+ Meer informatie

Bijbelschrijvers secundair naast eerste auteur Zelf

Maar geen woordelijk dictaat zoals Koran

4 minuten leestijd

PUTTEN — Er mag geen knieval gemaakt worden voor het moderne levensgevoel want dan verliest de christelijke ethiek haar inhoud. Denken velen niet ten onrechte dat we in de conclusies van de bijbel-kritische benadering kunnen meegaan om vervolgens geleidelijk andere paden in te slaan, aldus drs. J. Hoek, hervormd predikant te Veenendaal woensdag voor ruim driehonderd mensen op de EO studiedag over „Schriftgezag en Schriftkritiek".

Drie sprekers reageerden op de lezingen van respectievelijk prof. J. Kamphuis te Kampen, drs. M. J. Paul te Zoetermeer en drs. J. Hoek te Veenendaal.

Dat waren dr. C. A. Tukker te Nordhorn, dr. W. J. Ouweneel en ds. G. M. A. Hendriksen.

De zes lezingen werden in dertien groepen van ongeveer vijfentwintig congresgangers besproken. In de volledige vergadering werden de vragen vanuit deze groepen en vanuit de zaal door de sprekers beantwoord.

Mensentaal
Dr. C. A. Tukker wees erop dat Calvijn wel tekstkritiek maar geen Schriftkritiek bedreven had. Wat gebeurt er met het geloof, zo vroeg hij zich af, als elke belijdenis als mensenwerk wordt afgewezen.

Tukker sprak zijn waardering uit voor het referaat van prof. Kamphuis. Vooral de opmerkingen over de taal der mensen had Tukker aangesproken.

Kamphuis had daarover opgemerkt: Zo als God sprekende heeft geschapen, zo spreekt Hij de mens aan. Dat is zeker in mensentaal. Maar het is door Hem geschapen instrument. Groot is de afstand tussen God en zijn schepsel. Daarom kan het Woord, dat „in den beginne was, als het vleesgeworden Woord, in mensenwoorden ons ook de Vader doen kennen".

Als reactie op de lezing van drs. M. J. Paul merkte dr. W. J. Ouweneel op dat hijzelf niet dacht dat de aanhangers van de historisch-kritische methode van bijbelonderzoek overstag zouden gaan door serieus en Schriftgetrouw onderzoek. Het gaat vooral om de geloofshouding.

Ik ben niet altijd geraakt, aldus dr. H. B. Weyland, één van de samenstellers van het gereformeerde rapport over de aard van het Schriftgezag, door het referaat van prof. Kamphuis. Onder andere is de visie van Bavinck niet goed tot zijn recht gekomen. Bovendien dient onderscheid gemaakt te worden in de verschillen in kritiek.

Kamphuis reageerde door te zeggen dat Bavinck altijd zag dat als God tot verlossing komt van de wereld, Hij dan zijn schepping altijd vasthoudt. Het Rapport over het Schriftgezag is geënt op het zogenaamd relationele waarheidsbegrip, uitgaand van een menselijke wereld. Reeds in de vooronderstellingen is dit verkeerd.

Inspiratie
De Koran en het boek van Mormon, aldus drs. J. Hoek kunnen als een dictaat gezien warden. De inspiratie bij de Heilige Schrift is geheel anders. In de Bijbel zijn de schrijvers de secundaire, auteurs naast de eerste auteur, namelijk de Heere God zelf.

Prof. Berkhof, die zijn waardering voor de conferentie uitsprak, achtte het van belang dat eindelijk over deze zaken in discussie getreden kon worden. Hij ging ook in op stelling drie van het congres waar staat: „Theologen die Schriftgetrouw willen zijn kunnen zich niet een eindweegs in het spoor van de bijbelkritisch benadering begeven om dan op een gegeven moment halt te houden. Het Schriftgetrouwe standpunt wordt ondergraven als Schriftgetrouwen, al is het maar voor een klein deel, resultaten van het moderne bijbelonderzoek overnemen". Binnen de rij van sprekers constateerde Berkhof sterke verschillen in opvatting over deze stelling.

Vraagstelling
De reactie van drs. Paul en dr. Tukker was dat onder resultaten van de moderne Schriftkritiek ook de vraagstelling verstaan kan worden. Men kan in het Schriftgetrouwe bijbelonderzoek gebruik maken van de vraagstelling van de Schriftkritiek zonder tot dezelfde antwoorden te komen. Er is een bekende uitspraak die zegt dat de historischkritische methode goede vragen stelt maar vrijwel altijd de verkeerde antwoorden geeft.

Maar hoe kijken we aldus Berkhof aan tegen wetenschappers als Dodd, Jeremias Zimmerli en anderen die vanuit een Barthiaanse achtergrond met problemen over de Schrift bezig waren. Kamphuis achtte het een feit dat Karl Barth de Bijbel als een document zag waarop alle procédés van toepassing waren. Haaks daarop staat de openbaring. Vanuit een Barthiaanse achtergrond kan, aldus Kamphuis, geopereerd worden vanuit de Schriftkritiek.

De theologie moet niet inventief bezig zijn maar receptief. Dat wil zeggen dat een het voor elke Schriftgelovige theoloog van het grootste belang is dat hij kan luisteren naar de Heilige Schrift. Het geloof is een dood geloof indien geen sprake is van het Schriftwoord „Spreek Heere want uw knecht hoort".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.