+ Meer informatie

TER OVERWEGING

16 minuten leestijd

H.J.C.C.J. Wilschut, J.G. Woelderink: om de ‘vaste grond des geloofs’. De ontwikkeling in zijn theologisch denken, met name ten aanzien van verbond en verkiezing. Uitg. Groen, Heerenveen 2000. 704 blz. f 49,95.

Dit boek is oorspronkelijk een proefschrift, de afgelopen zomer met succes verdedigd aan de Theologische Universiteit te Kampen (vrijgemaakt). Het is een lijvig boekwerk, dat niettemin naar verhouding heel betaalbaar is, en nog fraai uitgegeven ook. Dr J.G. Woelderink (1886–1956), was hervormd predikant, aanvankelijk behorend tot de Gereformeerde Bond, en is vooral bekend van enkele boeken, als De gevaren der dopersche geestesstroming. Woelderinks denken cirkelde om de vragen van verbond en verkiezing — centrale thema’s in de gereformeerde theologie, zeker in de eerste helft van de vorige eeuw. Dr Wilschut volgt zijn theologische ontwikkeling op de voet, en plaatst het in het kader van de discussie van die dagen. Zo gaat hij ook in op de discussies over deze vragen in de Gereformeerde Gemeenten en releveert ook de kritiek die Woelderink in onze kerken opriep. Bij het lezen heb ik mij nogal eens verbaasd over wat men in die tijd allemaal meende te kunnen beweren, en hoe men met elkaar omging; ik denk m.n. aan de houding van prof. Hugo Visscher ten opzichte van Woelderink.

Het is zonder meer een grondige — meer kerkhistorische dan dogmatische — studie, die zich goed laat lezen en laat zien, dat wij vandaag niet voor het eerst met de vragen van verkiezing en verbond bezig zijn. Dr Woelderink zag zich met zijn denken weggedreven uit de gereformeerde traditie, omdat hij meende, dat de verkiezing geen voorwerp van geloof kon zijn, maar slechts een geheim, onkenbaar besluit dat de geloofszekerheid ondermijnde. Dr Wilschut komt er terecht voor op, dat juist bij Calvijn de verkiezing wel degelijk voorwerp van geloof is: Christus is de ‘spiegel van de verkiezing’. Het is juist op dit punt, dat we binnen de gereformeerde traditie nog eens goed met elkaar door zouden moeten spreken. Maar al te vaak functioneert de verkiezing als dreigende slagschaduw in plaats van als troost en zekerheid. Bij die discussie mogen we Woelderink niet vergeten, en omdat dr Wilschut oog heeft voor Woelderinks diepste motieven, en een broederlijk-kritisch gesprek met hem voert, wijst het een weg hoe dat zou kunnen.

Werkgroep Kerk en prediking, Postille 2000–2001. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2000. 299 blz. f 49,50.

Al voor de 52e keer is de jaarlijkse Postille verschenen, voornamelijk gevuld met schetsen van theologen/predikanten uit de NHK, maar voor een deel ook van anderen. Wie de reeks kent, weet dat ook uit onze eigen kerken soms predikanten een aantal schetsen verzorgde. Deze keer werkte prof. dr. K. Runia aan de Postille mee. Enkele andere namen: ds. D.M. de Jong, dr. C. van der Kooi, ds. A. Juffer, dr. A. Noordegraaf.

In de opzet van de schetsen wordt gerekend met het kerkelijk jaar. Voor de tijd tot pasen bijv. is er een aantal gedeelten uit Lucas doorgelicht. In de ‘zomertijd’ ontvangt het OT ruime aandacht: 1 Koningen, Ezechiël, Habakuk. Het is zoals met alle preekschetsen: soms kan men er niets mee, soms echter helpen ze de preekvoorbereider de gedachten op gang te brengen, waarna er een vruchtbare overweging ontstaat op weg naar de kansel. En wie er week in week uit voor staat, kent de worsteling die dat met zich meebrengt. Zo kan dit boek goede diensten bewijzen, ook bij afwijkende principiële stellingname.

ds. A. van der Veer, Geloven in de toekomst. Bijbels dagboek, uitg. Kok, Kampen 2000. 786 blz. f 44,90.

De dagboeken die de voorzitter van de EO tot op heden heeft geschreven, winnen per deel in omvang en in voornaamheid wat de uitgave betreft. Dit dagboek spant in die twee opzichten echt de kroon. Inhoudelijk mag gesproken worden van duidelijk persoonlijk getoonzette, eerbiedige, korte gedachten rond een bijbeltekst. Het dagboek is geschreven voor 2001, gezien de liederen elke keer net vóór de zondag en de gang/data van het kerkelijk jaar. Maar het gebruik zal zeker niet tot dit jaar beperkt (hoeven te) blijven.

Een kind ons geboren. Kerstgedachten uit alle eeuwen. Uitg. Ten Have, Kampen 2000.156 blz. f 24,90.

Dit boek is gebaseerd op het gelijknamige boek uit 1965; dat was een bewerking van een Duitse uitgave. Men vindt er een aantal overwegingen in rond de geboorte van Christus uit de loop der eeuwen. O.a. Augustinus, Bernhard van Clairvaux, Luther, Van Lodenstein. Bonhoeffer en Oosterhuis komen aan het woord. Alle vertolken ze op eigen wijze hun geloof in het vleesgeworden Woord.

ds. J. Westerink, Nahum, Habakuk en Zefanja. Profeten van het oordeel van God. Uitg. Buijten & Schipperheijn 2000. 111 blz. f 19,90.

Door de jaren heen heeft ds. J. Westerink zich speciaal verdiept in de boodschap van de kleine profeten. Na daarover lezingen voor de EO-microfoon gehouden te hebben, kwam het vervolgens tot bundeling. Dit is de jongste vrucht van zijn werk. Men krijgt zodoende inzicht in deze — vaak niet zo bekende — profeten en hun boodschap, die een boodschap is met actualiteit voor ons persoonlijk en maatschappelijk leven vandaag. De toon van het boek is ernstig én gunnend, en zo kennen we de auteur ook! Gespreksvragen nodigen uit tot gebruik in bijbelkringen; ze verhogen de waarde.

Aleid Schilder, Hulpeloos maar schuldig en Terugkeer van een verloren kind. Uitg. Ten Have, Kampen 2000.173 resp. 206 blz. prijs ? resp. f 36,75.

Het eerste hier aangekondigde boek is een herdruk, met toevoeging van twee hoofdstukken. Destijds (in 1987) heeft deze publicatie sterk de aandacht getrokken. In de uitbreiding blijkt de ontwikkeling van de auteur: zij is nu van mening dat dit thema nu niet meer alleen geldt voor het gereformeerde christendom, maar voor het christendom als zodanig. Zelf zoekt ze een uitweg in de zgn. holistische benadering. Het tweede boek legt daar getuigenis van af, en is ontstaan uit een aantal therapeutische sessies, waarvan verslag wordt gedaan. Nog steeds vind ik dat wij attent moeten zijn op gevaren in onze pastorale benadering die reacties als die van de auteur zouden kunnen oproepen. Dat gevaar is er naar mijn overtuiging wel degelijk. Het is mij echter principieel onmogelijk de auteur in haar stellingname bij te vallen.

drs. Henk Hagoort (red.), Als God liefde is… Uitg. Voorhoeve, Kampen (i.s.m. de EO) 1999.136 blz. f 22,50.

De grote vragen rond ziekte, lijden, mishandeling (soms tot de dood toe) onder Gods toelating in deze gebroken wereld roept altijd weer vragen, ja ook tranen op. Niet alleen voor niet-christenen, ook (misschien wel meer nog) voor hen die de almacht van God over alles wat leeft, belijden. Dit boekje is een bijdrage aan de bezinning erover. Een bijdrage… want een laatste antwoord zal op deze aarde er niet op gegeven worden. Er wordt op behoedzame wijze (terecht!) een weg gezocht in de bijbelse gegevens, door bijdragen van o.a. drs. A.G. Knevel, ds. C.Bijl, prof. dr. W.H. Velema, ds. D.H. Borgers. Het hoofdstukje over ‘Eeuwige veroordeling?’ past naar mijn gedachte niet helemaal in de aangeroerde thematiek.

drs. Henk Hagoort (red.), Water uit de bron. Kernwoorden van het geloof deel 2, Uitg. Voorhoeve, Kampen (i.s.m. de EO) 1999. 136 blz. f 22,50.

Schepping, Woord van God, wet en evangelie, Koninkrijk Gods, blijdschap, strijd, dienst, herschepping. Zie hier enkele van de bijbelse kernwoorden die voor ons in dit boek worden uitgelegd. De bedoeling van de schrijver is om woorden die zo snel kunnen ‘verwateren’ weer ‘smaakvol’ te maken; daarvoor moeten we naar de bijbelse bron (blz. 6)! Goed materiaal voor gespreksgroepen die vele gemeenten rijk zijn. Attendeert u de kringleiders er eens op. Men kan er een heel seizoen mee vooruit; er zijn namelijk 12 hoofdstukjes in totaal. Elk hoofdstuk sluit af met enkele gespreksvragen.

Maria Stoorvogel en drs. Anne Westerduin-de Jong, Echtscheiding kwam niet in mijn woordenboek voor. Een Verbo-boek. Uitg. Kok, Kampen 2000. 130 blz. f 21,50.

Dit boek lees ik op de dag dat ik contact zocht met iemand van wie ik net daarvoor had gehoord dat het onvoorstelbare gebeurd was: een huwelijk kapot… En opnieuw denk je: soms zie je het al tijden aankomen, maar soms klopt de titel van dit boek zo erg! Het is een teer boek; vele stemmen klinken van hen die ‘het’ hebben meegemaakt, die zich verantwoordelijk voelen, die diepe vragen hebben, die geen toekomst zien, die zich — gelukkig — ook wel dwars door alles heen gedragen voelen door Gods liefde. Behalve het gemeenschappelijke element van een kapot huwelijk hebben zij nog iets anders gemeenschappelijk: de spanning van de bijbelse norm en de harde praktijk. Oorzaken, principiële bijbelse doordenking, doorleven, kerkelijk meeleven en zorg voor hen die zo alleen komen te staan, eventueel hertrouwen… u vindt het in dit boek allemaal.

Ik hoop dat dit boek (helaas, moet ik zeggen) door velen gelezen zal worden: door hen die het ondervinden, maar ook door hen die geroepen worden tot mentale, geestelijke begeleiding. U zult er voorzichtig van worden.

dr. mr. H. Oostenbrink-Evers, Beginselen en achtergrond van de kerkorde van 1951 van de Nederlandse Hervormde Kerk. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2000. 317 blz. f 59,50.

Dit boek, waarmee de auteur de doctorstitel verwierf aan de UU, biedt een kerkrechtelijk onderzoek naar de structuur van de NHK, zoals die werd ontworpen door de Commissie voor beginselen van de Kerkorde tijdens WO II en de Commissie voor de Kerkorde, leidend tot het cruciale jaartal 1951. We krijgen inzage én inzicht in de geschiedenis die tot de nieuwe hervormde kerkorde heeft geleid. In deze orde, waarin kerk en recht elkaar ontmoeten, heeft men enerzijds alle ruimte willen geven voor de verschillende geestelijke stromingen die de NHK in zich herbergt, anderzijds heeft men ervoor willen waken dat er geen ‘hotelkerk’ zou ontstaan. Een duidelijke visie op de Schrift, en op de vragen over de persoon en het werk van Jezus Christus zijn dan onontbeerlijk. In het boek wordt duidelijk dat hier ook de spanning én de achilleshiel zit in het hervormde kerk-zijn. Opvallend vond ik in dat kader de bijna hartstochtelijke zin aan het eind van het proefschrift, waar de auteur een lans breekt voor het blijven zoeken en vinden van de eenheid in Jezus Christus in het Samen-op-Weg-proces. Zo zal de kerk ‘aan haar roeping voldoen’ (blz. 293). Een indrukwekkend, zeer informatief boek!

ds. Margriet A.Th. van der Kooi-Dijkstra, Word maar gauw weer een beetje nieuw. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1999 (tweede druk). 72 blz. f 13,90.

Korte, aansprekende stukjes over ziek zijn, omgaan met ziek zijn, naast zieken staan, troosten met of zonder woorden. Stukjes met de glans van bijbels licht eroverheen, uit de praktijk van het ziekenhuispastoraat. Met een titel die een doordenkertje is. Een kleinood.

dr. ir. Peter Richardus, Vrijmetselarij. Leren werken met de troffel. Uitg. Ten Have, Baarn 2000. 128 blz. f 34,90.

Voor velen is de vrijmetselarij omgeven met een waas van geheimzinnigheid. In dit boek wordt een poging gedaan om iets daarvan op te heffen en de lezer bekend te maken met uitgangspunten en doelstellingen van deze stroming. Daarin is de auteur wat mij betreft zeker geslaagd, al blijft het, ook bij lezing van dit boek, een kwestie van heel goed nadenken! Verschillende begrippen herinneren aan bijbelse begrippen, maar lopen daar in hun toepassing ook weer vandaan. Ik noem het begrip ‘triniteit’, dat hier beschreven wordt als ‘these-antithese-synthese’ (blz. 63), en zo bijv. toepasbaar wordt op de drieslag ‘wijsheid-kracht-schoonheid’ (blz. 65). Door alles heen wordt duidelijk dat de vrijmetselarij ‘geen godsdienst is, maar een ondogmatische trainingsschool (…)’ om ‘te bevorderen al wat mensen samenbrengt en bronnen van tweedracht weg te nemen’ (blz. 40).

J.P. Boendermaker, De eerste dag vieren. Liturgie voor gemeenteleden; werken met ‘Dienstboek, een proeve’. Uitg. Boekencentrum. Zoetermeer 1999. 146 blz. f 25,-.

Dit boek is bedoeld als een hulp bij het omgaan met het in de Ned. Herv. Kerk in gebruik zijnde Dienstboek. Als zodanig zal het in onze kerken in het algemeen gesproken minder aanspreken. Toch zijn er ook elementen in het boek waar wij onze winst mee kunnen doen; ik denk dan vooral aan de geschiedenis van de liturgie vanaf de vroege kerk en aan de achtergrond van verschillende elementen van de eredienst. En dan kom je toch ook weer de waarde van het vroegere ‘in de pet kijken’ voorafgaand aan de dienst tegen, blz. 81! Van waarde zijn ook de aangereikte liederen bij de verschillende zondagen van het kerkelijk jaar. Kortom, zij die betrokken zijn bij de concrete invulling van de wekelijkse erediensten kunnen hier — met het nodige onderscheidingsvermogen — terecht.

Dr. A. van de Beek, Gespannen liefde. De relatie van God en mens. Uitg. Kok, Kampen 2000. 139 blz. f 24,90.

Uitgangspunt in dit boek is de relatie tussen God en mens. Deze relatie is niet zakelijk van aard, want de liefde staat daarin centraal. Maar de band van de liefde staat onder spanning doordat mensen God maar al te vaak vergeten en ongehoorzaam zijn. Gods leiding over ons leven is voor ons vaak onbegrijpelijk en roept daarom allerlei vragen op: als God liefde is, waarom…?

Vanuit het centrale thema van de liefde tussen God en mens gaat de schrijver de kernpunten van het christelijk geloof langs. Het boek heeft daardoor het karakter van een mini-geloofsleer gekregen. Door de heldere, eigentijdse formuleringen wordt de aandacht van de lezer geboeid. Met de warmte van de betrokkenheid wordt aan de orde gesteld wat de basis is van de liefde tussen God en mens en ook waar wij mensen in ons denken en beleven knelpunten ervaren.

Van de Beek staat theologisch gezien niet op één lijn met het klassieke gereformeerde belijden. Dat is bijvoorbeeld te merken aan zijn visie op de zondeval en de verzoening. Voor Van de Beek is de historische zondeval geen onopgeefbaar bijbels gegeven. De schepping is z.i. altijd al onvolmaakt en gebroken geweest. Verzoening krijgt sterke psychologische en relationele accenten. God aanvaardt medeverantwoordelijkheid voor het falen van de mens. Er lopen hier verbindingslijnen naar de ‘duistere kant’ van God. Er zijn nu eenmaal dingen in God die wij niet begrijpen kunnen. De vraag is nu of bij Van de Beek deze onbegrijpelijke kant van God niet teveel in strijd is gekomen met de betrouwbaarheid, goedheid en rechtvaardigheid van God. Op dit aangelegen punt zijn er veel vragen te stellen. Dat neemt niet weg dat dit boek veel stof tot nadenken geeft en ook op een verrassende manier licht laat vallen op de bijbelse boodschap in onze tijd.

W. Jansen, Even stil. Wijsheid uit de Spreuken voor het openen en sluiten van bijeenkomsten. Uitg. Kok, Kampen 2000. 102 blz. f 19,90.

Teksten uit het boek Spreuken worden in deze bundel gebruikt als uitgangspunt voor korte, meditatieve stukjes. Soms hebben de overdenkingen een dichterlijk gehalte, soms blijft het wat vlak. Een voorbeeld van het laatste is het vertalen van de vreze des Heren (Spr. 1:7) met ‘stilte voor God’. Een van de doordenkertjes die ik vond: doe kleine dingen met grote liefde.

Dr. H. van der Linde, Het Koninkrijk van God is de stad op de berg. Wat heeft Jezus zelf gewild? Uitg. Meinema, Zoetermeer 2000. 158 blz. f 32,50.

In kort bestek wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het moderne bijbelonderzoek op het gebied van het Nieuwe Testament. Uitgangspunt is daarbij dat het evangelie naar Johannes en de brieven van Paulus een heel andere boodschap bevatten dan de zgn. ‘synoptische’ evangeliën Mattheus, Markus en Lukas. De boodschap van Christus zou alleen nog te vinden zijn in deze eerste drie evangeliën. De godheid van Christus en het plaatsvervangend lijden en sterven worden gezien als latere dogmatische toevoeging. Het antwoord dat overblijft op de vraag: wat dunkt u van de Christus? is sterk humanistisch gekleurd. Openheid en menselijkheid misstaan het christendom niet. Op dat vlak valt nog veel te verbeteren, dat moet men de auteur toegeven. Maar de basis daarvoor hoeft geen wegstreep-theologie te zijn. Dat verminkt alleen het Woord waaruit de kerk is voortgekomen.

Siny te Nijenhuis, Luister mij vrij. Begeleiding van slachtoffers van seksueel geweld. Uitg. Gooi en Sticht 2000. 164 blz. f 39,50.

Het lijkt wel of het taboe op seksueel geweld langzaam wordt doorbroken in onze tijd. Er wordt steeds meer over dit onderwerp bekend. Ook in kerkelijke kring verschijnen er regelmatig boeken over. Siny te Nijenhuis geeft veel informatie over daders en slachtoffers van seksueel geweld. Voor de pastorale begeleiding van de slachtoffers kiest zij voor een sterk feministisch getinte theologie.

D. Price, Als iemand van jullie ziek is. Hoe christenen elkaar bij ziekte kunnen helpen. Uitg. Plateau, Barneveld 2000. 143 blz. f 27,50.

Door zijn eigen ziekte (waaraan hij op 49-jarige leeftijd is overleden) is de arts Dilwyn Price gaan nadenken over de betekenis van Jakobus 5. In dit boek benadrukt hij de betekenis van de voorbede van de gemeente. Hij voert verder een pleidooi om de ziekenzalving en de dienst der genezing in de kerk in te voeren. In Jakobus 5:15 zou het allereerst om gezondheid gaan en pas in tweede instantie om het behoud van de zieke. De argumenten daarvoor komen op mij niet overtuigend over. Maar het gaat niet alleen om genezing, want niet iedere zieke die in geloof bidt, ontvangt genezing. Wie tot God de toevlucht neemt, mag wel innerlijke vrede ontvangen.

Dr. K.A.D. Smelik, Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel, deel: Ruth. Uitg. Kok, Kampen 2000. 174 blz. f 34,90.

In de serie ‘Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel’ is nu de commentaar verschenen op het bijbelboek Ruth. De nadruk ligt niet op een historisch-kritische benadering van de tekst, maar op de literaire analyse en de theologische relevantie daarvan. De benadering van de zgn. ‘Amsterdamse school’ is duidelijk te herkennen. Dat levert een boeiende commentaar op met veel exegetische informatie.

M. Vrijmoeth — de Jong e.a., Opgroeien en openbloeien. Over opvoeden tot gelovig mens-zijn. Uitg. Voorhoeve, Kampen 2000, tweede druk. 318 blz. f 36,75.

Lange tijd heeft geloofsopvoeding nauwelijks de aandacht gekregen die het verdient. Daar is de laatste jaren verandering in gekomen. De secularisatie is er mede de oorzaak van dat de taak van christelijke ouders bij de geloofsopvoeding van hun kinderen steeds groter is geworden. Minder dan voorheen kunnen christenen tegen sociale structuren aanleunen. Het openbare leven is niet meer doortrokken van christelijke normen en waarden. Daarom moeten ouders zelf meer moeite doen om hun kinderen op dat vlak iets mee te geven. Dit boek biedt veel informatie en praktische voorbeelden om christen-ouders toe te rusten voor hun opvoedkundige taak.

In grote lijnen wordt eerst iets verteld over het doel van een christelijke opvoeding. Vervolgens wordt informatie gegeven over de ontwikkeling van de vroegste kinderjaren tot de volwassenheid. Tenslotte komen geloofsopvoeding en opvoedingsvaardigheden aan de orde.

Geloof komt niet vanzelf. Ook een liefdevolle en gedegen christelijke opvoeding is geen garantie dat kinderen gaan geloven. Dat neemt niet weg dat opvoeden vraagt om het maken van talloze keuzen. Daarbij helpt dit boek. Bij alle waardering ook een puntje van kritiek: jammer dat een literatuurlijst en een zaakregister ontbreken. Het had de bruikbaarheid van het boek vergroot.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.