+ Meer informatie

Bij avondmaal is relatie tot Gastheer onmisbaar

Nieuwe publikatie over oude schat der eeuwen

4 minuten leestijd

KAMPEN — Er zijn in de geschiedenis al veel boeken geschreven over het heilig avondmaal. Dat geeft drs. A. G. Knevel ook toe in het boekje "Het Heilig Avondmaal", dat onder zijn redactie uitgegeven is in de reeks "Bijbel en Praktijk". Het brengt hem tot de vraag of dit boekje iets toevoegt aan deze lange reeks. Er is geen sprake van nieuwe standpunten, zo geeft hij aan, maar wel is door de verschillende auteurs getracht om vanuit de schat der eeuwen gezichtspunten naar boven te halen, die, zo niet nieuw, dan toch verrassend zijn.

Hierbij kan nog opgemerkt worden dat een hoofdstuk over kinderen aan het avondmaal (door dr. A. N. Hendriks) en een bijdrage over nieuwere opvattingen over het heihg avondmaal (van dr. M. J. Arntzen) in veel boeken tevergeefs gezocht zullen worden.

Verschillende vragen

Zowel de praktische als de meer dogmatische vragen komen in het boekje aan de orde. Dat daarbij veel , lijnen vanuit de kerkgeschiedenis worden getrokken, is nog niet zo bevreemdend, wanneer we bedenken dat de eeuwen door over vele vragen rondom het avondmaal is nagedacht èn gestreden. Denk alleen maar aan de verdeeldheid die al direct bij de Reformatie naar voren is gekomen.

Terecht merkt drs. K. Exalto in zijn bijdrage over de avondmaalspraktijk bij Zwingli, Luther en Calvijn op dat de avondmaalsverdeeldheid, hoe erg en droevig op zichzelf ook, toch een indicatie is van het feit dat door hen het avondmaal, als instelling des Heeren, hoog gewaardeerd is. De grote aandacht die door het gereformeerd protestantisme is besteed aan de vraag wie aan het avondmaal mogen en moet deelnemen, geeft aan dat er grote ernst met deze praktische vraag is gemaakt en dat men niet wilde leven bij vanzelfsprekendheden.

Verbrokkeld

Wanneer twaalf auteurs in een kort bestek vele facetten van het sacrament belichten, zal het wel bijna onontkoombaar zijn dat hun boekje hier en daar wat verbrokkeld en fragmentarisch overkomt. Daarbij hebben we dan ook in ogenschouw te nemen dat we te doen hebben met een serie radiolezingen (oorspronkelijk uitgesproken in het EO-programma Theologische Verkenningen), waarbij overlappingen zoveel mogelijk vermeden moeten worden en er toch ook telkens sprake moet zijn van een afgerond geheel. Wanneer het dan bovendien nog gaat over het heilig avondmaal, kan het gemakkelijk gebeuren dat de verschillende hoofdstukken een wat eigen geestelijke kleur en sfeer hebben. Het zal niemand verbazen dat dat zich het meest laat gevoelen in de meer praktische gedeelten, bij de vraag voor wie het sacrament bedoeld is.

Pastoraal omgaan

In sommige hoofdstukken vindt men iets van een pastoraal omgaan met de vragen over de toeëigening van het heil en de deelname aan het heilig avondmaal, terwijl men bij enkele gedeelten de indruk zou kunnen krijgen dat dergelijke vragen wat overbodig zijn. Zo kan ik me' bij de bijdrage van drs. W. Steenbergen over het avondmaal in het Nieuwe Testament niet helemaal losmaken van de vraag of de persoonlijke geloofsbeleving (of juist het ontbreken daarvan) niet onderbelicht blijft. Welke plaats is er in de zelfbeproeving voor de gemeenschap met Christus?

Wat drs. K. Exalto en drs. A. G. Knevel schrijven over de avondmaalspraktijk in de Reformatie en de Nadere Reformatie maakt ons duidelijk dat bezinning op dit punt nodig en nuttig blijft. Het kan voor ons minstens verootmoedigend zijn, zonder overigens het verleden te idealiseren. Misschien is het wel veelbetekenend dat het hoofdstuk over ons avondmaalsformulier ingeklemd staat tussen het gedeelte over de avondmaalspraktijk in de Reformatie en dat over het sacrament bij de Nadere Reformatie.

Drs. J. C. L. Starreveld zet in zijn woorden over avondmaal en ambt aan tot nadenken, waarbij het me voorkomt dat er vragen zijn te stellen bij zijn bewering dat de avondmaalstafel de enige, zichtbare vorm van de Kerk des Heeren op aarde is. In dit verband lijkt het me ook wat sterk uitgedrukt wanneer hij zegt dat de oorsprong van de predikant en van de ouderling bij de avondmaalstafel ligt.

Niet los van Gastheer

Intussen heeft dit beknopte boek met name op het terrein van de kerkgeschiedenis het een en ander te bieden. Het is en blijft noodzaak dat onze aandacht gericht wordt op dit sacrament, dat Christus Zijn Kerk heeft nagelaten. Wel kan daarbij het gevaar bestaan dat we spreken over het avondmaal los van de Gastheer van de tafel, Christus. Wat ik daarmee bedoel, heeft ds. W. van Gorsel in zijn hoofdstuk over avondmaalsmijding als volgt verwoord: „En dan is niet de eerste vraag: „Hoe staat u tegenover het Avondmaal?"

De vraag die daaraan voorafgaat is: „Wat dunkt u van de Christus?" Inderdaad hebben we daar de kernvraag, ook als we spreken over het Heilig Avondmaal. In de oprechte geloofsverbondenheid met Hem, gewekt door Woord en Heilige Geest, ligt de rechte avondmaalsviering. Is er, ook ten aanzien van hét Avondmaal, een bijbelse weg buiten de weg van bekering en levend geloof? Of met de woorden van Calvijn: „Een weg buiten geloof en berouw?" Nog anders gezegd: „Een weg buiten Hem Die getuigt: „Ik ben de Weg?"

N.a.v.: "Het Heilig Avondmaal", onder redactie van drs. A. G. Knevel; uitg. J. H. Kok, Kampen, 1990; prijs 19,50 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.