+ Meer informatie

Cd-opname: „Er staat een hoest op, we doen 't over''

4 minuten leestijd

Tot die zaken waarmee de amateurmusicus zich tot in de nachtehjke uren het leven moeilijk maakt, behoort ongetwijfeld het maken van cd's. Elk koor moet er op zijn tijd een keer aan geloven. Meestal ten bate van een dichtbij of veraf gelegen doel: nieuwe outfit voor de koorleden of schoolboeken voor kostschoolmeisjes in Bangladesj. Zijn er mogelijk ook andere, lees: goedkopere, bronnen aan te boren om de financiële basis van het koor of de Derde Wereld te versterken? Jazeker, een bazar, nog gezellig ook, een sponsorloop, goed voor de adembeheersing der zangers en zangeressen. Maar een cd uitbrengen lijkt toch het einde te zijn. Laten we het hopen.

Jezelf horen
Waarom laten we het produceren van cd's niet over aan mensen die er hun beroep van maken. Die doen het regelmatig en hun resultaten zijn ontegenzeggelijk beter. Geen wonder ook. Ik kan heel aardig met verf en kwast omgaan, al zeg ik het zelf, maar met het werk van de echte schilder wil ik het mijne niet vergelijken. Natuurlijk, zegt u, maar zelf een cd maken geeft toch veel meer voldoening. Je hoort jezelf, je hoort je eigen koor zingen. Inderdaad, dat laatste is het: jezelf horen. We horen onszelf zo graag. Een cd van jezelf horen streelt de ijdelheid. Als hij klaar is, verkopen we hem het hefst aan familie en bekenden in de hoop dat zij ons net zo mooi vinden als wijzelf

Gefrustreerd
Zelf heb ik enige malen aan de geboorte van een plaat of cd mogen meewerken, maar ik moet wel zeggen dat het in alle gevallen een moeilijke bevalling werd. Zeer moeilijk. Wanneer ik op zo'n avond de bok beklim, raak ik al direct gefrustreerd. Vóór mij een orkest, aardige en welwillende mensen, maar ze moeten wel op tijd koffie. Daarachter het koor, zeer welwillend zelfs, een tikkeltje opgewonden, zo van: Fouten zijn niet erg, want die kunnen over, maar we doen ons best. Ongetwijfeld zien of voelen ze de zenuwen van hun dirigent, waardoor ze nog nerveuzer worden. Natuurlijk nemen we het stuk voor de opname nog een keer door. Er gaat het een en ander mis uiteraard, maar de nerveuze dirigent heeft daar op dit moment geen begrip voor en zijn blik verraadt vertwijfeling, waardoor er nog meer mis gaat en overgedaan moet worden. Inmiddels is het hoog tijd om te gaan opnemen. De verklikker begint te tikken. Met mistige blik, voortkomend uit een bedrukt gemoed, kijk ik naar het lampje dat rood of groen moet worden, ik weet het op het moment echt niet meer.

Hoest
Eindelijk, als door een wesp gestoken veer ik omhoog, hef mijn arm en zet in. Na vier maten geeft een heftig lampgeknipper bij mijn voet aan dat ik maar beter kan stoppen. Een lijzige stem uit de controlekamer zegt dat we nog een keertje beginnen, „want dit was wel erg ongelijk..." Inmiddels heeft het onstuimige hart van ondergetekende zichzelf bevorderd tot een plaats even onder het strottehoofd. Daar gaan we weer. Mechanisch voer ik die handelingen uit die me van de repetities zijn bijgebleven. Heftig in het forte, klein waar het zacht moet. Van de partituur zie ik geen noot meer, maar aan het eind blijk ik wel alle bladzijden te hebben omgeslagen. Gelukkig, de eindstreep is gehaald. Och arme, vlei u niet in ijdele hoop. Bekende stem uit onbekende verte: „Er staat een hoest op, zullen we het nog maar een keertje overdoen, dat is voor het stuk misschien ook beter..." Teleurstelling bij het koor, het ging zo goed, teleurstelling bij het orkest, ze roken de koffie al, stille woede bij de dirigent: Een hoest, kunnen ze die tegenwoordig er nog niet eens uithalen? Maar wetend dat het met verstoorde technici kwaad opnemen is, houdt hij zijn mond en beperkt zich tot een een met bleek gezicht uitgesproken opwekkingsrede. Het orkest gaat demonstratiefin de aanvalshouding zitten. Man, leuter niet en schiet op. Dat doen we dus ook. De rest is voor u niet interessant en heeft veel weg van het voorgaande.

Duizendvoudige fout
Nee, dit zijn niet mijn leukste avonden. Dan liever een gewone uitvoering, dat is één keer en dan moet het maar en het resultaat hoefik ook niet terug te horen. En als ik later die rijen cd's zie liggen, klaar voor de verkoop, moet ik denken aan die ene fout, halverwege, die niet meer over kon en daar nu duizendvoudig vastligt. „Hebt u ook nog een paar klanten," vraagt de penningmeester, mij een handvol schijven toestekend. „Nee", zeg ik verlegen, „ik zou niet weten wie...."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.