+ Meer informatie

Skûtsjezeilen waren vroeger van hennep

In Friesland begint morgen het grote zomerevenement: het skûtsjesilen

4 minuten leestijd

LEEWARDEN - Tot 1910 voeren de skûtsjes in Friesland met hennepzeilen. Die zeilen waren lichter, minder vochtgevoelig en sneller dan de katoenen exemplaren die later kwamen.

Het is een van de vele onthullingen die gedaan worden in het standaardboek over de skûtsjes: "Troch de Wyn. De historische rijkdom van het skûtsje". Maar liefst 576 pagina's telt het boek. Aan het standaardwerk schreven negen mensen mee: Gosse Blom, Netty Gabel, Jelmer Kuipers, Eelke Lok, Koos Rademakers, Jan Meppelink, Jacob de Hoop, Frits Jansen en natuurlijk Klaas Jansma.

Hoewel Jansma, de skûtsjeverslaggever van Omrop Fryslân al jaren een kenner is van het skûtsjesilen, ging er bij het maken van dit boek nog een wereld voor hem open. "Wist je dat de skûtsjes in het verleden mei hennepzeilen voeren? Nou, ik niet."

Jansma raakt verrukt als hij praat over een van de vele ontdekkingen die zijn gedaan door het team van Foar de neiteam, een club liefhebbers die alles

verzamelt en in kaart brengt over skûtsjes en het skûtsjesilen. Het tuig dat van hennep was gemaakt was doorzichtig. Jansma: ,,Dat is toch prachtig."

Dat het hennep als tuig helemaal is verdwenen en is overgenomen door katoen heeft alles te maken met de Amerikanen en de grote macht van de petrochemische industrie. Hennep dat in Rusland werd verbouwd is een vrij milieuvriendelijk product. Bij de verbouw van katoen waren veel bestrijdingsmiddelen nodig waarbij de petrochemische industrie baat had. Jansma vindt het heel boeiend dat zo'n wereldwijde industriële ontwikkeling terug te zien is bij "onze skûtsjes."

In het boek wordt ook uitgelegd hoe het kan dat de Friese scheepvaart zich amper kon moderniseren in het begin van de twintigste eeuw.

Het eerste ijzeren skûtsje werd in 1889 in Sneek gebouwd. Dat was best vroeg, maar het kon zich amper ontwikkelen, omdat de sluizen niet langer dan 16 meter waren.

In 1897 kwam in Sneek het eerste motorschip in de vaart. Het was voor het eerst dat de beurtschippers niet meer afhankelijk waren van de wind. Van deze ontwikkeling konden de skûtsjeschippers niet profiteren. "De skûtsjes waren te licht voor een motor. In andere provincies hebben ze groetere schepen van wel 70 tot 80", legt Jansma uit.

Frits Jansen uit Grou, die zich voornamelijk heeft verdiept in de ontwikkeling van de skûtsjes en de werven, vult aan dat de beperkte Friese waterinfrastructuur ervoor heeft gezorgd dat de scheepvaartindustrie zich niet kon moderniseren.

In het standaardboek staan ook veel verhalen over het leven aan boord van de skûtsjes. Aanvankelijk voeren de schippers alleen met hun vracht, maar vanaf 1900 namen ze ook vrouw en kinderen mee. De ouders sliepen op de kooi onder het achterdek, terwijl de oudere kinderen een slaapplaats voorin vonden, in de durk. Hun behoefte deden ze in een emmer, achter het zwaard of op het voordek. Rond 1925 kwam er een kastachtige "poepdoos", die vooral voor het gerief van de vrouwen was.

Tot de Tweede Wereldoorlog beheersten de skûtsjes het transport op het binnenwater. Een van de meest dramatische schippersverhalen die staat opgetekend dateert van 1943.

Het schip de Zorg en Vlijt van Evert Dijkstra lag toen aan de kade in Gaastmeer. Toen de ouders even weg waren, probeerden drie jongens uit het dorp de dochters Dijkstra te versieren. De meisjes lieten de jongens evenwel niet toe, ook niet toen ze lompen in de kachelpijp deden om zo de meisjes uit te roken. Toen heit en mem terug kwamen, gingen de jongens weg en leek de kust weer veilig. De lompen bleven achter in de kachelpijp. De volgende ochtend lagen vader en zoon dood in bed. Het skûtsje is nog steeds in de vaart. Nu onder de naam Anna Catharina.

Klaas Jansma is onder de indruk van de vele verhalen die boven water zijn gekomen naar aanleiding van het project Foar de Neiteam. In 2007 werd de gelijknamige website gelanceerd en sinds die tijd zijn er vanuit de hele wereld reacties gekomen. Zo stuurde een familie uit de VS een foto van een skûtsje op met de mededeling dat hun overgrootvader Oebele Wijma uit Garyp beurtschipper was.

Het geval wil dat de foto al in het bezit was van Foar de Neiteam en dat Tamme Wopke van der Woude uit Eastermar eigenaar was. Na wat speurwerk bleek dat een nazaat van de Wijma's knecht op het tjalkje van Van der Woude was en ooit een keer had meegedaan met een skûtsjesylwedstrijd waarbij hij 5 gulden had gewonnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.