+ Meer informatie

Democraten VS werpen zich in de strijd om presidentschap

Kandidaten lijken bij voorbaat kansloos tegen Republikein Bush

7 minuten leestijd

WASHINGTON - De voorverkiezingen om het presidentschap in de Verenigde Staten zijn van start gegaan. Douglas Wilder en Bill Clinton, twee Democratische kandidaten, oefenden eind vorige week zware kritiek uit op de belastingvoorstellen van Tom Harkin, een derde Democratische kandidaat. Wilder en Clinton begeren de nominatie van de Democratische Partij en voelen zich daarbij bedreigd door de populist Harkin.

Nu de campagne voor het Witte Huis echt is begonnen, wordt het tijd de zes kandidaten die de Democratische banier tegen George Bush op hopen te nemen eens onder de loep te nemen: Paul Tsongas, Douglas Wilder, Bill Clinton, Tom Harkin, Bob Kerrey en Jerry Brown.

Paul Tsongas, Douglas Wilder en Bill Clinton komen alledrie uit dezelfde "reformvleugel" van de Democratische Partij, al hebben ze zeer verschillende achtergronden en ook verschillende bedoelingen met hun kandidatuur. Deze Democraten geloven dat hun partij te links staat van de gemiddelde Amerikaan. Als de Democraten ooit hopen het Witte Huis weer te veroveren in deze eeuw, moeten ze hun beleid ombuigen. In plaats van de belangen van enkele groepen (vakbonden, feministen en minderheden) te begunstigen en te pleiten voor belastingverhoging, zal men de middenklasse moeten paaien.

Paul Tsongas

De 51-jarige Paul Tsongas hoorde niet altijd tot deze groep. In zijn tijd als senator van Massachusetts, van 1978 tot 1984, stond deze zoon van Griekse voorouders bekend als een links politicus a la Edward Kennedy. Toen hij van zijn artsen hoorde dat hij kanker had, besloot hij uit de actieve politiek te stappen.

In de daaropvolgende jaren is hij niet alleen zijn ernstige ziekte te boven gekomen, maar ook grote delen van zijn linkse opvattingen. Tsongas heeft veel gelezen en nagedacht. Als oud-senator kreeg hij de gelegenheid in de besturen van verschillende bedrijven te zitten. De wereld bekijken door de ogen van een zakenman was, volgens Tsongas, een nieuwe ervaring. Zelf zegt hij dat hij nooit zo ver gekomen was als hij in het drukke politeke leven van Washington was gebleven.

Tussen 1984 en 1991 heeft Tsongas de klassenstrijd en het traditionele zakenvijandelijke beleid van zijn partij overboord gezet. Hij meent dat de Democraten een bedrijfsvriendelijk belastingstelsel moeten voorstaan, lage belastingen voor de middenklassen moeten invoeren en de oude band met de vakbonden moeten doorsnijden. Hij bekritiseert de fiscale onverantwoordelijkheid van beide partijen in het Congres. Hij is ernstig bezorgd over de concurrentiepositie van de VS op de wereldmarkt. Hij schuwt het protectionisme, maar is niet wars van overheidsinmenging om investeringen en handel te stimuleren.

Vanzelfsprekend wil hij -net als iedereen— veel meer geld in onderwijs steken.

Tsongas is een intelligente, integere man die erop uit is de hele koers van zijn partij om te buigen. Hij is een man met veel ideeën en veel ervaring.

Tsongas heeft een groot nadeel: het is een slaapverwekkende spreker, van wie weinig uitgaat. Hoewel hij al een halfjaar geleden zijn kandidaatschap aankondigde, is hij nog steeds onbekend.

Douglas Wilder

Douglas Wilder is een geestverwant van Tsongas. Wilder is de 60-jarige gouverneur van Virginia. Als de eerste zwarte gouverneur in de geschiedenis van Amerika heeft Wilder veel publiciteit gekregen. Wilder, een zeer ambitieus en gewiekst politicus, heeft die publiciteit tot het uiterste uitgebuit.

Zijn kandidaatschap vloeit voort uit de aandacht die hij indertijd kreeg als kandidaat voor het gouverneurschap. Met zijn verkiezingsstrategie wil hij twee kiezersgroepen voor zich inwinnen die bijna lijnrecht tegenover elkaar staan. Hij probeert feministen en zwarten te winnen op grond van zijn ras en zijn steun voor abortus. Tegelijkertijd wil hij conservatieve kiezers aantrekken met een fiscale politiek die nog rechtser is dan die van Ronald Reagan.

Wilder is ontzettend trots op het feit dat hij een tekort van vijf miljard dollar op de begroting van de staat Virginia omgebogen heeft in een overschot, zonder de belastingen te verhogen. Wilder belooft dat hij, als hij president wordt, de begroting van de federale regerig in balans zal brengen.

Maar Wilder is nog geen sterke kandidaat. Hoe hij de twee uiterste vleugels van zijn eigen partij bij elkaar wil brengen, is een groot vraagteken. Hij heeft geen enkele ervaring op het gebied van de buitenlandse politiek. Tot nu toe probeert hij met deze zwakte klaar te komen door te beweren dat buitenlandse politiek nu onbelangrijk geworden is: Amerika heeft genoeg aan zijn eigen problemen.

Bovendien maakt Wilder geen sympathieke indruk. De laatste maanden is hij verwikkeld in een politieke vete met Charles Robb, Democratisch senator van Virginia. Robb, eens genoemd als mogelijke tegenstander'van Bush, zal deze vete waarschijnlijk politiek niet overleven. Maar dit gevecht zal zijn naweeën hebben.

Een invloedrijk Democratisch activiste in de deelstaat New Hampshire, waar de eerste en misschien belangrijkste voorverkiezing plaats zal vinden, heeft onlangs verklaard dat Wilder vast en zeker niet haar kandidaat is: de ruzie tussen hem en Robb laat PAUL TSONGAS een bittere bijsmaak achter. Velen hebben de indruk dat Wilder een sluwe, harde politicus is die bereid is over lijken te gaan. Het zal hem moeite kosten om ver te komen in de voorverkiezingen.

BUI Clinton

Gouverneur Bill Clinton van Arkansas is de derde man van het midden. Hij is voorzitter van de "Democratic Leadership Conference", een organisatie die probeert de Democratische Partij uit links vaarwater te krijgen. Clinton is knap, intelligent en komt goed over op de buis. Hij is afkomstig uit het zogenaamde Diepe Zuiden, een gebied dat de Democraten moeten veroveren als ze ooit hopen het Witte Huis weer in handen te krijgen.

Omdat Clinton vaak voor de schijnwerpers staat en door veel partijmensen geprezen wordt als „de ideale kandidaat" maakt hij betere kansen het beleid van Tsongas en Wilder te vertegenwoordigen als de kandidaat van het midden. Eigenlijk was hij de koploper tot de komst van Tom Harkin.

Tom Harkin

Met Tom Harkin is links terug. De aanval van Wilder en Clinton op senator Tom Harkin, 51 jaar, weerspiegelt de verrassing waar deze senator van de deelstaat lowa voor gezorgd heeft. Harkin is letterlijk als een komeet omhooggeschoten. De reden hiervoor is niet moeilijk te vinden: Harkin heeft de theorie van de commentatoren verworpen dat zijn partij naar rechts moet opschuiven. „Niets daarvan", schreeuwt Harkin. Harkin verkondigt dat het heden en verleden van de Democratische Partij iets is om trots op te zijn. Zonder enige schroom haalt hij de klassenoorlog uit de kast, zweert trouw aan de vakbonden, staat isolationisme voor en steunt positieve discriminatie en abortus.

Maar het sterkste punt van Harkin is niet zijn "linkse politiek". Harkin heeft passie, emotie. Als hij de president noemt, zegt hij nooit „president Bush". Nee, Harkin zegt altijd: „George Herbert Walker Bush en J. Danforth Quayle". Dit is de zoon van een straatarme mijnwerker die, om zo te zeggen, de verwende zoon van de burgemeester in de maag stompt.

De persoonlijke aanvallen van Harkin hebben kritiek van de koele, beleefde Clinton uitgelokt: „Op Bush timmeren is geen beleid". Harkin, daartegenover, verontschuldigt zich niet. Hij zegt dat je het Witte Huis niet kunt veroveren vanuit de verdediging. Zijn beleid zal zijn: aanvallen, aanvallen, aanvallen.

Als Tom Harkin alleen met de vijf bovengenoemde kandidaten te maken heeft, zal hij een zeer goede kans maken om de nominatie van zijn partij te winnen. Met zijn geëmotioneerde klassenoorlog tegen George Herber Walker Bush heeft hij al de linkse partij-activisten' warm gekregen. De sleutel van de nominatie ligt namelijk in hun handen. ,

Er is weinig twijfel dat de nieuwe linkse ster Harkin in staat is over een jaar de democratische nominatie te krijgen. Tegelijkertijd zijn vele Democraten bang dat de linkse Harkin niet alleen een nederlaag zal lijden (dat de Democraten de verkiezing niet kunnen winnen is bijna een gegeven) maar daarnaast veel senatoren en Congresleden in zijn val met zich mee zal slepen. Daarom zijn twee anderen nu interessanter geworden: Bob Kerrey en Jerry Brown.

Robert Kerry

Robert Kerrey is 49 jaar, oorlogsheld van Vietnam en senator van Nebraska. Kerrey is razend populair in zijn staat. Hij staat links van het midden. Al sinds zijn verkiezing in de Senaat in 1988 hebben veel Democratische commentatoren een mogelijke president in hem gezien. Hij krijgt nu meer aandacht als "links" alternatief voor Tom Harkin.

Kerrey zou de linkse activisten tevreden kunnen stellen, wel verliezen van Bush, maar dan niet zo veel senatoren met zich mee slepen omdat hij een wat gematigder indruk maakt. Zijn verdiensten in 1992 zouden hem dan automatisch op de eerste plaats zetten in 1996.

Jerry Brown

De laatste kandidaat is de oud-gouverneur van Califomië Jerry Brown, De 49-jarige Brown heeft zich ook in 1976 en 1980 kandidaat gesteld voor het presidentschap maar beide keren werd hij door Jimmy Carter verpletterd. Net als een andere oud-gouverneur van Californië (Ronald Reagan) heeft hij de strijd opgenomen „tegen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.