+ Meer informatie

Een predikant uit de Achterhoek

4 minuten leestijd

WILLEM SLUITER 1627 —1673

Op 24 Juli van dit jaar was het drie eeuwen geleden, dat dominee Sluiter in het ambt werd bevestigd als predikant van de gemeente Eiber gen, een plaats aan het riviertje de Bei'kel in de Achterhoek. De bevestiger was Ds Olmius van Lochem en als tekst werd genomen Ezech. 3 : 17: Mensenkind, Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis van Israël " Ongeveer 20 jaren is Sluiter wachter geweest over de kudde te Eibergen.

Moet dit feit nu expres gememoreerd ? Willem Sluiter is toch niet zo bekend ? Is er in cle vacante kerken wel eens een predicatie van hem gelezen? Als dit laatste waar was, dan zou zijn naam niet zozeer genoemd worden in deze rubriek, maar meer in de kerkhistorie. Als we het dan ook hebben over Sluiter, dan zal het meer moeten gaan over deze predikant in verband met de letterkunde.

Feitelijk zijn we te laat met de herdenking, want Juli is weer al een tijdje gepasseerd en toch waar zullen ze beter een herdenkingsdatum kunnen vaststellen, in Eibergen, de vroegere woonplaats van Sluiter, of ergens anders? In Eibergen allicht. Nou, in dat plaatsje is de Sluiterherdenking voorlopig vastgesteld op 9 tot en met 12 October. Uit dit feit blijkt wel, hoe de gedachtenis aan Sluiter bij de bevolking van Eibergen nog-levendig is.

Door oorlgsomstandigheden was de predikant genoodzaakt zijn gemeente te verlaten en moest hij ruim een jaar als balling rondzwerven. Toen hij terug kwam, moest hij op de trap van de preekstoel staan om zich tot het volk te richten. De preekstoel zelf was verwoest. Hij schreef aan zijn vriend Vollenhove o.a.: a een verstrooiing" van 33 weken deed ik mijn eerste predicatie hier wederom, op de trap staande, alzo er geen overblijfsel van de predikstoel, maar wel van de grommel van verwoesting te zien was. Doch als de Heere alzo Sions gevangene wederbracht, waren wij gelijk degene die dromen. Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich. Mijn lieve en waarde gemeente verwelkomde mij 's avonds voor de Rustdag, met veel tranen van blijdschap en ik verwelkomde haar op de Rustdag, met de verklaring en toepassing der woorden van Ps. 66 : 8--12 en achtermiddag' met Zeph. 3 : 18 en 19".

Willem Sluiter heeft verschillende bundels gedichten uitgegeven. De voornaamste zijn wel: „Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen", „Eenzaam huis-en winterleven", „Eibergse Zanglust", „Tien boeken der gezangen". Dit laatste is 14 jaren na zijn dood uitgegeven door zijn vriend Vollenhove. Verder bevat zijn werk nog kleinere bundeltjes, zoals „Buitenleven", „Vreugd-en liefdezangen", „Christelijke doodsbetrachting en Lijkreden", „Het Hooglied Salomons", „Jeremia's klaagliederen', , , Lof der heilige maagd Maria", „Christus triomfeerde in Zijn verrijzenis".

Het is bij Sluiter niet te doen om te dichten, maar om te stichten, zoals hij zegt. In een voorrede op zijn „Eibergse Zanglust" schrijft hij: „Door mijn grote liefde tot u, en kan ik mijzelve niet voldoen met prediken, dat maar voor zo een korte tijd, van zo weinige gehoord, en ten merendele vergeten wordt: ik tracht ook jets te doen door de letter die blijven kan, en daar niet alleen gij, maar ook uwe nakomelingen, lang na mijn dood, nog door gesticht en onderricht mogen worden."

't Gesproken woord, Vliegt haast weer voort; Maar wat men schrijft, Beklijft en blijft.

De levendige stem heeft wel een bizondere kracht boven een dood geschrift, maar een dood geschrift zal de levendige stem lang overleven.

Hierom is 't, dat ik mijn klein talentje aanleg, om nu en dan een boekje in 't licht te brengen, en mag met waarheid betuigen, clat ik, al wat ik schrijf en dicht, mijn oogmerk meest op uileden heb, hoe gij inzonderheid daar door gesticht, geleerd, onderwezen, verbeterd, getroost en verkwikt, ja tot alle goed aangemoedigd moog't wezen."

De meeste gedichten van Sluiter kunnen gezongen worden. Dat zijn gezangen zouden gezongen worden, was ook de bedoeling van de dichter. Daarom plaatste hij boven de gedichten de zangwijze.

! In de zoëven genoemde voorrede zegt hij hierover: „Laat slechts uw zanglust nooit verminderen, opdat wij over de titel van dit boekje ons nooit behoeven te schamen; d' Eibergse Zanglust worde hierdoor veel eer en meer aangewakkerd en opgewekt. Waarom zoudt gij niet geerne hier op aarde doen 't geen de Engelen en de ganse zalige gemeente in de hemel doen Zingt dan uwen God en Zaligmaker Jezus Christus ter ere, de satan ten spijt en ten spot, uzelf en uw naasten tot stichting, de bozen tot overtuiging, de vromen tot verheuging, en mij tot vernoeging en meerder opwekking in mijn dienst en arbeid.

Gezang en spel, dat zielen trekt, Dat zelfs Profete-geesten trekt.

En vaardig maakt het traag gemoed, Is toch voor mij te wonderzoet."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.