+ Meer informatie

IN ZIJN NAAM GEPREDIKT

5 minuten leestijd

En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken. Lukas 24:47

In Zijn Naam gepredikt. Niet in eigen naam, met eigen gezag, doch met goddelijk gezag. In opdracht, niet eigener beweging. Welk een last van 's Heeren wege: Zeg de rechtvaardige het wèl, de goddeloze het wee aan. In de Naam des Heeren hebben de profeten gesproken: Zo waarachtig als Ik leef...

Al de tijden door is IN ZIJN NAAM gepredikt en zal het zijn tot aan het einde der wereld. Waarom, waartoe? Opdat de uitverkorenen zullen toegebracht worden. Voordat de Heere ten hemel vaart, geeft Hij Zijn discipelen deze opdracht. Doch deze opdracht is tevens dè boodschap dat alle volken, beginnende te Jeruzalem, gepredikt zal worden die ene Naam onder de hemel de mensen gegeven door Welke zij zalig moeten worden. Een andere Naam en prediking is er niet die leidt tot zaligheid.

Het oogmerk van die prediking is: bekering èn vergeving der zonden. Gewezen wordt op de waarachtige bekering, geen schijnbekering, niet wat er op lijkt. Gepredikt: bekering en vergeving, dat is Wet èn Evangelie. Het één niet zonder het ander. Prediken, dat is verkondigen, bekendmaken, aanzeggen.

Bekeert U! Bekeren dat is omkeren, èfkeren. Door de zondeval in het paradijs heeft de mens zich in zijn bondshoofd Adam omgekeerd, van God afgekeerd. Wat is dus nodig? Inkeer, omkering, afkering, wederkeer. Wie doet dit? Van nature zal nooit iemand zich naar God keren, naar Hem zoeken en vragen. De mens is een vijand van God en Zijn zaligheid. O, wie zal kunnen zeggen wat de mens door de zonde geworden is. Alleen als de Heere het de mens doet zien om het dan te bewenen: Wee mij, dat ik zó gezondigd heb.

Be-keren dat is terug-keren. Dat doe ik van nature niet, kan ik niet, wil ik niet. De mens vecht zich liever dood. Doch als de Heere werkt, wie zal I het keren? Niet te willen, doch bekeerd te moeten worden. In Zijn Naam gepredikt de Wet. Uit de Wet is de kennis der zonde. Bij Geesteslicht in de spiegel van Gods heilige Wet een overtreder der Wet, schuldenaar aan de Wet en zondaar voor God.

God wil en de Wet eist: gehoorzaamheid. Dit niet te kunnen. Onbekwaam tot enig goed, geneigd tot alle kwaad. Zich zo te kennen. Ach, hoe kom ik nog ooit tot God bekeerd, met God verzoendi De Wet kent geen pardon, Gods recht eist volkomen genoegdoening. Aan Gods gerechtigheid moèt voldaan worden òf door onszelf, òf door een ander.

In Zijn Naam gepredikt: Bekering. Nodig herstel! De mens is immers geen beelddrager Gods meer? Aan 's mensen zijde is zalig worden een onmogelijke zaak. Onmogelijk? Ja! We horen zeggen: Wie kan dan zalig worden! Hoor Christus' woord: Wat onmogelijk is bij de mensen, is mogelijk bij ...Gòd! En dat voor zulk één, die zich als een gans zondige, schuldige, ellendige, arme, naakte, blinde heeft moeten leren kennen.

Zegt iemand, die zich als zodanig heeft leren kennen, doch voor mij niet. Voor zo één, als ik ben niet. Nóg eens, aan uw kant niet, dan voor eeuwig onmogelijk. Mààr hoor! In Zijn Naam màg, kàn en moèt gepredikt worden bekering en, dat is ook vergeving der zonden. Dus niet alleen Wet, maar ook, niet een, MAAR hèt Evangelie, het Evangelie van vrije genade. Evangelie, blijde boodschap, goede tijding.

In Zijn Naam, niet in eigen naam, met eigen autoriteit. Hèt Evangelie voor al dat arme, ellendige, zich-zelf-schuldig-kennende volk. Geleerd geen nagelschrapsel tot eigen zaligheid te kunnen toedoen, zelfs geen zucht. Om niet, uit genade, door recht, tot roem van vrije genade. Niet door (eigen) werken, anders is de genade geen genade meer. Maar door de werken, de verdiensten van die Ander van Wie geschreven was: en alzo moest de Christus lijden en van de doden opstaan ten derden dage; èn "in Zijn Naam gepredikt worden": bekering èn vergeving der (van alle) zonden en dat onder èlle volken (zwart, blank en bruin), beginnende van (het goddeloze, Christus uitwerpende, Hem ter dood veroordelende) Jeruzalem.

Is dat geen eeuwig wonder. Zegt dit niet àlles?! Gepredikt bekering maar ook vergeving der zonden in Zijn Naam. Vergeving in en door dat bloed, dat alleen reinigt van àlle zonden, door Zijn gerechtigheid, die alleen redt van de dood. En dat voor eén, die de straf der zonde en het oordeel des doods heeft leren waardig keuren. Christus de straf en zij vergeving. Hij de vloek en zij de zegen.

De straf, die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden. In Zijn Naam gepredikt: bekering èn vergeving der zonden; Wet èn Evangelie, zonde èn genade. Welnu dan, die in der waarheid dorst, kome en drinke van de wateren des levens om niet! Hem, in Christus, hebben de goedertierenheid en waarheid elkander ontmoet; de gerechtigheid en vrede elkander gekust. Dit alles Gode tot eer en de Kerk tot zaligheid.

GOUDA. DS. A. VAN DEN BERG

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.