+ Meer informatie

Opeens is al zijn zelfvertrouwen weg

3 minuten leestijd

Als ik rond kwart voor twaalf van de bakker kom, zie ik hem in de verte aan komen. Zwaaiend probeer ik zijn aandacht te trekken, en jawel hoor; ik ben in beeld. Hij begint te rennen en ik probeer met sussende gebaren duidelijk te maken dat ik écht wel blijf wachten. Als hij maar uitkijkt! Hij moet nog een keer oversteken ook... Zijn broertje staat naast me al zwaaiend en roepend hem aan te moedigen. Als Robert dichterbij komt, trekt hij de gekste gezichten naar hem. Broerlief schatert van de pret en probeert Robert na te apen. Samen lopen we naar huis. Rob heeft beide duimen in z'n broekzak gehaakt. Ondertussen vertelt hij, zichtbaar nagenietend, dat ze achter de meiden aan gezeten hebben. „Hoe doe je dat?", vraag ik nieuwsgierig. „Nou", gniffelt hij. „We hebben toen het pauze was in de bosjes naar spinnen gezocht en daarmee zijn we achter de meiden aangegaan. Gegild dat ze hebben, gegild!!! O, wat hebben we een lol gehad", legt hij me ten overvloede uit. Zijn gezicht is één brede, superieure grijns om zoveel bangigheid van de meisjes voor een spinnetje. „Ik ben ook niet zo voor spinnen hoor", kom ik een beetje voor de meisjes op. „Ja, die grote!", roept hij begrijpend uit, mijn moeder-ego in ere houdend. „Maar 't waren zulkjes!" En hij houdt z'n duim en wijsvinger zo dicht op elkaar dat het miniemste spinnetje in één seconde vermorzeld zou worden.

Hij heeft z'n draai al aardig gevonden op school, bedenk ik die avond dankbaar. Ik hoor hem in de keuken hardop repeteren, terwijl hij afdroogt. Ik ben al lang klaar met afwassen, maar hij ging (heel slim) eerst naar de wc. „t.o.o.s. - TOOS, k.oe.k. - KOEK, ha.ui.s. - HUIS", declameert hij nauwgezet en zeer luid. Soms is het even stil, alsof hij de echo hoort naklinken, en dan vervolgt hij galmend, met een tevreden stem: „k.oe - KOE, b.oe BOE." Als hij even later de kamer in komt, zeg ik terloops: „Ik hoorde niet één fout in de woordjes die je opzei. Knap als je nog maar enkele weken op school zit, joh!" Wat verlegen om het complimentje schuifelt hij om me heen. Het effect van dit simpele complimentje is direct te zien; onbewust recht hij z'n schouders en je ziet z'n zelfvertrouwen zomaar groeien. Net zo'n zelfverzekerd gezicht trekt hij de volgende middag tijdens het eten. Opeens zegt hij: „Zeg mam, als ik eens tussen de middag te laat thuis kom, ben ik óf knecht en moet ik nog iets voor de juf doen, óf ik moet schoolblijven." Gealarmeerd kijk ik hem aan. „Heb je straf?", vraag ik verrast. Naar mijn gevoel word ik zachtjes maar zeker en zeer nuchter voorbereid op slechtere tijdingen. „Welnee", schokschoudert hij. „Ik zeg toch als! Als het een keer gebeurt, weet u het alvast." „Heb je al eens straf gehad?", pols ik hem, nu toch wel benieuwd. „Nog nooit!" verklaart hij plechtig. „Ze is wel eens een keer kwaad op me geweest", geeft hij toe. „O, wat had je uitgespookt?" „Niks", zegt hij, nu toch een beetje verontwaardigd. „Ik had alleen iets verkeerd geschreven en toen moest ik gummen." „En werd ze daarom boos?", vraag ik ongelovig." „Ze wordt altijd kwaad als je iets verkeerd doet", deelt hij kort en bondig mee, „dat heb ik toch al meer gezegd!" Opeens is al zijn zelfvertrouwen als sneeuw voor de zon verdwenen. Er zit een klein onzeker jongetje naast me aan tafel, dat hapt en slikt, maar momenteel niks proeft...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.