+ Meer informatie

Ambtelijk leven in de blanke en zwarte Dopperkerken

12 minuten leestijd

Het ambt hoog gewaardeerd.

Het kerkelijk ambt staat zowel in de blanke gereformeerde kerk als ook bij de zwarte broeders, die wel de zwarte Doppers genoemd worden, hoog genoteerd. Men vindt het in de blanke kerken van gereformeerd origine dikwijls een hoge eer om in het ambt te staan. Een dominee staat in hoog aanzien en tenzij er zeer geldige redenen zijn, wordt de roeping tot het ouderling- en diakenambt graag aanvaard.

Dit is niet zo vreemd in die Gereformeerde Kerk onder de blanken. De Afrikaner staat bekend als gezagsgetrouw. Er is eerbied voor degenen „die in hoogheid zijn gezeten” en dit vindt ook zijn weerspiegeling in het kerkelijke leven.

Daar komt nog bij dat de Doppers diep in de gereformeerde traditie geworteld zijn. Het gezag van Gods woord is eenvoudig niet in discussie. Dit staat voor hen vast. Hun Bijbels denken doet de Doppers dan ook het ambt in de kerk hoog waarderen. Personen, die in het staatkundig leven of in de onderwijswereld of in het zakenleven hoge posities bekleden en tot het ambt van ouderling worden geroepen, aanvaarden ondanks hun drukke werkkring in de meeste gevallen deze roeping. Daarom vinden we met name in de gemeenten in de grote steden ambtsdragers, die ook op andere levensterreinen een leidende rol spelen. Het is bijvoorbeeld in het geheel niet vreemd om in de kerkeraadsbank een chirurg of directeur van een grote zakenonderneming als ouderling of diaken te zien zitten.

Bij onze zwarte broeders vinden we dezelfde hoogachting voor het ambt. De eerlijkheid gebiedt om te zeggen, dat deze hoogachting niet in de eerste plaats uit een Bijbelse bron gevoed is.

De traditionele levensbeschouwing van de Bantoe met het absolute gezag van het stamhoofd, de hoofdman en de toverdokter, speelt hier ongetwijfeld een rol. Vooral bij het sekte-wezen onder de zwarte bevolking in Zuid-Afrika zien we, dat de leider van de sekte de plaats van het vroegere stamhoofd heeff ingenomen. Vele sekte-leiders gedragen zich dan ook als zodanig. Ze sieren zichzelf met de naam bisschop of oudste en ze hebben zichzelf met strenge autoritaire machten bekleed en regeren hun volgelingen met harde hand.

Ook in de zwarte Dopperkerken werkt daar wel iets van door.

De dominee van vroeger en nu.

De predikant neemt ook nog in deze tijd een grote plaats in zowel in het kerkelijke leven als in het volksleven. Dat het vroeger zo was, is heel begrijpelijk, als we bedenken, dat de dominee de enige was die op geleerdheid kon bogen.

De oude predikanten waren bijna de enige intellectuelen onder het eenvoudige boerenvolk. Ze waren dan ook behalve de geestelijke leiders de leiders van het volk. Overal kwam vroeger de dominee aan te pas. Moest er een brief geschreven worden aan een verre verwant, wie kon het beter doen dan de dominee.

Bij het opstellen van een testament was bijstand van de geestelijke schier onontbeerlijk. In het schoolbestuur van het vroegere - helaas nu verdwenen - CNO (Christelijk Nationaal Onderwijs) nam de predikant een vooraanstaande plaats in.

Een interessante illustratie van de positie van de dominee is het volgende, historische verhaal. Een rijke boer in de Kaapkolonie zag dat zijn huwbare dochter maar eenzaam op de „plaas” leefde zonder dat er iemand kwam om naar haar hand te dingen. De dominee om raad gevraagd. Stuur haar naar de universiteit, zo klonk het weleerwaarde advies. Maar ze kan helemaal niet leren, zo wierp de vader wanhopig tegen. „Maak nie saak nie”, zei de pastor, „jy sal sien daar kom ’n goeie vryer”. En werkelijk, het meisje ging studeren. De studieresultaten waren allerbedroevends, maar ze is getrouwd met een dominee en als pastoriemoeder heeft ze zich voortreffelijk van haar taak gekweten.

Op het platteland behoort de dominee nog onbetwistbaar tot de notabelen van het dorp. Hij dient in vele comité’s en raden. Hij is een autoriteit. Er wordt naar hem geluisterd.

In de stad is dat al veranderd. Daar moet de predikant zich echt waarmaken. Hij moet bewijzen wat hij waard is. Dit heeft ongetwijfeld grote voordelen. De dominee kan daar niet meer als laatste verweer tegen zijn criticus zeggen: „Is jy ’n predikant of is ek predikant?”

Toch heeft ook in de stad de dominee nog groot gezag. Dit weerspiegelt zich duidelijk in twee zaken: in het beroepingswerk en in de leiding van een kerkeraadsvergadering.

Bij het beroepen van een eigen predikant wordt er door de kerkeraad een groslijst opgesteld waaruit een tweetal wordt gekozen. Dit tweetal wordt aan de gemeente voorgelegd om er een predikant uit te kiezen. Het gebeurt dikwijls dat de gemeente geen van beide predikanten kent. Ze hebben nog nooit in de betrokken gemeente gepreekt en over zijn pastorale kwaliteiten is niets bekend. Men gaat van de gedachte uit, dat in principe elke predikant goed is en daarom beroepen kan worden. De Heere stuurt immers Zijn dienstknechten.

Om een dominee eerst op beroep te laten preken, is gewoon een ongehoorde gedachte.

Natuurlijk spelen de geweldige afstanden in het land ook een roi. Een dominee, die op de afstand Amsterdam-Moskou van de vacante gemeente verwijderd is, kan moeilijk even op beroep komen preken. Een verkiezing voor een eigen predikant heeft altijd op de zondagmorgen plaats vóór de aanvang van de morgengodsdienstoefening.

Ten tweede blijkt het grote gezag van een predikant ook heel duidelijk uit het feit, dat men nooit een kerkeraad svergadering zal houden zonder een dominee. Als de gemeente vacant is, moet de consulent als voorzitter optreden. Er is een bepaling in de kerkorde gemaakt, dat het zo behoort te zijn.

De gedachte, dat een ouderling in een vacante gemeente als voorzitter van de kerkeraad optreedt, is eenvoudig absurd. Er zijn in vele kerkeraden vandaag zeer bekwame ouderlingen, maar men laat de historisch gegroeide situatie graag bestaan.

In de zwarte kerken heeft de predikant ook een behoorlijke status. Hij is „educated”, een gestudeerd mens. Tegenwoordig hebben verschallende zwarte Dopperpredikanten ook een B.A.-graad, ze hebben een kandidaatsexamen afgelegd, zouden wij zeggen. En sommigen hebben zelfs een Th.B.-graad, een kandidaatsexamen in de theologie.

Het onderscheid tussen gegradueerde en niet-gegradueerde predikanten in de zwarte Dopperkerk leidt wel eens tot spanningen.

Over het algerneen is het wel zo, dat met de academische bekwaamheid ook het geestelijke gehalte van de zwarte predikant verbeterd is. De verhoogde eisen van de opleiding hebben ook als een zeef gewerkt.

Wel merken we telkens weer, dat de afgestudeerde en academisch goed gekwalificeerde dominees zeer op hun wetenschappelijke erkennning gesteld zijn. Ik was eens op een vergadering in Siloam en tot mijn grote verbazing ontdekte ik toen dat de zwarte broeders de toga, die ze bij de gradenplechtigheid gedragen hadden en die voor zo’n gelegenheid gehuurd wordt, door hen was gekocht en op de vergadering op ons zendingsveld werd gedragen.

De gegradueerde kleurling deed niet mee met deze vertoning en mocht dan ook niet naast zijn confraters zitten. Een zwarte inspecteur van onderwijs, die ook zijn toga aanhad, werd wel verwaardigd naast de broeders voor in de kerk te komen zitten.

Dit doet ons natuurlijk erg naief en kinderlijk aan, maar voor deze mensen is het iets geweldigs, dat ze academische erkenning voor hun Studie gekregen hebben.

Op het zendingsveld heeft de zendeling, die het Evangelie gebracht heeft, vanzelfsprekend een groot gezag. Daar zit wel eens een gevaar in, namelijk dat de zendeling bisschoppelijke allures gaat aannemen. Hij weet zo ongeveer alles en kan ook in de ogen van de inheemse christenen bijna alles.

Iets van deze waardigheid van de zendeling gaat al gauw over op de zwarte predikant, die van de School gekomen is. Zijn kerkeraad is dikwijls nog uiterst zwak toegerust. De dominee moet vaak eerst nog zijn eigen kerkeraad met wie hij moet samenwerken en onder wiens gezag hij zich heeft te stellen, vormen. Eén van de belangrijkste taken van de jonge predikant is dan ook kadervorming, het toerusten tot het ambt in zijn jonge gemeente.

Er zit dan ook in deze situatie een sterke verzoeking voor de Bantoe-predikanten. Ze gaan zo gemakkelijk pauselijke eigenschappen ontwikkelen. Het woord van Luther: de paap woont in ieders hart, is ook op het zendingsveld maar al te waar gebleken. Op Hammanskraal waar de zwarte predikanten opgeleid worden, wordt dan ook nimmer nagelaten er op te wijzen, dat het ambt bestaat in dienen en nog eens dienen.

Hoe functioneert het ambt in de kerk?

Het werk van de dominee in Zuid-Afrika verschilt in wezen niet veel van dat van zijn collega in Nederland. Preken maken, huis- en ziekenbezoek doen, catechisatie geven, kerkeraadsvergaderingen leiden, trouwen en begrafenissen.

Zowel in de blanke als de zwarte kerken is de dominee tevens ambtenaar van de burgerlijke stand. Dit is een hele eer maar geeft in de praktijk nog al eens problemen.

Er was tot voor kort een vrij ingewikkelde administratie aan dit werk als staatsambtenaar verbonden. Er wordt bijna altijd in de kerk getrouwd, bij de blanken op zaterdagmiddag en in de zwarte kerken op zondag.

De zwarte dominee komt ook dikwijls voor het probleem te staan, dat er een paartje wil trouwen terwijl het al één of meer kinderen heeft. De lobolla of bruidsschat is nu pas betaald en het officiële huwelijk kan beginnen.

Het catechetisch onderwijs begint voor de blanke kinderen al in de eerste klas van de lagere school. Dit onderwijs van de kerk heeft in de steden meestal op vrijdagmiddag plaats en op het platteland nog veelal op zondag en dan ’s morgens na de dienst. In de blanke kerken vinden we nog het instituut van catechiseermeester. De dominee wordt bij het catechetisch onderwijs bijgestaan door verschillende broeders en zusters uit de gemeente, zowel kerkeraadsleden als niet-kerkeraadsleden, die een catechisatie-klas voor hun rekening nemen. De dominee zelf geeft de belijdeniscatechisatie.

Het is bijna een algemene regel, dat de jonge mensen belijdenis doen in hun laatste jaar van de hogere school. Het eindexamen van de hogere school wordt matriek genoemd en daarom spreekt men in het kerkelijke jargon wel van boerenmatriek als het gaat over het doen van openbare belijdenis des geloofs.

Het gevaar van vormengodsdienst is hier niet denkbeeldig. De laatste tijd horen we dan ook nogal wat kritiek op deze „boerenmatriek”. Eén van de Dopperpredikanten heeft voor zijn theologische meestersgraad hier een verhandeling over geschreven.

In de zwarte kerken is het catechetisch onderwijs nog belangrijker. Vele van de jonge mensen komen niet uit een christelijk huisgezin. Ze bezitten nog maar een minimum aan Bijbelkennis. Voor deze jonge mensen is het nadoopse onderricht van het allergrootste belang.

In de Vendakerk is er een sterke jeugdbeweging en met dankbaarheid kon ik op een jeugdeonferentie te Sibasa waar ik moest spreken, constateren hoe groot de kennis van de Bijbel is bij die jongelui, die actief bij het jeugdwerk zijn betrokken.

Een zwaar accent valt in de Dopperkerken op het huisbezoek. Vier keer per jaar en wel vóór elke „nagmaalviering” wordt er in de gezinnen huisbezoek gedaan. Drie keer komt de wijkouderling alleen op bezoek, terwijl de predikant één per jaar ook mee komt. Hoewel dit intensieve huisbezoek zeer te waarderen valt, laat het gehalte wel veel te wensen over. Verschillende ouderlingen zijn gewoon niet goed voor hun taak toegerust. Over het algemeen wordt er weinig gevraagd naar de vrucht van de prediking en de stand en de groei van het geestelijke leven. Het blijft vaak te veel in het formele steken.

Ik heb in Zuid-Afrika dikwijls gezegd, dat de Dopperkerken helaas geen mannenverenigingen hebben waar het gemeentelijk kader toch ook wordt gevormd. Twee verheugende verschijnselen wijzen toch op een kentering. De nieuwe hoogleraar in de ambtelijke vakken te Potchefstroom, die dus ook pastoraat doceert, besteedt veel aandacht aan dit probleem en wijst er zijn Studenten ook op hoe ze in de gemeente een kader moeten vormen waaruit de ouderlingen en diakenen gerekruteerd kunnen worden. Dan is men evenals in de Chr. Geref. Kerken in Nederland ook in Zuid-Afrika begonnen met z.g. vormingscursussen, die stellig ook een goede bijdrage kunnen leveren tot bestrijding van dit probleem.

In de zwarte kerken is het huisbezoek een probleem apart. De mannen zijn vaak een hele week of soms veel langer van huis. De ouderlingen zijn dikwijls nog niet voor hun taak berekend. Hier is ook veel vormingswerk nodig.

Het is verheugend, dat de zendelingen en ook de jonge Bantoe-predikanten op ons zendingsterrein aan dit probleem veel aandacht besteden.

De diakenen komen vast elke maand in de gezinnen, tenminste in de blanke kerken, want het behoort tot hun taak om de maandelijkse kerkelijke bijdrage te innen. In vele gemeenten zijn er weinig diaconale gevallen en het is een mooie regeling, dat vele blanke diaconieen met raad en geld de zwarte diakenen helpen bij de uitoefening van hun zware taak.

Naar de meerdere vergaderingen worden alleen predikanten en ouderlingen afgevaardigd. De vraag is wel eens opgeworpen of ook diakenen naar de meerdere vergaderingen afgevaardigd moeten worden. Maar het antwoord was negatief. Er zijn wel eens stemmen opgegaan voor een eigen diaconale synode, maar ook dit werd niet noodzakelijk geacht. Wel bestaan er nu regionale en landelijke diaconale conferenties, die in een grote behoefte voorzien en waar voortreffelijk werk wordt gedaan.

Ambtelijk contact tussen blank en zwart.

Ambtelijk contact in de eigenlijke zin van het woord is er op de breedste kerkelijke vergadering, de z.g. „Algemene Sinode”, waar afgevaardigden van de blanke nationale synode en van de verschillende Bantoe-synoden en de kleurlingsynode bijeen zijn. Daar worden de zaken, die alle kerken raken zoals de belijdenis, de liturgie, Bijbelvertaling, het zendingswerk e.d. besproken.

Op plaatselijk vlak worden de contacten veelal beoefend door middel van de zendingscommissies.

Tussen de blanke en de zwarte predikanten groeit er ook steeds meer een goed contact.

Verder blijven voorlopig de zendelingen nog maar de belangrijkste verbindingsschakel tussen de blanke en de zwarte kerken.

De gemeenschappelijke zendingstournees, die door de beide theologische Scholen te Hammanskraal en Potchefstroom georganiseerd worden, dragen er ontegenzeggelijk veel toe bij, dat de Studenten van vandaag, die de dominees van morgen zijn, goed contact met elkaar opbouwen. Gedurende een periode van vier jaar wordt elk jaar een zendingsterrein in de republiek en daarbuiten bezocht. Dit is een goede belegging, die later veel rendement aan goodwill en wederzijdse waardering zal afwerpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.