+ Meer informatie

Boer moet overschot aan mest zelf oplossen

Kamer wijst plan Landbouwschap af

3 minuten leestijd

DEN HAAG — Elke veehouder is zelf verantwoordelijk voor de oplossing van het mestprobleem. Dat is globaal de strekking van het gisteren door het Landbouwschap aan de Tweede Kamer aangeboden "plan van aanpak plus". De georganiseerde landbouw zet hierin op een rijtje hoe ze zelf bereid is zich extra in te spannen voor de oplossing van het mestprobleem.

Het "plan van aanpak plus" is bedoeld als alternatief voor de aanscherping van het mestbeleid die het kabinet op Prinsjesdag heeft aangekondigd. Het is de bedoeling dat het voorstel betrokken wordt bij de behandeling van de landbouwbegroting, volgende week. Uit reacties van de politiek blijkt echter dat het kabinetsplan nog steeds de voorkeur heeft.

Op de oude voet

In het kort komen de door de overheid gepresenteerde mestmaatregelen neer op het schorsen van nietbenutte mestproduktierechten, het verlagen van grondgebonden produktierechten (rundveehouderij) en het verminderen van de hoeveelheid mest die in niet-overschotgebieden mag worden uitgereden. De agrarische wereld reageerde geschokt op deze voorstellen. Inmiddels heeft dat al geleid tot protestbijeenkomsten in het noorden en in Gelderland. Het "plan van aanpak plus" wordt gedragen door de hele georganiseerde landbouw.

De stuurgroep die het alternatieve plan heeft opgesteld, meent dat het huidige mestbeleid achterhaald is. „Het mestprobleem is een mineralenprobleem", stelde de voorzitter van het Landbouwschap, drs. J. W. E. M. Mares, gisteren in een toelichting. Moderne voertechnieken maken het volgens hem mogelijk dat de uitstoot van mineralen, afhankelijk van de diersoort, al tot maximaal 20 procent is teruggedrongen. De oplossing voor het mestoverschot moeten volgens hem niet worden gezocht in scherpere normen, maar in technische aanpassingen. Bij het hanteren van de nietgrondgebonden mestrechten zou meer rekening moeten worden gehouden met wat technisch mogelijk is.

De verantwoordelijkheid voor het mestprobleem komt bij de boer te liggen. Hij moet aantonen dat hij de mineralenstroom op zijn bedrijf in de hand houdt. Het Landbouwschap stelt in verband hiermee voor om de mineralenboekhouding —een overzicht van de mineralen die het bedrijf binnenkomen en verlaten- al in 1993 in te voeren. De overheid was voornemens deze boekhouding in 1995 verplicht te stellen. Het voorstel betekent dat veehouders die kunnen aantonen dat ze voldoende doen om het mestoverschot te beperken, hun veestapel kunnen handhaven. Wie zijn bedrijf op de oude voet voortzet, loopt het risico dat mestrechten geschorst worden en dat de hoeveelheid vee moet worden ingekrompen.

De zogenaamde verplaatsingsregeling, bedoeld om de verhandeling van mestrechten mogelijk te maken, moet er in de visie van het Landbouwschap zo snel mogelijk komen, tenzij de overheid nu al besluit dat het hele systeem van mestproduktierechten in 1995 wordt opgedoekt.

Reactie politiek

De regeringspartijen CDA en PvdA vinden het mestplan van het Landbouwschap niet voldoende om als alternatief te dienen voor het kabinetsvoorstel. Het risico dat de veestapel blijft groeien, is volgens de landbouwwoordvoerders te groot. Beide partijen kondigden gisteren dan ook aan volgende week, bij de behandeling van de landbouwbegroting, het kabinetsplan te zullen steunen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.