+ Meer informatie

Bezoek aan hen die rouw dragen

7 minuten leestijd

Het gaat ons in dit artikel om de bezoeken die ambtsdragers hebben te brengen aan een gezin of een familie waarin rouw gekomen is. Als de gemeente een predikant heeft, zal het vooral op zijn weg liggen als eerste naar het gezin te gaan. Toch mogen de (wijk)ouderlingen niet ontbreken. Ook voor hen is er een taak weggelegd in dagen van rouw.

Daarover wil ik graag iets schrijven. Uit gesprekken heb ik de indruk gekregen dat er heel wat ambtsdragers zijn die dit moeilijke bezoeken vinden. Een predikant behoeft er zich niet voor te schamen dat ook hij er tegen op ziet.

Het ene sterfgeval is het andere niet. De plotselingen dood van de moeder van een flink gezin komt heel anders aan dan het sterven van grootvader wiens kaarsje langzaam opgebrand is. Het ongeluk dat een kind van negen jaar het leven deed verliezen, is weer heel iets anders dan de dood van een patiënt die de laatste twee jaar van zijn leven door een ongeneeslijke ziekte gesloopt werd.

Behalve deze verschillen is er ook verschil in de wijze waarop iemand sterft. Hij die van zijn geloof getuigde voordat hij heenging, wordt anders betreurd dan hij die aan de rand van de kerk leefde en er eigenlijk niet veel meer aan deed; ook anders dan zij die wel ter kerk kwam, maar met wie men in geen enkel gesprek ooit echt contact kon krijgen. Het gaat niet aan over het innerlijk van mensen die zwijgzaam waren te oordelen. Een duidelijk getuigenis, niet alleen op het sterfbed — want dat heeft niet ieder — maar in de gezonde dagen is wel een heerlijke troost voor de nabestaanden.

Het maakt ook verschil of de predikant/ouderling geroepen wordt om aan een familie te gaan zeggen dat er een ongeluk gebeurd is, waarbij een zoon omkwam, of dat de vader op zijn werk plotseling doodgebleven is — dan wel of de familie zelf de predikant/ouderling waarschuwt dat er iemand overleden is.

Ik denk dat de meeste ambtsdragers die een rouwbezoek gaan brengen, van huis gaan met de vraag: wat moet ik zeggen?

Een paar zinnen die men overal gebruikt kunnen natuurlijk wel gezegd worden. Maar een ambtsdrager heeft meer te doen dan dat. Zo voelt praktisch elke ambtsdrager het aan, vermoed ik. Zijn taak — zo beseffen we — bestaat bij een rouwbezoek vooral in het troosten. Dat is nu juist het punt: Hoe kunnen wij elkaar troosten? Soms wordt die verlegenheid tot uitdrukking gebracht met de opmerking dat wij mensen moeilijke vertroosters zijn. Dat is wel waar. Het klinkt ook wel echt. Doch de mensen hebben er maar weinig aan.

Ik meen dat iedere ambtsdrager op rouwbezoek van één ding goed overtuigd moet zijn: alleen God kan waarlijk troosten. We mogen geloven dat de Here zich daarbij van mensen bedient. Hij wil mensen gebruiken om zijn troost uit te delen. Als dat gebeurt, ligt dat echter niet aan de troostersgaven van die mensen. Het ligt veeleer hierin dat deze mensen het Woord van God doorgeven. Mijn gedachte is dat alleen het Woord van God echt troost. Daarom zal een ambtsdrager er vooral op bedacht moeten zijn, welk bijbelwoord hij met de familie lezen, eventueel bespreken zal. Die bespreking behoeft niet een halve preek te zijn. Dat mag zelfs niet zo wezen. Men kan een tekst noemen, daarvan iets naar voren brengen, dat juist in die situatie goed past. Men moet in elk geval ook met de familie bidden. Wat is er in zulke dagen beter en meer bemoedigend dan samen tot God te gaan en Hem het verdriet voor te leggen? Men kan in een gebed ook eerlijk zeggen dat wij elkaar zo weinig kunnen helpen. Om Gods troost en bemoediging mag gesmeekt worden. Ik denk wel dat men zich voor een verzoeking moet wachten. Dat is het verlangen om wat er gebeurd is een bepaalde zin te geven. Ambtsdragers voelen wellicht soms de neiging om aan bepaalde gebeurtenissen een zin te geven. Het kan zelfs zover komen dat wij een rechtvaardiging van het gebeurde proberen te geven. Dat is onmogelijk. Het is ook onnodig. Wij behoeven God niet te rechtvaardigen. De Here heeft ons niet nodig om zijn wegen te verdedigen. Heel die gedachte is in strijd met de Schrift. Het gaat er om dat wij door God gerechtvaardigd worden, niet dat God door ons gerechtvaardigd wordt. De verzoeking om dat te doen moeten we weerstaan. Beter is, lijkt me, om te zeggen dat er dingen zijn die wij ook niet begrijpen. God vraagt ook niet van ons dat we alles wat er gebeurt begrijpen. Getroost te worden hangt gelukkig niet daarvan af of wij Gods wegen begrijpen. De troost hangt af van het vertrouwen in God, van de overgave aan Hem, van de eenswillendheid met Hem. Die houding vinden we niet pas nadat we begrepen hebben waarom het moest gebeuren zoals het gebeurde. O, zeker, achteraf komen mensen soms zover dat ze zeggen: het is goed voor mij of voor ons geweest. Toch komt niet ieder zover. Het gaat om het vertrouwen op God. We mogen in alle situaties tegen elkaar zeggen: God weet ervan. In zijn genade wil Hij er bij zijn. Hij laat ons niet aan ons zelf en aan ons verdriet over. Hij wil bemoedigen en verder helpen. Laten we elkaar daarop vanuit het Woord van God wijzen.

Het lijkt mij beter om in dagen van rouw als predikant of wijkouderling wat vaker een kort bezoek te brengen, dan één vrij lang bezoek. Juist die handdruk en dat herhaalde gebed als teken van dagelijks meeleven, kan zoveel betekenen.

Helaas concentreren ambtsdragers hun aandacht voor rouwdragenden op de familie vaak alleen vlak voor en op de dag van de begrafenis. Daarna heeft het gezin, de weduwe of weduwnaar die aandacht nog veel harder nodig. Laten predikanten en ouderlingen gezinnen waaruit iemand door de dood gemist wordt, vooral in de eerste tijd na de begrafenis toch wat vaker bezoeken.

Dat lijkt me ook nodig rondom de datum waarop het juist een jaar geleden was dat de vader of het kind stierf. Dan wordt alles nog eens weer beleefd. Men maakt dan alles nog eens door. Hoe nodig dat juist dan predikant en/of wijkouderling zijn meeleven toont.

Het is voor ambtsdragers soms moeilijk om met de familie een gesprek te krijgen, als er een grote kring van aanwezigen is.

Het gesprek valt uiteen in verschillende gesprekken van de aanwezigen. Men kan niet allen tegelijk met elkaar spreken. Dat geeft een predikant soms een gevoel van hulpeloosheid. Daarom lijkt het me gewenst dat predikant en wijkouderling een moment zoeken waarop ze zoveel mogelijk met het gezin alleen kunnen zijn. Dan kan er in het gesprek ook iets persoonlijks zitten.

Is het verkeerd om bij al het verdriet een poosje helemaal te zwijgen? De vrienden van Job hebben dat geruime tijd gedaan, voordat ze gingen spreken. Men kan zeggen dat hun gesprekken weinig bemoedigend waren; en dat dit daarom ook van het zwijgen gezegd kan worden. Hoe dit ook zij, het is op zichzelf niet verkeerd, als er eens even niet gepraat wordt. Soms worden er dingen gezegd die moeten bezinken. Het is niet verkeerd om daarvoor ook in het gesprek de gelegenheid te geven. Het zwijgen noch het spreken moet krampachtig worden.

Het zijn vaak moeilijke bezoeken. Soms worden het juist in die moeilijke dagen goede, fijne gesprekken. Ik denk dat geen ambtsdrager van huis zal gaan zonder eerst in stilte Gods hulp gevraagd te hebben. Men mag dan ook bidden om de woorden te vinden in gesprek en gebed, die juist daar nodig zijn.

Verder is het oprechte, persoonlijke meeleven ook uitdrukking van ambtelijke zorg. Laat die zorg zich ook uitstrekken tot de kinderen van het gezin. Als er een broer(tje) of zus(je) gestorven is, kunnen andere kinderen uit het gezin het daar erg moeilijk mee hebben. Een gesprek met hen onder vier of zes ogen kan dan nodig zijn.

Wij zijn siechte vertroosters. Het is waar. We voelen als ambtsdragers zeker in zulke dagen onze onmacht. Belangrijker is dat we beseffen dat de troost niet van ons behoeft te komen. Ook bij rouwbezoeken staan we in dienst van onze Zender. Het komt erop aan dat Hij ons gebruiken wil om Zijn troost aan mensen te geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.