+ Meer informatie

GAAT EVANGELISATIE TEN KOSTE VAN GEMEENTEOPBOUW?

10 minuten leestijd

De redactie van Ambtelijk Contact stelde de vraag: zijn er geen risico’s verbonden aan al te ‘open’ gemeente-zijn? Komt de opbouw van de eigen gemeente niet in het gedrang als er veel aandacht aan evangelisatie wordt gegeven? Deze vraagstelling suggereert dat evangelisatie en gemeenteopbouw uit praktische motieven verbonden worden. Wij willen de genoemde vragen echter beantwoorden door drie principiële stellingen te verdedigen. Daarna sluiten wij af met twee adviezen voor kerkenraden die serieus werk willen maken van evangelisatie én gemeenteopbouw.

Stelling 1 : Evangelisatie weerspiegelt Christus’ roeping

Toen de Here Jezus zijn roeping op aarde beschreef, was Hij duidelijk: “Ik ben gekomen om te dienen en Mijn leven te geven als losprijs voor velen” (Mark. 10:45). Op haast elke bladzijde van de Evangeliën zien we hoezeer onze Heiland bewogen was om “het verlorene te zoeken en te redden” (Luk. 19:10). Als Goede Herder zei Hij nadrukkelijk dat Hij nog andere schapen had, “die van deze stal niet zijn” (Joh. 10:16). Toen de Here Jezus afscheid nam van zijn leerlingen, onderstreepte Hij deze roeping nog eens duidelijk (Matt. 28:17-20; Joh. 20:19-23; Hand. 1:6-9). Steeds weer komt het terug: de verkondiging van het Evangelie in woorden en daden aan verloren mensen is geen bijzaak. Het is de hoofdzaak. Hiervoor kwam Jezus naar de aarde. Dit is wat Hij zijn kerk meegaf toen Hij weer naar zijn Vader ging.

Dat is genade. De Here Jezus gaf het mooiste en belangrijkste werk dat er is, het werk waarvoor Hij leefde, stierf en opstond, in handen van zondige en gebrekkige mensen, in handen van een onvolmaakte kerk. Hij deed dat met beloften: Ik zal er bij zijn, Ik ga voor u uit. Maar Hij deed het niettemin. Gezien onze vuilheid en kwetsbaarheid zullen wij nooit begrijpen waarom. Maar wij hoeven het ook niet te begrijpen. Als kerk van Christus mogen wij ons erover verwonderen en aan het werk gaan.

Het woord ‘evangelisatie’ kan daarom zeker bij de ambtsdragers van de kerk niet in de eerste plaats gefronste wenkbrauwen opleveren. Wie dat doet, wil wijzer zijn dan de grote Ambtsdrager. Als het goed is veren ambtsdragers en andere christenen op uit hun stoel, gaan hun ogen glinsteren en hun handen jeuken. Nu gaat het ergens om! De toonzetting ten aanzien van evangelisatie kan niet anders dan positief zijn, vreugdevol en dankbaar. Want evangelisatie weerspiegelt Christus’ roeping.

Stelling 2: Evangelisatie behoort tot de identiteit van de kerk

Kerk en evangelisatie zijn niet los verkrijgbaar. Een kerk is missionair of demissionair, schreef professor Versteeg. Evangelisatie hoort bij het ‘erfelijk materiaal’ van de kerk, haar DNA, haar identiteit. We lezen het in 1 Petr.2:9: de gemeente is geroepen (‘uit-verkoren’) om Gods grote daden (SV: Zijn deugden) te verkondigen. Als Paulus aan de gemeente van Korinthe vertelt hoe hij zich tot het uiterste inspant om mensen te winnen en te behouden, zegt hij er in één adem achteraan: “Volg mij dan, zoals ik Christus volg” (1 Kor. 11:1). In de kerk van Christus moet het gaan om de zaak van Christus en dus om evangelisatie. Zo eenvoudig is het. Zo vanzelfsprekend is dat in het Nieuwe Testament, dat we niet eens zoveel uitdrukkelijke aansporingen lezen om te gaan evangeliseren. Je vertelt iemand toch ook niet dat hij of zij moet gaan ademhalen?

Als evangelisatie in het DNA van de kerk thuishoort, betekent dat twee dingen. In de eerste plaats kun je zeggen dat je DNA, je identiteit iets is wat je gekregen hebt. Je hoefde er niets voor te doen. Zo mogen we zeggen dat in het gemeente-zijn haar missionaire karakter al aanwezig is. De Geloofsbelijdenis van Nicea noemt de kerk ‘apostolisch’: een kerk die gesticht is door zendelingen en zelf zendingskerk is. Dat is de kerk. Wanneer een kerk haar missionaire elan zou verliezen, dan staat haar identiteit als apostolische kerk op het spel. Het is dan ook niet nodig om over een ‘missionaire kerk’te spreken, want een kerk die niet missionair is, is geen kerk. In de tweede plaats is je identiteit iets om mee te werken. Een kind van drie heeft hetzelfde DNA als de vrouw van veertig die zij later misschien mag worden. Maar toch is de vrouw van veertig door levenservaring, door groei, door lijden en vreugde, een ander iemand dan het kind dat zij vroeger was. Paulus spoort de gemeenten aan om verder te groeien in wie zij door Christus zijn. Dat groeien is niet dat we onze identiteit achter ons moeten laten. Integendeel, wij moeten er serieus mee aan het werk gaan. Maar dat kan alleen wanneer wij ons veilige gebied durven verlaten, wanneer het kind uit de box komt, wanneer het naar school gaat, werk zoekt, relaties aangaat en ervaringen opdoet. Zo zijn ook gemeenten geroepen om zich in te zetten steeds meer te worden wie zij door Christus zijn. Door leren, door nieuwe ervaringen, door lijden en overwinningen zullen zij steeds meer kerk mogen worden.

Een missionaire kerk is dus niet een kerk met een andere identiteit (sommige mensen denken dat wel eens: wat minder christelijk of wat minder gereformeerd). Integendeel, een missionaire kerk is een kerk die haar identiteit serieus neemt, er niet alleen over praat, maar er wat mee doet, haar identiteit niet conserveert en laat stollen, maar in gesprek brengt met de vragen van deze tijd. De kerk die mensen toerust om als gereformeerde christenen getuigen te zijn van hun Here en Heiland, die is pas werkelijk trouw aan haar identiteit.

Stelling 3: Evangelisatie vind je overal in de kerk terug

Of je nu bij iemand wat bloed afneemt uit zijn grote teen of een paar haren afknipt van het hoofd, steeds vind je hetzelfde DNA. Iemands identiteit komt tot uiting in alles wat hij of zij is, zegt en doet. Zo is het ook met de kerk. De identiteit van de kerk is dat zij gericht is op God en Hem alleen eert (boven), dat zij gericht is op gemeenschap met elkaar (binnen) en dat zij gericht is op de verkondiging en op dienstbaarheid aan een verloren wereld (buiten). Het gevaar is nu dat we die drie richtingen keurig gaan opdelen in activiteiten. Zo van: de eredienst is voor boven, de vrouwenvereniging en tal van andere activiteiten voor binnen en de evangelisatie- en zen-dingscommissies voor buiten. Maar dat zou niet goed zijn. Het DNA komt immers terug in alles wat de kerk doet en belegt. Ook de eredienst heeft een missionaire kant, lezen we in 1 Kor.b14:15-25. Ook de vergadering van de financiële commissie moet Gods eer op het oog hebben en haar zaken doen vanuit de totale identiteit van de kerk. Komt bijvoorbeeld in de begroting tot uiting dat zending en evangelisatie echt belangrijk zijn? Evangelisatie functioneert nauwelijks zonder een hechte gemeenschap en zeker niet zonder een vurige gerichtheid op God. Enzovoort.

Het is daarom een serieus probleem dat veel kerken ‘evangelisatie’ onderbrengen in aparte activiteiten naast het ‘gewone’ kerkelijke leven en de rest reserveren voor ‘gemeenteopbouw’. Het scheiden van ‘binnen en buiten’ is kunstmatig en onbijbels. Evangelisatie is voluit gemeentewerk. Wie een gemeente bouwt, zal altijd ook bouwen aan evangelisatie. Anders bouwt men niet aan een gemeente van Christus, maar aan iets anders. De vraag: doet evangelisatie niet te kort aan gemeenteopbouw?, is dan ook een onmogelijke vraag. We zouden net zo goed kunnen vragen: doet inademen niet te kort aan uitademen?

Wanneer wij serieus nemen dat onze identiteit overal zichtbaar moet zijn, zouden wij ons ervoor inspannen om niet zozeer allemaal andere dingen toe doen, naast de gebruikelijke, om zo te kunnen evangeliseren. Wat vooral nodig is (en wat veel dieper insnijdt!), is dat wij dezelfde dingen op een andere manier doen! Waarom een zondagsschool met daarnaast een aparte kinderclub voor buitenkerkelijke kinderen? Waarom een ‘gewone’ eredienst en daarnaast ‘buitengewone’ gastendiensten? Soms lijkt zich naast een toch al overbelast kerkelijk leven zo nog een hele draaimolen aan parallelle activiteiten te ontwikkelen. De bijbel daagt ons echter uit om in heel het gemeente-zijn Christus’ roeping te weerspiegelen: naar binnen en naar buiten.

Tot slot geven wij twee adviezen aan kerkenraden die ervan overtuigd zijn dat gemeenteopbouw en evangelisatie niet te scheiden zijn.

Advies 1: Maak zelf veel tijd vrij voor bezinning en gebed

Kerkenraden zijn ervoor om geestelijk leiding te geven, niet om alles in de gemeente te regelen of bij te houden. Wat het zwaarst is, moet daarom het zwaarst wegen. Leiding geven is iets anders dan veel dingen regelen. Laten kerkenraden zich inspannen om hun agenda’s zo leeg mogelijk te houden met ‘regeldingen’. Dat kan alleen vanuit een christelijke houding van loslaten. Kerkenraden die gericht zijn op beheersing en controle, die ‘hun’ gemeenten wezenlijk niet vertrouwen, zullen het heel erg druk hebben met zaken die hen geestelijk uitputten. Het gebedsleven verschraalt, de omgang met de Here verslapt of wordt een formele aangelegenheid en de verbinding tussen christen-zijn en het leven van elke dag wordt verbroken. Kerkenraden dienen dus te snoeien in hun agenda’s en in de activiteiten van de gemeente. Dat kan alleen wanneer kerkenraden visie hebben: besef van prioriteiten. Wij pleiten hier voor een ‘actieve pas op de plaats’: zo weinig mogelijk nieuwe dingen meer, maar wel alle bestaande dingen goed doorlichten op hun missionaire gehalte en zo nodig omvormen naar Christus’ voorbeeld. Het is de taak van kerkenraden om rust, ontspanning en doelgerichtheid voor te leven aan de gemeenten. Veel gemeenten zijn te druk: er wordt teveel gedaan en het wordt te oppervlakkig gedaan. Kerkenraden leven voor dat het ergens om gáát in de kerk en dat de dingen die we doen, doorzichtig moeten zijn tot op Christus. Zijn agenda zal de onze moeten zijn.

Advies 2: Zorg voor een duidelijke visie als richtpunt

Een visie is een gedeeld verlangen, een gemeenschappelijke richting. Het is een belangrijke taak voor kerkenraden, misschien wel hun belangrijkste taak, om gemeenten voor te houden wat het doel is van alles wat er gebeurt. En dat niet alleen: de kerkenraad zal actief bevorderen dat de dingen die in het gemeenteleven gebeuren te maken hebben met de roeping van de gemeente naar boven, naar binnen en naar buiten. Dat kan hij doen door: (1) visie te vormen, samen met de gemeente; (2) voortdurend te communiceren waarom het gaat in de gemeente (en dat niet in alge-mene, maar in concrete termen); (3) de visie zelf voor te leven. De kerkenraad is een voorbeeld voor de gemeente, in de omgang met de Here, in het zoeken van gemeenschap en eenheid en in dienstbaarheid aan een verloren wereld.

Evangelisatie en gemeenteopbouw kunnen elkaar niet bijten wanneer zij goed verstaan worden. Kerkenraden hebben de roeping om dit besef uit te dragen en voor te leven. Zij kunnen dit alleen als zij zelf, individueel en gemeenschappelijk, putten uit de Bron en hun vergaderingen laten bepalen door een werkelijke geestelijke afstemming op Christus’ agenda.

Om verder te lezen: Een open gemeente: Discussiestuk voor kerkenraden en evan-gelisatiecommissies (aan te vragen bij het Landelijke Bureau; evanaelisatie@cgk.nl). Om geholpen te worden: Beleidstraject missionaire gemeente, een reeks cursusavonden voor kerkenraden, verzorgd vanuit het Bureau evangelisatie (evangelisatie@cgk.nl).

Dr. S. Paas is landelijk evangelisatie-consulent; dr. S.J. Wierda is predikant van de gemeente Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.