+ Meer informatie

Wereldmijding en wereldgelijkvormigheid

4 minuten leestijd

Wie de krant leest, kan het zijn opgevallen, dat de laatste tijd herhaaldelijk wordt gesproken over de begrippen wereldmijding en wereldgelijkvormigheid. Als hier het woord wereldmijding wordt gebruikt, moeten we dit niet oovatten in doperse zin, maar in de betekenis van ons doopsformulier, als daar gesproken wordt over het verzaken van de wereld, die in het boze ligt.

Maar wanneer we nu de christelijke kranten van de laatste tijd lezen, dan wordt ons daar gezegd, dat er een grote kans is, dat wereldmijding leidt tot wereldgelijkvormigheid.

Er zullen ook onder ons jongeren zijn, die een dergelijke stelling gretig aangrijpen. Immers in de praktijk vinden velen onder ons die schriftuurlijk wereldmijding maar knap lastig.

Vandaar dan ook steeds weer die overbekende vragen: „Waarom mag dit nu niet? Waarom mag dat niet? Wat zit daar nu voor kwaad in? "

Maar is het nu waar, wat dus de laatste tijd geschreven wordt, dat wereldmijding heel gemakkelijk tot wereldgelijkvormigheid leidt? Ik meen, dat het niet waar is. Er is wel een vorm van wereldmijding, clie tot wereldgelijkvormigheid leidt, en dat is dan clie vorm van wereldmijding, die alleen maar negatief is; die geen andere inhoud heeft dan dit laten en dat niet doen enz. enz.

Die negatieve vorm van wereldmijding is te vergelijken met dat huis, waarover de Heere Jezus spreekt in één van Zijn gelijkenissen. De boze geest was eruit getrokken en toen was dat huis met bezemen gekeerd en versierd. De zonden werden eruit gebezemd en het werd versierd met goede werken, met een wandel naar Gods geboden.

Dat huis ziet er dus keurig uit, het is schoon en op orde, maar het is leeg gebleven.

De boze geest is er wel uit getrokken, maar de Heilige Geest is er niet ingekomen, ja Christus heeft geen woning verkregen in clat huis. En daarom kan de onreine geest als hij moe geworden is van het omzwerven, weer terugkeren in clat huis en nog zeven andere boze geesten, bozer dan hijzelf meebrengen. En dan wordt het met clat huis, dat is met zulk een leeg gebleven mens, hoe mooi ook opgeknapt, erger dan voorheen.

Alleen die wereldmijders zullen dus vroeg of laat tot wereldgelijkvormigheid vervallen, clie hun levenshuis steeds meer ontledigd hebben, ontledigd van alles, wat „wereld" was, maar in wier hart de Heilige Geest geen woning heeft gemaakt.

Daarom is er dan ruimschoots plaats voor alle mogelijke onreine geesten en daarom zien we het dan ook vaak clat zo'n schijn-christelijke wereldmijder wordt tot een onchristelijke wereldgelijkvormige. De fout van zulke mensen is dus, dat ze zich enkel en alleen maar bezig houden met „de wereld" en niet met het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid. Ze zijn steeds maar bezig om toch vooral maar het wereldse uit te bannen, dus louter negatief. Ze denken alleen maar aan de tegenstelling: wereldmijding en wereldgelijkvormigheid. In beide zit het woord „wereld". En die wereld houdt hen geheel en al bezig in plaats dat Christus hen „bezighoudt." En U voelt clat wereldmijding op deze manier en wereldgelijkvormigheid dan vlak bij elkaar liggen.

Vandaar clan ook, clat Paulus niet blijft staan bij de vermaning: „en wordt deze wereld niet gelijkvormig", maar dat hij er aanstonds aan toevoegt: „maar wordt veranderd cloor de vernieuwing Uws gemoeds."

Daarom lezers, leegheid, onbewoond-zijn van ons levenshuis, hoe het dan gebezemd en versierd is, is een kwalijke zaak, die levensgevaarlijk is.

Daarom is dat zo noodzakelijk, die verandering door de vernieuwing van ons gemoed, met andere woorden, dat de Heere door Zijn Heilige Geest de vreze Zijns Naams in ons hart werkt.

Zijns Naams in ons hart werkt. Dan komen een hoop dingen, die we vroeger zo belangrijk vonden en waar-

van we vroegen: „mag dat nou niet, wat zit daar nu voor kwaad in, " vanzelf helemaal in de periferie te liggen, en clan wordt het ons niet meer zo moeilijk om bepaalde dingen te „mijden."

Dat wil niet zeggen, dat we dan het schone en de kunst gaan verafschuwen. Want het werkelijk schone en de waarachtige kunst zijn geen gaven, die de „wereld" ons schenkt, maar die God ons schenkt.

Daarom, om de juiste levenshouding te vinden, komt het vóór alles aan op wat de dichter ons aanraadt:

„Vraag naar de Heer' en Zijne sterkte."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.