+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Gideon 3.

God sprak dus tot de kinderen Israëls, door hen over te geven in de handen van de Midianieten enz. Zo spreekt God nog door middel van de oordelen die vandaag over een land en volk komen. Het is als een weldaad te beschouwen, wanneer de Heere nog spreken wil, ook al is het door de oordelen heen. Werd het maar meer opgemerkt. Maar dat is helaas, uitzonderingen daargelaten, ver te zoeken.

God kan ook spreken door tegenslagen in ons persoonlijk leven. Ik weet niet wie of dit allemaal lezen zullen. Want ons lezerspubliek is zeer gevarieerd. Doch er zullen er bij zijn, die al heel vroeg in hun leven met tegenslagen in aanraking gekomen zijn. Doordat ze met een wankele gezondheid door het leven moeten, of misschien hun hele leven al op hun bed hebben moeten doorbrengen. Denkt daar niet gering over. Men kan over al deze dingen gemakkelijk praten, zolang het ons niet raakt. Maar als men er zelf mee geconfronteerd wordt, dan wordt het anders. Ik denk verder aan zo veel anderen nog, die op de een of andere manier gebrekkig zijn, hetzij dat ze blind, doof of van het verstand beroofd zijn. Het is niet mogelijk om een ieder z’n geval te noemen. Als is het dat men in de schat der gezondheid delen mag, dan kunnen er nog zo veel andere dingen zijn, die ons leven neerdrukken. We leven thans weer in de examentijd. Mogelijk heb je het hele jaar hard gewerkt. Maar je kunt het niet halen. Je blijft net onder de streep, met het gevolg dat je zakt. Wat kan dat een klap zijn, die dan toegebracht wordt. Een ander zit met een gebroken verloving. Alle idealen liggen dan aan de voeten van zo iemand in puin. Een ieder kan hier verder zijn eigen geval wel invullen.

Vragen kunnen dan naar boven komen. Het hart kan met opstand vervuld worden. Waarom moet dat nu allemaal zo? Waarom moet dit mij nu allemaal treffen? Allemaal begrijpelijke reakties. En nu is er overal een sprake Gods in verborgen. De grote vraag is maar: Verstaan we die ook? De meesten verstaan het helaas niet. Zij worden op de een of andere manier getroffen, en gaan morrend door het leven, of komen in de doffe berusting terecht: Er is nu eenmaal toch niets aan te doen. Ik zal het wel moeten dragen. Waarom mij dit alles overkomt, weet ik niet. Maar er is zoveel dat men niet weet en wat men ook wel nooit te weten zal komen.

Men zoekt dan, om het leed wat te verzachten, z’n toevlucht tot de verstrooiïing. Men verslijt z’n leven bij de radio of de T.V. Een derde doet het weer op een andere manier. Doch maar weinigen komen er toe, om dit op te merken: Dat de hand des Heeren tegen hen uitgegaan is. En toch zijn er die ook. Ik ken ze in mijn leven. En misschien zijn er ook wel onder mijn jonge lezers, en ook onder de ouderen, die daar weet van hebben.

Zij verstaan, wat het zeggen wil:


En mijn geest doorzocht de reden
Waarom God die tegenheden
Mij in zulke mate zond.


Neen, dat deed Hij nu niet, omdat Hij lust tot plagen had, maar alleen opdat men met al z’n zonden en ellenden, tot Hem zich ter genezing wenden zou. Men komt dan op de knieën terecht. Men gaat er dan iets van zien, dat alle ellende z’n oorzaak vindt in de zonde. Het wordt dan een wonder, dat het nog niet veel erger is. Want men heeft de dood verdiend. Dat staat immers in de bijbel: De ziel, die zondigt, die moet sterven. De bezoldiging der zonden is de dood. Dat gaat men dan „geloven”, omdat het in de bijbel staat, omdat God het zegt.

Over „geloven” gesproken. Tegenwoordig zijn er nog al wat „bewegingen” aan de gang. Van die jeugdbewegingen! Men zegt dat men daar vól des geloofs is, dat men het dââr gevonden heeft. Men kan alleen diegenen maar beklagen, die er zolang over moeten doen, om tot het geloof te komen. Zij hebben het zo maar gegrepen. Ik kan in iemands hart niet kijken. Ik kan daar over ook niet oordelen. Daar is er Eén, Die ons allen onfeilbaar kent.

Wel is het algemeen bekend, dat er veel bedrog is in het leven.

Ik denk aan Jacob. Hij was op een wildbraad uitgegaan. Hij had het spoedig gevonden. Hij kwam er mee bij zijn vader, die zich er ook al over verwonderde, dat zijn zoon het zo gauw gevonden had. Hij vroeg hem daarom: Hoe is dit, dat gij het zo haastig gevonden hebt, mijn zoon? En wat zeide Jacob? Dat mocht toch wel het einde van alle tegenspraak zijn: Omdat de Heere, uw God dat heeft doen ontmoeten voor mijn aangezicht. Dat was krachtige taal. De Heere werd er zelfs bij ingeschakeld. Maar het was.... bedrog!

Ik geloof dat er in deze „bewegingen” veel zielsbedrog plaats heeft. Men is zo gauw klaar. Men is ineens bekeerd. Dat men om der zonden wil, sterven moet, daar hoor je niet van. Hoe in het. leven van de zodanigen Christus tot z’n recht komt, blijft een vage aangelegenheid. Dat Hij door de Heilige Geest toegepast is aan het hart, is een onbegrepen zaak. Dat heet ouderwets. Men heeft het zo maar „begrepen”. Dat men zich ook „vergrijpen” kan, komt in het hoofd niet op. Men gaat dan op pad met een „gestolen Jezus”, zoals de ouderen het wel eens zeiden. En ik geloof, dat ze ten deze wel eens gelijk konden hebben. Opmerkelijk is ook, dat al die „bewegingen” na langere of kortere tijd weer verdwijnen, even snel als dat ze opgekomen zijn. Een bewijs dat ze niet uit God zijn. Want wat de Heere werkt, dat blijft. Ik hoop ten deze onze jonge mensen gewaarschuwd te hebben. Te meer daar mij door een bezorgde moeder gevraagd werd, daar zo mogelijk ook eens aandacht aan te schenken. Bij deze dan!

Die waarlijk tot „geloven” gebracht wordt, is daar aanstonds niet mee klaar. Hij ziet dat hij het oordeel heeft verdiend, dat van alle kanten op hem/haar aankomt. Dit brengt in de nood. Niet alleen natuurlijke nood, maar geestelijke nood - zielenood. God wil daar vaak de natuurlijke nood voor gebruiken, om de mens, ook de jonge mens, zijn geestelijke nood te leren kennen. Men gaat dan uit de nood roepen tot God. Zo kom ik in de bijbelse lijn. Ook in de lijn van de geschiedenis, die we bezig zijn te overdenken. Want ik lees in Richt 6:7: „En het geschiedde, als de kinderen Israëls tot de Heere riepen, uit oorzaak der Midianieten”. De Midianieten enz. waren dus de oorzaak, dat de kinderen Israëls tot de Heere gingen roepen. Gods slaande hand (de Midianieten) had doel getroffen.

Als God de slagen heiligt, die Hij in ons leven toebrengt, dan treffen ze doel. Dan komen we in de laagte, in de diepte terecht, om uit diepten van ellende, te gaan roepen met mond en hart tot God, Die alleen heil kan zenden: O Heer’, aanschouw mijn smart!

Men wordt dan een smekeling aan de troon van Gods genade. Het woord „troon” doet ons denken aan de zetel van een „opperste souverein”. Nu, dat is God in de meest verheven zin van het woord. Hij is de allerhoogste Majesteit, Die als de Koning der koningen en als de Heere der heren, op Zijn troon gezeten is. En Hij is een genadig Heere. Hij wil vanaf Zijn hoge troon, aan arme zondaars genade bewijzen. Daar dit vanaf Zijn troon geschiedt, wordt Zijn troon een „genadetroon” genoemd. Dat vanaf die troon, aan een arme zondaar genade verleend wordt, is niet zonder betekenis. Stel je voor, als de koningin een woord zou spreken vanaf haar troon, dan is dit een woord van dezelfde koningin, die ook wel eens woorden spreekt, als ze zo als landsmoeder door het land gaat. En ze spreekt dan misschien dezelfde woorden. Maar als ze vanaf de troon gesproken worden, dan geeft dit aan haar woorden nog meer gezag, autoriteit, inhoud, geloofwaardigheid. Dit is natuurlijk maar een beeld, want waarmede zouden we de Heere vergelijken ? Maar er zit, dacht ik, toch wel wat in. Denk er maar eens over na. Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren. Dat zijn die wegen, waarlangs een arme, alles verbeurdhebbende zondaar, in een verzoende betrekking met God komt. Wat is het groot als men met genade bedeeld mag worden. Je krijgt dit dan uit des Heeren eigen mond te vernemen, door middel van Zijn Woord en Geest. Hebben jullie daar al weet van?

Ik moet weer gaan eindigen. Wat was die ontmoetingsdag geweldig! Ik heb er van gehoord. Velen verlangen al weer naar de volgende. Dat werd mij vanmorgen door een „jeugdige” per post meegedeeld. Zo iets doet je toch ook weer goed!

De hartelijke groeten van jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.