voor een bejaarden woning of opname in een pension of verpleegtehuis);

— wensen heeft inzake het onderhoud van de woning welke de leefbaar heid kunnen veraangenamen;

— geregeld ter kerk gaat (zo niet, na gaan of behoefte bestaat aan het ontvangen van de bandrecorder of kerktelefoon);

— nog voldoende contacten heeft;

— een goede verhouding heeft met de kinderen;

— nog met vakantie gaat (indien dit niet het geval is naar mogelijkheden zoeken, zie in dit verband de brief van deputaten ADMA van decem ber 1971);

— financiële problemen heeft (zo ja, mogelijkheden van de A.B.W. onder zoeken);

— alle uitkeringen ontvangt waarop men recht heeft.

U bemerkt dat het bovenstaande vereist dat de diaken ook enig inzicht heeft op het gebied van de sociale wetgeving.

Praktisch is om één broeder hiermee te belasten zodat hij de andere broeders op dit punt kan informeren.

Zoals reeds is opgemerkt, bovengenoem de lijst is opgesteld ten behoeve van een grotere kerkelijke gemeente.

In het algemeen kan echter worden ge steld dat duidelijk is gebleken dat voor een juiste uitoefening van het diaconaat in de gemeente de diaken de gemeente ook moet kennen. Dit wil zeggen op de hoogte moet zijn van elke (nood)situatie die zich voordoet.

Van deze vereiste moet men uitgaan.

Dit vormt reeds een grote belasting voor elke gemeente, klein of groot. Wanneer u zich dit begrip als diaconie bewust wordt dan zijn vragen als: wat moeten wij tegenwoordig nu nog doen ? niet meer aan de orde.

In dit verband moeten wij er natuurlijk van uit gaan dat er een goede samen werking moet zijn tussen de ambten (zie Diaconaal Handboek onder nr. 70.10). En dit niet enkel uit organisatorisch oogpunt, ook het geestelijk aspect van de diaconale arbeid brengt dit met zich mee.

In zondag 11 van de Heidelbergse Ca techismus is er sprake van „zaligheid en welvaart”. Beiden behoren bijelkaar. Prof. K. Dijk heeft het in zijn boek „De dienst der kerk” alsvolgt geformuleerd: „Opzettelijk maakt daarom de Catechis mus ook gewag van het zoeken van zijn welvaart bij zichzelf of ergens el ders. Zaligheid en welvaart, tijdelijk en eeuwig geluk mogen niet gescheiden worden. Er is maar één troost beide in het leven en in het sterven, voor ziel en lichaam; ook Jezus schenkt ons alle goed, want door Hem is de fontein aller goederen geopend”.

Ook hieruit blijkt weer hoe actueel onze belijdenisgeschriften zijn.

De kerk heeft een Here die wil zorgen voor de totaliteit van ons bestaan, nu en straks. Hier wordt duidelijk gewaar schuwd tegen een eenzijdigheid naar beide kanten.

In een commentaar op de H.C. merkt prof. Kremer bij deze zondag op: „Er is veel valse Jezus-waardering, waarbij Hij wordt geëerd als profeet, hervormer, beschermer der armen, koning enz., maar niet gekend en gezocht wordt als Verlosser”.

Voorlopig genoeg hierover, maar u krijgt hier mee te maken; dit wordt hoe lan ger hoe meer duidelijk als u vandaag aan de dag verklaringen hoort over het begrip „diaconaat”.

Wanneer er binnen de kring van diake nen visie is op het Bijbelse diaconaal handelen en de noodzakelijkheid van het „kennen” van de noden, dan springt er tegelijk nog een aspect naar voren. Ik zou dat kunnen omschrijven als de noodzaak van de „mobiliteit” van de gemeente.

Als een nadere verklaring voor het woord mobiliteit lees ik „de meest liquide activa in een onderneming”. Als u dit eens rustig op u laat inwerken dan komt u er achter dat dit prachtig toe te passen is op het diaconaat van en in de gemeente.

Wanneer u aan de hand van de inge wonnen informaties verschillende tekor ten ontdekt, dan zult u er ook wat aan moeten doen. Voor verschillende geval len kunt u dit via officiële instanties op lossen, maar er blijven er die door de gemeenteleden tot een oplossing ge bracht moeten worden. U kan en be hoeft dit als diaconie niet altijd zelf te doen.

Het gaat mij nu niet in eerste instantie er om dit verder principieel uit te wer ken; daarvoor verwijs ik u weer naar het diaconaal handboek.

Meer aandacht wil ik nu besteden aan de vraag: hoe bereiken wij dit ?

Het inschakelen van iemand die dicht bij woont is van belang, er zijn echter nog wel andere mogelijkheden.

Informatie aan de gemeente in zijn totaliteit is ook van groot belang. Een uitstekende gelegenheid is b.v. een gemeentevergadering. Ik ben er van overtuigd dat wij niet meer kunnen en mogen volstaan met jaarlijks een wat droge opsomming te geven van wat ge tallen.

Het moet mogelijk zijn om vanuit een gemeentevergadering eens te starten met een diaconaal jaarplan. Dit plan moet eerst de aandacht hebben van de gehele kerkeraad. Laat men eens op ca techisatie en op alle verenigingen het diaconaat op een avond bespreken aan de hand van wat gegevens die de diaconie verstrekt. Principiële vragen moeten er dan ook aan de orde komen, alsook welke activiteiten plaatselijk mogelijk en nodig zijn.

Misschien is de noodzaak van dit alles u niet duidelijk. U bent bang voor over accentuering; alles vult men tegenwoor dig maar met het begrip diaconaat.

Het wekt de indruk of een actieve ge meente het één en al is en dat er meer gewerkt wordt aan de oppervlakte dan naar de diepten van het geloof en de kennis van de Here Jezus Christus.

Ik kan daar volledig inkomen; die ten denzen zijn er ook wel wanneer men zo het kerkelijk leven in ons land beziet. De geboorte van het getuigenis is hier ook niet vreemd aan.

Toch moeten wij objectief blijven in on ze beoordeling.

Het diaconaat ontvangt in deze tijd prachtige kansen, mits men het plaatst in het totale verlossingsplan dat is geproclameerd door de komst van Jezus Christus.

Wij dienen dit alles ook steeds meer te kaderen in het licht van de „wederkomst” van onze Heiland.

Bij alle ontwikkelingen die zich in een versneld tempo in onze samenleving aan ons voordoen, wordt het een dringende noodzaak dat het gemeentelid met al zijn vragen en problemen kan terugval len op de gemeenschap der heiligen. Dààr moet hij terecht kunnen en een antwoord ontvangen, althans er zal steeds binnen de gemeente met elkaar een zoeken moeten zijn naar een juiste levenshouding.

Wij mogen als kerk het isolement niet zoeken en dienen als christenen een ze ker geluid te laten horen in de wereld waarin wij leven. Maar de tijd kan komen dat het isolement ons wordt opge drongen.

Het „gij geheel anders” zal door de ambtsdragers gevuld moeten worden. Juist het diaconaat heeft een taak in de toerusting van de gemeente op deze punten. Hoe dit alles mogelijk is ? Wel:

— luisterend en biddend bezig zijn met de Bijbelse boodschap;

— door middel van het diaconaat trachten de gemeenschap met God en met elkaar te bevorderen;

— oog krijgen voor de ontwikkelingen in onze samenleving, steeds toetsend aan Gods Woord, waarvoor nodig is dat wij weten wat er te koop is: er zal meer gelezen moeten worden, meer informatie moeten komen.

Kortom het diaconaat is niet op retour, er ligt nog steeds en juist nu een duidelijke opdracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.