+ Meer informatie

Alleen overgebleven?

4 minuten leestijd

Een bange nacht. Alleen. Niemand. Helemaal alleen. Zo zal het straks zijn, als u onverzoend ligt voor de poorten van de dood. Zo zal het zijn als u onverzoend staat voor de Rechter van hemel en aarde. Dan hebt u niemand die voor u pleit, niemand die voor u bidt. Alleen. Zo zal het zijn in een eindeloze eeuwigheid, als u wegzinkt in eeuwige verlatenheid, in brandende toorn, in buitenste duisternis. Dat gebeurt als u Christus verwerpt en in ongeloof sterft. In de bangste en beste ogenblikken van hun leven voelen Gods kinderen daar iets van.

Jakob bleef alleen over. Wat was er veel in zijn leven gebeurd. Ja, het allergrootste, het allervoornaamste had plaatsgevonden. Hij was van dood levend gemaakt. Zijn leven stond in het teken van het heimwee naar de zegen. En de kracht van die zegen had hij menigmaal ondervonden. Toen hij lag onder de zegenende handen van zijn vader Izak. Hij lag daar als een bedrieger in Ezau's naam en met Ezau's kleren. Maar toch was de zegen voor hem. Niet omdat hij dat verdiende, integendeel. Maar omdat Christus dat voor hem verdienen zou. Daarom werd een bedrieger toch gezegend. Zo zal het ook altijd zijn en nooit anders. Niets uit ons en alles uit en om Hem. Wat was hij gezegend in Bethel, toen de hemel voor hem openging en hij de rijkste beloften van de Heere ontving. En dat voor een bedrieger. Dat wonder wordt al groter. Wat wordt Hij Die dat verwierf dan dierbaar.

Nog kort tevoren had hij een ontmoeting met de engelen Gods (vs 1). En nu alleen. „Doch Jakob bleef alleen over." Bent u ook wel eens alleen overgebleven, lezer? Alleen met God. Eens zullen alle mensen wegvallen. Niemand kan u redden, niemand kan u helpen. De dood komt op u af En daarna het oordeel. En als de Heere dan doet met u naar uw zonden? Als de Heere dan terugkomt op uw bedrog? Ja, dan wordt het zeer bang. Dan kunnen we met alles wat we eerder beleefden niets doen. Dan zijn we hulpeloos en reddeloos in onszelf. Dan wordt het in het zicht van de haven nog omkomen, voor eigen gevoel. Maar gelukkig, gevoel bedriegt. Geloof bedriegt nooit. Een Man worstelde met hem. Niet hij worstelde met die Man. O neen, die kracht en die moed ontbreekt. Die Man, Jezus Christus, is de Eerste. Altijd weer. Is die Man dan tegen hem? Wil die Man hem doden?
Zo lijkt het, maar zo is het niet. Die Man wil hem ontdekken aan zijn naam en afkomst. Die Man wil hem op de knieën brengen en dieper doen buigen dan ooit. Die Man wil hem leren zijn naam te spellen: "bedrieger". Die Man doet hem verstaan dat hij maar één ding verdient: weggeworpen te worden, voor eeuwig. Die Man ontdekt alle ongerechtigheid in zijn leven. Maar dan om ze te bedekken met Zijn volkomen gerechtigheid. Maar al worstelend wordt die Man bekend. Wordt Hij dierbaar. Al worstelend wordt het duidelijk voor Jakob wie die Man is. Het is de Man van smarten. Het is de Wijsheid Gods, de Kracht Gods, de Gerechtigheid Gods. Het is Jezus Christus, in Wien alle schatten van zaligheid, vergeving en eeuwige liefde verborgen zijn. Het is God Zelf in Christus Die met hem worstelt. Hem houdt hij vast.

Wat is Jakob nu sterk. Het is de kracht van het geloof Het is Gods kracht in Zijn zwakheid. Hij kan niet weg. Het wordt licht. De dageraad gaat op. De bange nacht van worsteling in duisternis is voorbij. Nu wordt nog duidelijker gezien Wie die Man is. Hij wordt zo dierbaar, zo onmisbaar. Jakob wil Hem niet meer loslaten. Nooit meer. Tenzij Hij hem zegent. Dan gaat het vole licht op in zijn ziel. „Hij zegende hem aldaar." God gezien van Aangezicht tot aangezicht en zijn ziel gered. Voor eeuwig. Vrijgesproken door Hem, Die neerzonk in de diepte der hel. Die alles volbracht. O bange nacht, o heerlijke nacht. Die eindigt in de eeuwige dag.

Straks ligt Jakob op zijn sterfbed. Hoe? „Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE." Niet alleen. Nooit meer alleen. Eeuwig delend in de gemeenschap van God de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest en met al degenen die Hem niet meer konden loslaten, tenzij Hij zegende.

Hoort u daar ook al bij? U moet toch eens alles loslaten. Laat los en gij zult losgelaten worden. Grijp naar het eeuwige leven. Jaag naar het doel, zodat u met Paulus zeggen mag: Ik jaag ernaar of ik het ook grijpen mag. Waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.