+ Meer informatie

VRAGENBUS

6 minuten leestijd

f | Corr«»pondenlte voor deze ruhrteh aan : T. MOLENAAR. Leed» 18. Rotterdam Zutd

C. v. d. W. te O. schreef mij een sympathieke brief met de vraag of ik mijn oordeel eens wilde schrijven over „Evangelisatie."

Antwoord: Het woord evangelisatie stamt uit de dagen van het Réveil. Het komt reeds voor in de „Nederlandse Stemmen" van 1834. Eveneens in de brieven van Da Costa.

Andere namen als: Christianisering en Kerstening werden ook weieens gebruikt, maar de naam „evangelisatie" is toch de meest gebruikte.

Inwendige zending en evangelisatie is niet hetzelfde. Het eerste woord sluit ook in zich de maatschappelijke redding en opheffing van het verlorene, het werk der barmhartigheid, verpleging der kranken en hulpbehoevenden en allerlei maatschappelijk werk.

Wat verstaan we nu onder evangelisa-

tie? Naar Gereformeerde opvatting is zij de arbeid, die de van het geloof vervreemde christenheid wederom voor het Evangelie van Christus zoekt te winnen. Het is de prediking van de blijde boodschap der zaligheid, welke zich richt tot hen, die van God en Zijn Woord zijn vervreemd. Deze evangelisatie moet staan op de bodem der Heilige Schrift, naar de verklaring der Geref. Gemeenten in haar belijdenis uitgesproken. Wijl de Bijbel is het licht op het pad en de lamp voor de voet, ook om dolenden terecht te brengen, zo is het noodzakelijk, dat de Schrift tot haar recht en tot haar eer kome en in genen dele naar menselijk goeddunken wordt verkeerd.

Niet allerlei persoonlijke gevoelens en willekeurige opvattingen der waarheid mogen worden voorgestaan. Slechts het volle zuivere Evangelie van Gods genade in Christus vermag artsenij te bieden tegen de schrijnende wonden en diepe ellende der zonde. De volle raad Gods moet gebracht worden. Men denke aan de apostel Paulus, die het zaad strooide en de uitkomst aan de Heere overliet en daarom de pas gestichte Gemeente in Rome onderwees in het leerstuk van Gods souvereiniteit. Men leze slechts Rom. 9.

Wie wil redden degenen, die in het moeras zonken, moet zelf een vaste bodem onder de voet hebben.

De zo sterk oplevende Evangelisatie-beweging, hangt samen met het in wijde kring herleefd besef, dat de cultuur, de grote afgod van deze eeuw, aan de mens geen vrede kan geven.

Daarom grijpt men weer naar de reddende en verrijkende macht der religie. Doch nu zij men voorzichtig. Nu komt het er vooral op aan, dat het geen eigenwillige godsdienst is, maar een dienen van de Heere naar Zijn Woord. Hierop rust het goed recht, maar boven alles de plicht van de evangelisatie. En dan is de evangelisatie Gereformeerd.

De Gereformeerde evangelisatie zij er diep van doordrongen, dat de machtigste factor hier gelegen is in de echt christelijke persoonlijkheid. M.a.w. wie zich geroepen weet aan het werk van evangelisatie daadwerkelijk te moeten doen, moet in handel en wandel, in belijdenis en beleving zelf een voorbeeld zijn. De liefde tot Christus moet hen drijven. Zulken zijn behoudende krachten, onder de zegen des Heeren, in hun omgeving.

Vanzelf zullen de belijders des Heeren zelf evangeliseren, wanneer zij als ernstige getuigen in hun alledaagse, gewone leven met getrouwheid optreden.

Evangelisatie is plicht en roeping der kerk. In deze tijd van ongeloof en revolutie zelfs als haar roeping bij uitnemendheid. Al meer wordt men er van overtuigd, dat evangelisatie geen zaak van particuliere personen of verenigingen mag zijn, maar dat zij moet uitgaan van de kerk, die toch van Christus de last heeft ontvangen, alle creaturen het evangelie te prediken. De band aan de gemeente wordt gesterkt door het vasthouden aan de belijdenis, door het aanvaarden van ambtelijke leiding en opzicht, en door te arbeiden met de bedoeling het verlorene voor Christus te winnen.

De vrager geeft zelf zijn idee weer met het volgend schrijven, dat ik letterlijk overneem: „We begrijpen heel goed, dat iets dergelijks niet een, twee, drie uit de grond te stampen is, doch juist daarom waren we benieuwd het eerste voorbereidend werd in de „Saambinder" te zien staan. Het is toch m.i. zo, dat wil men krachten voor dit werk beschikbaar krijgen in het algemeen de behoefte aan dit werk moet worden verstaan. Als dit eenmaal het geval is, dan zal het de diverse kerkeraden ook gemakkelijker vallen evangeliesatie-commissies te benoemen. En zal het dan ook niet nodig zijn dat deze commissies ter plaatse waar zij werken in onze Gemeenten voorlichtingsavonden houden, waar sprekers die dit werk steunen, kunnen voorgaan? Want na dergelijke vergaderingen komen er mogelijk meer krachten, die behoefte gevoelen te helpen. De benoemde commissieleden kunnen m.i. in een grote plaats (daar zullen zij het eerst komen) alles zelf niet uitvoeren.

U ziet, dat ik verwacht, dat ik het geheel, dus van de oprichting tot het eigenlijke werk nog al als een lange weg zie. Vandaar deze brief met het uitgesproken verlangen de eerste tekenen te mogen aanschouwen."

Het is te hopen, dat de noodzakelijkheid van „Evangelisatie" meer en meer gevoeld mag worden in onze Geref. Gemeenten. Ook ik zie met belangstelling uit naar die maatregelen van de Synode onzer kerken, die leiden tot het gewenste doel.

J. H. te B. schrijft: In 1 Corinthe 11 : 10 lezen we: Daarom moet de vrouw een macht op haar hoofd hebben om der engelen wil." Zou u mij door middel van „Daniël" duidelijk willen maken, wat we onder „om der engelen wil" moeten verstaan? "

Antwoord: ommige verklaarders denken, dat men onder „engelen" moet verstaan de leraars der gemeenten, die boden of gezanten Gods genoemd worden. Zo lezen we in Maleachie 2 : 7: Want de lippen des Priesters zullen de wetenschap bewaren, en men zal uit zijn mond de wet zoeken: ant hij is een Engel des Heeren der heirscharen." Ook in Openbaringen 1 : 20 kunt U lezen, dat de leraars der Gemeenten „Engelen" worden genoemd.

Andere verklaarders menen, dat we hier te doen hebben met de boze engelen. En omdat de boze engelen zeker zich onder alle christelijke vergaderingen mengen, moeten de vrouwen het teken van schaamte en onderwerping dragen, clat toentertijd de sluier was.

Eindelijk zijn er ook uitleggers, die aan goede engelen denken. Daartoe behoren ook de „Statenvertalers". Zij redeneren aldus: In de vergaderingen der gelovigen zijn ook tegenwoordig de goede engelen. Dat leert ons Ps. 34 : 8 met deze woorden: De Engel des Heeren legert zich rondom degenen, die Hem vrezen, en rukt ze uit." Dat leert ons ook Matth. 18 : 10: Ziet toe, dat gij niet één van deze kleinen veracht; want Ik zeg ulieden, clat hun engelen in de Hemelen altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, clie in de hemelen is." Alle onordelijkheid in de vergaderingen der gelovigen zou oorzaak kunnen zijn, dat de heilige troongeesten zich zouden bedroeven, waarom cle apostel Paulus de vrouwen vermaant zich zo te gedragen, dat de engelen zich zouden verblijden."

Deze verklaring bevalt mij, temeer, omdat in de tempel des Heeren de cherubijnen waren afgebeeld, ter herinnering aan de tegenwoordigheid der hemelse troongeesten.

Tevens herinnert de apostel ook aan de diepe eerbied der Serafijnen, die hun aangezicht voor God met hun vleugelen bedekken. (Jes. 6 : 2).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.