+ Meer informatie

OP DE WACHTTOREN

6 minuten leestijd

De antichrist.

Heel de geschiedenis der wereld loopt uit op de wederkomst van Christus ten oordeel. Onder het Oude Testament was er een uitzien naar de komst van Christus in het vlees, onder de nieuw-testamentische dedeling dient er een uitzien te wezen naar de komst van Christus op de wolken des hemels.

Zo dient de kerk des Heeren ook nu Adventskerk te zijn!

Adventskerk! in het acht geven op de tekenen der tijden, en in het verlangen der ziel. Kom Heere Jezus! ja kom haastelijk!

Aan deze wederkomst van Christus moet echter wat vooraf gaan. De komst namelijk van de Antichrist!

In Thess. 2 lezen wij, dat deze dag van Christus’ wederkomst niet zal komen, tenzij dat eerst de afval gekomen is, en geopenbaard is, de mens der zonde, de zoon des verderfs. Die zich tegenstelt en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo, dat hij in de tempel Gods als een god zal zitten, zichzelven vertonende dat hij god is.

In Openb. 13 vinden wij het beeld van de antichrist getekend in dat beest, opkomende uit de zee, hebbende zeven hoofden en tien hoornen, en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van godslastering.

Geestelijke macht en koninklijke heerlijkheid worden hier als het kenmerkende beeld van de antichrist genoemd.

In verband daarmede lezen wij dan ook: „En het werd macht gegeven om de heiligen krijg aan te doen, en om die te overwinnen, en het werd macht gegeven over alle geslacht en taal en volk. En allen, die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens en des Lams, Dat geslacht is van de grondlegging der wereld”.

Deze antichrist zal dan ook zijn de grote verdrukker van de kerk.

Zo lezen wij in het zesde vers van Openb. 13: „En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en die in de hemel wonen”. En in Dan. 7: 25 lezen wij: „En het zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en het zal de heiligen der hoge plaatsen verstoren”.

De geest van de antichrist.

In onderscheiding van de persoon, lezen wij in de Schrift ook over de geest van de antichrist. In 1 Joh. 4: 3 lezen wij: „En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van de antichrist, welke geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld”.

Zo was die geest van de antichrist er reeds in de dagen van Johannes. Deze antichristelijke geest zien wij later sterk beïnvloed door Rome. Hoe heeft Rome in de keizertijd de godslastering gepleegd zijn vorsten te aanbidden, als waren zij God, om vervolgens in zijn tempels de wierook te doen opgaan voor de „divinus Augustus” (de goddelijke Augustus).

Daarna heeft het bovendien de christenen te vuur en te zwaard vervolgd, en alle krachten ingespannen om het Christendom uit te roeien en van de aarde te verdelgen.

Weer later heeft het zich in een andere gedaante geopenbaard, en zogenaamd het Christendom aangenomen, ja zich ervan aan de spits gesteld, maar met geen andere bedoeling dan om de mens, nu als paus, op de troon Gods te verheffen, en alle geestelijke aanbidding des Heeren onmogelijk te maken.

Deze geest van de antichrist zien wij vervolgens uitkomen in het oud en nieuw modernisme. In de openbare en de bedekte loochening van Christus, als zijnde de waarachtige Zoon van God, en de algenoegzame Zaligmaker van ’s Heeren kerk.

Hoe geldt daarom tot op de dag van vandaag het woord: „Geliefden! gelooft niet een iegelijke geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn, want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld”.

De persoon van de antichrist.

Dat de antichrist een bepaald persoon zal zijn, maakt de Schrift ons duidelijk bekend. Vele namen zijn in dit verband reeds genoemd. Ook in verband met het getal zijns naams nl. 666.

Uit dit symbolisch getal heeft men de naam van Nero gedistalleerd, de naam van Mohammed, Napoleon, Voltaire, Hitler, en vooral de naam van de paus in verband met de inscriptie op zijn gouden kroon: Vicarius Filius Dei (stedehouder van Gods Zoon) Deze letters in romeinse cijfers omgezet, zouden dan het getal 666 vormen.

Vanzelf moeten wij met ons vernuft en fantasie voorzichtig zijn. Wel is nodig acht te geven op het volgende: Noemde Luther de duivel de grootste aap van God, zou de duivel ook hierin het werk Gods dan niet na willen bootsen, door zichzelf te belichamen in het vlees? Christus is in het vlees verschenen, zou de duivel dan ook niet in het menselijk vlees kunnen verschijnen? De antichrist dus als de geïncarneerde duivel!

En gelijk Christus typen of pre-figuren heeft gehad, die aan Zijn komst vooraf gingen, denk maar aan Jona, David, Salomo enz „ zou dan ook de satan, als de grootste nabootser van het werk Gods, niet in verschillende typen of pre-figuren op de aarde kunnen verschijnen?

Zeggen die typen of pre-figuren ons dan reeds, welk een benauwing dit alles geven kan aan ’s Heeren kerk, hoe erg moet het dan wel zijn als de persoon, de mens der zonde, de zoon des verderfs komen zal.

De valse kerk.

In nauw verband met de persoon van de antichrist, spreekt de Schrift ons ook over de valse kerk. De antichristelijke figuur, die zich als de bruid van Christus voor zal doen, maar die in de Schrift niet minder betiteld wordt als een hoer.

Lees in dit verband maar eens Openb. 17. W ij lezen daar over een vrouw, bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud en kostelijk gesteente en paarlen, en had in haar hand een gouden drinkbeker, vol van gruwelen, en van onreinigheid barer hoererij. En op haar hoofd was een naam geschreven namelijk Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder der hoererijen, en der gruwelen der aarde.

Lezen wij dan vervolgens dat deze vrouw zit op zeven heuvelen, dan wordt het al niet moeilijk meer om te denken aan Rome, de stad der zeven heuvelen, die steeds en in wereldlijke en in geestelijke macht zich als de grote hoer heeft geopenbaard. Met al haar uiterlijke pracht en praal, in haar kleding van purper en scharlaken, boeit zij de wereld, vervolgt zij de kerk, en met haar gouden beker in de hand, drinkt zij met de wereld de onreinigheid van allerlei gruwelen, zonden en ongerechtigheid in.

De valse kerk, die als dienares van de antichrist de bruid van Christus nabootst, maar in wezen genoemd moet worden een moeder van allerlei hoererijen.

Laat Openb. 17 in een tijd van valse oecumene, waarbij ook Rome wordt tegengetreden met het woord: onze broeders en zusters, een ernstige waarschuwing voor ons allen.

Houdt wat gij hebt, opdat niemand uw kroon rove.

Nu wordt de antichrist nog weerhouden, door de kracht van de algemene genade Gods, maar straks zal hij geopenbaard worden in de volheid des tijds. Laat uw lendenen dan omgord zijn, en de lampen brandende.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.