+ Meer informatie

Cubakenner Thomas kritiseert wanbeleid van Fidel Castro

Eiland is een van armste staten in Latijns-Amerika geworden

5 minuten leestijd

Er lopen nog steeds mensen rond in ons land en elders in het Westen die Castro's bewind voor Cuba als een zegen beschouwen. Ook verschijnen er serieus bedoelde studies die het positieve beeld van Castro's Cuba in stand wensen te houden. Dit alles tot ergernis van de vooraanstaande Cubakenner (plus Spanjekenner) Hugh Thomas.

Gelukkig houdt Thomas zijn ergernis en kennis over het Cuba van Castro niet voor zichzelf en kunnen Westerse lezers (wanneer zij dat willen) aan de hand van zijn publikaties zich een veel beter beeld vormen t.a.v. Castro's regeringsbeleid sinds diens aan de macht komen in begin 1959 dan uit de diverse linkse publikaties.

Onlangs verscheen in Engeland een boek van de hoogleraar Arthur MacEwan over „Revolution and Economie development in Cuba". De uitgever prees het aan omdat het „vanuit marxisich perspectief" was geschreven. Naar aanleiding van deze publikatie heeft Hugh Thomas nog eens zijn visie op Castro's Cuba uiteengezet.

Om te beginnen schrijft Thomas, heeft MacEwan drie simpele feiten t.a.v. Cuba onder Castro weggelaten: ten eerste heeft Cuba sinds Castro's succesvolle revolutie een jaarlijks negatief uitvallend economisch groeipercentage per hoofd van de bevolkmg gekend; ten tweede bezit Cuba met zijn strijdkrachten van zo'n 200.000 man een leger dat groter is dan alle Latijns-Amerikaanse staten afzonderlijk bezitten (uitzondering: Brazilië); ten derde was Cuba in 1959, ondanks de inkomensverschillen, één van de twee of drie rijkste Latijns-Amerikaanse landen en nu behoort het eiland tot een van de twee of drie armste staten.

Ter ondersteuning van het laatste punt deelt Thomas mee dat het jaarlijkse gemiddelde inkomen per Cubaanse burger neerkomt op $ 810 en dat betekent dat Cuba er slechter van afkomt dan diverse buurstaten zoals Jamaica, de Dominicaanse Republiek, Colombia en Mexico.

Thomas stelt dat de werkelijkheid van Cuba niet gemakkelijk begrepen wordt vanuit de door hem genoemde cijfers. In elk geval vindt hij dat de titel van. MacEwans boek een misser is: van een Cubaanse revolutie is in economisch opzicht totaal geen sprake. Vóór Castro's bewind was Cuba zeker te eenzijdig afhankelijk van zijn suikerproduktie. Niet voor niets had de Wereldbank in een beroemd rapport van 1950 aangespoord tot meer verscheidenheid in de Cubaanse economie. En inderdaad was de. Cubaanse economie minder eenzijdig op de suikerteelt georiënteerd aan het geraken toen Castro de macht greep. Juist Castro beëindigde dit nuttige en heilzame economische proces. Zijn ruzie met de VS ruïneerde Cubaanse burgers die een bestaan hadden opgebouwd door de export van wintergroenten naar de oostkust van de VS.

Eenzijdigheid toegenomen

Kortom, onder Castro's beleid is de eenzijdigheid van de Cubaanse economie alleen maar toegenomen.

Tegelijkertijd is de Cubaanse suikerproduktie op hetzelfde niveau gebleven als in de jaren vijftig en is Cuba's aandeel in de nog steeds expanderende wereldmarkt voor suiker gestadig ingekrompen. De ironie van de Cubaanse situatie wil dat de grote handelspartner en bevriende mogendheid, de Sovjet-Unie, momenteel de grootste suikerproducent ter wereld is omdat aldaar een opmerkelijke produktiegroei plaatsvond die bij de Cubaanse kameraden achterwege bleef.

Voor de opvallende economische stagnatie van Cuba heeft professor MacEwan een opmerkelijke „verklaring": naast de bloKkadepolitiek van de VS schrijft hij deze vervelende situatie toe aan verkeerde tradities zoals deze gevormd zijn en voortkomen uit het tijdperk van het kolonialisme en onderontwikkeling! Stel dat MacEwan gelijk heeft dan hebben Castro en diens communistische partij na dik twintig jaar dictatuur nog steeds Cuba niet op het rechte spoor gezet en wat blijft er dan over van Cuba als hét revolutionaire voorbeeld voor zulke landen als Nicaragua, El Salvador, Angola en Ethiopië?

Vreemde tandpasta

Professor Thomas meent dat Cuba's foute ontwikkeling niet gezocht moet worden in de rol van de VS of in „onderontwikkeling" respectievelijk „kolonialisme". Hij stelt dat in de vroege jaren zestig, samenhangend met de onzinnige ruzie met het buurland, de VS, de Cubaanse regering praktisch het gehele economische leven ging controleren. In het kader van de nieuwe officiële politieke koers werden tot grote schade van de Cubaanse economie politiek betrouwbare domkoppen belast met de leiding van grote ondernemingen. Sarcastisch vermeldt Hugh Thomas hoe de bekende revolutionair Ernesto Guevara droomde van grote industriële projecten en waarschijnlijk als zijn beste praktische resultaat een tandpastafabriek naliet met een eindprodukt dat naar beweerd wordt in beton veranderde zodra het de verpakking verliet! Over revolutionaire produktie gesproken.

Aandacht afleiden

Vanaf 1960 is Cuba door Castro steeds nauwer verbonden aan de Sovjet-Unie. Niet alleen in economisch, maar ook in politiek opzicht. Geen kwaad woord zal vanuit Havana opklinken inzake de buitenlandse politiek van het Kremlin. In het midden van de jaren zeventig startte Cuba een gewapende interventiepolitiek in Afrika die zich de laatste jaren heeft uitgebreid tot linkse guerrillabewegingen dichter bij huis, in Centraal-Amerika. In hoeverre stookt Castro nu in Afrika en Latijns-Amerika in opdracht van de Sovjet-Unie? Thomas meent dat de Russen als Castro's geldschieters wel geïnteresseerd moeten zijn in diens duistere politieke en militaire activiteiten.

Overigens is het niet onmogelijk dat Castro bezig is zelf een soort imperium vanuit en rondom Cuba op te bouwen dat hem op lange termijn een meer onafhankelijke positie moet verschaffen tegenover de Russen. Trouwens een succesvolle buitenlandse politiek heeft Castro bitter nodig om de aandacht af te leiden van zijn falikant mislukte economische poUtiek op Cuba zelf.

Biko geëerd/Boitel vergeten

Terecht schrijft Thomas dat wij in het Westen altijd het hoofd afgewend hebben gehouden als het ging om de naakte feiten van Castro's terreurbewind. In het Westen werden er wel straten vernoemd naar Steve Biko, maar niet naar de Cubaanse studentenleider Pedro Boitel! Zijn naam bleef onbekend bij ons. Hij stierf in 1972 onder de mishandeling van de Cubaanse politie, na twaalf jaren gevangen te hebben gezeten. Wat had Pedro Boitel misdreven? Hij had in 1960 bij verkiezingen voor studentenvertegenwoordigers het gewonnen van de officiële kandidaat.

Dat was zijn misdaad! Daarvoor moest hij zo zwaar boeten. Castro's falende binnenlandse bestuur kon niet beter aangetoond worden dan door de massale vlucht van burgers in een tijdelijk onbewaakte ambassade. Natuurlijk deed Castro een tegenzet om de Amerikanen in verlegenheid te brengen en daarom mochten er zo'n 120.000 landgenoten uit zijn dictatuiir, waaronder criminelen. Het zal inmiddels duidelijk zijn geworden dat professor Thomas geen waardering op Kan brengen voor Castro's Cuba. Worden zijn publikaties over Cuba ook in de regeringszalen van ons land gekend en serieus overwogen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.