+ Meer informatie

,,Wie Boedha is? We hebben hem nooit gezien''

Echtpaar Joedintsev actief in door boeddhisme gestempelde Boerjatië

10 minuten leestijd

Het communisme heeft afgedaan in de ex-Sowj etUnie. Boeddhistische tempels schieten momenteel als paddestoelen uit de grond in Boerjatië, een Russische republiek. Het boeddhisme kwam in de 18e eeuw en was het werk van monniken uit Tibet. De Russisch-Orthodoxe Kerk is in deze republiek nauwelijks bekend. In het Boerjatische bergdorp Moechorsjibir woont sinds 1988 het echtpaar Joedintsev waarvan de echtgenote Serafima bekenheid kreeg door haar lidmaatschap van de Verwantenraad van (geloofs)gevangenen. Haar man Wasili verkeerde eertijds in Boerjatië in gevangenschap. Hij zag de nood van de Boerjaten in hun leven zonder God. Serafima besloot in overleg met haar kinderen -na beëindiging van de gevangenschap van haar man- zich daar bij hem te vestigen.

Onmetelijk zijn de afstanden binnen de voormalige SowjetUnie. Dat is te merken als we vanuit het gebied van de Noordpoolcirkel onderweg zijn naar de zuidelijke streken, gelegen aan de grens met China. Wat moet het voor Serafima Joedintsewa een enorme reis geweest zijn toen zij, zelf woonachtig in de Oekraïne, haar man in ballingschap moest bezoeken. Niet voor niets plaatsten de autoriteiten de gevangenen zo ver mogelijk weg van huis! Het onderlinge verkeer per vliegtuig tussen de christenen in Rusland is intensief Men reist veel, ook om allerlei evangelisatie-bijeenkomstente organiseren. Op weg naar Oelan Oedè, de hoofdstad van de autonome republiek Boerjatië, reisde ook Valentin Voth mee, de verantwoordelijke man voor het evangelisatiewerk in Siberië, alsmede een gemeentelid van Alma Ater. De laatste zou zich bij een complete jeugdgroep van de niet-geregistreerde baptisten uit Alma Ater voegen, die zich in Oelan Oedè bevond in verband met evangelisatie-activiteiten in de Boerjatische hoofdstad.

Gebedshuis
Na een behouden aankomst in Oelan Oedè volgt een korte rit naar het huis van Valeri, een van de gemeenteleden van de niet-geregistreerde baptisten. In zijn kleine huis, met de typische vorm van de Siberische 'blokhut' (vervaardigd van hele boomstammen), worden ook de diensten gehouden. "Gebedshuis" staat er in het Russisch op aangegeven.
De diensten in het zeer kleine huiskamertje worden wekelijks door zo'n 30 mensen bezocht, terwijl de stad zelf zo'n half miljoen inwoners telt.
Het werpt licht op de zeer geringe aantallen christenen in Rusland. De gemeente van Oelan Oedè is een jonge gemeente, die dateert uit 1989, toen christenen uit Tsjeboksary zich in Oelan Oedè vestigden. Al gauw na aankomst worden we geconfronteerd met de typisch Russische problemen van vervoer en wachttijden. We moeten nu naar Moechorsjibir, waar het echtpaar Joedintsev woont, zo'n 120 kilometer van Oelan Oedè gelegen in de bergen.

Hevige sneeuwval
Eindelijk kunnen we -halverwege de avond- op weg gaan. Het is donker. Normaal zou deze reis zo'n drie uur vergen, ware het niet dat onvoorziene weersomstandigheden roet in het eten gooien. We moeten door de bergen heen, en daar beginnen de problemen. Onderweg begint het te sneeuwen. Uiteindelijk kan de auto niet sneller dan 20 km per uur. De bestelbus begint steeds gevaarlijker te slingeren, terwijl rechts de afgrond gaapt en de weg slechts door een zeer lage omheining (van stenen) daarvan gescheiden is. Veel gaat er op dat moment door ons heen. We voelen dat de chauffeur niet voor niets in de cabine een kort gebed heeft gedaan voordat we de reis ondernamen (een heel gebruikelijke zaak overigens bij christenen in Rusland). De chauffeur is spraakzaam, veel te spraakzaam, vinden wij, omdat hij tijdens zijn gemanoeuvreer steeds maar omkijkt. We vinden zijn geschreeuw best, maar hèm lijkt de situatie in ieder geval niet te deren. „Schoii nicht?, Weihnachten!", roept hij enthousiast uit, terwijl hij het raam omlaag schuift en naar de besneeuwde dennen wijst.

Afdaling
Gelukkig bereiken we het hoogste punt in de bergen, nadat we letterlijk meter voor meter voort zijn gekropen. Maar dan komt de afdaling, die even gevaarlijk is, ja nog gevaarlijker. Want wanneer we eenmaal in een slip terecht zouden komen, is de auto natuurlijk niet meer te houden. De afdeling gaat daarom ook meter voor meter. Maar gelukkig, hoe meer meters afgelegd worden, des te beter de weg weer begaanbaar wordt. Eindelijk, na vele minuten, die wel uren lijken te duren, krijgt de chauffeur weer de macht over zijn auto en is de weg weer berijdbaar.

Diep in de nacht komen we ten slotte bij de Joedintsevs aan. Serafïma gaat op de knieën direct voor in gebed, gevolgd door enkele anderen. We zingen liederen bij piano en gitaar en worden -weer een traditioneel gebruik bij Russen- onthaald op een uitvoerige maaltijd, waarbij het (arme) echtpaar het beste van het beste (en dus duurste) ons serveert. En dat alles om drie uur in de nacht! De chauffeur begrijpt onze angst eigenlijk niet: God heeft ons toch beschermd?, zegt hij. Moe en uitgeput leggen we ons eindelijk ter ruste.

Verbanningsoord
Het huis van de Joedintsevs is zeer klein (7 bij 6 meter), terwijl daar toch 13 mensen zijn ondergebracht! Sanitaire voorzieningen zijn er nauwelijks. Het 'toilet' is niet meer dan een hok ergens buiten het woonhuis en bestaat slechts uit een gat in de grond... Water moet elke dag met een oude melkbus gehaald worden. Wel beschikken de Joedintsevs over een koe die dagelijks voor de (altijd schaarse!) melk zorgt.

Voor het overige is er nauwelijks aanbod van voedsel. Aardappelen, vlees en groente -de hoofdbestandelen van de maaltijden in het Westen- zijn niet of nauwelijks te krijgen. Men moet vaak volstaan met drie keer per dag grutten te eten, die men ook als pap eet. Moechorsjibir is een flink Siberisch bergdorp, vanwaaruit de heuvels van China zichtbaar zijn. De stad is van oorsprong een verbanningsoord, dat voornamelijk bewoond wordt door (nu voormalige) bannelingen. Men ziet in het dorp zelf dan ook weinig Boerjaten, die zich wel in de omringende dorpjes bevinden.

In de modder
Druk verkeer kent het dorpje niet. Er zijn in de eerste plaats natuurlijk weinig auto's, en in de tweede plaats kampen de nog rijdende auto's met een groot tekort aan benzine. Verharde wegen zijn een zeldzaamheid. In de winter is dat geen probleem, maar zodra de dooi invalt (zoals nu) zijn de problemen onoverzienbaar. We moeten voor een rit eenmaal gebruik maken van paard en wagen. De wagen blijft steeds steken in de enorme modderpoelen. De man die de teugels van het paard vasthoudt, slaat steeds harder op het paard om de wagen uit de kuilen te bevrijden. Het paard begint echter te steigeren en wij worden daardoor bang dat het paard met wagen op hol zal slaan. Van de wagen springen kan ook niet, want dan zouden we tot aan onze knieën in de modder terechtkomen. Gelukkig komen we ook nu heelhuids aan.

Straatbibliotheek
Het hoofddoel van het echtpaar Joedintsev is het werken met de straatbibliotheek. Deze is in Moechorsjibir in de zomer van 1991 voor het eerst geopend (in Oelan Oedè een jaar eerder). Daar wordt allerlei evangelisatielectuur, zoals tractaten, Nieuwe Testamenten en andere stichtelijke lectuur uitgedeeld aan belangstellenden. De Joedintsevs doen dat elke zaterdag twee uur lang in Moechorsjibir, maar verder ook in de omtrek, tot 85 kilometer rond het dorp. „Er hebben zich enkelen bekeerd", zegt Serafima over het resultaat van hun twee jaar durende werk; deze uitdrukking betekent in het spraakgebruik van de baptisten dat zij gekozen hebben om een nieuw leven te leiden, waarna -eventueel- de doop volgt als men het geloof in Christus heeft beleden. Er zijn nog geen dopelingen buiten het eigen gezin. „Natuurlijk wensen wij dat het er meer zijn, maar we zijn niet teleurgesteld", merkt Serafima op, wijzende op de toch wel gebleken belangstelling voor de lectuur. „We hopen dat God hier Zijn werk mag doen, en het is ook God Die het doet". De twee waar ze op doelt zijn een oude Boerjatische vrouw, een ex-arts, en haar dochter. Zij wachten al twee jaar op de doop. Die lange tijd komt doordat het boeddhisme, de overheersende religie in Boerjatië, diepe wortels heeft en mensen niet zo snel rijp zijn voor de doop, verklaart Serafima.

IJs gebroken
De gemeente bestaat nu uit acht gelovigen en tien 'belangstellende' gemeenteleden daaromheen. Of ze wel eens twijfel over hun roeping hebben nu er na twee jaar nog steeds geen gedoopten zijn? Serafima antwoordt alleen dat haar man hier in een kamp opgesloten was en hij de grote nood hier heeft gezien. Dat heeft hen het besluit doen nemen om in deze streek te arbeiden en daar het Evangelie te verbreiden. Wasili merkt op dat na de twee jaar „het ijs toch wel gebroken is" en men geen vijandigheid heeft ervaren, behalve in enkele dorpjes. Van belang is het werk van zoon Andrej, die als fotograaf foto's maakt van de leefen werkomstandigheden van de Boerjaten, en die hij later aan hen geeft. Zo krijgt hij goede ingang tot deze mensen en dat maakt het een stuk gemakkelijker om vriendschap met hen te sluiten. Dat is over het algemeen erg moeilijk. De Boerjaten zijn meest anti-Russisch, omdat ze in het verleden veel onrecht en strijd van die kant hebben ervaren. Boeddhisten zijn gehecht aan hun traditionele rituelen die ze niet direct zullen opgeven. En momenteel is er een boeddhistische opleving.

In Charjazka
In het Boerjatendorp Charjazka, een dertigtal kilometers van Moechosibir, is het erg rustig. Een klein dorpje tussen de bergen in het glooiende landschap. Men leeft er van de schapenteelt. Er groeit vrijwel niets, er is alleen het gele, dorre, woestijnachtige landschap dat je overal ziet. Een inwoner komt half dronken naar ons toe lopen, als onze auto tot stilstand is gekomen komt en de motor uitgezet is. „We hebben feest gehad en een schaap geslacht'', zegt hij met een dubbele tong. Het is een feest dat kennelijk met de nodige drank gepaard moest gaan. Dank zij de Boerjatische arts, die meegereisd is, krijgen we in dit dorpje enkele contacten. De arts spreekt immers de oorspronkelijke taal, hoewel iedereen ook Russisch kent. De tempel in Charjazka staat er nog maar een jaar. Het is blijkbaar een vrucht van Gorbatsjovs glasnost-politiek. Er is nog geen priester, betreurt een inwoneres. De priester moet van elders komen. In Oelan Oedè is een grote tempel, zegt zij trots. Inderdaad staat daar het grootste 'heiligdom' van Boerjatië. De vrouw kan zich nog herinneren dat er in 1936 zo'n 300 priesters waren, maar die zijn allen gearresteerd.

Groenend paard
Als we de dorpelingen wat meer vragen over hun 'geloof, zeggen zij dat zij vier keer per jaar hun belangrijkste bijeenkomsten hebben, steeds het begin van de jaargetijden symboliserend. In de zomer heeft het feest van het "groenende paard" plaats, zoals ze dat noemen. Dan versiert men een houten paard -later blijkt dat een houten olifant te zijn die in een schuur vlak naast de tempel bewaard wordt- met allerlei takken en bloemen en begint men een rondedans door het dorp, daarmee de hoop uitsprekend op een goede oogst. Op het feest van witte maan, een dag van februari, eet men alleen witte gerechten. De witte olifant is het symbool van Boeddha. De inwoners weten eigenlijk nauwelijks hoe ze hun boeddhistische geloof onder woorden moeten brengen. Men komt één keer per maand in de tempel om te aanbidden. Men offert door er eten neer te leggen, bedoeld als het gunstig stemmen van de goden. Maar wie is Boeddha eigenlijk? Een vrouw aarzelt en zegt: „God, de eerste in de reeks van goden. Boeddha is de hoofdgod. Maar er zijn wel duizend goden. God is één, maar er zijn verschillende geloven." Wat kan Boeddha eigenlijk? „We weten het niet", zegt zij. „We hopen dat hij iedereen helpt, en hopen dat al het goede van hem komt. Maar we hebben hem nooit gezien".

Duisternis
Over het leven na de dood zegt zij dat „wie goed bidt, goede werken doet, in de hemel komt", maar een omschrijving van wat dit laatste inhoudt, kan zij niet geven. „Ik weet het niet, het is ongeveer hetzelfde leven als nu, maar dan iets beter." Goed bidden en goed leven, dat blijkt het voornaamste te zijn. Het typeert de duisternis waarin de inwoners van Boerjatië verkeren. Alleen de krachtige werking van Gods geest kan het leven en denken van deze mensen doorbreken, zegt Serafima.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.